Vrijdag 18/10/2019

Interview

Britt Das (21), dochter van Marleen Merckx: ‘Als ik een man was, zou ik me superschuldig maken aan #MeToo’

'Omdat mijn papa zo'n rare Hollander is die geen blad voor de mond neemt, heb ik niks met doorsnee types. Juist als er bij een jongen een hoek af is, ga ik met hem praten ‘’ Beeld Johan Jacobs

‘Sorry! Sorry!’ roept Britt Das al van ver, wanneer ze rood aangelopen en helemaal verwaaid te laat binnenstormt: ‘Ik kan niet plannen, ik ben één brok chaos en leef niet verantwoord.’ Het interview is nog niet begonnen of de dochter van Marleen Merckx, die u kunt kennen van haar deelname aan het tv-programma Bloed, zweet & luxeproblemen, heeft zichzelf voor ons al even handig samengevat. Ze komt recht van het LUCA Drama, de school waar ze zich van 10 uur ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds helemaal overgeeft aan het enige dat ze wil: spelen, spelen spelen.

Britt Das schuift aan aan tafel. Ik vraag haar of ze iets te eten wil hebben. Britt Das: “Nee, dank je. Ik zak straks voor de tv wel onderuit met een zak M&M’s.”

Ben je van plan iets te doen aan je chaotische trekjes, of heb je die helemaal geaccepteerd?

Das: “Tja, nu ik op mezelf woon, begint het wel lastig te worden. Ik slaap te lang uit waardoor ik niet kan ontbijten voor ik naar school ga, en ik doe mijn boodschappen niet vaak genoeg. Ik besef pas dat mijn koelkast leeg is als ik na school mijn hongerige maag voel, en ga dan maar weer frieten halen.”

Bracht de wanorde je nog niet eerder in de problemen?

Das: “Neen, want tot in het zesde middelbaar smeerde mijn papa mijn boterhammen. Elke ochtend aan de ontbijttafel vroeg hij: ‘En Britt, wat moet er vandaag op?’ Nu kom ik soms heel erg bij omdat ik heel ongezond eet, of val ik als een gek af omdat ik níét eet. En ik eet nooit sla, maar altijd pasta en andere koolhydraten.” (zucht)

Ga je er iets aan doen?

Das: “Eigenlijk heb ik daar te weinig karakter voor. Ik klaag wel dat ik te dik ben, en dan antwoordt mijn vader, een Nederlander, keihard: ‘Verander je eetgewoonten dan!’ Maar dat heb ik er niet voor over. Ik ben ook niet echt ongelukkig over mijn vetrollen. Hoe onrustig ik ook word als ik mijn klasgenoten weer komkommers en tomaten zie eten, terwijl ik mijn tanden zet in een broodje van de Panos, ik vind het probleem niet groot genoeg om mijn verlangen om te zetten in daden. Zij koken ook allemaal elke dag, ik kan dat niet opbrengen... Al dat werk voor iets dat je in tien minuten naar binnen schrokt. Daarin lijk ik op mijn vader, het heeft hem veel moeite gekost om zich daar overheen te zetten. Hij kookt sinds mama naast haar werk voor Thuis echt veel is gaan toneelspelen. Heb je de musical 40-45 al gezien? Daar speelt ze ook in mee.

“Mijn vrienden zijn trouwens ook allemaal vegetariërs, terwijl ik een echte vleeseter ben.”

En dat is tegenwoordig een zonde. Houdt het milieu je bezig?

Das: “Dat is nu iets waarmee ik de laatste paar weken keihard geconfronteerd word: mijn gebrek aan engagement. Ook mijn docenten wijzen me erop. Ik ga confrontaties liever uit de weg. Ik mijd filmpjes van stervende pinguïns en in mijn spel zoek ik de emotie ook liever niet op. Ik speel komisch, meestal typetjes met rare accenten of zo. Ik doe dat heel graag en kom er goed mee weg, maar mijn docenten zeggen vaak: ‘Tof, Britt, maar het blijft allemaal wel heel oppervlakkig. Zoek eens raakpunten in jezelf, probeer je gevoel toe te laten.’ Ik vind dat heel moeilijk. Ik kan niet goed wenen op de scène. In het echte leven doe ik dat ook niet.”

Je houdt niet van confrontatie, zeg je. Waarom ben je die dan toch aangegaan in Bloed, zweet & luxeproblemen, het tv-programma waarin jij en vijf lotgenoten in sweatshops voelden hoe het is om onze luxeproducten te moeten vervaardigen?

Das: “Dat was natuurlijk een zot avontuur! Ik vond het heel zwaar om in korte tijd heel intense banden op te bouwen die je drie dagen later weer moest verbreken. Ik was veel closer met de mensen daar dan met sommige vrienden hier, omdat we samen zoveel meemaakten in korte tijd. Die mensen hadden zo weinig en toch deelden ze álles met ons. En na een paar dagen zeiden wij bedankt en gingen we weer naar onze lekker warme bedjes. Ik kon dat niet aan. Die eerste maand terug in België voelde kut, ik wilde alleen maar terug. Maar toen ik weer naar school moest en met vrienden uitging, belandde ik weer in mijn oude gewoontes. Het is erg, maar ik ben ondanks die intense ervaring geen ander mens geworden.

“We gaan deze zomer wel terug – zonder camera’s, wel te verstaan. We hebben een benefietavond georganiseerd voor Cece Tom York, de man van de cacaoplantage – een spaghettiavond met optredens van de vaders van Marie (Ronny Mosuse, red.) en Zion (Coco Jr., red.). Tom is echt de liefste man ter wereld. Céleste, de dochter van Goedele Liekens, kwam met het idee op de proppen, zij kreeg hem niet uit haar hoofd. We gaan met z’n zessen de opbrengst naar daar brengen en bedenken hoe we met dat geld de plantage beter kunnen laten renderen.”

Betaal je je ticket zelf?

Das: “Ja, met het geld dat ik verdien met mijn weekendbaantje in de humusbar van mijn vroegere babysit.”

Humus? Is dat niet te vegetarisch voor jou?

Das: “Ik sta achter de bar, ik doe de alcohol (lacht). En ik babbel met de klanten.”

Durf je na je ervaring in het naaiatelier in Sri Lanka nog goedkope kleren te kopen?

Das: “Ik draag tegenwoordig veel tweedehands kleren. Vroeger vond ik dat vies: ik leek de mensen die de broek of jas voor mij hadden gedragen te kunnen ruiken. Maar daar ben ik overheen. Vroeger ging ik ook hele dagen shoppen, waarna ik met een hoop zakken van H&M en Bershka thuiskwam. Dat doe ik nu niet meer. Maar ik weet niet of dat uit overtuiging is, of omdat ik er gewoon geen tijd meer voor heb. Dat ik nu veel tweedehands draag, komt eigenlijk vooral doordat er een leuke vintagewinkel op mijn route ligt.”

'Mama en ik houden heel erg veel van elkaar, en we komen ook supergoed overeen. Maar ik ben toch een echt papa's-kindje.’ Beeld Johan Jacobs

Je haalde aan dat je moeite hebt om te huilen als je op de planken staat. Nochtans heb ik je wel een paar keer in tranen gezien in Bloed, zweet & luxeproblemen.

Das: “Aah, dat is ook weer waar! Ik ween om Hollywood-films, puppy’s en kittens. Alles raakt en ontroert mij, maar ik huil niet als het slecht gaat met mezelf. Mijn vader zei vroeger vaak: ‘Of jij bent het gelukkigste kind ter wereld, of je durft je ouders je verdriet niet te tonen.’ Ik heb een enorm hechte band met mijn ouders, voor dagelijkse strubbelingen bel ik hen metéén. Maar als het om intieme problemen gaat, treedt er een verdedigingsmechanisme in werking. Ik weet niet waarom, dat ben ik nu aan het ontdekken.”

Je moeder is wel iemand die heel open en emotioneel durft te zijn.

Das: “Mijn mama is één en al emotie. En papa is verstand, verstand, verstand. Ik vind dat niet simpel. Mijn mama staat zo nauw in contact met haar emoties dat ik soms denk: verman je! Papa probeert dan alles altijd rationeel op te lossen, in plaats van naar haar te luisteren en haar aan te voelen. Ik lijk meer op hem dan op mijn moeder, denk ik.”

Doodsbang

Je vader, die nu met pensioen is, was leraar filosofie. Is die studie voor jou ooit een optie geweest?

Das: “Nee. Mijn vader had die filosofie eigenlijk ook niet nodig: hij is sowieso de slimste man die ik ken. Hij is ook pas op zijn 50ste gaan studeren. Niets aan hem is normaal. Hij is heel eigenzinnig, heeft vroeger heel vaak moeten dubbelen, is aan de universiteit honderd keer van richting veranderd en heeft toen besloten ermee te stoppen. Nadien is hij zijn beste vriend naar België gevolgd, en hier heeft hij mama ontmoet. Zij zat op de toneelschool en hij werkte in een café. Daar is hij blijven werken tot ik geboren ben. Toen kwam hij tot het besluit: ‘Mijn vrouw is een bekende actrice, en ik sta nachten te draaien in een vies, bruin café tussen de zatte mensen. Dit gaat niet meer.’ Vier jaar later is hij met grote onderscheiding afgestudeerd. Ik heb hem vaak gevraagd of hij geen spijt heeft dat hij pas zo laat iets van zijn leven heeft gemaakt, maar hij zegt altijd: ‘Ik heb mijn leukste leven geleid.’

“Mijn ouders zijn heel avontuurlijk, ze hebben veel gereisd. Op een bepaald moment hebben ze alles weggedaan en hebben ze een jaar lang door Afrika getrokken en hebben er stammen bezocht in de brousse.”

Ze hebben allebei geen geijkte paden bewandeld.

Das: “O, neen. Ze hebben allebei ook niks van hun ouders gekregen. Precies daarom hebben ze mij ook zo in de watten gelegd. Mijn moeder verloor haar vader toen ze 4 was en heeft zelf haar studie aan Studio Herman Teirlinck moeten betalen omdat haar moeder het niet eens was met haar keuze voor een theateropleiding.

“Mijn vaders vader was een alcoholist en zijn moeder was alleen maar bezig het gezin recht te houden. Mijn vader zegt van zichzelf dat hij lang heel asociaal was. ‘Mijn leven is pas begonnen toen ik je moeder heb leren kennen,’ zegt hij altijd. Pas bij elkaar vonden ze een thuis.”

Hebben je ouders jou wél aangemoedigd om te leven zoals je zelf wilt?

Das: “Ze zouden het vreselijk hebben gevonden als ik een richting als rechten was gaan volgen. Mijn ouders hebben mij verplicht de toelatingsproef voor de toneelschool te doen. Ik wilde al acteren sinds ik met mijn vader naar Studio Herman Teirlinck ging. Hij gaf daar filosofie, en als hij geen babysit vond, nam hij me gewoon mee. Ik was altijd zo onder de indruk als mijn vader met zweetplekken onder zijn armen het begin van de wereld aan het uitleggen was, en de toen nog onbekende Matteo Simoni, op wie ik heimelijk verliefd was, na de les voor hem applaudisseerde.

“Van mijn 8ste tot mijn 18de heb ik academie gevolgd; mijn toekomst lag vast. Maar toen in het zesde middelbaar de toelatingsproeven naderden, werd ik doodsbang om niet aangenomen te worden. ‘Ik ga niet, ik ga studeren aan de universiteit,’ zei ik. Mijn ouders hebben het been toen stijfgehouden: ‘Britt, dóé die proeven!’ Het was eigenlijk al te laat, op veel plekken kon ik al niet meer terecht. Maar aan LUCA mocht ik in augustus nog langskomen en ik was geslaagd! Ik voelde ook meteen: dit is dé school voor mij. De proef was meer een workshop. Er was geen jury die van achter een tafel zei: ‘Breng uw tekst maar.’ Ze werkten mét je, en sloegen een babbeltje.

“Twee dagen later mocht ik het alsnog op het conservatorium proberen. Daar zaten ze wél met acht achter een tafel. Zij zeiden al snel: ‘We vrezen dat dit niks voor jou is.’ ‘Ik denk het ook niet,’ antwoordde ik.

“Op LUCA voel ik me thuis, ik leer er zoveel en onze klas is ook heel hecht. We weten nu al dat we later samen een collectief gaan beginnen.”

Tranen van trots

Hoe troost jij jezelf als je je slecht voelt?

Das: “Ik troost mezelf niet. Ik onderdruk mijn emoties en zoek meteen mensen en drukte op. Op sociale media zien hoe andere mensen aan het feesten zijn zonder mij, daar word ik ogenblikkelijk ongelukkig van. Ik ben zo fomo (fear of missing out of de vrees om leuke ervaringen te missen, red.) als het maar zijn kan. Ik denk meteen: waarom hebben ze mij niet gevraagd? O, fuck!

'Veel mensen vinden mij een flirterig type. Als ik een man was, zou ik me superschuldig maken aan #MeToo.' Beeld Johan Jacobs

“Ik bedenk het ene rampscenario na het andere. Ik kan niet relativeren. Ik vergroot op zo’n moment het probleem zo hard dat ik uiteindelijk denk: het heeft allemaal geen zin meer. Daarom kan ik niet alleen zijn. Mijn vrienden zeggen al snel: ‘Britt, doe normaal.’ Zij relativeren de zaken voor mij.”

Hoe komt het dat je meteen van het slechtste uitgaat? Ben je op school gepest?

Das: “Neen, ik was eerder de pester. In het tweede leerjaar was ik echt een klein rotkind. Ik ben altijd heel mondig geweest, kreeg altijd iedereen aan mijn zijde en ik zei soms willekeurig: ‘Nee, jij mag vandaag niet meespelen.’ Echt vreselijk. En ik kwam overal mee weg, want ik was graag gezien door alle leerkrachten.”

Waarom deed je dat?

Das: “Macht... Als je veel vriendjes hebt, stijgt het naar je hoofd, hè. En een kind heeft nog geen remmingen of buffers. Kinderen zijn de gemeenste wezens die er zijn. Mijn ouders waren in eerste instantie heel gelukkig dat ik zoveel vriendjes had – het idee dat ik mij als enig kind alleen zou voelen, was voor hen het ergste dat er was. Maar toen ze ontdekten hoe ik met mijn populariteit omging, hebben ze mij keihard op mijn plaats gezet. Nu wil ik in een groep vooral zeker zijn dat iedereen zich goed voelt. Misschien omdat ik me schuldig voel, of omdat ik bang ben dat de kosmos wraak op mij gaat nemen.”

In Moederdag, de VRT-reeks waarin je 24 uur met je moeder optrekt, durfde je niet in een vijver zwemmen omdat je bang was dat er haaien in zaten.

Das: “Hou op! Al mijn vrienden lachen me daarmee uit. Dat klinkt natuurlijk ook ontzettend dom. Iedereen die dat heeft gezien, zal wel gedacht hebben: allee, de dochter van Simonneke, typisch! Maar ik heb een oprechte maar irrationele angst voor haaien – of eerder voor ondoorzichtig water, waarin je niet kunt zien wat er allemaal onder je zwemt. Tot op het einde van de lagere school heb ik me nooit op mijn gemak gevoeld als ik helemaal alleen in een zwembad was. Ik was ervan overtuigd dat ook daar haaien in zaten. Zodra ik mijn benen in het water stak, zag ik die vanuit het standpunt van de haai en hoorde ik: (zingt dreigend) tadum, tadum, tadum…”

Hoe kom je aan die fobie? Te veel Jaws gekeken?

Das: “Ik heb alle haaienfilms gezien die er bestaan. Ik maak mezelf graag bang, ik hou van die adrenaline. Ik krijg zo’n kick van horrorfilms.”

Bizar. Welke filosofische levenslessen gaf je vader jou eigenlijk mee?

Das: “Veel! Al van toen ik heel jong was. Ik denk dat ik amper 8 was toen hij tegen mij zei: ‘De werkelijkheid bestaat niet. Deze tafel hier bestaat niet. Je oog ziet een tafel. Je handen voelen hem. Maar of hij er echt is, daar kun je nooit helemaal zeker van zijn. Hij bestaat alleen maar in jouw verbeelding.’ Ik ben daar als kind wel heel erg van in de war geweest, en wist op een gegeven moment niet meer zeker of mijn ouders wel bestonden.”

Dat verklaart het één en ander. In Moederdag leek je ook veel meer timide dan nu.

Das: “Ja. Mijn moeder en ik houden heel veel van elkaar, maar wisten toen niet goed wat we met elkaar aan moesten. Ik zie mijn mama wel vaak, maar ze werkt ook heel veel. Ik denk dat het de eerste keer in mijn leven was dat ik zoveel tijd alleen met haar heb doorgebracht. Ik kom supergoed met haar overeen, maar ik ben echt een papa’s-kindje. Hij was huisvader en leespapa bij mij op school, hij ging mee zwemles geven, met hem had ik urenlange gesprekken. Al was mama ook erg betrokken bij mijn opvoeding.”

Wat heeft dat gedaan met je manbeeld?

Das: “Ik vertrouw mannen heel snel. Omdat mijn papa zo’n rare Hollander is die geen blad voor de mond neemt, heb ik ook niks met doorsnee types. Juist als er bij een jongen een hoek af is, ga ik met hem praten. Daar moet ik soms wel mee uitkijken.

“Veel mensen vinden mij een flirterig type. Ik ben heel lichamelijk, raak mensen heel snel aan. Ik heb al heel vaak gedacht: als ik een man was, zou ik me superschuldig maken aan #MeToo. Als een jongen vraagt waar hij zich kan omkleden, zal ik meteen roepen: ‘Hier! Uit die kleren!’”

Zijn jongens niet doodsbang van je?

Das: “Neen, want ik ben ook heel uitnodigend. Ik ben tot nu toe wel vooral ‘de goeie vriendin’ van jongens. Een vast vriendje heb ik nog nooit gehad. Ik stel natuurlijk ook wel huizenhoge eisen, vanwege mijn vader naar wie ik zo opkijk. Als ik jongens met hem vergelijk, denk ik al snel: je bent wel tof, maar niet ‘eigen’ genoeg.

“Ik merk dat ik hier op de toneelschool mezelf pas echt leer kennen, en dat vind ik helemaal niet zo leuk. Ik moet mezelf soms echt aanmoedigen: komaan, Britt, dit is nodig.”

'Mijn ouders hebben mij verplicht de toelatingsproef voor de toneelschool te doen. Ze hadden het vreselijk gevonden als ik voor iets als rechten had gekozen '' Beeld VRT

Wat heb je al ontdekt?

Das: “Dat ik een heel Hollandse kant heb. Ik zeg dingen rechtuit en ga ook makkelijk uit de kleren op het toneel. Ik denk dat ik tijdens al mijn toonmomenten al kledingstukken heb uitgetrokken, en de laatste keer heb ik helemaal naakt op de grond gelegen, met vetjes en al. Dik of dun, ik voel me goed in mijn vel. Maar voor ik een monoloog moet spelen, begin ik bijna te wenen van de stress.”

Waar droom je van? Wat zijn je ambities?

Das: “Het woord ambitie heeft voor mij een heel slechte connotatie. Mijn vader heeft mij altijd gezegd: ‘Ambitie is synoniem met over lijken gaan. Familie en vrienden gaan vóór carrière!’ Ik doe nu nooit mee aan castings omdat ik niet wil concurreren met mijn klasgenoten die meedoen.”

Zou je tekenen voor een carrière zoals die van je moeder?

Das: “Natuurlijk. Ze is al jarenlang gelukkig in ‘Thuis’ en haar werkgevers geven haar genoeg ruimte om daarnaast ook nog in het theater te kunnen werken. Heb je haar gezien in ‘De ronde’? Daarin vond ik haar zo goed. Altijd bezig zijn zoals zij, dat wil ik ook. Ze zeggen wel altijd dat een actrice na haar 50ste heeft afgedaan, maar mijn mama is pas vanaf haar 50ste beginnen te boomen. Ze is ook een goeie zakenvrouw, hè: ze regelt dingen die verder alleen influencers voor elkaar krijgen. Daarvoor zal ik nog bij haar in de leer moeten.”

Je moeder zei vroeger: ‘Britt wil wel acteren, maar eigenlijk is ze alleen maar geïnteresseerd in de glamour en de rode lopers.’

Das: “Ik lieg als ik zeg dat ik er als kind niet van genoot om met mama mee te gaan naar premières en af en toe wat mooie spullen te krijgen. Ik weet dat mijn mama lang heeft gedacht dat het me enkel daarom te doen was. Je wilt dat toneelspelen niet oprecht genoeg, zei ze altijd. Maar ik meen het als ik zeg dat spelen nu echt mijn passie is, dat ik niks liever doe. Ik heb mijn ouders gevraagd om naar mijn laatste toonmoment te komen kijken. Dat doe ik alleen maar als ik voor 100 procent sta achter wat ik doe, want ze zijn mijn scherpste critici. Ze zijn gekomen en ik heb hen allebei zien wenen. Ik was zó trots!”

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234