Dinsdag 18/05/2021

Rembrandt

Britten houden verkoop van 'hun' Rembrandt tegen

Britse kunstkenners zien 'Catrina' als een van Rembrandts beste portretten. Beeld rv
Britse kunstkenners zien 'Catrina' als een van Rembrandts beste portretten.Beeld rv

De Britse overheid heeft een tijdelijk exportverbod opgelegd aan een Rembrandt in Brits privébezit. Het werk zou van 'buitengewoon esthetisch en historisch belang' zijn voor het VK. Opmerkelijk, want het werk had al in 2008 in het bezit van het Rijksmuseum kunnen zijn - als dat destijds genoeg fondsen had kunnen verzamelen.

Het exportverbod geldt voor het Portret van Catrina Hooghsaet, dochter van een Amsterdamse kompasmaker, dat rond 1657 door Rembrandt werd geschilderd. Het werk, dat eerder dit jaar was te zien op de overzichtstentoonstelling Late Rembrandt in het Amsterdamse Rijksmuseum, zwierf ruim 250 jaar rond in Britse adellijke kringen voordat het in bezit kwam van de familie Douglas-Pennant. Cultuurminister Ed Vaizey zegt dat het exportverbod loopt tot februari 2016 en dat het, indien er zich een Britse koper met serieuze plannen aandient, kan worden verlengd tot oktober volgend jaar.

Wind tegen

Het uitvoerverbod is opvallend omdat het werk al jaren boven de markt hangt. In 2008 moest het Rijksmuseum afhaken, ook al was het erin geslaagd voor 34 miljoen euro aan toezeggingen bijeen te sprokkelen. De familie Douglas-Pennant hield vast aan een vraagprijs tussen de 50 en 70 miljoen euro. Het Rijksmuseum bevond zich in 2008, onder leiding van directeur Ronald de Leeuw, midden in slepende verbouwingsperikelen en had bepaald niet de wind mee.

Er was in 2008 nog geen sprake van een exportverbod. Vermoedelijk is de reputatie van het portret sindsdien toegenomen door de ook in de Britse pers luid bejubelde kaskraker Late Rembrandt, die ook in de Londense National Gallery te zien was. Door Britse kunstkenners wordt 'hun' Catrina tegenwoordig gezien als een van de beste portretten die Rembrandt heeft gemaakt.

Zeven jaar na de mislukte aankoop door het Rijksmuseum is de situatie compleet veranderd. Wim Pijbes, de opvolger van De Leeuw, slaagde erin 80 miljoen euro te mobiliseren, voor de met Frankrijk gedeelde aankoop van twee schilderijen (voor totaal 160 miljoen euro) uit de collectie van de bankiersfamilie Rothschild: de portretten van Maarten Soolmans en Oopjen Coppit uit 1634. Die twee werken verschenen eerder dit jaar op de markt. De 80 miljoen euro per schilderij steekt af bij de huidige vraagprijs van het portret van Catrina Hoogsaet: 47 miljoen euro.

Reike oliesjeik

In de Volkskrant plaatste kunsthistoricus en kunsthandelaar Jan Six in oktober vraagtekens bij het bedrag van 160 miljoen voor de twee Rembrandts. Dat zou volgens cultuurminister Bussemaker "een of andere rijke oliesjeik" de pas moeten afsnijden. Volgens Six is de markt voor oude meesters en Rembrandts in het bijzonder van een compleet andere orde dan die voor impressionisten en moderne kunstwerken.

undefined

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234