Zaterdag 19/10/2019

british museum confronteert westerse medicatie met wereldwijd bijgeloof in 'Living and Dying'

Het British Museum toont in 'Living and Dying' zijn etnografische topstukken

Van wieg tot graf: 40.000 pillen

Meer dan 14.000 pillen slikken wij in de loop van ons leven, en dat is enkel de medicatie op voorschrift. Het is onze manier om greep te krijgen op leven en dood, om verdriet en onheil op afstand te houden. Grote delen van de wereld denken daar heel anders over. Daar naaien moeders amuletten in de jassen van hun zoontjes, daar gaat het een individu pas goed als het in harmonie met zijn omgeving leeft. Het doktersbriefje versus de dans van de sjamaan: Living and Dying confronteert ze met elkaar.

Londen

Van onze medewerkster

Ingrid Vander Veken

Een vrouw en een man. Zij heeft twee kinderen en lijdt aan overgewicht. Als jonge vrouw nam ze de pil, in de menopauze volgde hormoontherapie. Borstkanker heeft ze overleefd, maar op haar 74ste moest wel haar heup worden vervangen. Inmiddels heeft ze ook suikerziekte gekregen, maar al bij al verkeert ze op haar 82ste in relatief goede gezondheid.

Hij werd als jonge man gekweld door astma en hooikoorts. Op wat spijsverteringsproblemen na had hij verder geen klachten, tot die rugpijn hem halverwege de vijftig parten begon te spelen. Herhaaldelijk heeft hij geprobeerd om te stoppen met roken, maar pas na die ernstige borstinfectie op zijn zeventigste is hem dat ook gelukt. Vanaf zijn 65ste werd hij behandeld voor hoge bloeddruk, tien jaar later kreeg hij een hartaanval, en nog een jaar later stierf hij aan een beroerte. Opmerkelijk detail: het laatste decennium van zijn leven heeft hij evenveel pillen geslikt als in de eerste 66 jaren.

Het medisch dagboek van dat stel start op gelijke voet, met de vaccinaties die elke baby bij zijn geboorte krijgt. Later komen daar de onvermijdelijke dosissen paracetamol en antibiotica bij, tegen pijn en infecties, maar daarnaast schrijven man en vrouw elk hoogst individuele bladzijden.

Hun verhaal is niet echt, maar zou het kunnen zijn. Noem het faction, die vermenging van facts en fiction. Alleen hebben twee Britse vrouwen, Susie Freeman en Liz Lee, van die gefingeerde biografieën geen boek gemaakt, maar een doek. Daarin hebben zij alle pillen, ja zelfs de spuitjes en acupunctuurnaalden, verweven waarmee hun twee personages in de loop van hun bestaan zijn behandeld, maar dan alleen die op voorschrift. Cradle to Grave (Van wieg tot graf) is dertien meter lang en bestaat uit twee stroken van 70 centimeter breed: een voor hem en een voor haar. Elk van die stroken is afgezoomd met kiekjes uit een familiealbum zoals we die allemaal kennen: de kraamkliniek, de huwelijksdag, familiereünies, vakanties...

Susie Freeman is textielkunstenares, Liz Lee een arts die als forensisch specialist verbonden was aan de Metropolitan Police en ook een boek schreef over kanker en stervensbegeleiding. Voor hun beeldmateriaal doen zij een beroep op videokunstenaar David Critchley. Het trio opereert onder de naam Pharmacopeia en is niet aan zijn proefstuk toe. Eerder was er al die oogverblindende bruidsjurk te zien, met als parels 25 jaar anticonceptiva.

Kijk, zegt hun werk, hoe afhankelijk wij zijn geworden van geneesmiddelen. Kijk hoe tweeslachtig we ertegenaan kijken, en hoe achteloos we er niettemin gebruik van maken. Door de manier waarop Cradle to Grave door het British Museum wordt gepresenteerd, wordt die boodschap nog aangescherpt. Het museum verzamelde rond het werk de fraaiste exemplaren van zijn antropologische collectie. Slikken wij pillen zoals andere volkeren geesten bezwoeren? Zijn farmasnoepjes de maskers en de amuletten van onze beschaving en onze tijd?

Overwegend wordt ons westers wereldbeeld bepaald door wetenschap. Bijgevolg hechten wij meer belang aan het fysieke dan aan het niet-materiële. Individueel welzijn wordt dan al snel afgemeten aan wetenschappelijke of geneeskundige aspecten van het lichaam. Living and Dying plaatst een en ander in een ruimer perspectief. Wat wij maken en wat wij doen, wordt ingegeven door wat wij geloven. Wie gelooft in geesten, zal veel van wat ons overkomt toeschrijven aan hun werking. Wie gelooft in (ziekte)kiemen, zal de oorzaak eerder daarin zoeken.

Wat wij met zoveel farmaceutica te lijf gaan, blijken trouwens bekommernissen te zijn van alle tijden en alle culturen. Onwillekeurig schieten je de beelden van de recente sprinkhanenplaag te binnen bij het zien van het gigantische exemplaar van papier-maché dat boven de tentoonstelling zweeft. Het wordt bereden door een skelet dat de hongersnood verbeeldt: want is leven niet in de eerste plaats een kwestie van eten, en eten een kwestie van oogst?

Die sprinkhaan is een van de ruiters van de Apocalyps, een vierkoppige beeldengroep van de Linares-familie, een bekend kunstenaarsgeslacht uit Mexico. Hun werk ligt volledig in de lijn van het Dodenfeest dat daar jaarlijks in alle heftigheid wordt gevierd. De overige ruiters van de groep zijn Oorlog, Epidemie en Dood. Denk: Irak, aids, 2 november, en plots komt een folkloristische traditie verrassend dichtbij.

Onheil wordt overal ter wereld en op alle mogelijke manieren bestreden. In Maleisië en op de Solomon-eilanden worden doden gunstig gestemd met festivals en rituelen, opdat zij op hun beurt de levenden zouden beschermen. Op de Nicobaren, een eilandengroep in de Baai van Bengalen, wordt een houten vertegenwoordiger van de huiseigenaar (kareau) bij de deur gezet om de boze geesten buiten te houden.

Wie wil niet graag een accurate diagnose? In India moeten hybride figuren, zoals een met schubben en puntoren getooide hentakoi, de dokters-priesters helpen om kwelduivels te identificeren en te neutraliseren. In Sri Lanka bepalen rituele dansers aan welke kwaal een patiënt lijdt aan de hand van zijn reactie op achttien verschillende maskers. Alles begint immers bij de juiste diagnose.

Maar ook alledaagse gevaren moeten op afstand worden gehouden. Bij de Turkmeense nomaden in Afghanistan beschermen moeders hun zonen met een tuniek, gemaakt uit zeven stukken van zeven verschillende tenten. Ze versieren hem met belletjes en kraaltjes, veertjes en schelpen, stukjes uit de koran en stof in de vorm van een slang. Om de drager te verzekeren van een lang leven, laten ze de onderkant van de jas onafgewerkt. Dat is meer dan een uiting van moederliefde of bezorgdheid om de kwetsbaarheid van kleine kinderen: die jongens zijn nodig om straks de kuddes te hoeden en nog later om het voortbestaan van de stam te verzekeren.

Het valt trouwens op dat in grote delen van de wereld welzijn niet gezien wordt als een individuele aangelegenheid, maar als een onderdeel van een groter geheel.

Zelfs tot onze hoogst individuele samenleving begint het stilaan door te dringen: mensen zijn gelukkiger en leven langer als ze zich opgenomen weten in een hechte gemeenschap. Gezinnen adopteren grootouders en ministers subsidiëren buurtbarbecues om de verzuring tegen te gaan. In Papoea Nieuw-Guinea hebben de Elema zo hun manier om het sociaal weefsel te versterken. Daar organiseren multiculturele bevolkingsgroepen (tot 113 talen in eenzelfde streek!) festivals die weken, soms zelfs jaren kunnen duren. Op het programma: dans en theater, maar ook de uitwisseling van voedsel en rijkdom. Humor voert de boventoon in de maskers die daartoe worden gemaakt: grappige punthoofden met lange rokken van suikerriet. Lachen is gezond, beseffen ze ook daar.

Maar harmonie met de omgeving beperkt zich niet tot mensen. Lang voor Gaia en Groen! stond bij bepaalde volkeren respect voor dieren en voor de aarde voorop. In de Andes, waar men zowel hevige regens als grote droogte kent, wordt de levenskwaliteit bepaald door de vruchtbaarheid van de bodem. Dus wordt er geofferd aan de aarde, wordt er voor haar gedanst met carnavalsmaskers versierd met slangen. De Noord-Amerikanen, bedreven jagers en vissers, hechten dan weer groot belang aan de verstandhouding met dieren. Zij beschouwen ze als niet-menselijke personen, smeken ze om na het overwinteren terug te keren, versieren jassen van elandenhuid met jachttaferelen, everzwijnstekels en haren.

Welzijn, zoveel mag duidelijk zijn, is veel meer dan de som van ziekten en hun behandeling. Cradle to Grave suggereert het aan de hand van de fotoband, waarin allerlei andere gebeurtenissen uit een menselijk bestaan aan bod komen. Al wat rond dat kernstuk van de expositie is opgesteld, illustreert het nog eens overvloedig.

Jazeker, wij hebben pillen voor alles en nog wat. Wij regelen er ons humeur mee en onze kwalen, onze potentie en onze vruchtbaarheid, ons leven en zelfs onze dood. Maar hebben we dat inderdaad allemaal onder de knie of geloven we dat alleen maar al te graag? Voelen we ons ook niet een stukje veiliger met pillen in de buurt, net zoals andere volkeren met een duivelsmasker of een voorvaderbeeld? Oog in oog met je eigen meterslange consumptie kun je niet om dat soort vragen heen.

Het British Museum toont in Living and Dying zijn etnografische topstukken, in afwachting dat ook de rest van de collectie terugkeert naar het hoofdhuis in Bloomsbury. In de glazen vitrines pronken kostbaarheden van over de hele wereld, die ergens op het pad van leven naar dood een rol hebben gespeeld. Je zou er haast bij vergeten dat, waar wij nu met zoveel bewondering naar kijken, oorspronkelijk geen kunstobjecten waren maar gebruiksvoorwerpen. Net zoals die talloze banale pilletjes, die ons zo vertrouwd zijn maar nu dankzij Pharmacopeia op hun beurt een beetje kunst worden.

Living and Dying is opgesteld in de gloednieuwe Wellcome Trust Gallery, in het centrale gedeelte van het British Museum. De Wellcome Trust, genoemd naar zijn stichter Sir Henry Wellcome, is een onafhankelijk liefdadigheidsfonds voor research ter verbetering van het welzijn van mensen en dieren. In 1998 wonnen Susie Freeman en Liz Lee de Wellcome Trust Sciart Award, die hen in staat stelde hun werk verder te ontwikkelen.

In de Wellcome Trust Gallery zullen in de toekomst langlopende tentoonstellingen worden gehouden over uitdagingen waar mensen overal ter wereld voor staan, los van hun culturele achtergrond. Living and Dying, de eerste in de reeks, blijft zeven jaar op de agenda staan.

Za-wo 10-17.30 uur, do-vrij 10-20.30 uur. Toegang gratis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234