Zaterdag 19/06/2021

OpinieToon Vanheukelom

Bovengrens op overheidsuitgaven zoals Egbert Lachaert wil? Een onzalig idee

Kandidaat-voorzitter Open Vld Egbert Lachaert. Beeld Stefaan Temmerman
Kandidaat-voorzitter Open Vld Egbert Lachaert.Beeld Stefaan Temmerman

Toon Vanheukelom is onderzoeker publieke economie aan de KU Leuven.

De overheden en sociale zekerheid geven in België 52 procent van het bbp uit. Dat is naar internationale standaarden erg veel. Die hoge uitgaven zijn de uitkomst van de hoeveelheid diensten die de overheid aanbiedt, en de efficiëntie waarmee ze dat doet.

Andreas Tirez en Stavros Kelepouris toonden vorig jaar in deze krant al aan dat de verschillen internationaal veel kleiner worden als we controleren voor de manier waarop dezelfde diensten betaald en/of georganiseerd worden. De meeste OESO-landen besteden een gelijkaardig aandeel van hun inkomen aan gezondheidszorg, maar er zijn grote verschillen in het aandeel persoonlijke bijdragen. Een kind hoger onderwijs laten volgen in Nederland of het VK kost u een veelvoud in vergelijking met België. Wel blijkt dat Belgen voor hun hoge uitgaven in vergelijking vaak middelmatige kwaliteit krijgen.

Open Vld-parlementslid en kandidaat-partijvoorzitter Egbert Lachaert stelt in zijn boekje een harde bovengrens op onze overheidsuitgaven voor: “Liberalen zouden in de grondwet of een bijzondere wet moeten laten inschrijven dat het overheidsbeslag nooit hoger mag zijn dan 50 procent. De Belg kan niet verplicht worden gemiddeld meer voor alle anderen te werken dan voor zichzelf.”

Zelfs voor een politiek manifest is dat laatste een vreselijke karikatuur. Iedere burger/belastingbetaler kan in mindere of meerdere mate rekenen op overheidsdiensten in de vorm van verzekeringen of publieke goederen. Maar is die 50 procent dan geen goed maximum voor onze overheidsuitgaven?

Radicaal veranderd

Even terugspoelen: in het begin van de 20ste eeuw bedroegen onze overheidsuitgaven nog geen 15 procent van het bbp. Er was nog geen sprake van onze sociale zekerheid, en schoolplicht tot 14 jaar werd pas in 1914 ingevoerd. Defensie was een van de grootste overheidsposten. Vorig jaar was defensie nog goed voor 1,5 procent van onze uitgaven. Vandaag zijn de grootste posten sociale zaken (38%) en gezondheid (15%), gevolgd door algemeen overheidsbestuur (14%) en onderwijs (12%). De overheid is dus niet alleen fors gegroeid, ook de verdeling van overheidsmiddelen is radicaal veranderd. Dat patroon gaat op voor alle geïndustrialiseerde landen.

Daar zijn ruwweg drie mogelijke verklaringen voor. Een eerste verklaring vertrekt van een pessimistische visie op de overheid. Politici en beleidsmakers zijn volgens deze visie bijvoorbeeld erg gevoelig voor beïnvloeding door belangengroepen, en worden verleid om niet te handelen naar het algemene belang. Dit leidt tot tot grote inefficiënties. In de mate dat die theorie zou kloppen, kan men besluiten dat het beter is om de overheid klein te houden.

Een tweede verklaring voor de toenemende uitgaven is positiever: als een land en zijn burgers welvarender worden, verwachten die burgers meer en andere diensten van de overheid. Er is een brede consensus dat onze overheid meer mag en moet doen dan louter het organiseren van defensie en openbare orde. We verwachten propere steden, mooie parken, en hechten belang aan een effectieve sociale zekerheid. Als de overheid bepaalde diensten beter kan organiseren dan private bedrijven, dan leidt dat tot argumenten voor een grotere overheid.

De kostenziekte

Een derde verklaring is de zogenaamde kostenziekte. Diensten die moeilijk te automatiseren zijn, worden duurder doorheen de tijd. Het klassieke voorbeeld van economen Baumol en Bowen verheldert dit meteen: om een strijkkwartet van Beethoven te spelen heb je – goed geraden – vier muzikanten nodig, net zoveel als 200 jaar geleden. Hun productiviteit voor live voorstellingen kán dus niet toenemen. De toegenomen productiviteit in andere sectoren zorgt er wel voor dat de lonen in de rest van de economie gestegen zijn. Als de lonen van klassieke muzikanten niet zouden meestijgen, zou dat betekenen dat er vandaag waarschijnlijk niemand meer voor een muziekcarrière wil of kan kiezen. Het logisch gevolg is dat als mensen professionele opvoeringen willen blijven zien, deze een steeds hogere prijs moeten hebben.

Vervang nu muzikanten door verpleegsters of onderwijzers, en hun muziekstuk door een patiënt in bed helpen of een klas onderwijzen, en het belang voor diensten als onderwijs en gezondheidszorg is aangetoond. De kostenziekte bestaat natuurlijk ook in de private dienstensector, bijvoorbeeld voor kappers of taxichauffeurs.

Dat duurder worden is dus veeleer omdat andere diensten en goederen goedkoper worden, dan dat het meer verpleegsters of meer onderwijzers vraagt om de dienst te leveren. En belangrijk, zolang de totale welvaart toeneemt hoeft dit ook niet te betekenen dat huishoudens minder koopkracht zullen genieten. Maar het betekent zeker wel dat deze uitgaven als procent van het bbp zullen groeien.

Het tweede en derde argument wijzen op wenselijke toenames van de uitgaven als percentage van het bbp. Onderwijsuitgaven (per kind) constant houden, houdt in dat we op termijn ofwel minder leerkrachten kunnen inzetten, ofwel die leerkrachten een minder competitief salaris kunnen aanbieden, wat een effect zal hebben op kwaliteit. Een bovengrens op publieke uitgaven, zijn net zoals eenvoudige groeinormen of besparingen via de kaasschaaf, politiek oplossingen op korte termijn. Ze dreigen tot een ernstige daling in kwaliteit te leiden in de sectoren die het meest onderhevig zijn aan de kostenziekte.

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234