Dinsdag 01/12/2020

Britten en allochtonen leven vier jaar na de rassenrellen nog altijd op gespannen voet

Peter (50): 'Ik ben een Labour-man. Ik weet dat zij de migratie niet in de hand hebben. Maar dat heeft geen van de politici. De Tory's en de BNP zijn racistisch, de liberalen te laks. En zo blijft het probleem maar groeien.'

'Oldham is tijdbom die op ontploffen staat'

Migratie is in de Britse verkiezingscampagne een hot item. Strikter asielbeleid, quota en strengere controle op economische vluchtelingen moeten de problemen oplossen. Problemen die kunnen ontaarden in een tweede Oldham. Na de rassenrellen van 2001 is het leven in het stadje bij Manchester nog altijd gespannen. Er heerst afgunst en bitterheid. De Pakistanen, Bengalezen en blanke Britten leven langs elkaar. 'Kut-Pakistaantjes' verzieken de sfeer. 'We willen echt wel samenleven, maar het lukt niet.'

Oldham

Van onze verslaggeefster

Ayfer Erkul

Mister Ali zal die nacht nooit vergeten. Ronkende politiehelikopters boven zijn huis, bakstenen die winkelruiten stuksloegen, brandbommen die in het rond vlogen. In de verte weerklonken schoten. Maar tijdens die nacht van 26 mei 2001 overtrof het gebulder van de jongeren ieder ander lawaai. Honderden verhitte Pakistaanse jongens in een krachtmeting met de Britse politie. Met een woede die jaar na jaar was opgebouwd en opgehitst.

Die nacht wist Mister Ali dat het nooit meer goed zou komen met de wijk. "Ik durfde niet naar buiten", vertelt de eigenaar van Ali General Store - schrijf maar Mister Ali, zo ben ik hier bekend. "Mijn vrouw en ik zijn bang in een hoekje gaan zitten en hebben de minuten geteld. Tegen de ochtend was het rustiger. Toen ben ik in de moskee hiertegenover gaan bidden. Ik bad tot Allah dat hij onze jongens een beetje respect zou bijbrengen."

Mister Ali (45) snijdt een grote ui in stukken voor de kebab die een klant heeft besteld. De tranen uit zijn ogen veegt hij weg met de mouw van zijn grauwwitte shalwar kameez. "Respect", sist hij tussen zijn opeen geperste lippen. "Dat kennen onze jongens niet meer. Ze vechten, verkopen drugs, schelden hun ouders uit."

Een tweede ui gaat eraan. Dan, zwaaiend met het mes: "Mijn twee jongens zijn 24 en 28 jaar. En het zijn goede kinderen, ze gedragen zich. Weet je waarom? Ik ben, toen de oudste twaalf was, terug naar Pakistan verhuisd. Acht jaar lang hebben we daar gewoond. Daar hebben ze wel geleerd naar ouderen te luisteren. Zij zullen nooit deelnemen aan zulke rellen."

De kruidenierszaak annex slagerij van Mister Ali ligt in de wijk Glodwick, Oldham, op een boogscheut van Manchester. In deze wijk barstten in de nacht van 26 op 27 mei rellen uit. Honderden Pakistaanse jongeren bekogelden de politie met alles wat ze vonden. Het hoe of waarom is vier jaar later nog steeds niet duidelijk. Volgens de Pakistanen werden de jongeren uitgedaagd door enkele leden van de extreem-rechtse British National Party (BNP). De zware jongens, kaalgeschoren, gespierd en in legerbottines, wandelden brutaal en op hun dooiste gemak door de wijk. Ze liepen een Pakistaans kind omver en vielen een zwangere Pakistaanse vrouw lastig. Dat nieuws ging als een vuurtje door de wijk. Ahmed belde Muhammed die op zijn beurt Jamal verwittigde. Die racisten moesten een lesje krijgen. En dringend.

Het duurde niet lang of Waterloo Street en Brompton Street werden overstelpt door de Pakistaanse jongeren, op zoek naar blanken en naar wraak. Of ze BNP'ers vonden, is niet zeker. Wel stonden ze plots tegenover een enorme politiemacht in gevechtstenue. Die nacht geraakten twintig mensen gewond en werden zeventien Pakistaanse jongeren aangehouden.

Van de rellen geen spoor meer in Glodwick, van blanken evenmin. Dit is duidelijk Pakistani only area. Een oude parochiezaal is omgebouwd tot Kashmir Supermarket. Een oude kerk is nu een moskee. Op de witte hekken rond het gebouw werden lichtgroene mini-minaretten neergezet. Een potsierlijk gezicht, maar veelzeggend. De felgekleurde dameskleding in de etalages is Pakistaans. Op straat heeft iedere vrouw en ieder meisje een hoofddoek op. Allemaal, zonder uitzondering. Volwassen mannen lopen rond in shalwar kameez.

"Even denken", zegt Muhammed Ramza van Glodwick Hardware Store peinzend. "Ik denk dat de laatste Engelsen hier tien jaar geleden zijn weggetrokken. Er woont geloof ik nog eentje hier ergens." Hij denkt na. "Of nee, dat is een Pool."

Ramza kwam hier 23 jaar geleden wonen. Jaar na jaar zag zag hij de blanke Britten de wijk verlaten. "Jammer? Ach ik weet het niet. Ik heb hier wel een goed leven. Heel mijn familie woont hier." Hij buigt zich over de toonbank met schroeven, bouten en spijkers. "Vorig jaar is de laatste neef overgekomen. Met de Engelsen heb ik geen problemen. Maar toen de Engelsen hier weg waren, verdwenen ook de inbraken."

Ramza kijkt tevreden. Waren alle Engelsen dan dieven? "Nee nee, dat zeg ik niet", roept hij. Hij gooit dramatisch zijn armen in de lucht. "Maar het was vreemd dat er niet meer ingebroken werd nadien. Toch?"

Afgunst, onverdraagzaamheid en bitterheid overheersen het leven in Oldham. De Pakistanen wonen in Glodwick, de blanken in Fitton Hill en de Bengalezen bij het rugbystadion. Strikt gescheiden wijken, waar de ene gemeenschap de andere niet kent en nog minder iets gunt. "En wij dan", riepen de blanken toen de oude, vervallen sociale woningen van de Pakistanen onlangs werden aangepakt door de gemeente. Met resultaat: in de sociale wijk in Fitton Hill wordt nu 53 miljoen Britse pond gepompt. "Dat is geen slechte zaak, maar die jaloezie in Fitton Hill was onterecht", verklaart David Roney. "De Pakistaanse huizen waren er het slechts aan toe in deze stad en moesten dringend opgeknapt worden."

Roney woont in een van de weinige gemengde wijken van Oldham. In zijn straat leven blanken, Aziaten en Afrikanen door elkaar. "Er zijn hier nooit problemen geweest", zegt hij. Maar de bordjes For Sale in de voortuintjes spreken andere taal. In iedere straat staan er minstens twee. "Klopt", zucht Roney. "Steeds meer Britten trekken ook hier weg."

Roney was jarenlang Labour-gemeenteraadslid in Oldham, waar de partij van Tony Blair al veertig jaar een meerderheid heeft. Enkele jaren geleden schakelde hij over op de Green Party, waarvan hij nu de coördinator is voor zijn stad. De groene partij heeft geen macht in Oldham, maar Roneys geweten is gerust. "Labour heeft nooit de moeite gedaan om de verschillende gemeenschappen met elkaar te verzoenen. Wij proberen dat wel."

Roney weet dat dat makkelijker gezegd is dan gedaan. Een van de grootste oorzaken van de onverdraagzaamheid is de belabberde economische situatie van Oldham. De bloeiende textielindustrie die in de jaren zestig Pakistanen en Bengalezen aantrok, is verdwenen. In de plaats kwam een hoge werkloosheid. Die groeide de afgelopen tien jaar nog meer door de familieherenigingen. "Pakistanen en Bengalezen haalden hun broers, neven en ooms naar hier, waardoor de blanken riepen dat hun banen werden afgepakt." Roney haalt grimmig zijn schouders op. "Welke banen?"

De rellen gebeurden vlak voor de verkiezingen van 2001. In één klap haalde de BNP in Oldham 16 procent van de stemmen. Maar extreem-rechts heeft de gelegenheid om Oldham te veroveren, niet kunnen waarmaken. Wat scheldpartijen in de gemeenteraad en gestook in de blanke wijken, meer kwam er niet. Roney: "Een kwestie van geluk. Had de partij enkele goede politici gehad, dan waren de gevolgen rampzalig geweest voor deze stad. In 2001 waren ze nog de derde partij in deze stad, nu zijn ze gezakt naar een vierde plaats."

Na de rellen van 2001 zijn er geen incidenten meer geweest in Glodwick. Een aantal van de opgepakte onruststokers zit nog in de cel en alles lijkt zoals vroeger, vóór 2001. Maar onderhuids broeit het. Een veiligheidscamera pal in het midden van een klein parkje houdt de inwoners in het oog. En ook de drugsdealers. Naast een Take Away geven Pakistaanse jongeren hun joint door aan elkaar. Even verder stopt een auto, een jongen stapt er naartoe en aan het autoraam wordt iets gegeven en iets gekregen. Bliksemsnel verdwijnt alles in de zakken. Blinkende auto's met grote spoilers en zwaar bonkende muziek rijden in de straat langzaam voorbij. Arm nonchalant uit het autoraam, een houding van wie-doet-mij-iets. Niemand doet hen iets, klagen veel inwoners in de wijk. De politie vertoont zich hier amper, de andere Pakistanen durven niets te ondernemen.

David Roney is een van de weinige blanken die af en toe in Glodwick komen. Maar enkel om kebab te gaan kopen bij Mister Ali. 's Avonds waagt hij zich niet in de wijk. "Je moet geen problemen zoeken als ze zich niet voordoen. Oldham blijft een tijdbom die op ontploffen staat."

De schrik voor de 'kut-Pakistaantjes' zit er al jaren goed in bij de blanke bevolking van Oldham. Jackie (35) loopt hele blokken om zodat ze hen niet tegenkomt. De enkele keren dat ze toch in Glodwick moest zijn, werd de vrouw uitgescholden. "'You're a white bitch. Jij verdient goed geld en wij willen je d'r uit.' Dat soort taal krijg ik dan te horen", vertelt ze in haar pub Live and let live, die net buiten Glodwick ligt. "Daar ben ik ondertussen aan gewend. Erger is dat ik bedreigd word en dat er stenen naar mij worden gegooid. Zomaar, omdat ik het ben."

De mollige blondine duwt vermoeid haar haren uit haar gezicht. Haar pub sierde na de rellen veel voorpagina's. Niet alleen vanwege de vreedzame naam, maar ook omdat net hier de Pakistaanse jongens binnenvielen en alles aan diggelen sloegen. Asbakken vlogen in het rond, barkrukken werden vernield. "Ze dachten dat zich hier BNP'ers schuilhielden", vertelt Jackie verontwaardigd. "Dat zou ik nooit toelaten. BNP, dat is crap, uitschot. Dit is een gemengde pub. Hier komen Pakistanen, Afrikanen en Britten. Ik heb met niemand problemen, ken die gasten allemaal goed. Maar het zijn die jonge Pakistanen die de sfeer om zeep helpen. Dat superioriteitsgevoel van hen! Racisme, roepen ze onmiddellijk als een blanke iets tegen hen durft te zeggen. Maar juist zij zijn racistisch als wij door hun wijk lopen."

Enkele barkrukken verder kucht een man veelbetekenend. "Ze zouden de legerdienst opnieuw moeten invoeren. Voor iedereen - blanke Britten, Pakistanen, Afrikanen, allemaal. Dan zouden die jongeren wel anders piepen." Peter (50) woont al zijn hele leven in Oldham. Met de oudere Pakistanen heeft hij goede contacten, zegt hij. "Ik heb veel Pakistaanse vrienden. Maar ik vind dat als een van hen een ernstige misdaad pleegt, heel de familie mag teruggestuurd worden naar Pakistan."

Buiten gooien. Michael Howard, leider van de Conservatieven, zou het graag horen. Hij leidt zijn campagne dezer dragen met de belofte van een streng migratiebeleid. "Toch niet", zegt Peter gekwetst. "Ik ben een Labour-man, ik zal donderdag weer voor hen stemmen. Ik weet dat zij de migratie niet in de hand hebben. Maar dat heeft geen van de politici. De Tory's en de BNP zijn racistisch, de liberalen te laks. En zo blijft het probleem maar groeien. Het is nu zo dat we niet met elkaar maar langs elkaar leven. Daar geraak je aan gewend, maar gezellig is het niet."

In zijn winkeltje in Glodwick denkt Mister Ali er het zijne van. "Ik ben in de stad vaak uitgescholden voor filthy Paki, vuile Pakistaan", zegt hij, een stuk vlees in papier wikkelend. "Ik ken veel blanken die mij 'vriend' noemen. Maar geen van hen heeft mij ooit gezegd: Mister Ali, wil je eens op bezoek komen bij mij?"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234