Donderdag 04/03/2021

Brief van een Franstalige aan het FDF

'Het Franstalige nationalisme is niet minder pervers dan het Vlaamse, het Waalse... of het Belgische'

Veel Franstalige politici spelen graag martelaar. Ze stellen het voor alsof er twee kampen zijn: aan de ene kant de 'boze Vlaamse nationalisten', aan de andere de 'brave Franstaligen die voortdurend aangevallen worden'. Dat schema is simplistisch. En leugenachtig. Ook de Franstaligen hebben hun extremisten. Op communautair vlak is het FDF een extremistische partij. Als Franstalig inwoner van Wezembeek-Oppem weiger ik het FDF in mijn naam te laten spreken.

Het FDF heeft besloten een grote campagne te starten om de Franstaligen van de Brusselse randgemeenten te sensibiliseren. De militanten zullen naar de mensen toe gaan. Ze zullen ongetwijfeld ook bij mij aanbellen. Ze zullen niet welkom zijn. Als antinationalist voel ik mij aangevallen door het Franstalige nationalisme van het FDF. De partij wil mij ronselen voor een grote Franstalige kruistocht van 'verzet tegen Vlaanderen'. Die kruistocht interesseert mij niet.

Ik spreek dan wel dezelfde taal als de activisten van het FDF, maar verder heb ik niets met hen gemeen.

Ik woon nog maar enkele maanden in Wezembeek en spreek nog geen Nederlands. Ik vind het echter normaal dat ik de taal leer van de streek waar ik woon. Anderzijds denk ik dat de Vlaamse regering er verkeerd aan doet de faciliteiten zo beperkt te interpreteren. De faciliteiten zijn verankerd in de grondwet, als resultaat van een evenwichtig compromis. In ruil voor de faciliteiten werd de taalgrens definitief vastgelegd en werd Brussel beperkt tot de negentien gemeenten. De faciliteiten hinderen niemand. Ze vormen zelfs een pluspunt voor de democratie. Ze symboliseren de Vlaamse geest van verdraagzaamheid en openheid. Het imago van Vlaanderen in het buitenland zou erbij winnen als de hele Vlaamse politieke klasse zou aanvaarden zich aan haar woord te houden.

De reacties van sommige Franstalige mandatarissen op de brief van Peeters zijn overdreven. Soms zijn ze onfatsoenlijk. Sommige Franstaligen beschuldigen de Vlaamse overheid van 'etnische zuivering'. Alleen maar omdat de Franstaligen een formulier zouden moeten invullen om hun documenten in het Frans te ontvangen? Dat is buitensporig. Vooral het FDF glijdt vaak af in echte wartaal. Georges Clerfayt, de gewezen voorzitter, was de eerste die Vlaanderen beschuldigde van een "logica van etnische zuivering". Dat gebeurde op 21 december 1995, in een column in Le Soir met de titel 'Vlaanderen über alles?' Zo'n bewering is onaanvaardbaar. Zo'n kop is schandelijk. Dezelfde Clerfayt heeft Vlaanderen er ooit van beschuldigd "een nieuw Bosnisch Servië te worden, op een zachte, homeopathische manier". Waarna hij besloot dat men "de tanden van de Vlaamse leeuw moet breken" en "de fascistoïde nationalistische doctrine" die de Franstaligen van de randgemeenten bedreigt, moest terugdringen. Ik woon in de Rand en voel mij door niemand bedreigd - behalve door enkele tientallen Blok'ers, meestal uit Antwerpen, die soms naar mijn gemeente afzakken. Zij zijn echte fascisten. We moeten hen allen samen bestrijden, Franstaligen en Nederlandstaligen. Net zoals we allen samen de Franstalige fascisten van het Front National en Agir moeten bestrijden.

Het FDF is natuurlijk een democratische partij. Het is ondraaglijk dat sommige Vlamingen het met het Vlaams Blok vergelijken. Op linguïstisch terrein is het FDF echter extremistisch. Hun officiële doctrine luidt: 'Brussel behoort tot de Franse natie'. In het begin van 1996 voerde 'Bruxelles français', een satelliet van het FDF, een campagne met als thema: 'Brussel zal nooit de hoofdstad van Vlaanderen zijn'. Het FDF droomt ervan Brussel te besturen zonder de Vlamingen.

Het Franstalige nationalisme van de partij is hatelijk. 'Bruxelles français' is een slogan die mijn Vlaamse vrienden terecht schokt. En die ook veel Franstaligen schokt. Brussel is immers niet alleen een Franstalige stad. Het is ook een stuk van Vlaanderen, van Europa, van de Maghreb, van Afrika... een multiculturele stad, weliswaar met een Franstalige meerderheid, maar waar het voor iedereen goed leven moet zijn.

Wanneer een Franstalige vriend uit de Rand, iemand die van het OCMW leeft, mij vertelt dat hij bang is omdat hij door de brief van Martens formulieren in het Nederlands zal moeten invullen - hij kan het amper in het Frans - ben ik triest en geschokt. Hoe kunnen partijen zoals de SP en de CVP, die zich sociaal noemen, zoiets accepteren? Wanneer een Vlaamse vriend vertelt dat hij in een Brussels ziekenhuis niet in zijn eigen taal terechtkan, ben ik net zo triest en geschokt. En ik zeg tegen mezelf dat de domheid geen grenzen kent. Nationalisme leidt altijd tot excessen. Het Franstalige nationalisme is niet minder pervers dan het Vlaamse, het Waalse... of het Belgische.

Vlaamse vrienden, denk niet dat alle Franstaligen applaudisseren voor het geraas van het FDF. Het FDF spreekt vaak anti-Vlaamse taal. Net zoals de Volksunie vaak anti-Franse taal spreekt. Ik wantrouw brandstichters, het geeft niet welke taal ze spreken. Ik laat ze liever niet met lucifers spelen.

Vlaamse vrienden, laten wij elk in onze gemeenschap de nationalistische excessen bestrijden. Als Franstalige wil ik het voorbeeld geven, door de fouten van het FDF aan te klagen. Heren van het FDF, ik ben Franstalig maar ik hoor niet tot uw kamp. Als u bij mij aanbelt, in Wezembeek-Oppem, in Vlaanderen, zal ik niet openmaken. U bent niet welkom.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234