Dinsdag 22/06/2021

Branford Marsalis

Amerikanen willen interactie, meezingen, handen klappen, heupwiegen. Bij mij is dat moeilijk

Wie?

De oudste broer van de beroemde jazzfamilie zegt altijd waar het op staat

In het nieuws?

Zijn kwartet speelt vandaag in het Rivierenhof in Antwerpen

'Ik laat weinig ruimte om eens 'yeah' te roepen'

LONDEN l 'Het kan zijn dat mijn groep tien jaar geleden wat traditioneler klonk', vertelt Marsalis tijdens een weekenduitstapje. 'Maar dat is lang geleden. De groep groeit nog altijd en de muziek wordt steeds intenser. Dat schrikt sommige luisteraars misschien af.'

door Didier Wijnants

De Marsalisbroers zijn niet op hun mond gevallen, dat is bekend. Net zoals Wynton durft Branford al eens kort door de bocht gaan, niet gehinderd door een inconsequentie meer of minder. Maar hij is een compromisloze muzikant, veeleisend voor zichzelf en zijn medemens. Hij walgt van de muziekindustrie en brengt zelf zijn materiaal uit, onder meer de cd Braggtown met pianist Joey Calderazzo, drummer Jeff 'Tain' Watts en bassist Eric Revis. Die plaat is al twee jaar oud, de groep is vandaag alweer flink geëvolueerd. Dat kan omdat ze zich alle vier sterk engageren voor de groep. "Mijn muzikanten hebben ook eigen projecten", zegt Marsalis, "maar deze groep heeft muzikale prioriteit. Ik moet nooit een vervanger zoeken omdat iemand liever groot geld verdient bij een supergroep."

De groep zelf herinnert een beetje aan het beroemde kwartet van John Coltrane uit de jaren zestig, vooral door de steeds toenemende intensiteit in het samenspel. "Dat klopt wel", zegt hij. "Ik hou van de volgehouden energie van de Coltranegroep. Vergelijk dat met de oudere liveopnamen van Coltrane bij Miles (in de jaren vijftig, DW). Die muzikanten konden Coltranes intensiteit niet aan. Ontluisterend: je hoorde Miles, dan Wynton Kelly en plots kwam Trane binnen. Wow! Die groep hield dat niet vol. Er zit veel meer intensiteit in oude r&b en rock-'n-roll, de muziek waarmee ik opgroeide. De groep van James Brown in 'I've Got Ants in my Pants' of de oude platen van Led Zeppelin. Dat is andere koek dan die artificieel opgekrikte dingen van vandaag."

Maar intensiteit maakt veel luisteraars bang. "Zonder twijfel. Vandaag moet muziek goed functioneren op de achtergrond. Intense muziek dwingt juist om te luisteren. Het probleem is vooral acuut in Amerika. Onze cultuur is gefundeerd op entertainment. Het Amerikaanse publiek wil altijd interactie, het wil meezingen, handen klappen, voet tikken, heup wiegen. Met mijn kwartet is dat moeilijk. Je vindt er weinig houvast om onderweg eens 'yeah' te roepen."

Is het dan niet paradoxaal dat Amerika toch heel intense muziek baarde zoals Duke Ellington? "Zeker", beseft Marsalis, "maar dat waren dansorkesten. Er is een prachtige liveopname van 1941 met de grote Ellingtonband met Jimmy Blanton, Ben Webster, Cootie Williams, Johnny Hodges. Het publiek danst, de groep speelt, hooguit een handvol mensen klapt. Maar dan komt Ivie Anderson op, een van de slechtste zangeressen aller tijden. Zij zingt 'Rose of the Rio Grande', echt vreselijk. Toch veert het publiek recht in een luide ovatie. Hoe slecht ook, ze adoreren zangers en hebben moeite met instrumentale muziek. Een Europees publiek kan dat beter verteren dankzij de eeuwenoude luistertraditie. Maar Amerika is gesticht door de armste mensen van Europa, de mensen die je niet op een symfonisch concert ziet maar eerder in een kroeg om liederen te zingen. Zij hadden geen tijd voor cultuur, alleen voor de dagelijkse boterham en de gevaren van de indianen. Die sensibiliteit zit er nog altijd in. Maar let op: het kan me niet schelen hoe ze reageren op mijn muziek. Ze mogen praten, lawaai maken, hoesten of weggaan. Maar ik ga mijn houding tegenover de muziek niet veranderen om hen een goed gevoel te geven. Er zijn genoeg muzikanten die dat doen, dat ze daar maar aankloppen."

Overigens is Marsalis ook erg kritisch tegenover jazzmusici. "De meeste jazz is helemaal niet geïmproviseerd", zegt hij. "Veel jazzmuzikanten gebruiken trucs en wendingen waarvan ze weten dat ze goed werken. Dat is geen improvisatie. Improvisatie moet je vergelijken met het gesprek dat we nu voeren. Ik heb niets vooraf voorbereid maar ik gebruik wel woorden die ik ken. Om goed te improviseren heb je een heel grote bibliotheek van klanken en ideeën nodig. Je moet daar flexibel mee omspringen, anders speel je voortdurend dezelfde rommel. Veel muzikanten studeren af en evolueren dan niet verder. Ze denken: ik heb optredens, ik heb mijn sound, het werkt perfect zo. Wij spijkeren ons vocabularium voortdurend bij en voegen nieuwe ideeën toe. Daarom luisteren we ook veel naar andere muziek, vaak naar klassieke muziek van Mahler of Sjostakovitsj of Messiaen. Vreemd genoeg is dat niet ingeburgerd. De muziekstudenten in Berklee kopen geen platen. Ik ken massa's muzikanten die niet naar muziek luisteren. Onbegrijpelijk."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234