Dinsdag 16/08/2022

Boven de wet en onder de radar: Amerikaanse huurlingen in Irak

Nadat werknemers van het bedrijf Blackwater vorige zondag elf burgers hebben doodgeschoten zou de Iraakse regering het liefst alle Amerikaanse privélegers buitengooien. Maar de VS-troepen kunnen niet zonder deze huurlingen. Met meer dan 40.000 zijn ze momenteel. Dik betaald, onaantastbaar en incontournable.

Door Ayfer Erkul

Het was een gewone werkdag voor Hassan Jabar Salman, toen hij zondag naar het ministerie van Justitie reed. Het verkeer zat strop, de hitte was verzengend, overal was stof. Een gewone dag, voor zover een dag gewoon kan zijn in Bagdad. Er klonk een explosie, een bomaanslag op het eerste gehoor, maar die was ver verwijderd van Mansour, een wijk in het West-Bagdad.

Hassan Jabar Salman, een advocaat, vloekte toen hij kwam vast te zitten in een file. Voor hem zag hij verschillende gepantserde voertuigen met zwaarbewapende mannen op het dak. Achter hem reden drie zwarte SUV's. Amerikanen, zoveel was duidelijk. Na 20 minuten hoorde Salman barse stemmen. De Amerikanen riepen dat iedereen terug moest keren. "Go! Go! Go!", klonk het. En plots klonken er van alle kanten schoten.

Salman deed zijn verhaal afgelopen week in het ziekenhuis aan verschillende media en liet uitgebreid foto's nemen van zijn schotwonden. "De eerste die werd gedood was de agent die het verkeer regelde", vertelde hij. "Ik zag een jongen uit een busje springen. Hij kreeg direct een kogel in het hoofd. Zijn moeder, die hem achterna sprong, werd ook doodgeschoten."

Salman probeerde snel weg te rijden. Hij werd in de rug getroffen door twee kogels. Hij bleef rijden, werd nog eens door twee kogels geraakt, een in zijn rechterhand en een in zijn rechterschouder.

Elf doden en dertien gewonden vielen er vorige zondag in Mansour. Een 'gewoon' aantal in een stad waar dagelijks gemiddeld twaalf mensen omkomen door geweld. Maar dit was niet de zoveelste zelfmoordaanslag of schietpartij tussen het Amerikaanse leger en Iraakse opstandelingen. De mannen die geschoten hadden, waren werknemers van het privébeveiligingsbedrijf Blackwater USA, die op dat moment een konvooi begeleidden met Amerikaanse diplomaten.

Het incident veroorzaakte direct een politieke rel in Irak. Premier Maliki beschuldigde Blackwater van misdadige intenties. De Iraakse regering eiste het direct vertrek van Blackwater uit Irak en schorste de activiteiten van het bedrijf voor onbepaalde duur. Blackwater verdedigde zich en zei dat de mannen schoten omdat ze zich bedreigd voelden. Maar dat werd honend weggelachen door de Irakezen, die dagelijks met Blackwater worden geconfronteerd.

Blackwater USA is een van de bijna dertig private militaire bedrijven, zogenaamde Private Military Companies (PMC's), die ingehuurd zijn door de Amerikaanse overheid om in Irak het VS-leger te ondersteunen. PMC-werknemers doen aan training, leveren wapenvoorraden en bouwen faciliteiten voor het leger. Samen met inlichtingendiensten ondervragen ze gevangenen en beheren ze gevangenissen. Anderen bewaken diplomaten of staan in voor de veiligheid van de Groene Zone in Bagdad.

Onder die PMC's heeft vooral Blackwater een kwalijke reputatie. Agressief, nergens voor terugdeinzend, alle verkeersregels aan de laars lappend: dat is zowat het beeld dat de doorsnee-Irakees heeft van deze privésoldaten. Hun kleine, zwarte helikopters cirkelen onophoudelijk over Bagdad, hun gepantserde voertuigen ontzien niets of niemand. Ze voeren militaire opdrachten uit, maar zijn als niet-militairen niet gebonden aan de militaire gedragscode. Beschermen wie ervoor betaalt en daarvoor tot het uiterste gaan, dat is het motto. En als dat Irakezen op de zenuwen werkt: jammer.

"Blackwater heeft geen respect voor de Irakezen", verklaarde afgelopen week een ambtenaar van het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken aan The Washington Post. "Voor hen zijn Irakezen beesten, hoewel ik eigenlijk denk dat ze meer respect tonen voor dieren. We hebben gezien wat ze in de straten doen. Als ze niet schieten, gooien ze met waterflessen naar mensen en schelden ze hen uit. Als je een kind of een oude vrouw schrik aanjaagt of je doodt een onschuldige burger die in zijn auto zit, is dat dan geen terrorisme?"

Blackwater USA werd in 1997 in North Carolina opgericht door Erik Prince, een ex-lid van de elite-eenheid Navy Seals binnen de Amerikaanse marine. Van Prince, een schimmig figuur, is bekend dat hij erfgenaam is van miljoenen dollars en geldschieter van Republikeinse politici. Hij zetelt in de raad van bestuur van Christian Freedom International, een organisatie die als missie heeft 'christenen te helpen die worden vervolgd voor hun geloof in Christus'. Het bedrijf heeft 2.300 man personeel in negen landen, waarvan 1.000 man in Irak. Daarnaast zijn er zo'n 20.000 reservisten.

Momenteel zitten er meer dan 180.000 werknemers van privébedrijven in Irak die een contract hebben met de Amerikaanse overheid. Ze bereiden maaltijden voor soldaten, doen de was, halen vuilnis op, beheren gevangenissen of bouwen wegen. De Amerikaanse regering heeft die privébedrijven broodnodig in Irak. De aanwezige 160.000 militairen zijn zwaar bezet met het uitvoeren van militaire opdrachten als terroristen opsporen en wijken beveiligen.

Van die 180.000 privéwerknemers zijn een kleine 50.000 privésoldaten van PMC's. De facto zijn het huurlingen, maar PMC's gebruiken die term liever niet. Huurlingen zijn trouwens verboden door de Conventie van Genève en andere internationale afspraken. Maar het verschil tussen een echte huurling, gerekruteerd in een vreemd land voor een gewapend conflict, en een PMC-werknemer is onduidelijk. De werknemers van PMC's zijn vaak gepensioneerde elitesoldaten die opereren in wetteloze gebieden en daarvoor dik worden betaald. Een gewone soldaat in Irak bijvoorbeeld krijgt rond de 70 à 100 dollar per dag; een werknemer van Blackwater soms tot 1.000 dollar en meer.

De Amerikaanse regering probeerde afgelopen week de gemoederen te bedaren en beloofde een gemengd Iraaks-Amerikaans onderzoek naar wat er zondag is gebeurd. "Werknemers van Blackwater zijn gebonden aan regels", verklaarde president Bush. "Het onderzoek zal bepalen of ze die regels hebben geschonden."

Maar dat klopt niet: bedrijven als Blackwater kunnen zo goed als straffeloos opereren in Irak. Amerikaanse rechtbanken bestraffen zelden of nooit inbreuken die ze plegen. Aan de Iraakse wet zijn ze al helemaal niet gebonden. Dat is nog een regeling die dateert uit de tijd van de Coalition Provisional Authority, het voorlopige Amerikaanse bestuur in Irak tussen maart 2003 en de zomer van 2004. Vlak voor zijn vertrek tekende bestuurder Paul Bremer nog snel Memorandum 17, dat privélegers onthief van ondergeschiktheid aan de - toen nog toekomstige - Iraakse wetgeving.

Gisteren bleek alweer hoe onaantastbaar Blackwater is. Terwijl de Iraakse regering ermee dreigde het bedrijf buiten te gooien en de activiteiten ervan had geschorst, liet Blackwater doodleuk weten de werkzaamheden hervat te hebben.

Dat PMC-werknemers in Irak ongestraft hun gang kunnen gaan, bleek ook al in april 2004, een jaar na de invasie van Irak. Toen het schandaal over de gevangenis van Abu Ghraib losbarstte, werden zeventien Amerikaanse soldaten en officieren uit hun functie ontheven, omdat ze gevangenen hadden gefolterd en onmenselijk hadden behandeld. Minder bekend was dat er vier werknemers van Titan en CACI, twee PMC's die betrokken waren bij de ondervraging van gevangenen, ook hadden deelgenomen. Zij werden nooit vervolgd. In december vorig jaar schoot een werknemer van Blackwater een bewakingsagent van de Iraakse vicepresident Adel Abdul Mahdi dood in de Groene zone in Bagdad. De man kon de volgende dag ontsnappen via de Amerikaanse ambassade.

Toen Erik Prince Blackwater USA in 1997 oprichtte, waren PMC's al enkele jaren een courante praktijk in de wereld. Hun succesverhaal begon na de Koude Oorlog, toen nationale legers werden verkleind. Het VS-leger is nu een derde van de troepenmacht tijdens de Golfoorlog van 1991. Maar tegelijk steeg het aantal interventies en werden oorlogen steeds meer hightech. Daarom namen privébedrijven, met specialisten in wapentrainingen en technologische snufjes, de rol over van wat voordien door gewone soldaten werd gedaan.

Tegenwoordig zitten PMC's overal waar reguliere troepen worden ontplooid. In Nigeria vechten ze met lokale rebellen die het op olieplatforms hebben gemunt, in Afghanistan werken ze als privébodyguards voor president Hamid Karzai, in Colombia worden ze ingeschakeld voor het besproeien van cocavelden met pesticiden.

De grote doorbraak kwam er voor PMC's na de aanslagen van 9/11. Terwijl de Amerikaanse en de globale economie forse klappen kregen, steeg de waarde van hun aandelen met 50 procent. Nieuwe bedrijfjes plopten als paddenstoelen uit de grond. Sinds 1994 hebben de VS naar schatting meer dan 3.000 contracten afgesloten met een tiental Amerikaanse PMC's. Door intensief gelobby vergrootten PMC's hun invloed op de Amerikaanse politiek. In 2001 spendeerden tien grote bedrijven meer dan 32 miljard aan lobbywerk en meer dan 12 miljoen dollar aan campagnedonaties, veelal aan Republikeinse politici.

De oorlog tegen het terrorisme spekte menige PMC-kas in de VS. In Afghanistan speelden de privélegers een belangrijke rol in legeroperaties. Maar de kassa ging pas echt goed rinkelen bij de invasie van Irak. Nooit eerder werd in een recente oorlog zoveel gebruikgemaakt van privébedrijven als in Irak. Ambtenaar Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken:

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234