Zaterdag 11/07/2020

InterviewLeo Van Broeck

Bouwmeester Leo Van Broeck zwaait af: ‘De natuur is bij ons bijna dood’

Bouwmeester Leo Van Broeck. Beeld Tim Dirven

Leo Van Broeck (61) zwaait af, deze zomer geeft hij de fakkel van het Vlaams bouwmeesterschap door. In de afgelopen vier jaar haalde de architect zich meer dan eens de volkswoede op de hals, vaak na messcherpe uithalen naar de Vlaamse verkavelingscultuur. Maar vlak voor de eindmeet bewijst de coronacrisis zijn gelijk – zegt hij zelf.

“Kijk naar de kaarten met coronagevallen per duizend inwoners: de steden lichten niet op. Brussel-stad doet het beter dan Vlaams- of Waals-Brabant. Vooral West-Vlaanderen en Limburg hebben verhoudingsgewijs veel besmettingen. Blijkbaar is het dus niet zo dat verder uit elkaar wonen de kans verkleint om het virus op te lopen. De oorzaken van die pieken zijn nog niet verklaard. Misschien is het omdat je in het buitengebied niet naar de winkel om de hoek kan, want die is er niet in een verkavelingswijk. Je moet dus vaker naar een supermarkt waar veel volk samenkomt.”

Even terugspoelen. Leo Van Broeck werd in 2016 aangesteld als Vlaams bouwmeester, zij het pas nadat in een eerste ronde geen enkele gegadigde door de proeven was geraakt. Van Broeck kandideerde pas nadat de vacature opnieuw werd opengesteld. “Omdat ik wist wat achteraf bewezen is: als bouwmeester ben je een schietschijf. Het bouwmeesterschap stond aanvankelijk veel te zwaar onder vuur en werd van alle kanten in vraag gesteld. Je moest al redelijk suïcidaal zijn om het in die omstandigheden te willen doen.”

Zelf heeft hij moeten leren de bluts met de buil te nemen. “Dit is de mooiste tijd van mijn leven geweest. We hebben veel goede dingen kunnen doen, op twee ambetante misverstanden na.” 

Het eerste was de misvatting dat hij iedereen in kleine blokkendozen – “konijnenkoten”, in het sappige proza van de bouwmeester – in de stad wilde ophokken. “Ik was een week aangetreden, en ik zei dat ik wil inzetten op kernversterking – dus ook in de dorpen. Wat maakt de krant ervan: dat de bouwmeester iedereen naar de stad wil. Dat begint dan een eigen leven te leiden.”

Fermette

Was Leo Van Broeck dan niet de man die de Vlaming uit zijn vrijstaande fermette wou ranselen richting een stadsappartementje? “Wat een onzin. Ik heb dat nooit gezegd. Het gaat mij om een terugkeer naar de kern, zowel die van de stad als van het landelijke dorp. En om het redden van die landelijkheid. Dat betekent: omringd door natuur en velden. Nu zijn al die dorpen omringd door verkavelingen, lintbebouwing en files. De natuur is bij ons bijna dood. De eerste bouwmeester, Bob Van Reeth, zei het al: het platteland is voor de koeien.

“Maar dat wil niet zeggen dat je moet lachen met de verkavelingsvilla. Die woningen zijn lockdowncompatibel. De woonkwaliteit ervan is goed, veel beter dan die van woningen met kleine terrasjes en te weinig plaats, waarvan ik altijd heb gezegd dat we die best niet meer bouwen. Je wordt gek als je daar met een gezin van drie kinderen een paar maanden binnen moet blijven.

“We moeten echt niet allemaal in woontorens of appartementen wonen. De coronacrisis toont wat kwalitatief wonen betekent: betaalbare rijwoningen en appartementen op goed gelegen locaties in steden en dorpen, met grote terrassen en daktuinen, privacy, speelruimte, en in de nabijheid van groen en parken. Het probleem is dat de meeste kwalitatieve woningen op goede plekken vandaag veel te duur zijn.”

Het is de nagel waar Van Broeck al vier jaar op klopt: we wonen met zijn allen zo ver uit elkaar dat efficiënt ruimtegebruik onmogelijk is, en efficiënt openbaar vervoer onbetaalbaar. De enige optie is volgens hem om dichter bij elkaar te gaan wonen. De bouwmeester rekent voor: groot-Londen heeft 14 miljoen inwoners, Vlaanderen 6 miljoen – maar Vlaanderen palmt daarvoor 8 keer zoveel ruimte in.

“Zo’n 50 procent van de Vlamingen woont ergens tussen een dorp en een stad in. Wat ze daar vooral doen is slapen, al de rest gebeurt ergens anders. Er is daar geen winkel, crèche, horeca, school, of cultuur. Ze moeten daar dus naartoe met de auto, want waar ze wonen is geen openbaar vervoer, tenzij een belbus.

“We zijn zo verspreid gaan wonen dat we wereldrecordhouder zijn in uren file per werknemer. We hebben het wereldrecord echtscheidingen, omdat twee uur in de file per dag twee uur is die je niet bij je gezin bent. Onze ruimtelijke fragmentatie kost onze overheid twee miljard per jaar. En elk van onze morzeltjes grond heeft nog eens zijn eigen bestuur, waardoor we ook het wereldrecord aan politici en ambtenaren per inwoner hebben. En omdat die ruimtelijke en bestuurlijke machines zoveel middelen vreten, hebben we ook nog het wereldrecord aan belastingen.”

Bouwmeester Leo Van Broeck. Beeld Tim Dirven

Ook het tweede grote misverstand van zijn bouwmeesterschap schrijft hij op rekening van de media. Een jaar geleden lanceerde de Vlaamse overheid de Mobiscore, een cijfer dat inzichtelijk maakt hoe het met de bereikbaarheid van je woning is gesteld en of er voldoende voorzieningen in de buurt zijn. Handig, vond Van Broeck: een eenvoudige manier om een plattelandsbeleid uit te rollen en mensen fiscaal te belonen. Vlaanderen steigerde, en concludeerde dat slecht bereikbare woningen fiks zwaarder belast zouden worden. De Vlaamse bouwmeester werd onder kritiek bedolven. De regelneef die de Vlaming zijn open bebouwing misgunt, komt nu ook in zijn portefeuille graaien, was de teneur.

“Nooit geef ik nog telefooninterviews. De plattelandsburgemeesters zijn toen terecht kwaad geworden, omdat ze ten onrechte dachten dat ik het platteland wou benadelen. Maar wat de pers beweerde dat ik voorstelde, klopt totaal niet. We hebben in Vlaanderen een sterk stedenbeleid – terwijl ook dorp en platteland hun eigen beleid nodig hebben. Lage Mobiscores verdienen hogere toelages voor fietsostrades, en salariswoningen dicht bij het werk in plaats van salariswagens. Dus zeg ik tegen die journalist: eindelijk een kans om een beleid op maat van het platteland te maken. En die maakt daar zoiets van als ‘fiscaal straffen’.”

Is de bouwmeester dan vier jaar lang verkeerd begrepen? 

“Neen, verkeerd geciteerd. En vaak met opzet. Anders verkoopt de krant niet. Wat ik zeg, vergt veel uitleg, en past niet in een tweet of halve pagina. Als ik zie hoe uitgebreid en genuanceerd de pers de laatste tijd communiceert over de coronacrisis, kan ik alleen maar blij vaststellen dat het weer de goede kant uit gaat. Maar de vertwittering van de pers heeft lange tijd een nefaste invloed gehad op de verslaggeving. Op sociale media heeft iedereen, blijkbaar niet gestoord door enige kennis van zaken, recht op een mening die dan voor iedereen gelijkwaardig zou zijn. Je mag gelijk wat beweren, je mag klimaatontkenner zijn, dat wordt allemaal op gelijke voet naast elkaar gezet.”

Gangreen in het been

Kenmerkend voor Van Broeck: hij is eerlijk, maar op het brutale af. Hij tackelt op de bal, maar heeft in zijn dadendrang ook wel eens de man mee. “De bouwmeester is zoals de geneesheer. Die zegt tegen zijn patiënt: ‘Je hebt gangreen in je been. Als je het wil houden, ben je over drie weken dood – als ik het mag amputeren, dans je binnen dertig jaar nog de tango op je prothese. Maar jij mag kiezen, hé.’ Ik ben ook zo. Ik heb geen bevoegdheden, ik beslis niks. Ik mag dus alles vertellen, want ik heb niks te zeggen. Dat is een zin die je mag citeren.”

Vooral de Vlaming in zijn verkaveling voelde zich meer dan eens geviseerd door de oneliners van de bouwmeester: alsof zij persoonlijk verantwoordelijk waren voor de ruimtelijke verrommeling. “Nog zo’n misverstand”, zegt Van Broeck. “Wie vrijstaand bouwt, kan daar niet aan doen. Die is daarheen gesubsidieerd met gratis salariswagens, gratis wegen en gratis riolering. En de gemeenten die nog verkavelen, kunnen er ook niets aan doen. De gemeentefinanciering betaalt nu eenmaal per kop en per bedrijf, niet per boom of hectare groen. Als die gemeenten meer open ruimte creëren, worden ze daar dus financieel voor bestraft.”

Van Broeck zat nooit verlegen om een mediagenieke quote. Maar zijn mandaat samenvatten in een reeks twisten en bitse uithalen, zou al te beperkend zijn. Een aanzienlijk deel van de tijd ging op aan studiewerk rond bijvoorbeeld ontharding en vergroening, of herbestemming van oude kerken. Zijn team ontwikkelde de bouwmeesterscan, waarmee lokale besturen hun ruimtegebruik konden doorlichten. Ze ondersteunden ook tientallen overheidsprojecten: nieuwe musea, theaters, bibliotheken, scholen, verkeersluwe woonbuurten. “Dat is natuurlijk minder sensationeel, maar maatschappelijk wel heel belangrijk werk: sleutelen aan de nuts and bolts van de ruimtelijke ordening.”

In drieënhalf jaar tijd gaf hij 230 lezingen, in het begin soms drie op een dag. “En ik ben nergens met pek en veren naar buiten gedragen, hoor. Integendeel, ik word op straat aangesproken, ook door oude mensen. Een madammeke van 75 jaar pakt mij bij mijn schouders vast, krijgt tranen in haar ogen en zegt: meniër, ik oop da ze naar aâ lustere, want ze zen de wiëreld ont kapot moaken.”

Rust en gezond verstand

Samen met klimatoloog Jean-Pascal van Ypersele leverde de bouwmeester ook een lijvig klimaatrapport af op vraag van Youth For Climate. “Bijna alle wijzigingen die we suggereren zijn goedkoper dan wat we nu doen, aangenamer, en leiden tot een hogere levenskwaliteit en een sterkere economie. Alles wat we zeggen eindigt in meer dorp, meer groen, meer stad, beter openbaar vervoer, minder files, minder fijn stof, lagere belastingen.”

Wat vooral de vraag doet stellen waarom iemand daartegen zou kunnen zijn. Als er één muur was waar Van Broeck vier jaar lang op botste, dan was het wel deze: als bouwmeester heeft hij het collectief goed en de lange termijn in gedachten. Maar denken de meeste mensen niet in de eerste plaats aan de korte termijn en hun eigen, particuliere belangen? 

“Dat klopt. Het gekke is: je moet net collectief denken om ervoor te zorgen dat alle individuele woonwensen nog kunnen. We kunnen ieders voorkeuren enkel in stand houden door ze te koppelen aan de winst van bijvoorbeeld warmtenetten. Maar die zijn pas rendabel vanaf 45 woningen per hectare, en een verkaveling haalt slechts 10 of 15 huizen per hectare. We hebben dus veel meer collectieve woningbouw nodig. 

“Dat is misschien wel de slotvisie die er bij mij na vier jaar is ingesleten: het kan alleen maar opgelost worden met solidariteit. We hebben rust en gezond verstand nodig. Maar zoals ze in het Engels zeggen: the problem of common sense is that it is not common.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234