Woensdag 15/07/2020

Breendonk, Dante achterna

Mijn vader moest er als zevenjarige op schoolreis. Om burgerzin en vaderlandsliefde aan te kweken. Breendonk had dat effect niet omdat er in de Eerste Wereldoorlog heldendaden waren gepleegd. Het was de gruwel als concentratiekamp in WO II die moest beletten dat kinderen zouden vergeten wat oorlog is, en goed en kwaad. Maar het nationale monument leert ook dat het verschil tussen slachtoffers en daders of geschiedenis an sich veel troebeler is dan dat.

10 mei 1940. Mijn vader, amper drie dagen oud, wordt gedoopt. Ik onthou wel meer onnozele, vreemde trivia maar deze is gemakkelijk. De doopplechtigheid gaat immers gepaard met heel veel lawaai, vooral in de lucht. Onder het motto ‘een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen’ hebben de Duitsers uitgerekend deze feestelijke dag uitgekozen om ons land binnen te vallen. Mijn grootvader is dan ook niet aanwezig bij de geboorte noch bij de doop van zijn zoon. Opa ligt ergens in de buurt van het Albertkanaal te wachten op wat komt, net als 600.000 andere Belgische soldaten. Het is het grootste leger dat België ooit bijeen heeft gebracht, en in deze bange dagen kijkt iedereen naar de chef. Koning Leopold torst de loden last van opperbevel van de strijdkrachten en is zich zeer bewust van zijn grote verantwoordelijkheid. Hij wil minstens even goed doen als vader in 1914. Leopold is een man met een missie. Dat hebben die Coburgers wel meer. Op 10 mei 1940 houdt hij zich dan ook niet bezig met beuzelarijen zoals het parlement toespreken of vergaderen met ministers, hij trekt zijn generaalsuniform aan en begeeft zich meteen naar zijn commandopost, het fort van Breendonk. Een week later moet Leopold het fort al verlaten. De Duitsers hebben na de generale repetitie van 1914 hun aanvalsplannen geperfectioneerd, en met succes. Op 18 mei staan ze in Brussel, 10 dagen later duiken ze op in de buurt van Brugge. Leopold vindt het welletjes geweest en trekt de stekker eruit. België capituleert. De bevolking reageert opgelucht en is de koning ontzettend dankbaar. De oorlog is voorbij, zo denkt men. Na de Belgische nederlaag wordt Leopold ‘de krijgsgevangene van Laken’. ’t Is te zeggen, hij gaat op koffieklasj in Berchtesgaden bij ene Adolf Hitler en vraagt of hij opnieuw over België mag regeren. Als dat niet mogelijk is, stelt Leopold plan B voor. Of hij dan Bitte sehr geen koning van Limburg mag worden. Het klinkt als een grap van een stand-upcomedian, maar dat is het niet. Gelukkig bestond Plopsaland nog niet in 1940 of hij had dat nog voorgesteld. Hitler zegt trouwens ‘NEIN’. Hij heeft andere plannen met de Belgen, die zullen dat wel merken, zeker in Breendonk. Hitler is erin geslaagd de werkloosheid in zijn land te doen verdwijnen, onder meer door 588 politiediensten op te richten. In het bezette België lopen die elkaar voor de voeten. Je hebt de Feldgendarmen en de Geheime Feldpolizei maar ook de hardere SS-jongens Sicherheitspolizei-Sicherheitsdienst, kortweg Sipo-SD. Het militaire bestuur in België heeft al heel snel de citadel van Hoei en de gevangenis van Sint-Gillis uitgekozen om stoute Belgen op te sluiten. Die locaties vallen onder de bevoegdheid van de Wehrmacht. Maar de Sipo-SD wil graag haar eigen gevangenis en krijgt ze ook. De keuze valt op Breendonk. Hierdoor is het communautaire evenwicht hersteld, Vlaanderen, Brussel en Wallonië leveren nu elk één gevangenis, maar dat was niet echt de bekommernis van de SS. Breendonk vinden ze gewoon zeer geschikt. Zo’n fort kan je gemakkelijk afsluiten van de buitenwereld en het ligt halverwege tussen Brussel en Antwerpen. In deze twee steden woont 90 procent van de Belgische joden, het eerste ‘doelpubliek’ van de Sipo-SD. Laten vormen vooral verzetsmensen ‘het cliënteel’. Op 20 september 1940 worden de eerste vier gevangenen in het fort binnengebracht, drie buitenlandse joden en één Belg, René Dillen. Zijn familienaam doet anders vermoeden, maar Dillen is communist en de eerste politieke gevangene van Breendonk.

Achtung!-bordjes

Als ik op een sombere zomerdag bij het fort aankom, krijg ik de cijfers meteen in het gezicht geslingerd. Zo’n 3.500 gevangenen hebben uiteindelijk met Breendonk kennisgemaakt. 164 werden er doodgeschoten, 21 opgehangen, een honderdtal stierf er door ontbering en mishandeling. In totaal zal de helft van de gevangenen de oorlog niet overleven. De getallen, in combinatie met de prikkeldraad, het beton en de Achtung!-bordjes bepalen meteen de sfeer. Het ouderwetse woord ‘naargeestig’ lijkt wel uitgevonden voor een plek als deze. Gelukkig is de zon vandaag niet van de partij. Ze zou uit de toon vallen. In de oude wachtlokalen van de Duitse soldaten krijgen we een audiogids aangereikt. We zijn klaar voor een beklijvende trip door de recente geschiedenis van België. Aan de ingang van het fort hangt een herdenkingsplaket voor de Belgische soldaten die tijdens WO I dit fort verdedigd hebben. In twee talen wordt er trots vermeld dat de glorierijke verdedigers weerstaan hebben aan ene geweldige beschieting van 563 granaten met een omvang van 305 mm. In de Nederlandstalige versie heeft de beeldhouwer een tikfout gebeiteld. Er staat ‘aan rene geweldige beschieting’. Wat maakt het ook uit. Na 1944 is er geen mens meer die Breendonk nog associeert met heldhaftige militairen. Integendeel, de SS’ers die de gevangenen moeten bewaken zijn een echt zootje, zeer geschikt, niet als krijgshaftige soldaten, wel als goeie kampbeulen. Vaak zijn ze verslaafd aan alcohol of ander spul. Corrupt ook. Zo slaagt de commandant van Breendonk, Schmidt er in om op de zwarte markt textiel te kopen, dat door joodse gevangenen te laten omtoveren in kledij, die hij dan weer tegen fikse prijzen verkoopt aan de Belgische Jodenvereniging. Een SS’er die handel drijft met joden! Ik denk niet dat Hitler het in Mein Kampf zo had bedoeld. Ook de Belgische SS’ers die vanaf 41 de Duitsers een handje komen helpen behoren niet tot de morele elite van ons koninkrijk. De meesten van hen zijn avonturiers, die zich voor het geld bij de Waffen-SS hebben aangemeld. Tijdens hun zware opleiding in Duitsland blijkt dat ze niet geschikt zijn, of ze hebben plots zelf geen zin meer om te gaan vechten tegen de Rus. Daarom worden ze maar naar Breendonk gestuurd. Samen met hun Duitse collega’s maken ze het fort tot een hel. Officieel is Breendonk een doorgangskamp, een opwarmertje voor gevangenenen die later naar Duitsland verscheept worden. In werkelijkheid is het een concentratiekamp buiten categorie. Zelfs de gevangenen die later in Buchenwald terechtkwamen getuigen. Breendonk spande de kroon. Het kamp is klein, de Duitse en Belgische SS’ers zijn maar met zijn twintigen, maar nergens kunnen de gevangenen zich voor hen verstoppen. Op een dieet van waterige soep worden ze gedwongen om met schop en kruiwagen de aarde rond het ingegraven fort te verwijderen. Elke oogopslag, één woord kan een pak rammel veroorzaken of een verblijf in de strafcel, wekenlang als het moet. Ik werp een blik in zo’n strafcel en vraag me af hoe een mens dit uithoudt. Als een gevangene letterlijk wordt doodgeslagen, stelt de commandant keurig een overlijdensakte op, doodsoorzaak is dan een longontsteking of iets aan het hart. Die akte wordt netjes overhandigd aan de gemeente Breendonk. Ordnung muss sein. Hoewel, na een paar jaar stoppen ze met die paperassen, het werden er te veel. De Duitse administratie blijft wel een tijdje nauwgezet statistieken bijhouden van het gewichtsverlies van de gevangenen. Niet dat ze er iets aan doen, maar die cijfertjes ogen zo mooi op papier. Efficiëntie, de Duitsers weten er alles van. Eén sinister detail springt er uit. Bij de inrichting van de folterkamer, diep in het fort, werd een geultje aangelegd. Zo kon bij een ‘verscherpt verhoor’ bloed en urine gemakkelijker worden afgevoerd. Nazi’s zijn propere mensen.

Overleven door te moorden

Op een plek als deze denk je dat goed en kwaad toch duidelijk afgetekend tegenover elkaar staan, maar dat is niet zo. Slachtoffers worden daders. Enkele individuele verhalen lezen als een filmscenario waarbij Schindler’s List verbleekt. Neem nu Walter Obler. De Duitse jood verhuist op zijn veertiende naar Oostenrijk. In 1938 na de Anschluss vlucht hij naar België. In mei 1940 wordt hij door de Belgen opgepakt en gedeporteerd naar Frankrijk omdat hij een Duitser is. Na de capitulatie wordt hij snel door de Duitsers opgepakt en naar Breendonk gestuurd omdat hij joods is. In het kamp ontpopt hij zich tot een meedogenloze werkopzichter en kameroverste. In ruil voor wat extra eten wordt hij een sadist, die alle SS’ers in wreedheid overtreft. In 1943 zijn de Duitsers hem blijkbaar beu. Ze sturen hem naar Auschwitz. Hij overleeft de oorlog en sluit zich aan bij een antifascistische bond van slachtoffers van concentratiekampen. Maar hij wordt toch opgepakt en komt in België net als elf anderen voor het vuurpeloton. Obler zou mee verantwoordelijk zijn voor de dood van tien mensen, joodse gevangenen, zoals hijzelf. Ook Belgische gevangenen proberen te overleven door te moorden. Valère De Vos uit Aalst is een overtuigde communist. In de Spaanse burgeroorlog vecht hij met de Internationale Brigades tegen de fascisten van Franco. Hij komt invalide terug, belandt in de gevangenis, raakt verbitterd en sluit zich aan bij een anticommunistische vereniging. Toch sturen de Duitsers hem vanwege zijn communistische verleden in ’41 naar Breendonk. Hij wordt er de chef van een kamer die onder zijn bewind bekendstaat als ‘het Breendonk in Breendonk’. In augustus 44 komt hij in Buchenwald terecht. De Vos wordt door andere ex-gevangenen van Breendonk herkend en ’s nachts onder handen genomen. ’s Morgens overlijdt hij in de ziekenboeg. Stadsgenoot Louis Paul Boon zal hem in De Kapellekensbaan opvoeren als Lange Pros. Ik weet dat ze het bij De Morgen appreciëren als ik tijdens mijn rondreis door België de humor vind achter het monument, maar in Breendonk moet ik passen. Veel reden tot lachen vind je hier niet. De kampbewakers hadden zo hun eigen gevoel voor humor. Zo werd een joodse gevangene belast met de verzorging van de varkens van het fort. Ganz toll! Hij kreeg slaag als hij van het varkensvoer durfde snoepen. Eén keer tovert Breendonk toch een kleine glimlach op mijn gelaat. Ik merk een advertentie uit de Vlaams-nationalistische krant Volk en Staat. De slogan was blijkbaar snel gevonden: ‘Een volk, een staat, een BIER. Moortgat’s Bier.’ Albert Moortgat, burgemeester en brouwer in Breendonk, is Duitsgezind, en niet alleen omdat de Duitse soldaten een schoon stuk van zijn klandizie vormen. Op 1 september 1944 hebben de Duitsers de laatste gevangenen nog naar Duitsland gevoerd. De geallieerden staan dan al aan de Belgische grens. Executiepalen en galg worden toch nog schnell schnell afgebroken, zelfs de folterkamer wordt ‘gefatsoeneerd’. Officieel gaat Duitsland de oorlog nog altijd winnen, maar blijkbaar nemen ook deze doorgewinterde nazi’s toch maar het zekere voor het onzekere. In de vroege ochtend van 4 september verlaten de laatste Duitse soldaten het fort. Maar rustig wordt het niet. Diezelfde dag nog worden de eerste echte of vermeende collaborateurs door het Belgische verzet in Breendonk opgesloten. De infrastructuur stond er toch. Het is payback time. Breendonk nummer II is geboren. Een maand lang worden de ‘incivieken’ geslagen en vernederd. SS-praktijken zoals het doelloos rondhossen met kruiwagens staan opnieuw op het programma. De gevangenen moeten ook de executiepalen en de galg opnieuw oprichten. Tot vandaag wordt in families van ex-collaborateurs voor waar verteld dat het executieterrein dan ook een mythe is van na de oorlog en dat de Duitsers in Breendonk echt waar niemand hebben terechtgesteld. De waarheid heeft blijkbaar nog steeds vele gezichten.

Geur van gruwel

Vanaf eind ’44 doet Breendonk twee jaar lang dienst als interneringskamp voor collaborateurs die wachten op hun proces. Ondertussen begint de herinnering aan de gruwelen van het concentratiekamp bij de gewone Belg al te slijten. In april ’46 is er wel een bedevaart naar Breendonk met massale opkomst. Maar de ex-gevangenen die hun hel nog ’s opzoeken worden die dag gewoon omvergeduwd door de menigte, die er enkel op uit is vieze woorden te roepen naar de geïnterneerde collaborateurs. Kinderen spelen soldaatje op de vestingwerken, volwassenen testen voor de leut de stevigheid van de galg. Kortom, een fijn dagje uit met de hele familie. In 1947 wordt Breendonk dan toch omgevormd tot een nationaal gedenkteken, een herinnering aan de slachtoffers van de nazi’s. Er wordt wel maandenlang een stevig potje gebakkeleid over de macht in de raad van bestuur. Katholieken staan lijnrecht tegenover de communisten. Zelfs als het gaat over de herdenking van zij die voor het vaderland gevallen zijn is de Union die la force moet maken ver te zoeken.In datzelfde 1947 gaat mijn vader de eerste keer op schoolreis. Bestemming: het kamp van Breendonk. Seaworld en het Atomium waren toen nog geen optie, maar toch... met kinderen van 7 jaar naar een concentratiekamp? Als je dat nu aandurft, wordt meteen kinderpsychiater Peter Adriaenssens opgetrommeld. 1947, dat waren duidelijk andere, hardere tijden. De Belgische jeugd moest opgevoed worden in een sfeer van vaderlandsliefde en burgerdeugd. Wat deed zo’n bezoek met een kind van 7? Hoe zag Breendonk er toen uit? Mijn vader reageert laconiek. ‘Zoals het was tijdens de oorlog. Volgens mij hadden ze daar gewoon ’s opgeveegd. Maar voor de rest, koud, donker, klam, vies.’ 62 jaar later begrijp ik hem helemaal. Wat je ruikt in Breendonk is de gruwel. Dat duurt wel even vooraleer die helemaal verdwenen is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234