Zaterdag 07/12/2019

bordje in de lucht

Ruben Van Gucht woont tussen de akkers en de fruitbomen, maar hij kan de hoofdstad bijna aanraken. Vanuit het landelijke Brussegem heeft hij een formidabel uitzicht op het Atomium, de Basiliek van Koekelberg en de rest van de Brusselse skyline. Maar het echte stadsgewoel laat de sportjournalist aan zich voorbijgaan. "Ik hoef niet per se naar de stad te gaan, zelfs niet één keer per jaar."

Geboren op 26 november 1986, als middelste van drie broers.

Studeerde communicatiewetenschappen aan de VUB.

Begon zijn carrière in 2009 bij de regionale zender RTV en sportzender EXQI. Sinds januari 2012 is hij voltijds sportverslaggever bij de VRT.

Is niet meer weg te denken van het sportscherm, met wapenfeiten als Extra Time Koers, De Zevende Dag, De Afspraak, De Kleedkamer en De Weekwatchers op Radio 2.

Vindt tussendoor nog tijd om boeken en theatershows over sport te schrijven.

Is sinds 2014 getrouwd met Laurence Van Tongerloo.

Op korte tijd is Ruben Van Gucht (29) de kroonprins van Sporza geworden. Zijn CV van het afgelopen jaar spreekt boekdelen: presentator van Extra Time Koers, bedenker van de docureeks De Kleedkamer, sportanker bij De Zevende Dag en De Afspraak, gastheer van De Weekwatchers op Radio 2. En dan moet de echte sportzomer nog beginnen, met het EK voetbal en de Olympische Spelen als dubbel hoogtepunt. Hallo, Ruben?

Ruben Van Gucht: "Als je opeens vaak op televisie te zien bent, lijkt het voor de mensen alsof je vanuit het niets komt. Maar voor mij voelt dat toch anders aan: ik werk al zeven jaar als sportjournalist. Bij mijn eerste werkgever, een regionale tv-zender, deed ik ook al regelmatig presentaties. Het komt dus niet zomaar uit de lucht vallen."

Dat is waar, maar je was het afgelopen jaar wel óveral.

"Mijn excuses daarvoor. (lacht) Het zijn wel veel programma's bij elkaar, ja. Maar ik weet hoe ik in elkaar zit en welke ambities ik heb. Een jaar geleden heb ik de Rijzende Ster gewonnen op de Nacht van de Vlaamse Televisiesterren: heel leuk, maar ik wil geen eeuwige belofte zijn zoals je ze soms tegenkomt in de sport. Toen ik die ster kreeg, was ik al lang bezig met nieuwe programma's. Ik ben continu op zoek naar de volgende uitdaging."

Je brandt van ambitie, dat is zowat de rode draad in je carrière.

"Dat is zo, ja. Al wil ik dat nooit te hard uitspreken. Sommige mensen vinden ambitie nu eenmaal een vies woord. Gewoon is al goed genoeg, zeggen ze dan. En ik bén ook een supergewone gast van de boerenbuiten. Maar die ambitie zit er al in van toen ik klein was. Bij ons in de familie heeft iedereen een soort van koppigheid of gedrevenheid in zich."

Voel je soms wat wrevel bij collega's omdat je pad zo steil omhoog gaat?

"Af en toe hoor ik zoiets waaien, maar ik word nooit zelf geconfronteerd met jaloerse reacties. Dat komt omdat ik aan bordendraaierij doe. Ik ga naar de ene redactie om een bordje in de lucht te houden, en dan vertrek ik naar de volgende redactie voor een ander bordje. Ik zit nooit een hele dag op dezelfde plek."

Af en toe hoor je iets waaien, zeg je. Wat bedoel je daarmee?

"Als je ter plaatse verslag mag uitbrengen op het EK voetbal of de Olympische Spelen, is er iemand anders die dat niet mag. De plaatsjes zijn beperkt, wat altijd voor lichte beroering zal zorgen. Al zou ik mij dat omgekeerd niet zo hard aantrekken, denk ik. Jammer van de gemiste kans, maar dan begin ik meteen aan een nieuw project."

Volgende week pak je je koffers voor het EK. Twee jaar geleden was je er ook al bij op het WK in Brazilië. Ken jij de Rode Duivels persoonlijk, of blijft jullie relatie louter professioneel?

"Het laatste. In het wielrennen ken ik de Belgische toppers allemaal: ik sms weleens met Tom Boonen of Greg Van Avermaet. In het voetbal is dat totaal niet zo. De Rode Duivels worden zo sterk afgeschermd, dat je als journalist op den duur denkt: 'bon, ik geef het op'. We zien ze enkel na de match voor een gesprekje, en dan zijn ze weer weg. Ik vind dat jammer, ja. Hopelijk komt er ooit weer meer toenadering tussen voetballers en journalisten, zoals met de Rode Duivels van vroeger."

Onze coureurs zijn sterren, onze voetballers zijn supersterren.

"Dat is een feit. Kijk alleen al naar hun bankrekening, of de media-aandacht waarmee ze te maken krijgen: het is van een ander niveau. Tom Boonen wordt druk bevraagd, maar als je alle media zou loslaten op Vincent Kompany verbleekt Tom daarbij. Al denk ik niet dat hij dat erg vindt. 'Doe maar gerust jongens, ik heb het al druk genoeg', zou hij zeggen." (lacht)

Hoe ziet de rest van jouw sportzomer eruit?

"Tijdens de Tour de France neem ik vakantie... in Frankrijk. Ik ga ter plaatse kijken naar een paar ritten in de Alpen, als ontspanning weliswaar. Eind juli vertrek ik dan naar Rio de Janeiro voor de Olympische Spelen. Ook daar zal ik verslag uitbrengen en interviews afnemen met atleten."

Je krijgt heel veel kansen en maakt die ook waar. Zal je binnen tien jaar wel nog professionele dromen hebben?

"Goh, ik denk niet dat ik de sportverslaggeving snel beu zal raken. Het mooie aan livesport zijn de emoties die ermee gepaard gaan. Onlangs stond ik in de piste van Roubaix toen Boonen als tweede over de streep kwam. Wat een thriller was dat! Dat blijft uniek om mee te maken, ook binnen tien jaar. En de dag dat ik mijn job beu ben, ga ik gewoon iets anders doen. Ik zie mezelf ooit nog wel ondernemer worden. Vandaag heb ik de tijd noch het kapitaal om te investeren, maar binnen enkele jaren zou ik dat wel aandurven. Hier en daar borrelen er zelfs al wat kleine ideetjes op."

Je wordt in november dertig. Vind je dat een belangrijke mijlpaal?

"Niet echt. Dertig worden is de officiële afsluiter van een bepaalde periode in je leven, maar bij mij is die omwenteling al een jaar of twee bezig: ik ben getrouwd en heb gebouwd. (lacht)

"Ik heb al mijn hele leven last van het concept 'ouder worden'. Want dat betekent ook: afgeven. Je moet afscheid nemen van je dierbaren, van je fysieke conditie... Als jong manneke kreeg ik zelfs angstaanvallen van de gedachte dat ik ooit verder zou moeten zonder mijn ouders. Het besef dat de dood onherroepelijk is, vond ik heel ingrijpend. Nu gaat dat wel beter, maar ik leef nog altijd met de gedachte dat elke verjaardag weer een jaartje dichter is bij het einde."

extreme liefde

Is dat de reden waarom je zo gezond leeft? Je zet al tien jaar geen voet in de frituur, hebt jarenlang geen druppel alcohol gedronken en gaat elke dag vijftien kilometer lopen.

"Ik leef voor mijn werk, maar ook voor mijn sport. Ik loop en fiets enorm graag. Soms vragen mensen me of ik graag topsporter was geworden. Ik geef toe: dat was inderdaad wel een droom van mij. Als ik al de rest opzij had kunnen zetten en de juiste begeleiding kon krijgen, had ik geen twee keer moeten nadenken om profwielrenner te worden. Fysiek schoot ik misschien iets te kort, maar op mentaal vlak had ik daar zeker de kwaliteiten voor. Dat merk ik ook als ik een sportieve uitdaging aanga zoals een ultraloop. Ik heb er dan geen enkele moeite mee om elke dag keihard te trainen, door weer en wind."

Heb je je ermee verzoend dat je nooit profwielrenner zal zijn?

"Een paar jaar geleden nam mijn liefde voor die sport extreme vormen aan. Intussen ga ik er al wat gematigder mee om. Ik heb me er nu wel bij neergelegd, denk ik. Ik word dit jaar dertig en het zal er dus niet meer van komen. Het heeft geen zin om daar ongelukkig bij te blijven. Maar soms denk ik wel: je hebt maar één leven en die kans op topsport is voorgoed verkeken. Voor journalistiek heb ik nog dertig jaar de tijd. Ach, vaak gaat het om keuzes die je al op je vijftiende moest maken. Op dat moment wist ik niet wat ik nu weet."

Wat zou jij nu tegen je vijftienjarige zelf zeggen?

"'Probeer het eens. Spring die koersfiets op en doe mee aan een wedstrijd.' Ik had twee neven die koersten, en na schooltijd fietsten we altijd om ter snelst naar huis. Maar van thuis uit waren we voetballers. Mijn broers en ik gingen drie keer in de week naar de voetbaltraining. Voor mijn ouders, die allebei voltijds werkten, was dat al moeilijk genoeg. Eén keer heb ik eens laten vallen dat ik wilde gaan koersen, maar dat hebben ze snel uit mijn hoofd gepraat. Het was voor hen een veel te ingewikkelde puzzel om te leggen - iets waar ik alle begrip voor heb."

Is het niet frusterend om vandaag continu wielrenners te interviewen die wel van hun passie hun beroep konden maken?

"Nee, zo heb ik dat nooit aangevoeld. Als kind droomde ik er trouwens van om wielercommentator te worden. Ik heb mijn jeugddroom dus waargemaakt. (lacht) In het voorjaar kan ik wel bewonderend kijken naar wielrenners die maanden als een pater hebben geleefd en perfect zijn afgetraind. Hun lichaam is een machine op dat moment. Ik heb zelf getraind om marathons te kunnen lopen en het is zalig als je dan, op de dag van de waarheid, van je lichaam kan vragen wat je wil."

BOEKSKESROMANTICUS

Je woont in het kleine dorpje Brussegem, op ongeveer tien kilometer van Brussel. Het enige wat die plaatsen gemeen hebben, zijn de eerste zes letters.

"Het is hier echt ongelooflijk stil en rustig. Brussegem ligt midden op de boerenbuiten, maar vanop elke heuvel heb je zicht op de hoofdstad. Tijdens mijn looptrainingen zie ik de VRT-toren of de Basiliek van Koekelberg, terwijl de boeren voor mijn neus hun velden ploegen. Dat levert mooie plaatjes op. Op sommige plekken kan je zelfs de Sint-Romboutstoren in Mechelen zien, of de haven van Antwerpen."

Is het hier soms niet te stilletjes voor jou?

"Integendeel! Toen ik de eerste keer onze bouwgrond zag met uitzicht op de velden, kon ik mijn geluk niet op. Ik kom vaak in Brussel voor mijn werk, maar ik ga er niet snel iets eten of drinken. Steden oefenen geen enkele aantrekkingskracht uit op mij. Ik hoef niet per se één keer in de maand, of zelfs één keer in het jaar naar de stad te gaan."

Meen je dat?

"Echt. Het lokale leven vind ik veel charmanter. In de streek waar ik ben opgegroeid, had je veel kleine dorpjes met een hechte gemeenschap. (denkt na) Een boer, dat zou ik nog graag willen zijn. Koeien houden en melken. Dat meen ik, hoor. Van 's ochtends tot 's avonds keihard werken op het veld, en intussen denken: 'Laat ze in Brussel en Antwerpen maar in de file staan.' Dat vind ik schoon."

Je woont nog altijd niet ver van het ouderlijke huis in Breendonk. Zou je ooit ergens anders kunnen aarden?

"Ik zit graag niet te ver van mijn familie en vrienden. Mijn vrouw heeft al overal gewoond terwijl ik nog nooit ben weggeweest uit deze streek. We rijden in het weekend vaak met de tandem langs de Schelde, en dat leidt ons naar de plekken waar ik als klein manneke kwam: Sint-Amands, Bornem, Breendonk,... dat kan mijn hartje wel vervullen."

Hoor ik daar enige nostalgie?

"Oh, ik ben een enorme nostalgicus! Dat is ook het voordeel aan de streek waar we nu wonen. Dorpjes als Kobbegem, Walfergem, Mollem en Relegem stralen voor mij nog de jaren 60 uit. Overdag passeert daar niemand, het is er zo rustig. Daar zie je echt nog de eenvoud van het leven. Dat mis ik vandaag wel: het is allemaal zo complex geworden. De duidelijkheid die onze ouders nog hebben meegemaakt, is er niet meer."

Het buitenleven associeer ik ook met een zweem van romantiek. Ben jij romantisch aangelegd?

"Ik ben zeker geen boekskesromanticus, als je dat bedoelt. Voor mij zit romantiek vooral in het dagelijkse leven. Ik vind het belangrijk om gezellig te ontbijten met mijn vrouw, met onze hond te gaan wandelen of te gaan fietsen met de tandem. Daarin schuilt voor mij de romantiek, eerder dan de trap te bestrooien met rozenblaadjes op weg naar een schuimend bad."

"Hier zie je nog

de eenvoud van

het leven"

"In de streek rond Asse liggen heel wat mooie dorpjes die echt de moeite waard zijn: Kobbegem, Relegem, Walfergem, Hekelgem, Mollem,... Je kan ze met de fiets verkennen via de Land van Asseroute. In veel gehuchtjes vind je niet eens een winkel, maar een brouwerij is er wel altijd. (lacht) Waarschuwing: onderweg kom je een paar kuitenbijters tegen."

Land van Asseroute, vertrek aan het Gemeenteplein van Asse, www.toerismevlaamsbrabant.be.

"Ik ga vaak een hapje eten in de Clash in Brussegem, op 500 meter van mijn deur. Hun verse Franse brasseriekeuken valt niet alleen bij mij in de smaak: zowel 's middags als 's avonds zit het er altijd stampvol."

Brasserie Clash, Nieuwelaan 127, 1785 Brussegem. www.restoclash.be

"Het Molenhof in Brussegem is een mooie boerderij waar ze nog ambachtelijk ijs maken. De hoeve ligt langs verschillende wandel- en fietsroutes. Wandel met je ijsje in de hand de heuvelrug op, en je kijkt in breedbeeld uit op het Atomium."

Het Molenhof, Romeinsebaan 30, 1785 Merchtem. www.hetmolenhof.eu

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234