Dinsdag 11/08/2020

Borgerhout, na de zondvloed

'Zoals een motor op olie draait, zo draait het Blok op rancune'Limburgse welzijnswerker: 'Als er in Limburg een probleem ontstaat, onderzoeken we hoe elders soortgelijke problemen opgelost geraken. In Antwerpen vindt men dat men het zelf wel aankan'

Rudi Rotthier / Foto's Gert Jochems

Twee maanden heeft Rudi Rotthier in Borgerhout gewoond.

Bijna een week na de zoveelste zwarte zondag neemt hij voorlopig afscheid, en daarbij probeert hij niet alleen de radeloosheid te zien.

Maandag. Drie meisjes huppelen en draaien. Ze zingen 'Alle Kleuren' van K3. Ze zijn allochtoon Vlaams en Marokkaans en, vermoedelijk, te jong om zich door een verkiezingsuitslag tot mineurakkoorden te laten bewegen. Even verder: drie wat oudere meisjes, jonge vrouwen met hoofddoeken. "Belgen zijn racisten", zegt de ene. Ze is in Nederland opgegroeid. Daar heeft ze nooit een opmerking over haar hoofddoek gekregen. Hier is het zelden anders. Werkgevers knappen erop af, buren knappen erop af, autochtone jongens maken opmerkingen. "Ik heb hier nooit iemand horen zeggen dat het dragen van kappen door nonnen onaanvaardbaar is. Waarom zijn mensen zo geobsedeerd door een hoofddoek?"

- "Weet je dat Dewinter gezegd heeft dat de moskeeën afgebroken moeten worden?", vraagt haar vriendin.

- Wanneer heeft hij dat gezegd?

- Gisteren, tijdens de verkiezingsnacht.

- Ik denk niet dat hij het gezegd heeft.

- Ik heb gehoord van wel.

Nog wat verder: een winkelier die ik vragen probeer te stellen.

"Geen commentaar", zegt hij, terwijl hij zijn agressie probeert te onderdrukken. "Het vertrouwen is geschonden. Eén kans op de drie dat jij voor het Blok hebt gestemd." Hij is in Borgerhout geboren, maar als het zo moet gaan, vertrekt hij naar Marokko. Dat zegt hij, boos en bang in een onstabiele cocktail. Hij weet zich afgewezen door één derde van zijn medebewoners, maar het voelt aan alsof hij door de hele bevolking wordt uitgespuwd. "Het vertrouwen is geschonden."

De meeste Belgen die op het Blok stemden, waren niet met die vertrouwensbreuk bezig. Die dachten een signaal te geven aan de politici, dat ze het beu waren, met de Kosovaren, het huisvuil, de zigeuners, de criminaliteit, de dure heraanleg van de Turnhoutsebaan. Zo heeft de ene gemeenschap heel bewust een kaakslag gekregen die de andere gemeenschap niet eens bewust heeft uitgedeeld.

De Blok-kiezers van Borgerhout zijn doorgaans gematigd, twijfelend, wat getourmenteerd. Dat valt des te meer op als ik uitzonderlijk een echt radicale Blokker spreek, een die overal samenzweringen ziet, die het heeft over met goud bezette muren van de OCMW-trekkers die in hun kelders orgieën organiseren. Over coke snuivende Russen die hem een wapen tegen zijn slaap hebben gedrukt. Over de media die op de overwinningsfuif van het Blok door de partijvoorzitter bedankt werden: "Elke keer als meneer Polspoel of uw Desmet op VTM een vraag aan een Blokker stellen, hebben we duizend stemmen bij. Die Polspoel is me toch een nijdig ventje. Die denkt dat mensen nog met de Tweede Wereldoorlog bezig zijn. Mensen pikken dat niet. Die willen de Blokkers horen uitspreken. Polspoel is zelf misschien wel intelligent, maar die moet natuurlijk dat soort vragen stellen van zijn bazen."

Nog maandag. Een tachtigjarige, zwaarlijvige autochtoon, die zich moeizaam voortbeweegt, geeft zijn interpretatie van de verkiezingsuitslag. Alle problemen, zegt hij, zijn een gevolg van het 'rot kaske'. Waarmee hij, voor de slechte verstaander, de televisie bedoelt. Toen hij jong was, stonden in zijn straat drie waterpompen. Mensen ontmoetten elkaar bij de waterpomp. En wie het voetpad schrobde, schrobde niet enkel voor eigen deur, die nam er de tegels van de buren bij. Zelfs wie in ruzie lag, hielp de ander. Toen kwamen, in onduidelijke volgorde, de radio, de waterleiding en de Tweede Wereldoorlog. Nog even later het 'rot kaske'. Sindsdien vegen de mensen voor eigen deur, als ze nog vegen. En als hij problemen heeft, kan hij nog bij twee of drie buren terecht. De cafés hebben in dit deel van Borgerhout hun deuren gesloten, de buurtwinkels gingen dicht. Mensen gaan dood van verveling en vereenzaming. Mensen foeteren op alles, zegt hij hoofdschuddend, maar eigenlijk foeteren ze vooral omdat niemand nog luistert.

Een autochtone vrouw zegt dat ze 'kiekenvlees' krijgt van het Blok. Ze toont haar arm om het te bewijzen. Na de oorlog zag ze de kaalgeschoren oostfronters en collaborateurs terugkeren, en die riepen toen dat ze over vijftig jaar opnieuw aan de macht zouden zijn. Ze zijn er bijna, zegt ze. Waarom zij niet valt voor het Blok en anderen wel? "Omdat ik die dingen niet vergeet." Er zijn andere elementen die haar voor een Blok-keuze behoeden. Na een zoveelste zwangerschap wilde ze een abortus. Ze werd naar de ULB verwezen, werd daar het studievarken van zeven Franstalige studenten, en uiteindelijk liet de professor haar, ook al in de andere landstaal die ze nauwelijks verstond, weten dat hij, tegen betaling van 5.000 frank, haar zwangerschap wel zou onderbreken. Ze kon zoveel geld niet bijeenschrapen. Haar gewelddadige, zwaar drinkende echtgenoot wilde dat ze het kind behield. Ze heeft het kind uiteindelijk op de wereld gezet. "Toen ben ik kwaad geworden. Tot dan was ik een trezebees, maar sindsdien ben ik een vechter. Het Blok wil ons terugsturen naar de tijd dat een vrouw zich moest laten slaan, en dat ongelukjes moesten worden geboren." En ook: "Ten tijde van de staking tegen de eenheidswet heb ik wekenlang honger geleden. Denk je dat ik voor niks honger geleden heb? Want het Blok is ook tegen de sociale verworvenheden."

Haar echtgenoot is inmiddels overleden. Op zijn sterfbed moet hij gezegd hebben dat hij geprobeerd had zijn vrouw kapot te krijgen, en dat het hem tot zijn spijt niet was gelukt. Zij is na zijn dood opgeleefd. Twee weken geleden heeft ze in Blankenberge een nieuw lief gevonden. Ze is nu bezig dat aan haar kinderen uit te leggen - een vrouw van een eind in de zestig, die met een blos op de wangen zegt dat hij wel in het weekend mag blijven overnachten maar niet in de week. En die verzaligd meedeelt dat hij van haar pudding houdt.

Haar kennissen en vriendinnen reageren soms niet zo best op de prille liefde. Die voelen zich in de steek gelaten, die stappen nors op als ze erover vertelt. Zij die niet verdragen dat ze een minnaar heeft, stemmen vaak op het Blok, vermoedt ze.

Een andere buurtbewoner formuleert het zo: "Zoals een motor op olie draait, zo draait het Blok op rancune."

En nog een andere: "Wij, de democraten, zitten nu in een belabberde situatie waarbij, tegen onze zin, de niet-Europese vreemdelingen niet konden stemmen, en, met onze zin, de 35 procent Blok-kiezers niet mee mogen beslissen in het bestuur. Ons bestuur kán de wil van de bevolking zelfs niet weerspiegelen. We hebben hoe dan ook feitelijk een minderheidsbestuur. Dewinter zit comfortabeler dan ooit."

Mohammed was een van de bewoners die niet kon gaan stemmen. Hij woont al sinds 1965 in Borgerhout, maar hij heeft nooit zijn nationaliteit veranderd. Hij zal dat ook nooit doen. Hij geeft me een adres in Marokko, waar hij ooit zal gaan leven. Eigenlijk wilde hij dat al in 1965. In plaats daarvan poetste hij 's nachts machines en gebouwen. Jarenlang. Overdag sliep hij, en iemand die 's nachts in hetzelfde bed sliep, werkte overdag. In 1965 waren de bewoners van Borgerhout gastvrij, herinnert hij zich. Ze maakten zich zorgen over zijn leefomstandigheden. Ze brachten wat meubilair. Toen kwamen, in de late jaren zeventig, tijdelijke werkloosheid en voltijds racisme.

Dat werd Mohammed duidelijk op het moment dat hij een ongeval had. Een auto reed hem van links aan. De Belgische chauffeur bekende onmiddellijk schuld. Ze waren onderling al een verslag voor de verzekering aan het opmaken, toen de politie ter plekke kwam. Die verscheurde het halfafgewerkte verslag en liet noteren dat enkel Mohammed schuld droeg. Hij moest de schade betalen. Sindsdien deelt Mohammed, die zoveel jaren later nog altijd niet zoveel Nederlands spreekt, de wereld op in 'de goeien' en 'de zotten'. De zotten zijn aan de winnende hand, zegt hij, zowel in zijn eigen gemeenschap als bij de Belgen. Niet veel aan te doen, denkt hij.

Hij heeft last van ratten, die zich in een leegstaand perceel vermenigvuldigen, en die, in een onbewaakt moment, langs zijn trap omhoogsnellen. Kosovaren laten afval op zijn stoep achter, wat misschien ook de ratten in de richting van zijn huis drijft. Iemand van het stadsbestuur heeft hem gezegd dat er in New York meer ratten zijn.

Onlangs heeft iemand, terwijl hij enkele seconden de rug keerde, een kast uit zijn deurgat gestolen.

De zotten zijn de racisten en de jonge Marokkanen die agressief zijn, die aan de pillen zitten en die zich niet meer aan hem maar ook niet meer aan Gods gebod storen.

Als je Mohammed naar remedies vraagt, komt hij tot een standpunt dat elementen van het Vlaams Blok combineert met stukken van het Agalev-programma. Strenger straffen, meer politie, maar ook investeren in jongeren. Dat had ik 's ochtends al van de meisjes gehoord: strenger straffen en meer investeren in jongens, sportterreinen, jeugdhuizen en repetitielokalen - want in de meisjes wordt evenmin geïnvesteerd maar die geven geen problemen, de meisjes vragen investeringen voor de jongens.

Louis, die sedert 1958 op verschillende plaatsen in de omgeving van het Vinçotteplein heeft gewoond, heeft gelijkaardige herinneringen aan de eerste golf Marokkanen. De buurt bekommerde zich om de nieuwkomers, maar de politici volgden niet. "Toen we over hun woonomstandigheden kwamen praten, zei de toenmalige burgemeester: 'Als die mannen een kostuum en een tweedehands auto hebben, dan gaan die terug.' Zo zouden de problemen zichzelf oplossen."

Vijfendertig jaar later heeft Louis voor het Blok gestemd, wat hem bij de vorige verkiezing nog ondenkbaar leek.

De politici vormen meer dan ooit een punt van wrevel. Ze organiseren inspraak en houden daarna geen rekening met wat hun kiezers adviseren. Of ze zijn in geen tijden te bekennen. Ze kibbelen tot ze blauw zien (of groen), maar wordt de burger daar beter van? De opgewaardeerde districtsraad moet de kloof met de burger overbruggen, maar in Borgerhout moet die voorlopig werken met een jaarbudget van geen 60 miljoen en zitten er, behalve de negen Blokkers, nog wel enkele figuren in van de strekking Eigen Straat Eerst.

Al een van de eerste dagen dat ik in Borgerhout rondliep, kreeg ik een parabel over de Antwerpse politici te horen. Er zijn er twee soorten: politici die zijn zoals Vader Abraham, en politici die zijn als de samoerai. Zowel Abraham als de samoerai kregen van hogerhand de opdracht een familielid te vermoorden. Abraham moest er geen twee keer over nadenken, maar de samoerai sloeg liever de hand aan zichzelf dan dat hij zijn familie zou krenken. "In België", aldus de verteller, "kiezen vooral Vader Abrahams voor de politiek, mensen die bereid zijn hun kiezers op te offeren om wat voor principe ook te dienen. We zouden meer samoerai moeten krijgen."

In een winkeltje dat wordt opengehouden door de 85-jarige Louis en diens 75-jarige echtgenote, Marcella, klaagt de laatste over het eeuwige gezaag in haar winkel. "Mensen kunnen hier nogal zagen", zucht ze, met een schuldige glimlach, "ik ben al blij als ik een jongere klant zie, iemand die niet zaagt."

Tot bij de eskimo's wordt het huisvuil probleemloos gescheiden opgehaald, maar in Antwerpen heeft die gescheiden ophaling bijna een volksopstand veroorzaakt. De ophaling is te duur, de zakken scheuren, mensen op appartementjes zitten in de stank omdat de zakken te groot zijn of niet vaak genoeg opgehaald worden.

"Ik klaag niet", protesteert een vrouw verbolgen. "Ik geef mijn mening, dat mag toch?"

Ik heb horen klagen over gratis koffie tijdens een buurtvergadering. "Waarom moet dat gratis? Wie denken ze daarmee in te pakken?" Eerst klagen ze over voetballen die in het rond vliegen, en dan klagen ze over de duurte van de omheining of van de houten voetbalwering.

Marokkanen klagen. Een schoonheidsspecialiste krijgt veel Marokkaanse vrouwen over de vloer, zegt ze, "en hoe die klagen over hun echtgenoten!".

Belgen van buitenaf klagen zelfs over Antwerpen.

Antwerpen, of Borgerhout, zo zegt een welzijnswerker die uit Limburg afkomstig is, is een dorp met de pretentie om een metropool te zijn en met een overontwikkelde navel. "Ze willen dat de wereld langskomt, maar als er een papiertje op de grond valt, zijn ze daar het hart van in." En ook: "Als er in Limburg een probleem ontstaat, onderzoeken we eerst hoe elders soortgelijke problemen opgelost geraken. In Antwerpen bestaat die drang niet. Daar vindt men dat men het zelf wel aankan, zonder hulp van buitenaf."

Hoe valt dat zagen op te lossen?

"Wachten tot die oude garde uitsterft", is een van de opties die ik hoor. En minder luguber: zet de mensen aan tot activiteit in hun buurt. Wie zich engageert in de buurt, zaagt meteen een stuk minder.

Na enkele dagen is er een stemmingsverbetering te merken. De winkelier die eerst alle communicatie weigerde, verontschuldigt zich nu voor zijn reactie. "Ik was kwaad. Iedereen was kwaad." Hij biedt me een stuk lamsvlees aan. Hij is er misschien nog altijd niet van overtuigd dat ik niet op het Blok heb gestemd, maar hij lacht toch weer.

De bewoners van Borgerhout gaan beseffen dat hun uitslag 'minder slecht' is dan die van het naburige Deurne ("Deurnistan", suggereert een bewoonster van Borgerokko), waar het Blok 3 procent meer heeft behaald dan in Borgerhout. Men is er niet in geslaagd het Blok terug te dringen, maar door een krachtige activiteit is men er wel in geslaagd de schade te beperken. In Oud-Borgerhout, de zone met de meeste problemen, is het Blok er misschien helemaal niet op vooruitgegaan. En, is hier de veronderstelling, Borgerhout kampt in tegenstelling tot Deurne tenminste met echte problemen: armoede, illegaliteit, criminaliteit.

Ik weet niet in hoeverre die stemmingswissel door de feiten wordt ondersteund. Er zijn, sedert de vorige verkiezingen, potentiële Blok-kiezers overleden. Er zijn, in diezelfde periode, anti-Blok-bewoners ingeweken. Er zijn allochtonen genaturaliseerd. Alles samengeteld kan er dus best een demografische reden zijn waarom het Blok hier minder won dan in Deurne.

Maar de lokale interpretatie is dus dat het aan de resem activiteiten lag die in het district werden georganiseerd. Buurtcafés, wijkfeesten, campagnes voor de democratie, theatervoorstellingen.

Koen Mees, allang opbouwwerker in Borgerhout, is een van de optimisten, hoewel hij na de verkiezingen zijn beerput heeft leeggemaakt.

"Uiteindelijk heeft twee derde van de kiezers impliciet ingestemd met het cordon sanitaire. En ooit stelde het Blok zich als doel om in Borgerhout de absolute meerderheid te behalen. Dat is niet gelukt." Het platform 'Borgerhoudt van Mensen' heeft volgens hem resultaat gehad. De democratische partijen onderschreven het, en waren dus, naar Hasselts model, minder geneigd elkaar te bekampen. Hij spreekt over Borgerhout als een laboratorium voor België (nadat eerder Agalev en het Blok in Borgerhout tot leven kwamen, kan er nu een effectieve campagne tegen het Blok worden ontwikkeld). Hij wil graag dat onderzoekslui of professoren de situatie komen bestuderen en analyseren.

Hijzelf brengt het succes van het Blok in verband met de individualisering en het consumptiedenken: "Het wegwerpidee. Wat ons niet aanstaat, werpen we weg. Dat is zelfs toe te passen op mensen: gooi de vreemden weg. Terwijl je bijvoorbeeld een familielid toch niet wegwerpt als er een conflict ontstaat. Er sluipen illusies binnen in ons denken."

Het Blok is geloofwaardig maar oneerlijk, zegt hij, terwijl de tegenstanders geloofwaardig en eerlijk proberen te zijn, met een veel ingewikkelder verhaal, over samenleven in verscheidenheid, gelijke kansen creëren, een verhaal dat nooit af, nooit perfect is, dat nu en dan in duigen valt (bij elk zwaar misdrijf haken mensen af), dat tijd kost en de kiezer niet met valse beloften kan paaien.

"Neem nu de veiligheidsthematiek. Ik ben daar niet vies van. Geen overlast, dat is een mooi doel. Maar wat is overlast voor wie? Mogen kinderen nog luidruchtig spelen? Is hondenpoep op een speelplein voor kinderen niet even hinderlijk als nachtlawaai voor een arbeider met ploegendienst? Laten we begeleide buurtinformatienetwerken opbouwen waarin jong, oud, Vlamingen, Marokkanen, Kosovaren en anderen met elkaar uitmaken wat ze wel en wat ze niet tolereren, en hoe ze er zelf toe kunnen bijdragen om dat samen met de overheid te realiseren. Dat is voor mij democratie, of je nu een Belg bent of niet. Spreek mensen aan op hun capaciteiten. Het vermindert de uitsluiting. Dit is geen theorie. Er zijn al succesjes geboekt, maar het overheidsapparaat kan niet altijd volgen. Dit samenleven in verscheidenheid is niet gemakkelijk, maar ik heb leren genieten van het bewandelen van de weg, en dat is voor mij zelfs belangrijker dan het bereiken van het doel." "Goh", voegt hij eraan toe, "nu klink ik helemaal als een pastoor."

Mees verwijst onder meer naar Rataplan, een tot bruisend cultuurcentrum omgewerkte parochiezaal, waar Wannes, Raymond, Johny Voners en de Kakkewieten optreden. Waar bejaarden en kinderen films kunnen bekijken. Waar binnenkort Jan Decleir Sinterklaas speelt, en Bart Peeters optreedt - voorstellingen die andere oorden Borgerhout kunnen benijden.

Paul Schrijvers, de hyperenergetische bezieler van Rataplan, gebruikt zijn contacten in de theaterwereld, hij investeert zelfs geld van zijn theater-vzw Thassos om voorstellingen aan te trekken die normaal niet denkbaar zouden zijn in een opgekalefaterd parochiezaaltje, om de toegangsprijzen te drukken, om te zorgen voor voedsel en drank, zodat het feest ook buiten het toneel wordt voortgezet. Omdat Rataplan niet in het keurslijf van de klassieke culturele centra past, kan de organisatie veel korter op de bal spelen.

In Borgerhout, zegt hij, is het nogal de gewoonte om te vergaderen en palaveren. Dat is niet zo verschillend van de culturele centra. Schrijvers' motto is: zeik er niet over, doe het. Het is natuurlijk niet gemakkelijk om de verschillende publieksgroepen te bereiken - oud, jong, allochtoon autochtoon - maar via goedkope kaartjes en contacten met scholen en buurthuizen probeert hij het. En als een allochtoon kind eens naar de cinema komt, zal het later misschien haar of zijn ouders meetronen.

Schrijvers wordt niet vrolijk van de verkiezingsuitslag, verre van, maar zijn reactie is: "We moeten nog harder ons best doen." Nog meer plannen uitvoeren.

Ten zuiden van de Turnhoutsebaan ligt een van de weinige resterende volkscafés van Borgerhout: De Cox-Vrienden. Het heeft de reputatie een Blok-café te zijn, maar de populatie is er doorgaans gemengd. Biljarters, een schipper, een Nederlander die zegt dat hij nooit moeilijkheden heeft met zijn Marokkaanse buren, lichtelijk doorzopen figuren, honden, zelfs een Marokkaan, die van een glas witte wijn nipt. Nogal wat bezoekers geven lucht aan hun ergernis over de Marokkanen en hoe die het Coxplein inpalmen. Ze vinden dat Dewinter eindelijk aan de macht moet kunnen deelnemen. "Als hij er niets van terechtbrengt, haalt hij morgen geen 5 procent meer. Maar als men hem niet laat meeregeren, haalt hij over zes jaar de absolute meerderheid." Enkelen zeggen dat ze niet gestemd zouden hebben als er geen stemplicht was geweest.

Het hoge woord wordt gevoerd door Mark, een 35-jarige metselaar, en geen Blokker. Voor hem is het probleem van de politiek dat politici veel beloven en dan hun beloftes niet inlossen. "Belofte maakt schuld, heel veel schuld." Hij werkt in zijn vrije tijd als voetbaltrainer, er zitten meer allochtonen in zijn ploeg dan autochtonen, en dit heeft hij geleerd: nooit iets te beloven. Als de belofte niet gehouden wordt, is de frustratie groot, en als iets gerealiseerd wordt zonder dat het eerst beloofd werd, zijn de verrassing en bevrediging groter.

En ook: laat de regels gelijk gelden voor iedereen. Wie niet naar de training komt, staat niet in de ploeg, of het nu om de sterspeler gaat of om zijn eigen zoon. Er zijn in zijn ploegen nooit problemen geweest tussen allochtonen en autochtonen. "Als je samen dingen onderneemt, dan zijn er geen problemen." Dat ligt niet zover van wat in een heel ander milieu werd gezegd: niet zeiken, doen.

Bij de achttienjarigen, die niet in een gemengd systeem zijn opgegroeid, bestaan die conflicten wel: daar weigeren de Belgen allochtonen in de ploeg te tolereren. Hij hoopt dat zijn poulains later wijzer zullen zijn.

Hij hoopt ook in Spanje te kunnen gaan werken. Zoiets verandert het perspectief. Hij ziet de parallellen. In Spanje spannen de Belgen samen, zoals in België de Marokkanen aan elkaar hangen.

Nu monopoliseren de Marokkaanse kinderen de pleinen, zoals Mark zelf vroeger met zijn vrienden een plein monopoliseerde. "En met welke allochtonen zijn er problemen? Met de jongens tussen zestien en achttien. Als het om Belgische jongeren in die leeftijdsgroep gaat, noemt men die problemen de puberteit."

"Ge vertelt gij verstandige praat", geeft een van de Blok-kiezers toe. "Als gij opkomt, zal ik op u stemmen." Er wordt even overwogen een Anti-Zeur-Partij op te richten.

Peggy, de hond, kijkt toe hoe allochtone kinderen uit school terugkeren, sommigen wat vreedzamer dan anderen. De verkiezingen hebben niets opgelost, maar ze hebben ook niets onmogelijk gemaakt. Zelfs de zelfverklaarde Blokkers kijken enigszins vertederd naar de voorbijstromende kinderen. Want die zijn jong en zij zijn doorgaans oud.

Als ik wat later terugloop naar Hotel Fabiola, word ik tegengehouden door een jonge allochtoon die ik eerder in een jeugdhuis had ontmoet. "Meneer de journalist", vraagt hij, met een brede glimlach: "Hoe gaat het?"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234