Vrijdag 09/12/2022

Braziliaans designduo Humberto en Fernando Campana exposeren in Londen

Uit de sloppenwijken van Sao Paulo halen ze materialen en voorwerpen waar in het design nog niemand naar omgekeken had. Daarmee maken ze dan de hipste en duurste meubelen

De luxe van armtierig wonen

De armoede van de sloppenwijken werd door hen tot het summum van luxe verheven. En dan maar hopen dat men er ook het subversieve politieke gebaar in zal zien. De gebroeders Campana, alias het Braziliaanse designwonder, stellen hun creaties tentoon in Londen. Door Max Borka

Noem het poëtisch, pervers, arte povera of gewoon de Braziliaanse logica en een overdosis aan carnaval en samba. Met een onstilbare honger naar wat ze zelf omschrijven als 'soul' en 'zest for life' ('zest' betekent pit, vuur, enthousiasme) zetten de gebroeders Humberto en Fernando Campana de codes van de designwereld op hun kop. Eerst laten ze zich verleiden door de geur en kleur van een materiaal, dat gaan ze vervolgens uitproberen op een vorm en pas in laatste instantie denken ze aan zaken als ergonomie en comfort. Normaal gaat het net andersom.

De favela's of sloppenwijken van Sao Paulo zijn hun favoriete laboratorium. Ze halen er ook de armtierige materialen en voorwerpen waar in het design nog niemand naar omgekeken had, en herleiden die vervolgens met grote uitbundigheid tot de essentie van enkele van de hipste en duurste meubelen uit de sector. Dat we het ook moeten zien als een politiek gebaar, zeggen de Campana's. Als een lofzang op al datgene wat altijd weer aan de kant geschoven wordt als minderwaardig en niet helemaal vol. Van een plastic tuinslang en zwerfhout tot hun geboorteland en de sloppen, waar het spontane en wilde nog niet helemaal door de beschaving monddood is gemaakt. Of als een vuist tegen het globalisme dat de dezelfde eenheidsworst aan iedereen heeft opgedrongen, verpakt als lifestyle en mode. Alleen: datzelfde globalisme heeft nu de Campana's zelf wereldwijd tot trendsetters gekroond. Zo exposeren ze vandaag in het Design Museum in Londen terwijl hun oeuvre ook in een luxueus boekwerk werd verzameld.

Ze genieten er zichtbaar van, van de wijze waarop ze alles en iedereen altijd weer op het verkeerde been zetten. Zoals die keer in 's werelds beroemdste museum, het Museum of Modern Art in New York. Toen daar in 1998 de tentoonstelling Project 66 werd georganiseerd, waarin ze haast nog als nobele onbekenden tegen de toen al wereldbefaamde lichtdesigner Ingo Maurer uitgespeeld werden, dreigde het bij de opbouw van de tentoonstelling aardig fout te gaan. Een lid van de staf wilde namelijk de meer dan vuistdikke laag doorzichtige bubble wrap rond de zitting en rugleuning van hun Plastico Bolha-stoel verwijderen. Wat het personeelslid niet wist, was dat het nu net dat lichtjes glinsterende plastic was dat de zitting en rugleuning vormde. Paniek, want hoe armzalig dat verpakkingsmateriaal ook mocht ogen, de stoel had net als zoveel andere ontwerpen van de Campana's door zijn zeldzaamheid de status van een vrijwel onbetaalbaar kunstwerk verworven.

Sinds Fernando en Humberto Campana zich zowat twintig jaar terug in Brazilië op het maken van meubelen hadden gestort, hebben ze al de meest vreemdsoortige en onmogelijke materialen als zitting en rug voor hun stoelen, zetels of schermen aangewend. Poreus perskarton en 450 meter koord, hamers en knuffelpoppen, plastic tuinslangen en een warrig kluwen van staaldraad. Of een ontelbare hoeveelheid stukjes brand- en zwerfhout die met de hand aan elkaar werden gekleefd en genageld. Materialen die ook door de bewoners van de sloppenwijken bij de uitbouw van hun wankele hutjes of uitzet worden gebruikt, uit noodzaak en omdat het niet anders kan, maar die voorts geen enkele rechtgeaarde meubelmaker ooit zou willen gebruiken. Al was het maar omdat je er wegens weinig comfortabel niet echt iets zinnigs mee kunt aanvangen.

Niet zo de Campana's. Met de 'Serie Desconfortaveis', de 'Oncomfortabelen', was het eind jaren tachtig trouwens allemaal begonnen voor hen. Ruwe, roestige en met de hand vervaardigde metalen meubelen, die de gebruiker buiten een kick en esthetische vervoering alleen maar kleerscheuren konden opleveren. Zoals de Samambala-stoel, waarvan het zitje door een ruggengraat met aan weerszijden een rij reusachtige en vlijmscherpe haaientanden wordt gevormd. Het ging om eenmalige stukken, veeleer sculpturen dan meubelen. En ze waren van een agressiviteit en primitivisme die je de Campana's vandaag niet meer zou aanmeten. Want Humberto is intussen net de 50 voorbij en Fernando is 45. Maar onberispelijk van snit ogen ze nog steeds, als twee schooljongens uit de oude doos. Beleefd, timide en minzaam, en met een verwondering in die opengesperde kinderogen die maar niet verdwijnen wil.

Weinig liet overigens vermoeden dat ze designers zouden worden, in een land waar het woord design eigenlijk amper bestond. "Astronaut", zegt Fernando als men hem vraagt wat hij als kind wilde worden. En Humberto: "Indiaan". Uiteindelijk had Humberto rechten gestudeerd en werd Fernando architect. Onmiddellijk daarna had Fernando zijn broer vervoegd, die de rechten al voor sculpturen had ingeruild.

In de beeldende kunsten zie je het zelden of nooit. In het design daarentegen lijkt het haast een ongeschreven regel; dat de besten in duo of trio opereren. Zo had je in het verleden Ray en Charles Eames en Le Corbusier en Charlotte Perriand, terwijl in Vlaanderen het fenomeen Maarten en Fabiaan Van Severen ontstond. Vandaag vormen met nog slechts enkele anderen de Franse gebroeders Bouroullec en hun Braziliaanse tegenvoeters Campana de wereldtop, terwijl het Scandinavische design door het trio Claesson, Koivisto en Rune wordt geregeerd. Geen van beide Campana's kan intussen nog zeggen wie nu juist voor wat verantwoordelijk is in hun oeuvre. "Maar Humberto draait vooral op intuïtie", zegt Fernando, "terwijl ik meer op het functionele gericht ben." Misschien kwam het wel daardoor dat die vroege sculpturen uiteindelijk de look van meubelen hadden aangenomen.

Het jaar waarin ze in het MoMA hadden geëxposeerd, 1998, werd uiteindelijk ook het jaar van hun grote doorbraak. Terwijl ze zich bij gebrek aan een lokale industrie voordien ook noodgedwongen tot artisanaal werk en eenmalige stukken hadden moeten beperken was het immers ook het jaar waarin hun ontwerpen voor het eerst door een Europese producent (Edra met name) in productie genomen werden. De Vermelha-stoel zorgde onmiddellijk voor sensatie: 450 meter touw, knalrood, en schijnbaar in totale willekeur, maar in werkelijkheid met een ongekende zin voor precisie en vakmanschap rond een metalen frame geknoopt, tot een uitbundige bloem ontstond.

Dat procédé, dat de Campana's begin jaren negentig met talloze stukjes zwerfhout uitgeprobeerd hadden en waarbij een klassieke modernistische vorm door middel van hoogst ongewone materialen werd nagebouwd, zou zowat hun handelsmerk worden. Zoals in de Anemone-zetel, waarin kleurige tuinslangen de zitting vormen, of de Sushi's, waarin een bonte mengeling van restjes tapijt en tafelkleed aan elkaar geknoopt werden. Het gaat hen daarbij ook om een statement, waarbij het modernisme door hen niet alleen na- maar ook afgebouwd en gedeconstrueerd wordt. In één ruk wordt ook het rationalisme aangepakt dat aan de basis van dat modernisme lag en dat alle spontaneïteit haast had doodgeknepen. Humberto: "Het idee voor de Vermelha ontstond toen we in een straatstalletje een grote partij touw hadden gekocht. Toen we die in onze studio op tafel deponeerden, deconstrueerde het touw zich tot een kluwen. Op dat eigenste moment keken we elkaar aan en zeiden we in koor: 'Dit is de stoel die we willen bouwen. Dit is Brazilië, en de schoonheid van zijn chaos.' Het leek ons een volmaakt beeld voor de golf van vrijheid die na de dictatuur een explosie van creativiteit had ontketend. En zo zijn we zorgvuldig beginnen uitpluizen hoe dat deconstructieve gereconstrueerd kon worden".

De tentoonstelling die in het Design Museum aan de Campana's wordt gewijd ontgoochelt enigszins. Niet alleen omdat de allesbehalve volledige collectie er zonder verdere uitleg wordt uitgestald, maar ook omdat als decor voor een goedkope remake van een stukje jungle werd gekozen. Het dompelt het werk van de Campana's in een sfeer van folklore, wat de complexiteit van hun werk niet echt tot zijn recht laat komen.

Dan liever het lijvige boek dat recent uitgebracht werd en de designers in een veel bredere context situeert, ook al vertoont het nog enkele serieuze mankementen. Zo komt in het boek vrijwel nergens de figuur van Massimo Morozzi aan bod. Morozzi is een van de laatste overlevenden van een generatie die decennia terug in het Italiaanse design (en in het spoor van Passolini en Sottsass) de schoonheid van de sloppenwijken had bezongen, en het nog ongepolijste bestaan dat nog niet door de beschaving in het gareel was gedwongen. Het was een visie die in het Italië van de jaren tachtig en negentig al lang naar de achtergrond was verdrongen. Met de ontdekking van de Campana's leek Morozzi eindelijk weer de bloedbroeders te hebben gevonden waarmee hij die visie binnen Edra kon vertolken. Het resultaat is een collectie die zorgvuldig balanceert op het slappe koord tussen rijk en arm, industrieel en artisanaal, poëzie en ratio, chaos en functionaliteit.

De Campana's en Edra zijn intussen uitgegroeid tot de absolute top van de luxe-industrie die ze willen bestrijden, wat hen ook wel eens het verwijt opleverde door en door pervers en decadent te zijn. Het zijn omschrijvingen die Morozzi en de Campana's als eretekens lijken te dragen. Want de tegenstellingen die hun werk schraagt doen uiteindelijk ook de wereld draaien. En wie heeft in godsnaam ooit gesteld dat een stoel, net als een goed boek of een film, niet op een open vraag mag uitmonden?

INFO Zest for Life, expo rond Fernando en Humberto Campana, tot en met 12 september in het Design Museum Shad Thames in Londen. Dagelijks van 10 tot 17.45 uur, op vrijdag tot 21 uur. Meer info via 0044-870/833.99.55 of www.designmuseum.org. Het boek Campanas is uitgegeven door Editora Bookmark. Met dank aan Eurostar, voor reservering tickets naar Londen, surf naar www.eurostar.be

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234