Vrijdag 03/04/2020

'Bouwen aan een humanere samenleving'

architectuur

interview met paul robbrecht, ontwerper van het brugse concertgebouw, 57 dagen voor 20 februari 2002

Brugge telt af. Nog zevenenvijftig dagen zijn we verwijderd van de in magische nevelen gehulde 20ste februari 2002. Die dag om 20.02 uur - steeds het gulden 1302 indachtig - zal het Concertgebouw op 't Brugse Zand, heel waarschijnlijk met het aplomb een Europese culturele hoofdstad waardig, de rode loper uitrollen voor alles wat gezien wil worden in het Vlaamse 'cultuurland'. De ontwerper van het gebouw, architect Paul Robbrecht (51), heeft zeven van zijn mannetjes op de bouwplaats uitgezet om het daar wat vooruit te laten gaan en, vooral, om erop toe te zien dat de lat even hoog blijft liggen tot aan de eindstreep. Een gesprek over het wel en wee van een architect in Brugge en het 'Vlaamsche ommeland'.

Brugge / Eigen berichtgeving

Luc Van De Steene

Zaterdagmiddag is het over de koppen lopen op 't Zand in Brugge, een voorbeeld van de 'publieke ruimte' waar Paul Robbrecht een pleitbezorger van is. Hij stelt zelf voor af te spreken in café 't Putje, zich wellicht volkomen onbewust van het financiële dipje dat zijn Concertgebouw in Brugge zal achterlaten. Alleen blijkt de 'put' minder diep dan door sommige extreem-rechtse grafdelvers ijverig wordt voorgesteld (zie pagina 22).

Afgelopen week mochten Paul Robbrecht en zijn vrouw Hilde Daem, tweede pijler van het inmiddels twintigkoppige architectenbureau, de Cultuurprijs KU Leuven in ontvangst nemen. Meteen de aanleiding voor een eerste vraag.

Architectuur is geen kunst, en wat meer is, architectuur mág geen kunst worden. Als een architect zich wel als kunstenaar opstelt, en daar zijn voorbeelden van, schiet de architectuur haar doel voorbij. Waar ligt de grens volgens u?

Robbrecht: "Wij maken er echt wel een punt van onszelf nooit kunstenaars te noemen. Nooit. Er is natuurlijk het creatieproces, waar je een sterke gelijklopendheid ziet tussen de bezigheid van een architect en die van een beeldend kunstenaar. Zowel een gebouw als een kunstwerk dienen, om waardevol te zijn, gebaseerd te zijn op persoonlijke ervaring. Dat is iets wat ze gemeen hebben. Het is trouwens de wil en de zin om die persoonlijke ervaring in een vorm te gieten, die ook mij in gang zet.

"Er is aan de andere kant een fundamenteel onderscheid. Om het eenvoudig te stellen, ik denk dat kunstenaars niet dezelfde obligate zending hebben om het goede te doen, aan een humaner samenleving werken. Op lange termijn kan kunst wel eenzelfde effect tot gevolg hebben, maar de kunstenaar is daar niet toe verplicht. Architectuur moet een 'genoegendoend' effect hebben, 'comfort' nastreven; 'comfort' in de brede betekenis, en in de Engelse betekenis van 'troost'. Kunst kan een zeer kritische, negatieve houding aannemen. Architectuur heeft niet eens het statuut om dat te kunnen.

"Wel meen ik heel serieus dat architectuur een medium is dat verbindend kan werken, 'plekken' kan scheppen, grote mogelijkheden in zich draagt om te dialogeren. Vandaar ook dat je als architect zeer behoedzaam tewerk moet gaan. Wij hebben altijd gesteld, zelfs als we een postkantoor bouwen (dat deden ze ook, in Sint-Amandsberg in 1999, LVDS), dat er een grote bereidheid in de architectuur moet zijn ten aanzien van kunstuitdrukkingen. Het zijn niet alleen mensen die een gebouw bevolken - al is dat natuurlijk wel het belangrijkste -, architectuur moet ook de bereidheid hebben om de soms zeer tegendraadse aanwezigheid van het kunstwerk in zich te dulden."

En zo komen we terecht in het museum, waar het meer moet zijn dan alleen maar 'dulden'... Twee extreme voorbeelden: het joods museum in Berlijn en het S.M.A.K. in Gent.

"Neem liever de nieuwe Tate als voorbeeld (Robbrechts relatie met Jan Hoet is momenteel goed te noemen, en hij wil dat duidelijk ook zo houden, LVDS). Het succes van het S.M.A.K. heeft niets met het gebouw te maken maar alles met de biologerende persoonlijkheid van Hoet. Berlijn kreeg een massa mensen over de vloer, nog voor er 'iets' te zien was, maar de Tate ook, weliswaar mét kunstwerken, en de Tate is gewoon een gebouw in zijn meest fundamentele vorm, geen soort van 'expliciete uitdrukking'.

"Ik zou er een derde aan willen toevoegen: Frank O. Gehry. Voor mij is Gehry een beeldhouwer. Hij maakt grootschalig, toegankelijk beeldhouwwerk. Onlangs was ik in Bilbao, en wat gebeurt er in dat gebouw? Ja, de collectie van Armani wordt er getoond, of Bugatti, alstublieft zeg! Niet dat Armani geen waarde heeft, daar niet van, maar in dat soort gebouwen is de scherpe vraagstelling die eigen is aan de kunsten, niet meer aan de orde."

Uw Nederlandse collega Rem Koolhaas geeft de indruk met de rug naar het verleden te staan, en resoluut naar de toekomst te kijken. U lijkt me daarentegen doordrongen van de geschiedenis. Dat merk je aan de klassieke vormen en patronen in uw werk.

"Dat eerste wil ik toch nuanceren. Zal ik eens wat vertellen? Ik zit regelmatig met hem aan tafel, in de Rotterdamse context (Robbrecht & Daem tekenen voor de uitbreiding van het Museum Boijmans-Van Beuningen, LVDS). Koolhaas is zes jaar ouder dan ik, maar we zijn allebei geweldig 'gepakt' geweest door Expo 58. Koolhaas heeft mij gezegd: voor mij was dat werkelijk de uitdrukking van het nieuwe. Wat er toen aan de hand was, is met weinig vergelijkbaar, en werd op geen enkele andere wereldtentoonstelling nog geëvenaard. In feite was dat de modern world, die nooit gerealiseerd zou worden.

"Er was onlangs die ongelooflijk boude uitspraak van Dan Graham over Koolhaas. Die zei: hij is een kapitalistische decorateur, die overal pikt, en nergens zijn bronnen vermeldt. Het is grof en tegelijk ook grappig dat Graham dat zegt. Zeker weten dat Koolhaas grasduint. Ik herinner me dat ik als pas afgestudeerde architect gechoqueerd was toen Koolhaas met zijn eerste publicatie in de pers kwam. Voor mij had dat een geweldig déjà vu-effect. Zo van: ach, daar is Expo 58.

"Soms is dat 'verleden' nog moeilijk traceerbaar. Zo ben ik bijvoorbeeld gebiologeerd door oude manuscripten. Die organisatie van tekst, bladzijden, ik verwerk dat, maar je zult die invloed niet meteen zien."

Mag ik even doorbomen op dat klassieke? Hoe staat u tegenover de Italiaanse architectuur? Mario Botta, Antonio Scarpa, Aldo Rossi, Giuseppe Terragni...

"Terragni zeer zeker. Scarpa ligt iets verder van me af. Botta niet. Terragni is natuurlijk een historisch architect, en dat zint me. Hij was een echte modernist, die enorm met zijn culturele verleden werkte. Zijn Casa del fascio (nu Casa del populo genoemd, LVDS) heeft iets van een renaissancepaleis. Er is die speciale manier van 'lichtintreding', van dubbelfaçades. Terragni baseerde zich op architectonische schema's uit de klassieke Italiaanse architectuur." (Robbrecht maakt eveneens gebruik van schema's: de kamermuziekzaal in Brugge heeft de vorm van een Italiaanse cortile, LVDS).

Architectuur heeft te kampen met een fundamentele paradox. Wie openstaat voor nieuwe ideeën heeft doorgaans niet het geld om te bouwen. Wie wel het geld heeft, kruipt in een gouden kooi. Architecten komen niet meer aan de bak...

"Ze komen wel aan de bak, maar de meesten verzanden. Onze wetgeving werkt heel beschermend, en dat is zeker niet positief. In België is het zo dat je voor elke prul een architect moet aanspreken, terwijl dat helemaal niet nodig is. Het kan inderdaad niet lang meer duren of dit systeem wordt helemaal van de kaart geveegd.

"Er zijn nu eenmaal belangrijke en minder belangrijke gebouwen. En helaas worden maar weinig mensen toegelaten tot die 'kerngebouwen'. Slechts een heel kleine groep krijgt kansen. De inspanningen van de bouwmeester zijn in dat verband heel positief: hopelijk kan er een soort 'verbreding' optreden. Er zijn ook mensen die helemaal niet aan bouwen toekomen. Ik geef les (in het Sint-Lucasinstituut in Gent, LVDS) en zie dat minstens 30 à 40 procent van de studenten nooit een huis zal bouwen.

"Veel rijke mensen zijn natuurlijk wel bezig met architectuur, of dan toch met de architectuur die in de magazines staat. Helaas vind je daar niet veel meer dan 'lifestyle'. Daar schuilt een groot gevaar: zulke architecten bouwen 'moderne' huizen, in een 'moderne' stijl, maar dat heeft inhoudelijk niets meer met moderniteit te maken."

Bijvoorbeeld...

"De boetieks van Calvin Klein, de zogenaamde minimal architecture. Dat heeft zeker niets meer met minimal art van doen. Ik heb een probleem met architecten die dat nalopen. De maatschappelijke zending die architectuur zeer zeker heeft, is daar helemaal zoek.

"Anderzijds wil ik ook het positieve zien. Door de publicaties zijn er nu veel meer mensen die een notie hebben dat architectuur een medium is. Dat was twintig jaar geleden niet eens aan de orde."

Waait er eenzelfde gunstige wind bij de overheid?

"Wat de staat gepresteerd heeft aan publieke gebouwen tussen de jaren vijftig en eind jaren tachtig tot zelfs midden jaren negentig, is ronduit dramatisch. Dat is aan het veranderen. Op politiek niveau is er een toenemend bewustzijn dat, al gaat het maar om een klein gebouw, iets voor een busmaatschappij bijvoorbeeld, dat de kans moet worden benut om de lat hoger te leggen. Dat is een belangrijke verandering."

Er was in Vlaanderen eerst een opeenhoping van allemaal privé-woningen in een middeleeuws-stedelijke context. Daarna was er de vlucht weg uit de stad, richting platteland. Maar niemand leek intussen wakker te liggen van enige vorm van urbanistisch beleid. Integendeel, de opeenvolgende CVP-regeringen sloegen de man in de straat met allerlei bouwpremies om de oren. Wordt het niet dringend tijd om wat tegengas te geven, en te kiezen voor meer 'collectivisering'?

"Zoals in Nederland, bedoel je? Ik denk dat dit bij ons gewoon niet haalbaar is. Op dat vlak bestaat er, nog meer dan een politieke, een grote 'cultuurafstand' tussen ons en Nederland. Zo'n ommezwaai krijg je niet alleen gedaan met planning.

"Ik bouw grootschalige woningprojecten in Nederland, grootteorde 240 appartementen, zoiets. In Vlaanderen lukt mij dat nooit. Al interesseert de problematiek mij wel. Dat Nederlandse poldermodel mag je anderzijds ook niet idealiseren. Wat ze daar momenteel aan het uitvreten zijn, hou je niet voor mogelijk. Kijk naar Utrecht: 40.000 nieuwe eenheden worden daar gebouwd, en dat met een snelheid! De Nederlanders zijn hun steden aan het ruïneren. Kijk naar Den Haag: dat zijn echt trial and error-toestanden.

"Ik heb een complexe verhouding met het idee urbanisme. Ik ben niet degene die zegt: eerst de stedenbouw en dan de architectuur. Ik geloof in de kracht van gebouwen. Ik probeer dat hier in Brugge ook: de kracht van een plek creëren. Stedenbouw heeft bij mij meer te maken met een fundamenteel ecologisch denken à la Jaap Kruithof. Ik sta zelfs angstig tegenover de stedenbouw als discipline. Het is allemaal veel te grootschalig, ik mis de 'inwendigheid' van de steden. De mens verliest zich daarin. Maar natuurlijk moet er georganiseerd worden, maar laten we alstublieft de open groene ruimtes behouden, en er zelf nieuwe creëren, aan herbebossing doen. Dat zijn voor mij de stedenbouwkundige, planologische keuzes die we moeten maken."

Waarom gaan de architectuurscholen dan maar door de studenten luchtkastelen te laten bouwen?

"Veel studenten nemen het Nederlandse poldermodel voor waar, en denken dat het dan maar zo snel mogelijk geïmporteerd moet worden. Jonge architectuurstudenten staan daar te weinig kritisch tegenover."

En hoe zou dat komen...

"Het wordt hen inderdaad voluit gegeven. De studenten moeten oplossingen bedenken voor 500 (!) wooneenheden. Die vraag bestaat bij ons niet eens. Het wordt dringend tijd om ons daarover te bezinnen.

"Wat is de sociale structuur van Vlaanderen? Moet daarop geantwoord worden met sociale huisvesting à la, met een stedenbouw à la? Ik vrees dat dat niet zo is. Ik denk dat een snelle analyse zal aantonen dat wij andersoortige problemen hebben. Ecologische problemen, de groene ruimte, het landschap... Hoe ga je aan de kust de duinen opnieuw kansen geven? Wat doen we met de verkeerschaos? Daarover moeten we ons bezinnen."

Tot slot, welke rol heeft een krant te spelen in het architectuurdiscours? Emmeren over de kleur van de gordijnen, of vermeende onregelmatigheden in openbare aanbestedingen blootleggen...

"Ik heb hier al het een en ander achter de kiezen. Dat artikel in De Morgen (Reporter 24/11) is maar één voorbeeld. Ik heb in Antwerpen bij het maken van het Leopold de Waelplein discussies meegemaakt over Japanse kerselaars. In Rotterdam was het een vrouw die zelfmoord ging plegen indien Boijmans-Van Beuningen zou worden uitgebreid...

"Het is absoluut zo dat architectuur tot het publieke domein behoort. Het is bijna een premisse. Een krant moet er zich bijgevolg mee bezighouden. Maar het niveau moet dringend de hoogte in. Geld is belangrijk, maar men moet toch eens proberen om gebouwen te begrijpen. Wat wil die architect met dat gebouw zeggen? Wat is dat nu voor een soort bijdrage aan de gemeenschap?

"Dat is mijn persoonlijke betrachting met het Concertgebouw: nadenken over de gemeenschap van een groep mensen, 350 en 1200 in de grote zaal, die samen naar muziek luisteren. Daarover gaat dat gebouw."

We denken al hard na over een volgend gesprek. Hopelijk met enig niveau.

'Architectuur moet de soms zeer tegendraadse aanwezigheid van het kunstwerk in zich dulden''Ik geloof in de kracht van gebouwen. Ik probeer dat hier in Brugge ook: de kracht van een plek creëren'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234