Maandag 24/01/2022

Brieven uit Brussel: Eéntalig in een anderstalige omgeving

null Beeld Bas Bogaerts
Beeld Bas Bogaerts

Het regent negatieve berichten over de Brusselse jeugd. Alsof in Brussel maar één soort jongere bestaat. De Morgen en politiek filosoof Bleri Lleshi lanceren daarom 'Brieven uit Brussel'. Elke donderdag, tien weken lang, laten we Brusselse jongeren aan het woord. Vandaag is het de beurt aan Brusselaar Jan Brumagne (22). Hij heeft politieke wetenschappen gestudeerd aan de ULB en volgt nu rechten aan de VUB.

OPINIE

"Oh, mais il n'y a pas de soucis". Een zeer doordeweekse uitspraak in onze hoofdstad. Vrij vertaald: "Maak u maar geen zorgen, het is geen enkel probleem". Ik maak mij nochtans wel zorgen. Ik moet met schaamte toegeven dat ik tot enkele jaren terug hiervan zelf geen weet had. Eigenlijk wel straf als je weet dat ik mijn hele leven lang al in een stad woon waar Frans nu eenmaal de omgangstaal is.

Tot mijn 18e levensjaar was mijn leefwereld anders quasi-ééntalig: Nederlandstalige school, Nederlandstalige vrienden, Nederlandstalige media, Nederlandstalige jeugdbeweging, ... . Quasi-ééntalig, want Frans loerde altijd om de hoek. Al was het nu op de metro, in de snackbar of op school met anderstalige kinderen. Meestal stond ik met de mond vol tanden. Hooguit wat dingen te stamelen. Het ontbrak mij enorm aan zelfzekerheid op dat vlak. Zoals bij vele jongeren gebeurde het weliswaar dat Franse woorden ingang vonden in mijn dagelijkse taalgebruik (Want in Bxl is het te à l'aise, het is hier tout bien, quoi!) maar je kan best begrijpen dat dit moeilijk een grote verbetering van mijn taalvaardigheden was te noemen.

Ik besloot om politieke wetenschappen te studeren aan de Université Libre de Bruxelles (ULB). Drie jaar later is mijn Frans geweldig verbeterd. Ik heb eindelijk het gevoel dat ik écht met mijn omgeving kan communiceren. Perfect tweetalig was (en ben) ik wel niet, maar mijn schroom is weggesmolten. Verder was het ook een ongelooflijke eyeopener: er ging een nieuwe wereld voor mij open. Een wereld waar Nederlands op het eerste gezicht geen grote plaats is toebedeeld. Hoe meer ik met mensen praatte hoe meer ik echter een vertrouwd signaal begon op te vangen. Veel Franstalige - ook heel wat Brusselse - studenten zitten immers met een gelijkaardig probleem. Ze kennen wel wat Nederlands hoor, maar als het er op aan komt kunnen en - vooral - durven ze niet. Aan goede wil ontbreekt het hen allesbehalve.

Mooie woorden alleen maken het weer natuurlijk niet. Aan de zuidkant van de taalgrens heeft men dat in politieke kringen beseft en is men al een tijdje bezig met een inhaalbeweging. Sinds enkele jaren worden er in honderden Waalse scholen immersieprogramma's voorzien. In dit taalbad krijgen de leerlingen een - soms zelfs groot - deel van hun lessen in het Nederlands. Aantal zulke initiatieven in Vlaanderen? Nul. Recente alarmerende cijfers over de dalende kennis van het Frans bij de Vlaamse jeugd wijzen er op dat dit nochtans niet zo'n slecht idee zou zijn.

In Brussel zijn er in het hoger onderwijs al wat contacten te noteren. Tussen de VUB en de ULB zijn er de laatste jaren bijvoorbeeld veel uitwisselingen tot stand gekomen. Zo kan je als student politieke wetenschappen kiezen om enkele vakken te volgen in de naburige universiteit. Deze eerbare poging terzijde is het in het enige tweetalige gewest van ons land zéér bedroevend gesteld.

Dit wil natuurlijk niet zeggen dat er alleen maar eentalige mensen in onze hoofdstad rondlopen. Kijk naar sommige kinderen met een anderstalige achtergrond. Eén van mijn beste vrienden, een talenknobbel van Marokkaans-Tunesische afkomst, was perfect vijftalig aan het einde van het middelbaar. Dat zo'n opvoeding een garantie tot succes kan zijn wordt in de feiten bevestigd. Kijk maar naar Vincent Kompany, een rasechte ket: in perfecte tweetaligheid voert hij onze Rode Duivels aan.

Maar voorlopig zijn en blijven deze mensen uitzonderingen in wat officieel een tweetalig gebied is. Volgens mij draagt het huidige onderwijssysteem in Brussel, gebaseerd op twee aparte eentalige gemeenschappen, hiervoor een bijzonder grote verantwoordelijkheid. Onderwijs alleen kan dit probleem natuurlijk niet oplossen, maar men mag de belangrijke vormende functie van scholen niet uit het oog verliezen. Zij bereiden kinderen en jongeren voor op hun toekomst in een welbepaalde omgeving. Brusselse scholen falen hier deels door de jeugd een eentalige spiegel voor te houden. Terwijl je echt niet achttien moet zijn om te beseffen dat, als je in de omgeving van Brussel wilt blijven wonen, je hoe dan ook geconfronteerd wordt met Frans én Nederlands. In Vlaanderen en Wallonië werkt zo'n eentalige logica misschien nog wel maar in de Brusselse samenleving werkt dit problemen in de hand.

Talenkennis is en blijft een enorme troef en dat hoef ik niemand in dit land uit te leggen. Elke dag opnieuw ervaar ik er zelf de voordelen van. Mijn pleidooi alleen zal wellicht niet veel veranderen maar ik hoop aan de bevolking en haar verkozen politici toch deze boodschap over te maken: durf te investeren in een tweetalig Brussels onderwijs. En houd vooral op met deze ronduit absurde situatie te bestendigen waarvan veel Brusselse kinderen het slachtoffer zijn en, als er niets verandert, zullen blijven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234