Zondag 16/02/2020

Bozardig

oen ik nog de lagere school bezocht - het lijkt me zo lang geleden dat ik er niet zeker van ben of er toen al lagere scholen bestonden - had ik wel eens een aanvaring met leerkrachten die het leven een beetje te serieus namen.

Ze mochten mij niet en ik hen niet en zoals u allen ondertussen weet: daar komen vodden van.

Eerst dacht ik verkeerdelijk dat het conflict tussen mij en de pedagogische autoriteiten alleen maar een soort godsdienstoorlog was.

Ik dacht dat het kwam omdat ik in het vierde studiejaar eens een regelrechte rel veroorzaakt had door bij het eind van een les die afgesloten werd met de de klassieke vraag 'zijn er nog vragen?', de onderwijzer voor schut te zetten met het verzoek of hij a.u.b. nog voor het begin van de speeltijd onverwijld het bewijs kon leveren dat God bestond.

En zo ja, waarom de Paus dan altijd een Italiaan was.

Geen courante interventie in het vierde studiejaar van een katholiek college in de jaren '50, neem dat van mij aan.

Die onderwijzer - hij heette Van Bellingen en hij kwám ook uit Bellingen - weigerde mijn vragen te beantwoorden en stuurde ons de speelplaats op met vooraf een alleen aan mij geadresseerde maar toch publieke bolwassing die hij beëindigde met de nog steeds in mijn geheugen nazinderende historische woorden:

"Mijnheer Didden, er zijn twee soorten leerlingen die ik niet kan uitstaan! Dat zijn ten eerste de luiaards en ten tweede de ambetanteriken! En gij, mijnheer Didden, gij zijt alletwee!"

Mijnheer Van Bellingen is ondertussen allang dood en ik bijna. Daarom kan ik hem nu dan ook in alle vrede melden dat ik niet lang boos op hem ben geweest, ook al omdat ik snel begrepen had dat hij in feite gelijk had: ik ben een luiaard én een ambetanterik.

Maar wat doe je daaraan ?

Ik betaal op tijd mijn belastingen, heb nog nooit kleine kindjes hun hoofd afgebeten en toen ik nog een auto had parkeerde ik die altijd keurig tussen de witte lijnen. Ik verkracht ook geen kamermeisjes, download geen porno en heb nog nooit voor Focus Knack geschreven, dus bekijk mijn handen en u zult zien: ze zijn zuiver.

En mijnheer Van Bellingen heeft me, zoals wel meer leerkrachten van het college waar ik negen jaar lang school liep, veel liefde bijgebracht voor Brussel en voor de mooie groene rand die daarrond zit.

Afgelopen donderdag ben ik nog eens met alleen maar een fijne najaarszon als begeleider vanuit het Café Verschueren in Sint-Gillis dwars door de Marollen gelopen. Daarna even bergop, de Zavelkerk voorbij en wat gaan zitten in dat prachtige Egmontparkje dat er tegenover ligt. Dan langs het Museum heen het Koningsplein over om nog maar eens, zoals altijd, bewonderend naar de gevel van Old England te kijken om dan aan te landen bij Bozar.

En dan denk ik: wat een mooie stad.

En wat jammer dat je in dat prachtige Bozar alleen aan een pseudo-gastronomische maaltijd kunt geraken en niet aan een goede espresso of twee.

Bozar stond overigens vorige week even in het oog van een zeer slecht getimed mediastormpje toen Fadila Laanan, de Franstalige minister van Vele Dingen Waaronder Cultuur, even haar hart moest luchten in La Libre Belgique. Ze vindt dat het er daar in die internationaal vermaarde cultuurtempel aan de Ravensteinstraat véél te Vlaams aan toegaat, maar omdat ik La Libre Belgique niet lees weet ik niet wat ze daar precies mee bedoelt.

Is de voorzitter van de raad van bestuur, Etienne Davignon, te Vlaams?

Is de geplande ontmoeting met de uitstekende Franse auteur Pascal Quignard te Vlaams?

Zullen de komende voorstellingen van La douleur, door Dominique Blanc en Patrice Chereau, te Vlaams zijn?

De tentoonstelling over Roman Polanski dan?

Of die van Kurt Schwitters?

De lichtdrukmalen die vertoond zullen worden op de volgende editie van L'Eté de la Photographie?

Enfin, ik wilde Fadila net een brief schrijven - ik was nog aan het zoeken naar een taal die niet 'trop flamand' aandeed - toen ik mocht vaststellen dat Vlaams parlementslid Yamila Idrissi (sp.a) dat al op uitmuntende wijze gedaan had in de lezersrubriek van De Morgen van 15 september laatstleden.

Mevrouw Idrissi - waarom zijn verstandige politici toch bijna altijd vrouwen? - legt daar onder de titel 'Flamandisation' beleefd en haarfijn uit hoe verkeerd het is om het communautaire virus ook aan de wereld van de cultuur te laten vreten. Hoe volstrekt onbelangrijk de taal van de kunstenaar is in vergelijking met de taal van zijn kunst. Hoe vies het zou zijn om vanuit de politiek quota op te leggen aan kunsthuizen die hun keuzes natuurlijk alleen mogen maken op basis van hun eigen mission statement en zich alleen zouden mogen bezighouden met het streven naar de hoogst mogelijke kwaliteit.

Iets wat overigens dagelijks al gebeurt in Bozar. En in de KVS. En in het Kaaitheater. En bij Rosas. En in het Théâtre National. En in Flagey. En bij de Munt.

En bij Wiels en in Les Halles de Schaerbeek of de Beursschouwburg.

Maar het mooiste aan Yamila Idrissi's brief vind ik dat ze schrijft dat de uitspraken van de vrouwelijke Cultuurminister met wie ze haar Marokkaanse roots deelt, haar niet boos maar eerder bang maken.

Ze gebruikt het woord 'ontgoocheld' om lucht te geven aan het slechte gevoel dat ze heeft bij Laanans kortzichtige visie, die ze terecht als "anti-Brussel, anti-cultuur, anti-gemeenschapsvorming" bestempelt.

Men is dat wellicht vergeten maar het is dezelfde Fadila Laanan die ook al eens geopperd heeft dat Flagey "trop flamand" dreigde te worden, toen daar in 2007 een Nederlandstalige intendant werd aangesteld.

Net als nu was toen duidelijk dat la ministre, ook al heeft ze daar ruim dertig man personeel voor, niet echt op de hoogte was van hoe breed en divers er in de Brusselse cultuurhuizen geprogrammeerd wordt, dwars door alle taalbarrières heen.

Van één ding mag ze zeker zijn: als de Brusselse kunstenwereld een uitmuntende reputatie heeft in binnen- en buitenland, dan zal het alvast niet aan haar of haar beleid liggen.

En indien het haar hier niet bevalt zou ik zeggen: Fadila, ga in Linkebeek wonen!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234