Woensdag 03/06/2020

RecensieBoeken

Brijs ontpopt zich als een ijverige notulist van de natuur ★★★☆☆

Beeld Diego Franssens

Stefan Brijs plooit zich terug op de natuur. In zijn seizoenendagboek Berichten uit de vallei registreert hij vanuit zijn Spaanse schrijfhonk nauwgezet de omliggende flora en fauna. Maar hij slaat ook alarm over de toenemende menselijke greep op het Andalusische landschap.

Het natuurboek floreert. Nu we in coronatijden verwoed de buitenlucht omarmen en nabije parken en natuurgebieden exploreren alsof we nooit anders hebben gedaan, piekt de leeshonger rondom flora en fauna. Toch is het al langer een trend in de boekhandel, gevoed vanuit een rijke Angelsaksische traditie met Robert Macfarlane (De oude wegen), de schrijvende schaapsherder James Rebanks of de herontdekking van Wanderlust van Rebecca Solnit.

Ook in Nederland floreren literaire getinte ornithologische boeken als nooit tevoren, met Kester Freriks als een van de vaandeldragers. ‘Het natuurboek is een rustpunt voor de dolende ziel. Een strohalm voor de wanhoop’, schreef Jean-Pierre Geelen over het fenomeen ooit in de Volkskrant.

Sinds Stefan Brijs zich in 2014 in het dorpje Cutar nabij Malaga (Andalusië) vestigde, is ook hij voor de bijl gegaan als ‘natuurschrijver’. Vooral wanneer hij vrijaf neemt van zijn werk als romancier. In 2017 resulteerde dat in Andalusisch logboek, een doortimmerd reisboek waarin hij alle hebbelijkheden en onhebbelijkheden van zijn Spaanse streek omarmde. Brijs’ toenemend oog voor de ornithologische weelde viel toen al op. Verrekijker en vogelgids lagen steeds vaker binnen handbereik.

Deze nieuwe passie mondt nu uit in Berichten uit de vallei, dat feitelijk een tweeluik vormt met Andalusisch logboek. Goed voor nauwgezette, wat ingehouden observaties op het ritme van de vier seizoenen.

Er valt meer te bespeuren dan je denkt, betoogt Brijs vanuit zijn ‘schrijfhut’ en bergflank van 350 meter hoog. Hij pronkt met het glorieuze uitzicht op een weidse vallei, akkers, stukken braakland, olijfgaarden, een rotsmassief en een grijsachtige bergketen. Maar vooral uitbundig veel vogels en dieren én af en toe een mens: ‘een gierzwaluw die voorbij suist, een hagedis die op een steen in de zon zijn koude bloed opwarmt, een boer die egt, leeuweriken die uit de lucht vallen, een bidsprinkhaan die doodstil op een prooi wacht en negen weesgegroetjes en een onzevader later een onoplettende vlieg verschalkt.’

Brijs ontpopt zich als een ijverige notulist van de natuur. Soms lijkt het alsof je door een vogel- en insectenencyclopedie bladert, zij het zonder de plaatjes. Gierzwaluwen, putters, zwartkoppen, oehoes, steenuilen, torenvalken en roodkopklauwieren passeren de revue, maar ook de blauwzwarte houtbij, flamingo’s of de doodshoofdvlinder, wat hem meteen aan een roman van Jan Wolkers doet denken.

Avocadoplantage

Het klopt wat Brijs schrijft: ‘Door een plant of een dier te benoemen kweek je er een band mee. Automatisch krijg je er ook meer waardering voor.’ Brijs mijmert over zijn gewoonte om aan dieren menselijke trekken en emoties toe te kennen. Hilarisch is een klopjacht op hooiwagens, samen met de Nederlandse specialist Hay Wijnhoven. We weten voorgoed dat we de hoogpotigen niet met spinnen mogen verwarren. Regelmatig exploreert Brijs andere natuurgebieden, zoals een broedplaats voor bijeneters of de bron van de Guadalhorce. Aan alles merk je hoezeer hij deze regio in zijn hart heeft gesloten.

Weliswaar kijkt Brijs met ‘verwondering maar niet meer met naïviteit’ naar dit decor. Dit landschap wordt immers ferm bedreigd. Door onachtzaam winstbejag, zeker nu armoede en droogte de regio stevig teisteren. ‘Turend ontwaarde ik graafmachines en bulldozers, die de hele noordkant van de heuvel – meerdere hectaren – hadden kaal geschraapt en er terrassen voor een avocadoplantage hadden aangelegd zonder dat ik er wat van had gemerkt. Ik voelde een steek in mijn hart (…).’

Uitgestrekte graanakkers en uniforme olijfplantages, waar andere planten of struiken het onderspit delven, verdrijven langzaam de vogels. Meermaals plaatst Brijs een cri de coeur. En dan zijn er vraatzuchtige insecten zoals de oprukkende agavesnuitkever. “Als God bestaat, ziet het ernaar uit dat hij zijn plagen opnieuw op de mensheid loslaat om haar te straffen voor haar blinde verniel- en vraatzucht.’ Eén keer komt ook corona in combinatie met vleermuizen al ter sprake.

In Berichten uit de vallei komt de ervaren natuurliefhebber volop aan zijn trekken. Maar Brijs koestert zich te zeer in de veilige rol van registrator. Dat schept afstand met de lezer. Want wat richt dat Spaanse kluizenaarschap met hemzelf aan, hoe beïnvloedt het zijn schrijverschap? Daar had je meer willen over lezen. Jammer ook dat niet is gedacht aan enige welgemikte illustraties, foto’s of kaartjes. Een gemiste kans om dit detailrijke natuurlogboek grandeur te geven. 

Stefan Brijs, 'Berichten uit de vallei', Atlas/Contact, 189 p., 21,99 euro.Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234