Vrijdag 20/09/2019

Braziliaanse artiesten vieren morgen in Brusselse Bozar een halve eeuw bossanova

Nog geen spoor van rimpels bij het meisje van Ipanema

Dit jaar is het een halve eeuw geleden sinds de Brazilianen met de uitvinding van de bossanova voor een muzikale aardverschuiving zorgden. De bekendste song uit het genre blijft uiteraard 'The Girl from Ipanema' van Tom Jobim, na 'Yesterday' van The Beatles zowat het meest vertolkte lied van de voorbije eeuw.

Door Dirk Steenhaut

BRUSSEL l De geboorte van de bossanova wordt morgen tijdens het Skoda Jazzfestival in Bozar op gepaste wijze herdacht met een verjaardagsconcert. Pionier Milton Nascimento wordt er begeleid door kleinkinderen van Jobim en ook Marcio Faraco neemt een duik in het rijke bossarepertoire.

Volgens muziekhistorici strekt de gouden periode van de bossanova zich uit van 1958 tot 1964, maar de invloed van het genre, dat zich ontwikkelde uit het ritme van de samba, de harmonische structuren van de cool jazz en de klassieke composities van Ravel, Debussy en Heitor Villa-Lobos, blijft tot vandaag voelbaar in het werk van Nouvelle Vague, Bebel Gilberto of Arto Lindsay.

Bossanova, Portugees voor 'nieuwe golf', klinkt subtiel en elegant, bedrieglijk simpel en verfijnd, tegelijk sereen en rusteloos. De teksten, waarin op nonchalante wijze wordt verteld over liefde, romantiek en alledaagse situaties, hebben minstens evenveel belang om hun klankwaarde als om hun betekenis.

De paus van de bossanova

De muziekstijl ontstond in Copacabana, een chique wijk in Rio de Janeiro, waar tijdens de jaren vijftig vooral leden van de gegoede burgerij woonden. Er waren drie kleine jazzclubs en de muzikanten die er samentroepten hielden er een eigen bargoens en gedragscode op na. De muziek, vaak het resultaat van improvisaties, klonk anders dan wat op dat moment in Brazilië populair was, maar niets wees erop dat die kleine kern van artiesten de aanzet zou vormen tot een heuse beweging.

Eigenlijk werd bossanova al in 1956 boven de doopvont gehouden, toen componist Antonio Carlos ('Tom') Jobim voor het eerst begon samen te werken met tekstschrijver, dichter en diplomaat Vinícius de Morães. Maar ook songwriters als Carlos Lyra, Roberto Menescal en Oscar Castro-Neves behoren tot de grondleggers van het genre, net zoals de onlangs overleden Franse zanger Henri Salvador. Diens liedje 'Dans mon île', dat voorkwam in Alessandro Blasetti's film Europa di notte, werd in 1957 ook in Brazilië razend populair.

Toch zou het nog tot 1958 duren voor het nieuwe geluid echt van de grond kwam. Die grote ommekeer had alles te maken met zanger-gitarist João Gilberto, die met zijn sobere, uitgepuurde maar gesyncopeerde speelstijl een complexe ritmiek introduceerde die snel navolging zou vinden. Zijn vertraagde, uitgeklede samba's en ongeëvenaarde vertolkingen van de composities van Jobim en De Morães leverden Gilberto de bijnaam 'de paus van de bossanova' op.

Zijn virtuoze techniek op de akoestische gitaar met nylonsnaren, tegelijk melodieus en ongelooflijk ritmisch, leek een volledig samba-ensemble te suggereren, maar ook zijn zangstijl en frasering waren nieuw en origineel. Gilberto klonk verstild, introspectief en zachtmoedig. Hij zong zoals hij praatte, zonder vibrato of de minste theatraliteit. Vanaf zijn eerste single, 'Chega de saudade' (volgens kenners de eerste echte bossanovasong), stond zijn idioom volkomen haaks op de gangbare showbusinessmentaliteit. Al betekende dat geenszins dat zijn gesofisticeerde, radicaal nieuwe sound meteen door eenieder werd gesmaakt.

Single nummer twee, 'Desafinado' ('Naast de toon'), was weer een lied van Jobim en De Morães en gold als Gilberto's antwoord op critici die 'Chega de saudade' sarcastisch hadden afgedaan als "muziek voor zangers die niet kunnen zingen". De ene helft van het Braziliaanse publiek was geïntrigeerd, de andere had meteen de pest aan de ongebruikelijke harmonieën en de manifeste invloed van Amerikaanse bebopjazz.

Maar met João Gilberto werd wel duidelijk dat er iets aan de hand was met de conventies van de Braziliaanse muziek. De liedjes dreven veeleer op een wiegend dan een swingend ritme en de melodieën vertoonden een harmonische rijkdom die tot dan toe enkel voorkwam in klassiek of jazz. De essentie van de Nieuwe Golf was stem en gitaar, maar ook piano en strijkers werden niet geschuwd. Bossanova bracht ingrediënten uit uiteenlopende muziekstijlen samen en combineerde ze op een manier die zeer Braziliaans aandeed, zodat de term algauw synoniem werd met al wat modern en verrassend was.

Het meisje dat voorbijslentert

De internationale opmars van het genre begon met Orfeu Negro, de gelauwerde film van Marcel Camus uit 1959, waarin de muziek van de hand van Jobim, Vinícius de Morães en Luiz Bonfá een zeer prominente rol speelde. Dankzij de doorbraak van de bossanova kwam Braziliaanse muziek voor het eerst op de wereldkaart te staan. Noord-Amerikaanse jazzcats zoals Stan Getz en Charlie Byrd waren er gek op en introduceerden ze in 1962 in de VS. Het zou dan ook niet lang duren voor Herbie Mann, Coleman Hawkins en John Coltrane platen gingen maken in de nieuwe stijl, die zowel het jazzpubliek als de popliefhebbers charmeerde.

De Amerikanen vielen niet alleen voor de 'cool swing' van de bossanova, maar ook voor de lyrische kwaliteiten ervan. Het genre sloeg een brug tussen 'populair' en 'arty' en in gespecialiseerde magazines viel te lezen dat het al dertig jaar geleden was sinds uitheemse muziek nog zoveel invloed had gehad op de Amerikaanse scene. In de loop van de jaren zestig zouden zelfs grote namen als Frank Sinatra, Ella Fitzgerald en Dusty Springfield zich aan het bossanovarepertoire wagen.

Tot de bekendste standards van de bossanova behoren Jobimcomposities als 'Corcovado', 'Água de beber', 'Samba de uma nota só', 'Insensatez' en 'Águas de Março'. Maar dé klassieker die boven alle andere uittorent, is 'Garota de Ipanema' ('The Girl from Ipanema'), dat in 1963 een wereldhit werd toen het als duet werd opgenomen door João Gilberto en diens toenmalige vrouw Astrud, met de hulp van saxofonist Stan Getz. De auteurs, Tom Jobim en Vinícius de Morães, schreven het in een periode toen ze elkaar regelmatig ontmoetten op het terras van Bar Veloso in Ipanema, een van de hippere districten van Rio. Het lied was geïnspireerd door Hêlo Eneida Pinto, een vijftienjarige schone die ze dagelijks op straat langs zagen wandelen. Vandaar overigens de oorspronkelijke titel, 'Menina que passa' ('Het meisje dat voorbijslentert').

Het nummer maakte van Astrud Gilberto meteen een superster, terwijl het eigenlijk niet eens de bedoeling was dat ze mee zou zingen. Maar Getz drong erop aan dat een deel van de song in het Engels werd gezongen en toen João die taal onvoldoende machtig bleek, werd vrouwlief bereid gevonden achter te microfoon plaats te nemen.

De rest is geschiedenis: 'The Girl from Ipanema' overbrugde de taalkloof met het Amerikaanse publiek, overtuigde de buitenwacht van de rijkdom van de Braziliaanse muziek en bereikte de tweede plaats in de popcharts. Het werd slechts van de hoogste notering afgehouden door The Beatles, die in datzelfde jaar hun overzeese doorbraak vierden. De lp met 'The Girl from Ipanema' erop hield 95 weken stand in de hitlijsten.

Maar terwijl de rest van de wereld in de ban raakte van de bossanovarage, maakte een militaire coup in Brazilië en de installatie van een autoritair regime een einde aan het optimistische tijdperk dat aan de oorsprong lag van het genre. Artiesten gingen meer en meer sociaal geëngageerde, politieke teksten schrijven die hen in botsing brachten met de censuur en de esthetiek van de bossanova werd opgeslorpt door nieuwe bewegingen zoals tropicalismo of MPB (músical popular brasileira). Dat neemt niet weg dat iedere Braziliaanse muzikant sinds de jaren zestig, van Caetano Veloso tot Gilberto Gil en van Gal Costa tot Chico Buarque, de invloed van Jobim en Gilberto heeft opgezogen.

Muzak

Door de verwaterde versies van Sergio Mendes en anderen werden bossanovasongs later geassocieerd met cocktail lounge, liftmuziek of muzak. Dankzij dansgenres als technobossa of bossa electrica en artiesten als Tosca of Kruder & Dorfmeister volgde tijdens de jaren negentig echter eerherstel.

Enkele grootmeesters van het genre - Carlos Lyra, João Gilberto, Marcos Valle - blijven tot op heden trouwens muzikaal actief en Milton Nascimento bracht dit jaar bij EMI nog de hommageplaat Novas Bossas uit. Een bewijs dat de sensueelste muziek die Rio de Janeiro ooit heeft voortgebracht, na vijftig jaar nog niets van haar aantrekkingskracht heeft verloren.

50 Years of Bossa Nova: morgen in Bozar, Brussel, met Milton Nascimento & Jobim Trio en het Marcio Faraco Quintet.

Het genre sloeg een brug tussen populair en arty en verleidde grote namen als Frank Sinatra en Ella Fitzgerald

n Pionier Milton Nascimento neemt morgen in Bozar een duik in het rijke bossanovarepertoire.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234