Zondag 04/12/2022

Brel hield niet van bourgeois. En vice versa

Geen Vlaamse centen voor de restauratie boot Jacques Brel

Er werd drie jaar naar gezocht, er werd 20.000 kilometer voor gereisd. De broers Piet en Staf Wittevrongel schoten 60.000 euro voor om het wrak van de Askoy II uit Nieuw-Zeeland terug te halen naar Blankenberge. Vlaanderen beloofde financiële steun, maar deze week hakte minister Geert Bourgeois (N-VA) de knoop door: de boot van Jacques Brel behoort níét tot het Vlaams cultureel erfgoed en er komen geen subsidies. ‘Vlaanderen zit nog altijd in zijn maag met ‘Les Flamandes’.’door Douglas De Coninck

De meest uitbundige versie van Jacques Brel is volgens kenners te zien in het videoclipje van het pas na zijn dood uitgebrachte ‘La Cathédrale’. Op de beelden zie je Brel in de periode tussen 1974 en 1976, de jaren waarin hij net heeft leren zeilen en met zijn nieuwe levensgezellin Maddly Bamy uit de dagelijkse ratrace is gestapt. Hij heeft van de Antwerpse architect Hugo Van Kuyck een jacht gekocht, de Askoy II. Het schip, 20 meter lang en 5 meter breed, is in 1960 naar een ontwerp van Raymond Derkinderen gebouwd op de scheepswerf Vandevoorde.“Ik heb Brel in die tijd een paar keer ontmoet in de zeilmakerij van mijn vader”, zegt Piet Wittevrongel, gemeenteraadslid met de eigen lijst Dwars in Blankenberge en mediafenomeen. “Ik was 21 toen, we zaten nog volop in de hippietijd en hij werd in Vlaanderen door veel mensen veracht vanwege het lied ‘Les Flamandes’. (lacht) Hij was een volksverrader, hij had het Vlaamse volk een kaakslag toegebracht. Er is één gesprek dat ik me herinner, ik als jong broekje, toen ik hem pas leerde kennen. ‘Ik voel me Belg noch Vlaming, ik ben van de wereld’, zei ik. ‘Dan gaan we goed met elkaar kunnen opschieten’, zei hij.”

Jacques Brel reisde in 1974 met de Askoy II naar zijn persoonlijke paradijs: Hiva Oa, een van de Marquesaseilanden in Frans-Polynesië. Veel tijd in dat paradijs zou hem niet meer worden gegund. In datzelfde jaar werd longkanker vastgesteld. Brel zou er in 1978 zijn graf krijgen, slechts enkele voetstappen verwijderd van dat van schilder Paul Gauguin.“Het idee ontstond toen ik in 2003 samen met mijn broer in Brussel de tentoonstelling ‘Le droit de rever’ bezocht naar aanleiding van de vijfentwintigste verjaardag van zijn dood”, zegt Wittevrongel. “Staf en ik hadden allebei hetzelfde gevoel. Alle sporen naar Maddly Bamy, die we in die periode ook hebben gekend, was door de familie en door de Fondation Jacques Brel uit de geschiedschrijving weg gecensureerd. Ergens is het natuurlijk te begrijpen. Hij had zijn vrouw en zijn drie kinderen voor haar in de steek gelaten, maar het blijft wel geschiedvervalsing. Het is alsof de man zoals wij die hebben gekend achteraf zijn bestaansreden is ontnomen. We reden terug naar huis en zaten opeens allebei met dezelfde vraag: wat zou er gebeurd zijn met zijn boot?”Op Hiva Oa had Brel ook zijn eigen vliegtuigje, de ‘Jojo’. Het toestel is gerestaureerd en staat als pronkstuk uitgestald als toeristisch curiosum naast het plaatselijke Espace Jacques Brel. Wat kon in Frans-Polynesië, waar Brel de laatste jaren van zijn leven sleet, moest ook kunnen in zijn geboorteland, vonden de broers. “We hebben de vraag allereerst gesteld aan de familie”, zegt Piet Wittevrongel. “Al wat zij ons konden vertellen, was dat de Askoy ergens in de jaren negentig was gezonken voor de kust van Nieuw-Zeeland.”Brel bleek zijn jacht in 1976 al te hebben verkocht aan de Amerikaanse Cathy Cleveland. Zij zeilde ermee naar Hawaï en verkocht de boot aan ene Harlow Jones, die er een vissersproject mee begon. Het schip werd daarna doorverkocht aan een Duitse drugsmokkelaar, die werd gesnapt op de Fiji-eilanden. Het vaartuig werd daar in beslag genomen door de autoriteiten om in 1993 openbaar onder de hamer te gaan. De nieuwe eigenaar werd Lindsay Wright, een maritiem journalist uit Nieuw-Zeeland. Hij zeilde met de Askoy II naar zijn thuisland, kwam in een storm terecht en strandde uiteindelijk op Baylys Beach op de noordwestkust. “Dat klonk dus allemaal vrij hopeloos”, zegt Wittevrongel. “Maar als je eenmaal aan zoiets begint, laat je zo snel niet meer los. De boot lag zo ver van ons weg als mogelijk: ongeveer 20.000 kilometer, de halve aardomtrek. Toch zijn we voor de zekerheid naar daar gereisd. Je weet nooit.”

Er viel een lange stilte toen de broers in 2007 op het strand van Dargaville naar het verroeste metaal staarden. Hier lag het, wat eens een boot was geweest. De boot waarvoor de zeilen in hun ouderlijke woning waren vervaardigd, de boot van Jacques Brel. “Het was een heftig moment. Na drieëndertig jaar konden we hem weer aanraken. Wij oud en grijs, hij toch wel erg verroest. Je geraakte er wel enkel bij als het eb was. Bij hoog water zag je hem niet eens meer.”De broers begonnen te meten. Wat telde, wisten ze, was de plaatdikte van het staal. Destijds was staal van Siemens-Martin gebruikt, de beste kwaliteit. Het is een staalsoort met veel koolstof, die normaal gezien alleen aan de buitenkant veeleer oppervlakkig roest. Zou het dertien jaar geklots van golven kunnen hebben overleefd? “Aan de plaatdikte was gewoonweg niks veranderd”, zegt Piet Wittevrongel. “Het moest mogelijk zijn om de romp uit het zand op te tillen.”Op 19 december 2007 was het zover. Na drie mislukte pogingen kregen lokale bergers beweging in het doorroeste karkas. De Wittevrongels konden het zich inmiddels al bijna niet meer veroorloven om te mislukken. Een ploeg van Woestijnvis volgde de hele onderneming dag op dag voor een aflevering van Een simpel plan. Er was ook de vzw Save Askoy II opgericht, en er waren sponsors aangetrokken. De grote kost, tot op dat punt, was het bergen en het overbrengen van de romp naar de haven van Auckland: 48.500 euro.“Ik heb intussen uit eigen zak voor zo’n 60.000 euro kosten gemaakt”, zegt Piet Wittevrongel. “Maar geen erg, men zei ons dat we een restauratiedossier konden indienen bij de dienst erfgoed van de Vlaamse regering. Dat zou ons recht geven op 80 procent van de restauratiekosten. In afwachting schiet ik alles zelf voor en hebben we het geluk dat er hier en daar ook bedrijfsleiders zijn met een hart voor Brel.”Bij de rederij Oriental Ocean Container Line werd een Brelfan gevonden die het wist te regelen dat de Askoy II gratis aan boord werd gehesen voor een reis Auckland-Antwerpen. De boot werd van daaruit medio 2008 naar Blankenberge verscheept. Het lokale gemeentebestuur zag wel wat in de thuiskomst van het jacht en zag de toeristen al bij miljoenen van heinde en verre komen. Er werd een erf gepland, de Maritieme Site, waar de boot zou worden gerestaureerd. “We hebben de romp allereerst laten zandstralen”, zegt Wittevrongel. “We hebben ook een beschermingslaag gelegd zodat geen verdere slijtage kan optreden. Ik heb dat allemaal uit eigen zak betaald, 7.500 euro. We werden na de uitzending van Een simpel plan bedolven onder de felicitaties en aanbiedingen. We konden de boot tentoonstellen op de Boat Show in Gent, en op Oostende voor Anker. En dat is allemaal wel leuk, maar het idee is dat we het gaan restaureren. De totale kosten worden geschat op 750.000 euro. Dan wil je eerst wat financiële garanties, voor je eraan begint.”Deze week viel het verdict. Vlaams minister van Toerisme Geert Bourgeois (N-VA) laat weten dat de Askoy II niet kan worden beschouwd als Vlaams cultureel erfgoed. “Het decreet op het beschermen van vaartuigen zegt dat een erkenning enkel kan als het schip nog vaart”, zegt Bert Maertens, woordvoerder van minister Bourgeois. “Voor zover wij het kunnen beoordelen, hebben we hier enkel een romp, niet iets wat kan varen. Je kunt hier niet spreken van restauratie, hooguit van reconstructie. Er was trouwens een negatief advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. Ja, dan kun je niet verder.”

In 2000 en 2002 werden tijdens de bouw van het Deurganckdok nabij Doel de wrakken gevonden van twee laatmiddeleeuwse koggen. Op de locatie moet er ooit een vaargeul zijn geweest die is verzand. Een kog was een vrachtschip dat vanaf de dertiende eeuw werd ingezet voor het transport van handelsgoederen tussen de steden langs de Noord- en Oostzee. De koggen dateerden vermoedelijk van halfweg de veertiende eeuw. Op 15 oktober van vorig jaar kondigde minister Bourgeois aan dat hij via het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed 2 miljoen euro uittrekt voor het restaureren en conserveren van de twee koggen.“Dat is absoluut nodig”, zegt Piet Wittevrongel. “Die koggen behoren onmiskenbaar tot ons historisch erfgoed. Ik snap alleen niet goed hoe men het argument van ‘kunnen varen’ nu eens wel en nu eens niet toepast.”Desgevraagd moet woordvoerder Bert Maertens erkennen dat het nooit de bedoeling is geweest, en ook nooit zal zijn, om de dubbele rij planken uit de veertiende eeuw ooit te water te laten. “Maar de situatie is voor beide projecten anders”, zegt Maertens. “Die twee koggen waren een archeologische vondst, de minister heeft daar een aparte alocatie voor voorzien. Wij vinden dat de broers-Wittevrongel prachtig werk verrichten, alle respect. Maar wij geloven niet dat deze boot ooit nog zal kunnen varen. We willen het project wel steunen en dat is de reden waarom de minister vorig jaar 70.000 euro op de begroting vrijmaakte voor de Askoy II.”Op de begroting misschien wel, in de realiteit niet. Wittevrongel zegt niet één eurocent te hebben ontvangen. Hij ontving enkel een uitnodiging voor de plechtige aankondiging van het Kust Actie Plan, een grootschalig toeristisch project waarbij de boot van Brel een prominente plek zou krijgen op een tentoonstelling in Oostende. “Maar daar is niets van in huis gekomen”, zegt Wittevrongel. “Ik vind ook: eerst restaureren, dan de mensen optrommelen om te komen kijken.”Wat nu? Wittevrongel heeft een handeltje in oldtimers, het geld groeit niet op zijn rug. Hij haalt de schouders op. “Ik heb nu 400.000 kilometer op mijn teller staan. Het was een nieuwe auto of het was deze boot. Een nieuwe auto doe je na tien jaar naar het autokerkhof. Deze boot is een brok geschiedenis. Hij heeft een waarde die niet is uit te drukken in euro’s.”Jacques Brel had een hekel aan bourgeois. Er zijn redenen om te denken dat minister Bourgeois ook een hekel heeft aan Brel. “Men zegt dat uit onderzoek is gebleken dat we de boot niet opnieuw kunnen doen varen”, zegt Wittevrongel. “Dat is dan raar, wij hebben een expertiseverslag waaruit blijkt dat dat wel kan. Er is ook nooit een expert van de administratie naar de boot komen kijken. Als men dat doet, wordt de eigenaar op de hoogte gebracht. Ons is niets gezegd. Vlaanderen gaat wel investeren in het redden van de Belgica, die ergens in een fjord in Noorwegen is gezonken. De Belgica kan ook niet varen, het is niet de bedoeling dat ze dat ooit nog gaat doen. In Blankenberge hebben ze een garnaalschuit uit 1931, de Jacqueline-Denise, gerestaureerd als ‘historisch erfgoed’. Het enige wat authentiek is aan dat schip is een dwarsbalkje. Dat is veel meer ‘reconstructie’ dan de Askoy II. Voor die projecten trekt de overheid wél geld uit.”Wittevrongel weet waar het schoentje wellicht wringt. “Als het over Jacques Brel, dan is er altijd een probleem. Ofwel komt de familie lastig doen omdat ergens iemand de naam Maddly Bamy heeft laten vallen, ofwel is het Vlaanderen dat 50 jaar na datum nog in zijn maag zit met het lied ‘Les Flamandes’. Zolang er de hype was van Een simpel plan vond iedereen ons sympathiek, kondigden ministers aan dat ze ons zouden steunen waar ze konden. Nu worden onze e-mails niet eens meer beantwoord. Ik weet niet hoe het nu verder moet. We gaan niet stressen. We overwegen nu aandelen uit te schrijven en zullen de restauratie nu maar laten financieren door de fans.”Doordat Oostende, Vlaanderens culturele hoofdstad, geen enkele belangstelling lijkt te hebben, verhuist de Askoy II op 8 april (niet toevallig de verjaardagsdatum van Brel) naar de Nieuwe Scheldewerven in Rupelmonde. “We gaan hem daar laten restaureren”, zegt Wittevrongel. “We vertrouwen op de fans van Brel. Die vind je werkelijk overal. Om de boot tot in Rupelmonde te krijgen, moet een route worden uitgestippeld zonder bruggen. Johan Michielsens, de gedelegeerd bestuurder van transportfirma Michielsens, gaat zich dat aantrekken. Hij vindt het zo’n mooi project dat hij er zelfs niet voor betaald wil worden.”Minister Bourgeois laat nog weten dat hij wel degelijk waarde hecht aan varend erfgoed. “Hij heeft deze week nog het dossier goedgekeurd van de Crangon”, zegt zijn woordvoerder. “Dat schip is voortaan een beschermd monument.”De Crangon is een in 1964 gebouwde houten garnaalschuit. Het schip voer tot enkele jaren geleden onder de benaming Z58 Eldorado.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234