Zondag 23/01/2022

Bourgogne, land van cultuur, kloosters en grands crus

Wanneer naar jaarlijkse gewoonte de vlucht naar het zuiden weer op gang komt, is er veel kans dat de hele zwiek in de soep draait ter hoogte van Beaune, befaamd knooppunt langs de Autoroute du Soleil. Zo komt de stad bij ons meestal in het nieuws. Helaas. Beaune ligt nochtans in het hart van de Côte d'Or, hét wijngebied dat voor velen zelfs synoniem is met de Bourgogne. Dat belooft.

Al begint het ontvluchten van een drijfnatte zomer sterk op een Bourgondische geneugte te lijken, de beste periode om Bourgondië te bezoeken moet eigenlijk nog komen. Het hoogseizoen aldaar is de herfst, ook al valt er statistisch gezien in de gouden oktobermaand samen met mei en juni de meeste regen. Wij waren er in juni, maar geen druppel regen gezien, witte en rode des te meer. Juist in oktober gaat het gebladerte van de wijnstokken en de loofbomen prachtig verkleuren. Voor de wijnboeren is dat het signaal om hun kostbare druiventrossen in de wijngaarden te oogsten, en om de balans van het voorbije jaar op te maken. Rond die tijd heerst in de vijf 'wijndistricten' waarin Bourgondië gewoonlijk wordt ingedeeld (Chablis, Côte d'Or, Chalonnais, Mâconnais en Beaujolais), een drukte van jewelste. Die namen klinken als kristal, maar qua oppervlakte is Bourgondië wel één van de kleinere wijngebieden in Frankrijk. Ter vergelijking: de wijngaarden in Bordeaux beslaan gezamenlijk zo'n honderdduizend hectare, ongeveer het drievoud van de Bourgogne. Bourgognewijnen hebben wel een grote naam, wat ontegensprekelijk het gevolg is van de kwaliteit, deels ook van de slimme marketing die ervoor zorgt dat de helft van de jaarlijkse 167 miljoen flessen buiten Frankrijk wordt ontkurkt.

Het totale wijngebied Bourgogne is niet meer dan een lange, smalle strook, die zo'n 150 kilometer ten zuidoosten van Parijs begint en tot ongeveer 60 kilometer ten noorden van Lyon loopt. Meer dan de helft van de Bourgondische wijngaarden ligt daarenboven niet binnen de geografische Bourgogne, omdat ze behoren tot de Beaujolais, in het departement Rhône. Het wordt er niet eenvoudiger op als je weet dat veel wijnliefhebbers met 'de Bourgogne' uitsluitend doelen op één van de vijf districten: de Côte d'Or, om en rond Beaune, tevens vertrekpunt van de hiernavolgende routes. Het klopt dat van de in totaal honderd Bourgognewijnen met een herkomstbenaming (Chambertin Clos de Bèze, Corton-Charlemagne,...) het merendeel in de Côte d'Or ligt. De typische kleinschaligheid - slechts enkele domeinen reiken boven de 25 hectare - kwam er na de Franse Revolutie toen de gronden van de Kerk onder de bevolking werden verdeeld, en vervolgens door erfrecht verder verbrokkeld raakten. Die versnippering is het grootst in de Côte d'Or. De percelen zijn er soms zo klein dat het voor de wijnboer niet loont om zelf te bottelen. Dit verklaart waarom de wijnhuizen, de zogenaamde négociants-éleveurs er zo'n belangrijke rol spelen. Zij verzamelen de druiven van tientallen kleine wijnboeren, met als doel commercieel haalbare hoeveelheden van een bepaalde appellation op de markt te brengen. Naar verluidt zou zowat driekwart van de oogst in de Côte d'Or op die manier verhandeld worden. In de andere 'wijndistricten' is de productie grotendeels in handen van caves cooperatives, die ofwel zelf bottelen, of verkopen aan négociants. Het 'vineuze' Bourgondië is een lappendeken, maar geografisch, landschappelijk én economisch is dat al evenzeer het geval. Om met het laatste te beginnen: dat die economie de laatste tijd vrij heterogeen is geworden, zou aan de basis liggen van een hele rits regionale problemen. Het zuidelijke deel rond Mâcon voelt zich - ook letterlijk via het water van de Saône - verbonden met de nabijgelegen metropool Lyon, terwijl het koelere noorden niet zonder afgunst naar Parijs en Ile-de-France zit te lonken. De agrarische sector is lang niet meer zo overwegend, en het percentage van de bevolking dat in hetzij wijnbouw, graan- of veeteelt actief is, kalft gestadig af, al doen de alomtegenwoordige wijngaarden en de in de Charolais en Nivernais grazende, vaalwitte Charolais-runderen nog steeds het tegendeel vermoeden.

Wie de nationales boven de monotone autoroutes verkiest - de hele motorrijdende populatie durven we aannemen - en dus via Dijon in zuidelijke richting rijdt, krijgt zowaar de indruk dat in deze streek geen morzel grond zonder wijnstokken voorkomt. In de vier departementen waaruit Bourgondië bestaat - Côte d'Or, Saône-et-Loire, Nièvre en Yonne - bestaan ook wel gebieden die niet bebouwd zijn, en die bevinden zich vooral op het grensgebied van de vier departementen, in het 'bergland' van de Morvan; op kaart te zoeken binnen de driehoek Auxerre-Autun-Nevers. Daar ontspringen ontelbare bronnen, wel duizend wordt gezegd; sommige daarvan voeden de grote rivieren en meren, andere zijn afgedamd om stuwmeren zoals het zeer op recreatie gerichte Lac des Settons te vormen. De in totaal zes stuwmeren liggen in het in 1970 gestichte Parc Naturel Régional du Morvan, dat een oppervlakte van ruim 1700 vierkante kilometer beslaat. De Morvan, waarvan de helft bedekt is met bossen, meer in het hoger gelegen zuiden dan in het noorden, is de meest noordelijke uitloper van het Massif Central (zo oud als de Ardennen en de Vogezen), wat het gebied meteen heel populair maakt bij wandelaars en bij motorrijders die ook eens de zijkanten van het rubber willen uitproberen. In Château-Chinon, een bescheiden dorpje, maar wel de 'hoofdstad' van de Morvan genoemd, was ene François Mitterand ooit burgemeester. Een oud Bourgondisch gezegde beweert dat er uit de Morvan niet veel goeds komt, ni bonnes gens, ni bons vents, geen goede mensen en geen goede wind. Men pleegt dat vooral te zeggen tussen Dijon en Beaune, waar de druiventeelt profiteert van het natuurlijke wind- en regenscherm dat de Morvan ook is. De oorsprong van het gezegde moet worden gezocht bij het werkvolk, de zogenaamde galvachers, dat vroeger als seizoenarbeider naar de Côte d'Or trok, en er niet altijd de Franse gedragsregels naleefde. De Morvan is wat je noemt nature pur sang; het plaatsje Saulieu heeft wat meer allure, maar voor de meer culturele geneugten moet je toch naar Vézelay, Avallon of Autun. En natuurlijk naar Auxerre (spreek uit: 'oosser'), Nevers, Beaune en Dijon, maar dan zijn we wel al een eind weg uit de Morvan.

Niet dat we u per se uit de gezellige bourgondische wijnkelders willen weghalen, nee dus, maar toch zijn er een paar adressen van een geheel andere orde, waar men nu eenmaal niet aan voorbij kan: Fontenay en Vézelay. Door Frankrijk liepen ooit vier door de orde van Cluny georganiseerde routes naar Santiago, en Vézelay was één van de vertrekpunten. De pelgrimskerk, de basilique St. Madeleine - één van de fraaiste Romaanse kerken in Frankrijk - werd vanaf 1120 gebouwd op de plek waar volgens de overlevering de relikwieën van Maria Magdalena werden gevonden. Vandaar. Bernardus van Clairvaux riep er in 1147 de christenen op tot de Tweede (mislukte) Kruistocht. In 1166 verbleef Thomas Becket er in ballingschap: een voorbeeld dat u niet meteen hoeft na te volgen. Wel een stopplaats met stip is dan weer de abbaye de Fontenay, even buiten het plaatsje Montbard. Het gebouwencomplex, in 1118 gesticht door diezelfde Bernardus, behoort inmiddels tot het wereldcultuurerfgoed van de Unesco, is het oudste overgebleven cisterciënzerklooster in Frankrijk, en één van de fraaiste en best bewaarde in Europa. "De monniken leidden er een uitermate streng en sober leven", weet de gids ons te vertellen. "De cisterciënzerorde werd opgericht om het decadente, losbandige kloosterleven weer terug te brengen naar het oorspronkelijke principe van arbeid en gebed van de heilige Benedictus." De levensverwachting van de monniken lag op 35 jaar! De geneugten van een witte of rode bourgognewijn hebben de armelui wellicht niet gekend.

En hoe zat dat ook alweer met die Vlaamse connectie? Het grote Bourgondisch-Nederlandse rijk, waartoe toendertijd ook onze contreien behoorden, was tussen 1363 en 1477 één van de machtigste staten in Europa. De eerste van de vier 'grote hertogen' - Les Grands Ducs d'Occident - uit het geslacht Valois was Filips de Stoute, die in 1364 Bourgondië als erfdeel in handen kreeg. Door zijn huwelijk in 1369 met Margaretha van Vlaanderen werd de omvang van zijn hertogdom in één klap verdubbeld: Vlaanderen, Artois, Nivernais, Rethel en Franche-Comté. Dit vormde de basis voor het uiteindelijke Bourgondische Rijk, dat - na de Cluny-periode - een tweede gouden eeuw voor Bourgondië inluidde. De laatste van de vier, Karel de Stoute, trachtte een brug te slaan tussen het erfland in Bourgondië en de wingewesten in de Nederlanden. De Franse Lodewijk XI zag dat echter niet zo zitten. Karel sneuvelde in 1477, en met hem lag ook het Rijk aan diggelen. Wat die Gouden Eeuw zoal aan pracht en praal heeft opgeleverd, kunt u later dit jaar gaan bekijken tijdens een groots opgezette tentoonstelling in Beaune.

Bleu, blanc, rouge

Wijn moet je smaken, er vooral niet te veel over praten. Maar een beetje achtergrond kan natuurlijk nooit kwaad, al was het maar om tussen de wijnstokken ook iets van de wijngaard te zien. Om met de druiven te beginnen: er zijn er vier in de Bourgogne. De betere witte Bourgognes (Chablis, de wijnen van Côte d'Or en Chalonnais, Mâcon-Villages en andere Mâconnais, zelfs de Beaujolais) worden gemaakt van de chardonnaydruif. Typisch voor een chardonnaywijn is het tropisch-fruitige aroma, maar in de Bourgogne is dat geen wet om je lief op te verwedden. Wat de chardonnay is voor witte, is de pinot noir voor rode: alle grote rode Bourgognes worden ervan gemaakt. Bloemig-fruitig is doorgaans het resultaat. De gamaydruif is dan weer verantwoordelijk voor het weelderig-fruitige van rode en rosé Beaujolais. De vierde is de witte aligotédruif, die verwerkt wordt tot Bourgogne Aligoté, volgens onze bron in Beaune de enige witte waarmee je de echte kir maakt.

Op basis van deze vier druivensoorten worden ongeveer honderd verschillende appellations geproduceerd. Doorgaans worden die in vijf categorieën ondergebracht. Streekwijnen kunnen van overal in de Bourgogne komen: Bourgogne Aligoté, Bourgogne Passetoutgrains (een mengeling van tweederde gamay en eenderde pinot noir), de mousserende Crémant de Bourgogne, enz. Districtswijnen kunnen alleen in dat bepaald (sub)district worden geproduceerd: Chablis, Côte de Beaune-Villages, Mâcon, Beaujolais, enz. Village-wijnen komen uitsluitend uit die welbepaalde gemeente of groep gemeenten: Beaune, Pouilly-Fuissé, Fleurie, Gevrey-Chambertin, Pommard, enz. Premiers crus zijn afkomstig van wijngaarden die een consistente hoge kwaliteit opleveren. In de meeste wijndorpen zijn er wel enkele. Grand cru is de hoogste categorie. De Côte d'Or telt zo'n dertig wijngaarden met dit predicaat, de Chablis zeven. Bij de Côte d'Or-wijnen wordt alleen de naam van de wijngaard op het etiket vermeld, die heeft namelijk zijn eigen herkomstbenaming: Chambertin Clos de Bèze, Corton-Charlemagne, enz.

Die categorieën zijn natuurlijk wat ze zijn: richtlijnen, niet meer dan dat. Zo kan een village-wijn die enkel de naam van het dorp draagt maar afkomstig is van een kwaliteitsbewuste wijnbouwer, beter zijn dan een premier cru van een domein dat alleen op zijn roem teert. De 'goedkoopste' wijn die wij in de Côte d'Or hebben geproefd, kostte 51 Franse frank (per zes), een niet onaardige Aligoté trouwens. De rest was duurder of ronduit onbetaalbaar. Nog een tip: als u ook wilt kopen na het proeven, bewapen uzelf met een kredietkaart.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234