Zaterdag 31/07/2021

Bouwstenen van een utopie in verval

Het sanatorium van Tombeek. De redactielokalen van de Vooruit in Gent. Het luchthavengebouw in Zaventem. Maar Brussel is de plek bij uitstek waar Fernand, Gaston en Maxime Brunfaut de diepste sporen hebben nagelaten. Verloederde sporen, leert deze wandeling langs de erfenis van het architectengeslacht.

Een sterk ras is het geweest, de Brunfauts. Vader Fernand, geboren in 1886, werd 86, zijn broer Gaston 80 en zijn zoon Maxime, allicht de gekendste van de drie, zelfs 94. Geboren in 1909, gestorven in 2003. Een hoogst fascinerende eeuw haast integraal overspannen.

Meer nog dan sterk zijn de Brunfauts invloedrijk geweest. In de catalogus van Brunfaut's Progressive Architecture, de pas geopende, fraaie tentoonstelling in de bollen van het Atomium, klinkt het als volgt. "Brunfaut is een familie van progressieve architecten, openlijk politiek geëngageerd en grote spelers in hun tijd. Fernand (1886-1972) als politicus, Gaston (1894-1974) als criticus en theoreticus en Maxime (1909-2003) als practicus, hebben Brussel en België gemarkeerd met hun militante werken. Als overtuigde socialisten interesseerden ze zich, via de architectuur voor het urbanisme en politieke actie. Zo trachtten ze de stad te verbeteren en het leven van de arbeiders en hun familie."

Dat is de theorie, ernstige woorden over het verleden. Minder bestoft evenwel is het heden. Hoe het de Brunfaut-erfenis anno 2013 vergaat, toont deze wandeling langs hun belangrijkste Brusselse gebouwen. Langs rails en politiek, graffiti en kakkerlakken.

Starten kan dit verhaal moeilijk elders dan in het Centraal Station. De plek waar vandaag voor duizenden pendelaars de werkdag start en negen uur later opnieuw stopt. De plek waar achteloos hele werelden samenvloeien.

De plek ook waar de carrière van Maxime Brunfaut in 1952 een hoge vlucht neemt. In oktober van dat jaar wordt immers het Centraal Station ingehuldigd door de jonge koning Boudewijn, als pronkstuk van de nagelnieuwe Noord-Zuidverbinding. Het oorspronkelijke ontwerp van het Centraal Station, met zijn vele niveauverschillen en in-en uitgangen erg complex, komt van art-nouveaugrootmeester Victor Horta, maar na diens dood in 1947 mag een van zijn voornaamste leerlingen het voltooien: Maxime Brunfaut.

Brunfaut heeftal de elliptische gevel van het station getekend, en volgt de plannen van Horta getrouw. Niettemin brengt hij enkele aanzienlijke veranderingen aan, de rondeelfrontons van de voorgevel bijvoorbeeld: die worden vervangen door platte, horizontale kroonlijsten. Opmerkelijk zijn voorts de negen verticale vensters aan de holle voorgevel, symbool voor de negen toenmalige provincies van het land. Ook na de recente renovatie, tussen 2005 en 2009, knipoogt de hoofdingang naar Brunfaut: een van 's mans signaturen was een vlaggenrij op de voorgevel.

Direct na de voltooiing van het Centraal Station, en recht ertegenover, bouwt Maxime Brunfaut de Air Terminus van vliegtuigmaatschappij Sabena. Talloze foto's uit die tijd getuigen van een imposante schoonheid, met grote aandacht voor licht en transparantie, vensters in strookvorm, en een precieze integratie in de buurt. Volbloed Brunfaut. Na de opening van het nieuwe luchthavengebouw Brussel-Nationaal te Zaventem, waarin Maxime Brunfaut ook een groot aandeel heeft, verliest de Air Terminus zijn functie van klantenonthaal een stuk sneller dan verwacht. Het wordt uiteindelijk tot kantoorcomplex omgebouwd. Vandaag is het gebouw, dixit architectuurhistoricus Vincent Heymans, "van een symbool van het zuiver functionalisme uitgegroeid tot een pseudochic decor met vage nieuwe art-decokenmerken."

Propagandamiddel

Wel vrij succesvol bewaard zijn de twee kleinere Brunfautstations binnen de Vijfhoek. Halte Kapellekerk in de Marollen is zowel beneden in het stationsgebouw als boven op de perrons rijkelijk met graffiti versierd, maar kent sinds de komst van vzw Recyclart een culturele renaissance. Dankzij werkateliers, polyvalente ruimtes en een café-restaurant is het station tegenwoordig vooral bij artistieke zielen in zwang, eerder dan bij pendelaars.

Anderhalve kilometer noordwaarts injecteert halte Congres dan weer een scheut Brasilia in Brussel. Ondergronds regeert de troosteloosheid, in de houten bekleding staan onder meer de namen van Suzana en Bilal gekrast, maar de buitenkant siert intussen wel mooi de monumentenlijst. Vooral de enorme luchtkoker, het ventiel van de Noord-Zuidverbinding, springt in het oog, net als de overhangende luifel boven de ingang. Als een statige kepiepet op het hoofd van de conducteur.

Slechts tweemaal daags wordt hier de leegte doorbroken, bij de opstart en het einde van de kantooruren. De drieduizend passagiers die Brussel-Congres dagelijks ontvangt zijn voornamelijk kantoorklerken van Belfius, van de nabijgelegen Financietoren of van de Nationale Bank.

Via fuiven, fototentoonstellingen en concerten pompt de vzw Congres al enkele jaren nieuw bloed in deze obscure halte. Momenteel liggen hun activiteiten stil, de voorbije weken is volop asbest verwijderd en werd de verlichting vernieuwd, maar er zouden plannen op tafel liggen om het Congres-café in zijn oude glorie te herstellen.

Nog is daarmee de invloed van Maxime Brunfaut op het Brusselse verkeersleven niet volledig belicht. Ook het ontwerp van enkele van de drukst bezochte metrostations in de hoofdstad - De Brouckère, Rogier, Beurs en Kruidtuin - is van zijn hand. Brunfaut in Brussel: alomtegenwoordig en alom bejubeld.

"Brussel staat vol met gebouwen van de Brunfauts", zegt Arnaud Bozzini, tentoonstellingscommissaris van de Brunfaut-expo in het Atomium. "Zij hebben de stad op een heel eigen manier gekarakteriseerd."

Behalve als architect ontpopt Maxime Brunfaut zich ook als urbanoloog. Hij ontwerpt verschillende plannen voor sociale wijken, maar voert er slechts een van uit: Germinal in Evere (1949- '51), waar personeelsleden van Sabena dicht bij hun werkplek ondergebracht werden, in een coöperatieve woonwijk.

Eerder had ook vader Fernand het idee van satellietwijken in de stadsrand met vuur bepleit. Van 1920 tot 1928 werkte hij mee aan de ontwikkeling van de experimentele tuinwijken Het Rad en Moortebeek in Anderlecht, en in de aanloop naar Expo '58 is hij voortrekker van de Modelstad in Laken, die symbool moest staan voor de collectieve huisvesting in België. Verloedering, echter, is het enige juiste woord om de toestand vandaag te omschrijven, al is de broodnodige renovatie inmiddels ingezet.

Hoe dan ook, bovenvermelde wijken zijn stuk voor stuk duidelijke uitingen van het sterke sociale engagement dat de Brunfaut-familie kenmerkt. Fernand, Gaston, Maxime: alledrie waren ze innig met de Socialistische Partij verstrengeld en zagen ze hun constructies als propagandamiddel voor het socialisme. Als uithangborden en, ja, zelfs als vaandeldragers.

Twee veelzeggende realisaties hierbij zijn de hoofdzetel van de PS, gebouwd in 1962-'64 en nog steeds in gebruik, langs de Keizerslaan, en het Achturenhuis van de ACOD-vakbond op het Fontainasplein. Het eerste is haast onherkenbaar gerenoveerd, het tweede is intussen weinig meer dan een grijze kantoortoren op een grauw plein.

Crisis

Genoeg over de jongste Brunfaut. Tijd voor vader Fernand en nonkel Gaston. Die laatste mocht, samen met topnamen als Oscar Niemeyer en Le Corbusier, meewerken aan het ontwerp van het VN-hoofdkwartier in New York, en is vandaag vooral bekend van zijn aandeel in het Brusselse Bordetinstituut. Ingehuldigd in 1939, officieel geopend na de Tweede Wereldoorlog, en zes decennia later nog steeds vermaard voor zijn onderzoek naar en behandeling van kanker.

Gaston Brunfaut ontwierp de opnamevleugel langs de Wolstraat, 72 meter lang en 13,5 meter breed. Oorspronkelijk werd elke verdieping van het halfronde gebouw met grote, doorlopende balkons omgord, zonneterrassen zoals in het sanatorium van Tombeek, maar herhaaldelijke aanpassingen hebben het gebouw zowel innerlijk als uiterlijk sterk aangetast. Tussen '36 en '39 ontwierp Gaston Brunfaut ook meerdere villa's in de buurt van Brussel, in Ukkel en Jette onder meer, maar het zijn andere bouwwerken die in dit verhaal niet mogen ontbreken. Het voormalige hoofdkwartier van de socialistische krant Le Peuple bijvoorbeeld, op de hoek van de Zand- en de Sint-Laurensstraat. In 1931 worden vader en zoon gevraagd om samen de redactie en drukkerij te herschikken, en zoals wel vaker opteren ze voor een glazen toren, als baken in het landschap. In de gevel komt bovendien een sterk rood accent, en in strakke metalen belettering 'La Presse Socialiste'.

's Nachts moet men hier ooit, door de grote horizontale vensters, driftig de drukpersen hebben zien draaien. Maar nu ogen de lokalen leeg, kleeft op de gevel een 'Te huur'-bordje en hangt de Asturische vlag halfstok. Na het vertrek van Le Peuple eind jaren zeventig bleef het gebouw jarenlang verwaarloosd achter. Tot 2001, wanneer het Spaanse prinsdom Asturië de ruimte restaureert en er haar vertegenwoordiging voor de Europese Unie onderbrengt. In 2005 gaat Casa de Asturias plechtig open, om zeven jaar later onder druk van de crisis alweer te sluiten.

Invasie van kakkerlakken

Hoopvoller is de historie van La Prévoyance Social, op het Luchtvaartplein in Anderlecht. Eveneens begin jaren dertig door vader en zoon Brunfaut gemoderniseerd - met zwart marmer, chroom, mozaïeken uit blauwe tegels en een driehoekige toren van acht verdiepingen - en na een grondige restauratieronde vandaag nog steeds in gebruik. Niet meer door de socialistische volksverzekering, wel door het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (SOMA) en de federale overheidsdienst voor de oorlogsslachtoffers.

Helaas is dat een buitenbeentje in dit verhaal. Het merendeel van de Brunfaut-erfenis verliest zichtbaar de strijd tegen de tijd. Tekenend is de situatie van de Brunfaut-toren aan de Ninoofsepoort, in 1965 door Fernand Brunfaut ontworpen en een van de lelijkste woontorens van het land. Jaren al wachten de bewoners op een renovatie, morgen, zo leert een A4 in de inkomsthal, krijgen ze "een insectenverdelging tegen de recente invasie van kakkerlakken" over de vloer.

Arnaud Bozzini: "Het verhaal van de Brunfauts is ook een beetje het verhaal van het hele modernisme in Brussel. In Vlaanderen zijn hun gebouwen vrij goed bewaard gebleven - kijk naar de Vooruit in Gent - maar in Brussel is de erfenis erg slecht behandeld. Dat was ook deels het opzet van deze expo: een bewustwording creëren dat men met het modernisme niet mag doen wat men met art nouveau heeft gedaan, namelijk het bijna volledig verwoesten."

Brunfaut's Progressive Architecture, tot 9 juni in het Atomium. www.atomium.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234