Dinsdag 07/12/2021

Bruce Springsteen levert Kerry werkmanssteun

Deelnemers willen Bush' ondervragers zijn en niet doen aan Bush-bashingMeeste Amerikanen zijn niet geneigd hun stemgedrag te laten be�nvloeden door beroemdheden

The Boss verzamelt sterren tegen Bush

De steun van de entertainmentindustrie was niet altijd een goede zaak voor de Democraten, maar de Vote for Change van Bruce Springsteen verspreidt een boodschap die gaat over het eeuwige Amerika. Kan een stelletje popsterren voor John Kerry het verschil betekenen tussen winnen en verliezen in de nek-aan-nekrace naar de verkiezingen?

Washington

The Independent

Rupert Cornwell

Deze week maakte een twintigtal artiesten onder leiding van Bruce Springsteen zijn plannen bekend voor een tournee door verschillende staten op het hoogtepunt van het verkiezingsperiode. Met die uiterst ambitieuze onderneming willen ze steun verzamelen voor de Democraten en oppositie voeren tegen de huidige president George Bush.

In het verleden probeerden veel entertainers de Amerikaanse presidentsverkiezingen te beïnvloeden. Ze haalden zelden het vedettegehalte van dit groepje en geen enkele poging was zo gefocust en goed georganiseerd als deze. Tijdens de eerste week van oktober, wanneer de verkiezingskoorts haar toppunt bereikt, zullen zestien acts, samengebracht in zes afzonderlijke shows, optreden in tien staten.

En wat voor staten. Het gezelschap volgt de kandidaten naar de meest cruciale slagvelden van de verkiezingen: Pennsylvania, Ohio, Michigan, Noord-Carolina, Minnesota, Michigan, Missouri, Iowa en Wisconsin, om te eindigen in Florida, de belangrijkste van allemaal. Op vrijdagavond 8 oktober zijn er op hetzelfde moment shows van Vote for Change in Miami, Tampa Bay, Orlando en drie andere steden.

De tournee heeft een indrukwekkende deelnemerslijst: een van hen is REM, een van de belangrijkste bands van de vroege jaren negentig, singer-songwriter Bonnie Raitt, James Taylor, de Dave Matthews Band, Pearl Jam en de Dixie Chicks. De zangeres van die band, Natalie Maines, haalde zich de vloek van vele fans van country en western op de hals toen ze in maart 2003, aan de vooravond van de invasie in Irak, vertelde dat ze zich schaamde dat George Bush uit Texas kwam.

Maar zoals veel van die sterren zullen toegeven: The Boss maakt het verschil. Deze week was hij overal, hij sprak met The Los Angeles Times en verscheen in Nightline met Ted Koppel, de beste ernstige laatavondtalkshow. Het opvallendst was het artikel op de opiniepagina van The New York Times. Geen promotioneel eigen lof, maar een politieke uiteenzetting van Springsteen, "schrijver en artiest", zo werd hij eigenaardig genoeg omschreven door de Times.

Deze anti-Bush-uitbarsting lijkt misschien wat vreemd voor de toevallige lezer. Het was toch Reagan die zijn megahit 'Born in the USA' wilde gebruiken als themalied bij de verkiezingscampagne van 1984? En lijkt Springsteen, 'de scherpe arbeidersrocker', op het eerste gezicht niet een archetypische 'Reagan-Democraat' uit die periode, van het soort dat uit protest tegen het kleffe liberalisme zijn oorspronkelijke partij verlaat?

Als je twee keer kijkt, klopt het nochtans. 'Born in the USA' is geen mierzoete lofzang op 'the Land of the Free', maar de bittere uitval van een Vietnam-veteraan die vergeten werd door een ondankbaar thuisland. Twee decennia later werd een andere hit van Springsteen, 'No Surrender', het lied van de Democratische Conventie in Boston, die Kerry vorige maand voordroeg als presidentskandidaat.

De tekst haalt de Vietnam-dienst van de kandidaat boven, en het nieuwe macho imago waar zijn partij naar streeft. De Democraten willen de referenties van Bush wat nationale veiligheid betreft evenaren: "Once we made a promise we swore we'd always remember/ No retreat, baby, no surrender/ Blood brothers in a stormy night/ With a vow to defend/ No retreat, baby, no surrender." ("Toen we een belofte maakten, hebben we gezworen dat we die nooit zouden verbreken / Geen weg terug, schat, we geven niet op / Bloedbroeders in een stormachtige nacht / Met een belofte om te verdedigen / Geen weg terug, schat, we geven niet op")

Dat Hollywood, als beperkte omschrijving van de entertainmentindustrie, zich achter de Democraten schaart, is niet nieuw. Voor de Democraten is Hollywood een onuitputtelijke bron van politieke fondsen. De Republikeinen maken echter gebruik van dat heulen met het losbandige filmgezelschap om hun argument kracht bij te zetten dat de Democraten onaangepaste, roemgeile liberalen zijn, die het contact verloren met de echte waarden van gewone Amerikanen.

De liefdesverhouding kwam onder Bill Clinton tot een climax en bekoelde enigszins in 2000, toen Al Gore en Joe Liebermann de Democratische vaandeldragers waren, beiden uitgesproken kritisch tegenover de golf van seks en geweld in films en popteksten. In dit ongekende intense verkiezingsjaar zijn de banden echter sterker dan ooit. Er lopen inderdaad ook conservatieven rond in Hollywood (Bruce Willis, Mel Gibson en Charlton Heston om er drie te noemen), maar dit jaar hadden schrijvers en regisseurs acht keer meer geld veil voor Kerry dan voor de president. Bovendien was er in 2004 net zo goed steun op het scherm als ernaast. Het felle anti-Bush-pamflet Fahrenheit 9/11 van Michael Moore werd een topkassucces in de jongste documentaire-filmgeschiedenis; de recente remake van The Manchurian Candidate gaat over een manipulerend en boosaardig bestuur dat overduidelijk gelijkenissen vertoont met de reputatie van het Halliburton van Dick Cheney. Dat alles is voer voor de Republikeinse spin doctors, net als andere overtrokken gebeurtenissen, zoals Kerry's fondsenwerving van 7,5 miljoen dollar (6,12 miljoen euro) bij de entertainmentindustrie vorige maand in New York; de vertoning van Whoopi Goldberg, die platvloerse seksuele woordspelletjes met de naam van Bush declameerde, en andere artiesten die in de rij staan om Bush af te schilderen als een moordenaar en een "ordinaire schurk".

Precies op het juiste moment werpt een woordvoerder van de Bush-campagne op dat Kerry's tolerantie tegenover dit soort zaken getuigt van zijn gebrek aan leiderschap, en "hoever hij van doorsnee-Amerika staat". De onderneming van Springsteen is anders, vooral omdat The Boss de belichaming is van een bepaald doorsnee-Amerika en zelden geïdentificeerd werd met partijpolitiek.

Inderdaad, hij verenigde zich opnieuw met de E Street Band uit zijn gloriedagen voor zijn fel geprezen album The Rising met het nummer 'My street of Ruins', dat geïnterpreteerd werd als een persoonlijke ode aan het verwoeste New York. Maar in werkelijkheid haalt deze zoon van de op-en-top gemiddelde, absoluut onaantrekkelijke staat New Jersey het beeld boven van een vroeger, eeuwig Amerika, met ontgoochelde oude soldaten en groezelige bars, bouwwerven en good ol' boys die zonder helmen over de snelweg scheuren. Het is een aards en plattelands Amerika dat de meesterstrateeg van de president, Karl Rove, redelijkerwijze zal aanboren op zoek naar nieuwe Bush-stemmen.

De tournee zal ook geen frontale aanval op Bush worden à la Whoopi Goldberg - althans, zo is hij niet bedoeld. De deelnemers willen, om het met de woorden Springsteen te zeggen, "Bush' ondervragers" zijn, geen "Bush-bashers". De toon klinkt tot nu toe veeleer bezorgd dan kwaad. Boyd Tinsley, een groepslid van de Dave Matthews Band, sprak deze week met The Los Angeles Times. "Ik haat Bush niet. Ik denk dat George Bush net als ik van Amerika houdt. Hij doet wat hij doet omdat hij van Amerika houdt. Ik ben het alleen niet eens met hem".

Springsteen beschrijft als volgt zijn visie in zijn stuk in The New York Times: "Zoals vele anderen in de nasleep van 9/11 voelde ik de eenheid in dit land", schrijft hij. "Ik stond achter de beslissing om Afghanistan binnen te vallen en hoopte dat de ernst van die tijden zou zorgen voor kracht, nederigheid en wijsheid bij onze leiders. Maar in plaats daarvan doken we halsoverkop in een onnodige oorlog in Irak, er kwamen historische tekorten, we verlaagden de belastingen van de rijken met 1 procent (hoge pieten uit de zakenwereld, bemiddelde gitaristen), waardoor er een steeds grotere kloof tussen arm en rijk komt die ons sociaal contact met elkaar kapotmaakt".

Het is mooi verwoord en klinkt krachtig op een podium, maar zal de kritiek van Springsteen enig verschil maken? Niet rechtstreeks waarschijnlijk. The Boss heeft ongetwijfeld veel Republikeinse fans, maar de meeste mensen zijn niet geneigd hun stemgedrag te laten beïnvloeden door popsterren, bekende acteurs, baseballspelers, gepensioneerde militairen of zelfs ex-presidenten. De indirecte impact daarentegen zou weleens aanzienlijk kunnen zijn.

Een tournee van Springsteen zal de Democraten op zijn minst publiciteit opleveren, zelfs al wordt er vooral gepreekt voor bekeerden. Een recente tiendaagse tournee van The Boss bracht 38 miljoen dollar op (31 miljoen euro) en dus zal deze tournee ook wel een grote bron van inkomsten worden. Het geld kan echter niet naar de Kerry-campagne gaan omdat de financieringswetgeving een plafond van 75 miljoen dollar (61 miljoen dollar) voorziet voor uitgaven tussen het moment van de conventie en de verkiezingsdag.

Maar het zal de partij zeker ten goede komen. MoveOn.org, de aartsliberale on-linegroepering die een massa naamloze anti-Bush-advertenties produceerde, is nauw betrokken bij de organisatie van de tournee. De opbrengst van de concerten - er werden er al 34 aangekondigd - gaat naar America Coming Together (ACT), een andere pro-Democratische groepering die nieuwe Democratisch gezinde stemmers wil registreren om hen op 2 november naar de stembus te krijgen.

Bovenal kan de tournee het belang van de verkiezingen enkel in de verf zetten en het standpunt van de Democraten benadrukken dat het deze keer een zeer nipte race wordt en dat de belangen zo groot zijn dat niemand zich kan veroorloven niet te gaan stemmen. Het is een ontnuchterende gedachte dat, ondanks de herrie waarmee de Amerikaanse verkiezingen gepaard gaan, de opkomst zelden hoger ligt dan 55 procent, het laagste gemiddelde van alle moderne democratieën. Als Springsteen, zijn collega's van Vote for Change en ACT hun zin krijgen, zullen deze keer genoeg Democratische sympathisanten ook Democratische kiezers worden en Bush uit het Witte Huis verjagen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234