Maandag 30/11/2020

Brahms, getekend

Nomen est omen. Wie Klinger heet, moet wel iets met muziek hebben (ik ken ook musici die Streicher of Toet heten). De Duitse beeldend kunstenaar Max Klinger was ook een getalenteerd amateurzanger en -pianist, die regelmatig kamermuziek speelde met leden van het Leipzigse Gewandhausorkest. Aan zijn cycli van gravures gaf hij opusnummers, zoals componisten doen. Hij maakte ook het wellicht beruchtste standbeeld van Beethoven. Het werd voor het eerst tentoongesteld in de Sezession in Wenen, bij de onthulling van de Beethovenfries van Gustav Klimt. Het toont Beethoven met ontbloot bovenlijf op een troon, als een Olympische godheid, met gebalde vuisten. Het gaat Klinger niet om de persoon maar om de idee Beethoven: de moderne Prometheus. Zijn bewondering voor de muziek van Schumann is dus niet verwonderlijk. Ze bracht hem haast natuurlijk bij Brahms, van wiens Ein deutsches Requiem hij de première bijwoonde.

In 1880 draagt hij zijn opus V, Amor und Psyche, op aan Brahms, die het op zijn beurt cadeau doet aan Clara Schumann. Maar de uitgever van Brahms wil meer: hij wil dat Klinger illustraties maakt bij het werk van de componist. Brahms is sceptisch maar niet afwijzend: als Klinger nu eens niet illustreerde maar veeleer "anticipeerde op de muziek"... Dertien jaar later, na veel heen en weer, heeft Klinger zijn opus XII klaar. Het heet Brahmsphantasie en is immens: zevenendertig albumbladen met eenenveertig gravures, soms volledige bladen, soms cartouches naast een partituur. Alles bij elkaar een halfuur muziek, culminerend in het 'Schicksalslied', dat wonderlijke gedicht van Hölderlin. Op een blad vliegen zwaluwen uit de notenbalken naar een romantische toren; op twee andere speelt een pianist verwoed naast een kolkende zee. Ook hier overheerst de prometheïsche idee: de kunstenaar die naar de goden reikt. Tenminste vier gravures verwijzen rechtstreeks naar de mythe: 'Titanen', 'De roof van het licht', 'De ontvoering van Prometheus', 'De bevrijde Prometheus'.

De cyclus is nu samen met het volledige grafische oeuvre van Klinger te zien in het museum voor moderne en hedendaagse kunst in Straatsburg. Het is een sobere tentoonstelling van indrukwekkende werken, die ergens op de grens staan tussen symbolisme, jugendstil en surrealisme. Daarenboven behoren sommige ervan tot het meest virtuoze wat er in de graveerkunst ooit is geproduceerd. Virtuositeit is ook een muzikale kwaliteit.

De Brahmsphantasie is niet het einde van de relatie tussen beide kunstenaars. In 1896 verliest Klinger zijn vader. Brahms draagt zijn 'Vier ernste Gesänge' aan hem op, vier muzikale meditaties over de dood. Klinger zingt ze thuis terwijl hij zichzelf aan de piano begeleidt ("In tranen", schrijft hij). Een jaar later sterft Brahms. Klinger beeldhouwt zijn standbeeld voor Hamburg. Het wordt onthuld in 1909. Op dat moment is Klinger al uit de mode. De expressionist Max Beckmann schrijft: "Afzichtelijk, gewoon onmogelijk in elk opzicht." Een eeuw later kunnen we ook dat weer relativeren.

Max Klinger, Le théâtre de l'étrange, tot 19 augustus in het MAMC in Straatsburg.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234