Zaterdag 24/08/2019

Brand Beringen

Brandweerpsycholoog Erik De Soir na de brand in Beringen: ‘Zo’n trauma kan je jaren meedragen’

Beeld BELGA

Er moet meer aandacht en budget gaan naar de psychologische ondersteuning van brandweerlui. Dat zegt Erik De Soir, de enige operationele brandweerpsycholoog in ons land, nadat in Beringen twee collega’s overleden en vier gewond raakten. ‘Dit is geen werk voor een doorsnee psycholoog.’

Hoe kijkt u naar dit voorval?

“Het is bijzonder jammere zaak. En wat het extra pijnlijk maakt, is dat de twee overleden brandweerlieden net onderlegd zijn in het omgaan met gevaarlijke fenomenen als een flashover. Ze wisten met andere woorden heel goed waar ze mee bezig waren. Dat maakt het moeilijk om te vatten ook. Gelukkig is het een heel uitzonderlijk voorval.”

Hoe uitzonderlijk is dit precies? Hoe vaak raken brandweerlieden zwaar of dodelijk gewond tijdens interventies?

“Het is bij mijn weten jaren geleden dat zich nog een dodelijk ongeval heeft voorgedaan in België. In de vijfentwintig jaar dat ik zelf actief ben, kan ik spreken van gemiddelde van drie per jaar. Dat zijn niet alleen mensen die tijdens een interventie zijn overleden, maar ook op weg daarnaartoe.”

“De cijfers over gewonde brandweerlieden zijn aanzienlijk hoger. Dat gaat om tientallen mensen per jaar. En dan zwijgen we nog over het aantal situaties waarbij mensen nipt aan de dood ontsnappen. Die vind je natuurlijk in geen enkele statistiek terug, maar zulke momenten kunnen net zo traumatisch zijn.”

“Het voorval dat het meest in het collectieve geheugen gegrift staat, is de gasramp in Gellingen. Daar zijn in één klap vijf brandweermannen overleden. Er is trouwens ook een situatie geweest die heel erg leek op wat zich in Beringen heeft voorgedaan. Bij het blussen van een brand in een krakerspand in Ukkel in 2008 vond ook een flashover plaats, die het leven kostte aan twee mannen.”

Traumapsycholoog Erik De Soir. Beeld kos

Kan een korps zo’n trauma verwerken?

“Dat brandweerlui met traumatiserende gebeurtenissen geconfronteerd worden, valt niet te voorkomen. Dat is nu eenmaal eigen aan hun beroep. Maar een goede opvang achteraf is wel van belang. Zeker omdat veel brandweerlieden het niet makkelijk vinden om over hun gevoelens te praten. Naar schatting acht tot tien procent zou met zo veel posttraumatische stress kampen dat ze hun werk niet meer goed kunnen uitvoeren. Denk aan bepaalde opdrachten op het terrein mijden of niet meer als eerste willen arriveren.”

“De bijstand van andere korpsen is hoogstnoodzakelijk op momenten dat het misloopt, omdat de brandweerlui die ter plekke zijn dan een enorm controleverlies ervaren. Vaststellen dat iemand van je team gewond is geraakt of vast is komen te zitten, maakt het werk voor hen heel moeilijk.”

U richtte 25 jaar geleden zelf FIST (Fire Stress Teams) op. Zo’n lokaal team kwam ook in Beringen in actie. Wat doen de leden daarvan precies?

“Eerst komen de ‘antennes’ in actie. Dat zijn speciaal opgeleide FIST-medewerkers die het eerste aanspreekpunt zijn. Dit zijn meestal mensen die zelf bij de traumatiserende interventie aanwezig zijn, maar op andere momenten wel nauw samenwerken met de collega’s. De antennes zorgen dat ze in de kazerne aanwezig zijn, waar iedereen samenkomt meteen na de interventie. Hij of zij overloopt dan in groep wat er gebeurd is en hoe iedereen het stelt. In de dagen daarna komen de FIST-debriefers, die met het hele korps een heel gedetailleerde reconstructie maken. 

“Vaak zijn het veel technische aspecten die tijdens de eerste momenten samen overlopen worden. Dat heeft niet te maken met het moeilijk over gevoelens kunnen praten. Vaak komen die gevoelens bij hulpverleners pas nadat ze de film vijfduizend keer hebben teruggespoeld. Heb ik juist gehandeld? Heb ik alles gedaan wat mogelijk was? Waar is het precies misgelopen? Die vragen spoken door ieders hoofd.”

“Net door die techniciteit is het zo belangrijk om een brandweerpsycholoog te hebben en geen doorsnee, commerciële psycholoog. Er wordt te veel jargon gebruikt door deze mensen om snel te kunnen doorgronden waarover ze spreken.”

“De nazorg door FIST neemt in totaal vier tot zes weken in beslag. In die periode zijn er nog verschillende groepsgesprekken, om bijvoorbeeld uitvaartrituelen en herdenkingsmomenten te bespreken.”

Waarom is dat groepsaspect zo belangrijk in de verwerking?

“Omdat je in een crisis altijd in zekere mate onderhevig bent aan tunnelvisie en een vernauwd bewustzijn. Getrainde mensen vallen terug op aangeleerde reflexen. Drils. Je hebt je collega’s nodig om de puzzel van het gebeuren weer bij mekaar te leggen en je tol in het geheel beter te begrijpen.”

Ondanks het feit dat uw Fire Stress Teams goed ingeburgerd zijn in België en honderden leden tellen, blijft u stellen dat de steun hiervoor onvoldoende is. Wat loopt er mis?

“Vanuit de korpsen krijgen de Fire Stress Teams veel steun. Maar de realiteit is dat ik zelf nog altijd de enige operationele brandweerpsycholoog in België ben. Dat is een trieste positie. In een ideaal scenario zou elke provincie zo’n psycholoog hebben. Het ontbreekt in ons land ook aan een uniforme aanpak voor psychologische ondersteuning.”

“Onze driehonderd leden werken trouwens vrijwillig. En daarmee bedoel ik écht vrijwillig. Tenzij het beroepsbrandweerlui zijn, krijgen ze geen cent voor de ondersteuning die ze aan collega’s bieden.”

“Ik heb bij vijf ministers van Binnenlandse Zaken al om extra aandacht en budget gevraagd, maar tot op heden is daar niemand op ingegaan. Ik stel vast dat er vooral veel aandacht is voor burgerslachtoffers, maar hulp voor hulpverleners blijkt een minder grote prioriteit.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden