Woensdag 08/12/2021

Café De Welkom

Bouletten in Sombeke: "Neen, de dood kent geen schoonheid. Echt niet"

Tine, Kristof en zijn moeder aan de toog. De Miel klinkt mee, zijn foto heeft een mooie plek gekregen. Beeld Jonas Lampens
Tine, Kristof en zijn moeder aan de toog. De Miel klinkt mee, zijn foto heeft een mooie plek gekregen.Beeld Jonas Lampens

Achter de toog van De Welkom in Sombeke boog Kristof het leven in de gewenste plooi. De wereld lag aan zijn voeten, en dan, plots, lag die wereld aan gruzelementen. Zijn vrienden vingen hem op. Dat deed ook Tine. "Mijn vrees werd waarheid."

'Booooooonzai! Tsa-tsa-tsa-tsàààà... Booooooonzai!’ Dat is het eerste waar schooldirecteur Tine Van Raemdonck aan terugdenkt. De eerste keer dat ze kennis maakte met Kristof Persiau kwam die aangereden in een getunede auto met trillende ramen. De harde trance van platenlabel Bonzai Records knalde door de boxen. "Ja, ik reed helaas met zo’n boemkar", zegt Kristof. Hij is de eigenaar van café De Welkom in Sombeke, nabij Waasmunster.

"Glaasje cava, Tine?"

Kristof is een forse vent. Hij heeft een hoekig gezicht en een lage, diepe stem, anders dan de bassen van Bonzai indertijd. "Op het achterraam van mijn boemkar kleefde een grote sticker van het befaamde Japanse boompje. En ik was er nog trots op ook."

"Zo leerde ik Borzé (bijnaam van Kristof) kennen", zegt Tine. Ze gooit haar éne been sierlijk over het andere. "Met gierende banden en keiharde muziek."

Toen al was Kristof een bekend figuur in het dorp, met dank aan vader Emiel, afgekort tot de Miel in Sombeke. De Miel werkte lange tijd in een slachthuis, daar beende hij koeien en varkens uit. Miel werkte later ook op de Boelwerf in Temse en ging soms duiken in Egypte, in Sharm-el-Sheikh. Miel hield van water. Kristof niet, die hield toen van snelheid. Hij bouwde auto’s in de Opel-fabriek in Antwerpen.

Wie Miel zag, die zag ook Kristof. En soms zag je ook hun boot, De kwasiest, op de Schelde of de Durme. Een bootje met een pruttelende dieselmotor dat amper vooruit kwam, daarom: kwasiest, "ik was eerst". Dan gooide Miel een hengel uit en lag Kristof op het dek, kijkend naar de wolken.

"De wereld lag aan onze voeten", zegt Kristof. Hij giet een handvol borrelnoten in een kopje en gooit er eentje z’n mond in. "We gingen uit in Sint-Niklaas, hé Tine, waren jong en wild en we dachten niet aan morgen."

Tine: "Wij hebben elkaar een aantal jaar niet gezien. Ik verliet het dorp om te studeren en bij terugkomst was er niks veranderd. Alhoewel: Borzé reed niet meer rond met zijn getunede auto. Hij had nu een café: De Welkom."

Kristof: "Veertien jaar geleden, ik werkte toen nog bij Opel, kocht ik dit pand. Mijn grootmoeder woonde hier haar hele leven en ik wilde het mijne hier verder uitbouwen. Tijdens de renovatie hield ik er één weekend café om de spaarkas van een lokaal feestcomité te spijzen. Eén weekend, maar op maandag stonden er klanten aan de deur: 'Ben je gesloten vandaag?’ Heb ik dan maar mijn ontslag gegeven in Antwerpen en het aanrecht in de keuken omgebouwd tot een toog. De woonkamer werd het echte café en voor ik het besefte was De Welkom een succes. Mijn vader bakte speciale bouletten. Mijn moeder hielp mee aan de bar. En mijn vrienden hieven het glas."

Tine: "En geen Booooooonzai meer."

Kristof: "De bomen groeiden tot in de hemel. Ik wist niet wat dat was, tegenslag, en er was maar één ding dat ik vreesde, één iets dat me kon breken. En het is nog gebeurd ook."

Wat overblijft staat in krijt op een bord geschreven. Bouletten van de Miel. 1,5 €.

*

In het prachtige boek Het einde van de eenzaamheid van de jonge Duitse schrijver Benedict Wells, staat een citaat dat alles samenvat. Daarin zegt het hoofdpersonage dit: 'De vraag is: wat zou er niét anders zijn geweest? Wat zou het onveranderlijke in je zijn? Dat wat in ieder leven hetzelfde zou zijn gebleven, ongeacht het verdere verloop daarvan? Zijn er elementen in een persoonlijkheid die alles doorstaan?’

null Beeld Jonas Lampens
Beeld Jonas Lampens

Het is een vraag die Kristof lang bezighield.

"Ik had alles. Werkelijk waar: zo voelde dat aan. Ouders, een vriendin, veel vrienden, een café en veel succes. Wie zou mij wat maken? Midden juni is het gebeurd, drie jaar geleden intussen. Mijn vader was een sportieve man. Hij ging vaak duiken en even vaak fietsen. Behalve wat artrose in de nek ondervond hij als gepensioneerde weinig last van het jarenlange werk in de slachterij en op de scheepswerf. Dus ging hij die dag fietsen. De zon scheen. Ik hield het café open. Het bier stond fris voor de wielertoeristen. De telefoon rinkelde. 'De Miel is gevallen’, zei iemand. Ik bleef rustig. Kan gebeuren, zo’n valpartij. Vader was bij bewustzijn, klonk het, maar hij kon zijn armen en benen moeilijk bewegen. Ik werd ongerust en ging naar hem toe in het ziekenhuis. En daar lag hij. Zo snel gaat het in dit leven. Daar lag mijn ooit zo krachtige vader. In een afdaling ging Miel te hard in de remmen. Daarbij, ik kan het nog altijd niet goed begrijpen, begaf zijn nek het. De rembeweging was kennelijk te bruusk en zijn nek was danig aangetast door artrose dat die brak. Vader lag in een ziekbed en was op slag verlamd van zijn tenen tot zijn nek. Hij kon alleen nog zijn hoofd een beetje bewegen. Niks anders. Praten lukte nog net. Ik liep de kamer uit en barstte in de gang in tranen uit.

"Alles ging zo vreselijk snel toen. In het dorp was iedereen op de hoogte. De Miel is gevallen. De Miel ligt in het ziekenhuis. De Miel is verlamd. En die Miel nam meteen een drastisch besluit. Hij riep mijn moeder en ik bij zich en zei: 'Euthanasie. Snel. Dit heeft geen zin.’"

*

"Op woensdag 18 juni 2014 stapte ik met mijn moeder de kamer van mijn vader binnen. In een paar dagen was zijn levenseinde geregeld. Vraag me niet hoe. Alles was in orde. Vader kon zoals gevraagd snel vertrekken. En ik wist niet wat me overkwam. Ik huilde onophoudelijk maar dat mocht niet van vader. Zag hij ons wenen, dan schoten ook zijn ogen vol, liep er snot in zijn keel en verslikte hij zich. Stond ik daar met zo’n speekselzuiger, maakte vaders keel schoon en ging de gang in, om terug te keren met een vuist in mijn broekzak.

"'Neem elk een hand, aan weerszijden van het bed’, zei pa. 'Maar dat wilde ik niet. Zijn handen waren verlamd. Ik wilde dat vader ons voelde. Dus kroop ik bij hem in bed. Ik kon er net in en wreef met mijn handen over vaders wangen. Moeder stond bij me. Toen zei vader: 'Als je bouletten serveert in De Welkom, vergeet dan niet om voldoende kruiden met het gehakt te mengen. En bakken op een laag vuur.’ Hij lachte, keek ons in de ogen en wenkte de arts. 'Let’s go’, zei hij. Vader stierf met een brede glimlach. En tegelijk stierf mijn vader in mij. Sommige mensen zien ook schoonheid in de dood. Het feit dat vader al lachend stierf, dat hij door ons omringd was. Maar het is gewoon gruwelijk hard. Neen, de dood kent geen schoonheid. Echt niet.

"En het stopte maar niet."

*

"Een tijd later werd moeder gediagnosticeerd met leverkanker. En kort daarna liep mijn relatie van vijftien jaar op de klippen. Alles wat ik had, wat me dierbaar was, ontglipte me in drie jaar. Maar mijn moeder is gelukkig sterk. Ze houdt nog altijd stand. Ik wist van geen hout pijlen te maken. Ik voelde me de eenzaamste mens op de wereld. Ik kwam aan, woog 113 kilogram en was zinnens alles te verkopen. Mijn huis, het café, alles. Wat zit ik hier in godsnaam nog te doen, dacht ik."

*

null Beeld Jonas Lampens
Beeld Jonas Lampens

Tine: "Wij zijn allebei enig kind thuis, Kristof en ik. En dat schept een band. Zelfs al ben je niet goed bevriend met je broer of zus, het idee dat hij of zij er überhaupt is, volstaat om je niet alleen te voelen. Denk ik. Dat is anders als enig kind. Kijk ik Kristof in de ogen dan zie ik dat. Familie is een wezenlijk onderdeel van een sociaal netwerk. Het is een vangnet. Kristof had daarom een klankbord nodig na de rampspoed van de voorbije drie jaar. En vaak heeft een cafébaas dat niet. Hij is het klankbord van de klanten. Die kunnen hier stoom aflaten. Maar een klant gaat niet op café om de miserie van de patron te horen. Die wil bier en vermaak. Natuurlijk heeft Kristof veel vrienden, natuurlijk hebben die hem echt wel goed gesteund, maar vergeet niet: trekt de laatste klant de deur achter zich dicht, dan kijkt Kristof naar een leeg café en ziet alleen nog 'bouletten van de Miel’ op een krijtbord. Zijn vader is er niet meer. Zijn moeder houdt zich sterk. En zijn relatie is verbroken. Ga er maar aan staan."

Kristof: "Ik wist niet dat het leven zo hard en zo plots kon toeslaan. En wie zich in dat leven niet snel herpakt, gaat ten onder. Ik moest mezelf heruitvinden opdat al waar ik jaren zo hard aan had gewerkt niet zou verloren gaan. Ik volgde een vermageringskuur en verloor 13 kilogram, kocht nieuwe kleren, ging naar de kapper en kneedde bouletten met veel kruiden in de keuken. Ik bak ze nog altijd op een laag vuur. In Sharm-el-Sheikh wandelde ik het strand op met de as van mijn vader onder de arm. Ik strooide een deeltje de zee in. Als eerbetoon, en ik besefte: het enige wat de Miel nu van mij verwacht is veerkracht en doorzetting.

"Ik keerde terug uit Egypte en bouwde een groot terras in de tuin. Het heeft geen zin me eindeloos af te vragen hoe mijn leven zou zijn gelopen zonder die drie jaar, besef ik nu. Het heeft geen zin te veel na te denken. En het is belangrijk dat je iemand écht vertelt hoe het met je gaat. Dat je iemand écht een inkijk geeft in je leven. Is dat je zus niet, je broer niet, tant pis. Maar práát. Zoals ik heb gedaan, onder andere met Tine."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234