Zondag 16/06/2019

'Boon eiste zijn plaats op in de Vlaamse beweging'

De jonge Louis Paul Boon tackelde de moderniteit met de voeten vooruit, maar begin jaren vijftig trok hij zich terug in het groen en zocht hij inspiratie in het verleden. Toch ziet Kris Humbeeck, de curator van de dubbeltentoonstelling over beide fasen in het oeuvre van de schrijver, een merkwaardige continuïteit: Boon begint en eindigt bij, jawel, de Vlaamse beweging. Eric Bracke

Dertien jaar geleden maakte Kris Humbeeck van het Louis Paul Boon-documentatiecentrum Fabrieksstad Aalst, een expositie die ook de niet-bibliofiele bezoeker wist te verleiden. Voor de komende dubbeltentoonstelling, Villa Isengrimus in het Letterenhuis in Antwerpen en Rebellen in Aalst, zweert hij bij dezelfde benadering. "Die traditionele literaire tentoonstellingen van zeventien vitrinekasten volgestouwd met documenten, plus nog drie gadgets als blikvanger, zijn niet wat ons voor ogen stond. We hebben een dwingend parcours gemaakt, waarbij het decor soms belangrijker is dan wat er in de vitrinekasten ligt.

"Hier in het Stedelijk Museum in Aalst komt er in elke expositiezaal een grote eyecatcher. In de tweede zaal toont een monumentale foto een optocht van met vlaggen zwaaiende daensisten. We bouwen er een bioscoopje waar je een documentaire kunt bekijken met bewerkingen van Pieter Daens. Samensteller Britt Kennis, die ook de uitgave van het Verzameld werk van Boon coördineert, begint de documentaire met het luisterspel dat Elie Saegeman samen met Boon heeft gemaakt. Ook de vergeten KRO-televisieserie over Daens zit erin. Met die serie was Boon niet gelukkig. Hij wilde niet dat het meeslepende van het epos naar de achtergrond verdween. Een soort film zoals Bertolucci's Novecento, dat wilde hij. Of zoals Staking van de Rus Eisenstein. Dirk Impens en Stijn Coninx hebben dat goed begrepen en het is een beetje flauw dat men hen voortdurend voor de voeten werpt dat ze er een soort Hollywoodversie van gemaakt hebben. De musicalversie staat verder af van Boon en de historische realiteit. De musical was trouwens niet gebaseerd op het boek, maar op de film. En natuurlijk kent elk genre zijn eigen wetten. Het is niet onze bedoeling een vermanend vingertje op te steken. We laten gewoon zien wat diverse media hebben gedaan met het gegeven 'Pieter Daens'.

"We klagen wel aan dat er nog geen film is over Jan de Lichte, de centrale figuur in de eerste zaal van de tentoonstelling Rebellen. Er ligt een briljant scenario klaar voor wat een wrange versie van een Robin Hoodverhaal kan worden, maar men krijgt de film niet gefinancierd. Dat is een schande."

Missing links

De Boontentoonstellingen zijn dus geen puur literaire aangelegenheid, maar Humbeeck belooft wel dat de bibliofiel volop aan zijn trekken komt. "In het Letterenhuis hebben we bijvoorbeeld voor het eerst met papieren documenten de fase van Boon als ontluikend schrijver gereconstrueerd: van zijn eerste pennenvruchten met literaire ambities tot de vroege versies van de roman die uiteindelijk in 1943 verschijnt als De voorstad groeit. Dat is prachtig materiaal met allerlei missing links waarvan het bestaan door sommigen in twijfel was getrokken. Deze documenten zijn boven water gekomen tijdens het onderzoek ter voorbereiding van het Verzameld werk.

"Dat verklaart meteen waarom de Boonbiografie nu niet in eindredactie gaat. Er is zoveel verloren gewaand materiaal opgedoken dat ik een andere visie heb ontwikkeld over hoe Boon tot zijn schrijverschap is gekomen. Ik was mij er in 1999 bijvoorbeeld absoluut niet van bewust dat de jonge Boon zo nadrukkelijk een eigen plaats opeiste in de literaire Vlaamse beweging. Toen Boon ongeveer zestien was, schreef hij een puberaal getinte lofrede aan zijn toenmalig vriendinnetje. In de linkerbovenhoek kalligrafeerde hij AVV/VVK (Alles Voor Vlaanderen, Vlaanderen Voor Kristus). Maar al snel, vanaf begin jaren dertig, ging zijn interesse uit naar de linkerzijde van de Vlaamse beweging. En vanaf 1938 zal hij een sympathisant worden van de communistische partij.

"Onder meer door de opkomst van het Vlaams Blok zijn we de Vlaamse beweging gaan verdichten tot rechts en extreem rechts. Maar zo was dat niet in het interbellum. Voor Boon, die afkomstig was uit het laagste echelon van de middenklasse, was de Vlaamse beweging een stimulans om zich intellectueel te ontwikkelen. Aalst was aan de vooravond van de Groote Oorlog de op vier na meest ontwikkelde industriële agglomeratie van België, dat zelf het op vier na meest geïndustrialiseerde land ter wereld was. Hier zijn dingen in een stroomversnelling geraakt en in het interbellum leefden alle politieke extremen in Aalst. De latere communistische verzetsman Bert Van Hoorick heeft er allerlei jeugdbewegingen en -clubs uit de grond gestampt, waar Boon zijdelings bij betrokken was. In een van hun bladen, De jongere generatie, heeft Boon in 1933 gedebuteerd.

"Deze alternatieve jongerencultuur in Aalst was essentieel voor Boons schrijverschap en heeft mede zijn kijk op de fabrieksstad Aalst en zijn cultuurkritiek vormgegeven. Anders dan zijn generatiegenoten ging Boon niet mee in de mystiek van de natuur om te herbronnen. Hij zocht de confrontatie met de moderne, industriële stad en dat maakt hem ook bijzonder. Vóór hem ken ik maar twee schrijvers die dat gedaan hebben: Paul van Ostaijen en de minder bekende Kurt Köhler, van wie het schitterende verzameld werk onlangs is uitgegeven. Boon heeft Köhler wellicht niet gekend, maar hij is de missing link tussen Van Ostaijen en Boon."

Hendrik Conscience

"Wat we in de dubbeltentoonstelling duidelijk maken, is dat Boon begint bij de Vlaamse beweging en zijn laatste werk, Het Geuzenboek, ook in die Vlaamse beweging situeert. Hij gaat in Het Geuzenboek een dialoog aan met de roman waarmee de Vlaamse literatuur is begonnen: In 't wonderjaar 1566 van Hendrik Conscience (1837). De theses die Conscience in de geuzenstrijd naar voren schuift, ontkracht hij bijna systematisch. Terwijl Conscience de geuzen reduceert tot een aantal edelen die leiding moeten geven aan onbetrouwbare volksmassa's, maakt Boon duidelijk dat de geuzenstrijd in de Zuidelijke Nederlanden mislukt precies omdat bepaalde edelen, te beginnen met Willem de Zwijger, slecht leiding geven aan de door hen gewantrouwde volksmassa's. Ze laten hun eigen belangen en die van hun klasse voorgaan op de dynamiek die zich ontwikkelt. Het resultaat is dat de Zuidelijke Nederlanden verzinken in materiële én geestelijke ellende. De tijd breekt aan van 'Arm Vlaanderen', typische retoriek van de Vlaamse beweging, die terugvoert naar August Vermeylen. Zoiets had ik dertien jaar geleden nooit in een tentoonstelling kunnen vertalen. Zelfs als ik dit toen geweten had, zou ik het niet hebben gedurfd omdat we niet over het materiaal beschikten dat we nu hebben.

"In symbolische termen was Het Geuzenboek het sluitstuk van Boons oeuvre. Daarom vonden we het ook gepast om in de laatste zaal van de Aalsterse tentoonstelling Boon met Conscience te confronteren. We vieren in 2012 niet alleen de honderdste verjaardag van Boon, maar ook de tweehonderdste geboortedag van Conscience.

"Maar om terug te komen op de bibliofielen, zij kunnen ook veel nieuwe dingen leren over de ontstaansgeschiedenis van afzonderlijke werken. Ook dat is te danken aan ontdekkingen bij de voorbereiding van het Verzameld werk. We hebben bijvoorbeeld een fragment van het oerboek van De Kapellekensbaan teruggevonden. Dat is een stuk handschrift van de roman die op dat moment nog Madame Odile heette. Boon had het cadeau gedaan aan een dame die het onder onze neus opdiepte uit haar kast. Later heeft Boon dat boek als het ware in stukken gescheurd en de fragmenten heeft hij gemonteerd, samen met notities bij de naoorlogse maatschappelijke realiteit. Daarbij is Odile Ondine geworden.

"Een andere vondst is een pagina van het manuscript van Vergeten straat, een roman waarvan men altijd heeft gedacht dat er geen scriptmateriaal van bestond. Tot bleek dat op de achterkant van een manuscript dat niemand ooit had geconsulteerd een pagina staat van een versie van Vergeten straat. U denkt misschien: één pagina, wat stelt dat voor? Voor ons is het heel interessant omdat er een aantal opmerkelijke varianten in zitten. Nog een laatste voorbeeld: de Universiteit Antwerpen heeft een typoscript aangekocht van de finale versie van Mijn kleine oorlog. Daarop heeft Boon met een balpen in hoofdletters geschreven: 'Schop de mensen tot ze een geweten krijgen'.

"Als liefhebber van Boon heb ik zelf ook een vorm van fetisjisme ontwikkeld. Ik ben erg blij dat we het tuintafeltje hebben teruggevonden dat afgebeeld staat op zoveel foto's van Villa Isengrimus, Boons woning in Erembodegem. Het is een beetje gammel, maar we presenteren het in Antwerpen als een icoon. Het figureert in de slideshows en de filmpjes die op de tentoonstelling te bekijken zijn. De langste film eindigt met een fragment over dat tafeltje, een mooi interview waarin Louis het heeft over zijn gehechtheid aan zijn tuin en huisje."

Psychopaat

Ondertussen is Lieze De Winne van de Erfgoedcel Aalst erbij komen zitten. Zij werkt mee aan de tentoonstelling Rebellen. "Boons historische romans hebben het decor van het land van Aalst gemeenschappelijk", zegt ze. "Vandaar dat we als Erfgoedcel geïnteresseerd waren om mee te werken aan deze tentoonstelling. We wilden sowieso iets doen rond de figuren uit de historische romans die zich in Aalst en omgeving afspelen. We hebben ook een Boonfietstocht uitgewerkt en op de Grote Markt van Aalst brengen we op 22 april een evocatie van het leven en de terechtstelling van Jan de Lichte. Meester Jef Vermassen zal pleiten tijdens het proces."

Humbeeck: "Boon heeft van Jan de Lichte een iconische figuur gemaakt. Als je een wrede crimineel en halve psychopaat omvormt tot l'homme révolté, ben je wel heel vrij in de interpretatie van het verleden. Maar een fictieschrijver mag dat doen. Hij mag ook van het daensisme een soort christelijk socialisme maken in de fabrieksstad Aalst. In werkelijkheid is het daensisme vooral in de buitengemeenten ontstaan, zoals historicus Frans-Jos Verdoodt heeft aangetoond. Toen het daensisme aanhang kreeg in Aalst, was dat niet in de eerste plaats bij de fabrieksarbeiders maar bij de onderste laag van de middenstanders. Dat belet een fictieschrijver niet om in het daensisme een voorafspiegeling te zien van een progressieve frontvorming, waarover in de jaren zestig werd gedebatteerd.

"Maar Boon heeft ook ontdekkingen gedaan waar elke vakhistoricus respect voor heeft. Hij had oog voor de lokale belangen waarop het daensisme botste. Families die elkaar het licht in de ogen niet gunden of families die samenspanden, vetes en politieke huwelijken, zijn door Boon schitterend in kaart gebracht. Historicus Karel Van Isacker was niet te beroerd om toe te geven dat Boon als eerste feiten naar boven heeft gehaald, terwijl de schrijver zijn werk toch echt heeft geplunderd (lacht). Voor Het Geuzenboek vroeg Boon aan de Arbeiderspers drie exemplaren van een aantal standaardwerken. Hij knipte er passages uit en kleefde ze in zijn script. Boon beschikte over de vaardigheid om die montage één stem te geven en er als verteller een soort parodie van te maken. Ik denk dat hij zich ook heeft laten inspireren door The Rise of the Dutch Republic (1856) van John Lothrop Motley. Het heeft in elk geval diezelfde gedrevenheid."

De Winne: "Het is een krachttoer hoe hij diverse bronnen omsmeedt tot een stilistisch geheel. Het bindmiddel is Boons gevoel voor humor. Hij maakt de geestelijke en wereldlijke leiders belachelijk door hun kwalen en gebreken uit te vergroten."

Humbeeck: "Precies. Neem het begin van Het Geuzenboek. Boon laat Keizer Karel, de machtigste man van zijn tijd, geboren worden in een nachtemmer met stront. Hij mengt op een briljante wijze wetenschappelijke bronnen met volksverhalen en zet de feiten ongegeneerd naar zijn hand. Maar hij kende de bronnen wel door en door. Als voorbeeldige autodidact verslond hij met een onstilbare gulzigheid de vakliteratuur."

De Winne: "Dat is interessant voor ons als Erfgoedcel. Boon deed diepgaande opzoekingen in het stadsarchief. Hij nam bronnen over en manipuleerde ze tot ze in zijn kraam pasten."

Humbeeck: "Een vraag die we in de expositie beantwoorden, heeft te maken met de rebellie die in al zijn werk aanwezig is, maar altijd tot mislukken gedoemd lijkt. Ofwel is Boon pessimist en vindt hij de mens niet in staat om het tij van de geschiedenis te keren, ofwel zitten de Zuidelijke Nederlanden opgescheept met een erflast waardoor elke poging van opstand tegen de gevestigde orde gedoemd is te mislukken. Ons antwoord is de tweede mogelijkheid: Boon wijst ook een schuldige aan in onze geschiedenis: Willem de Zwijger."

Pedofilie

Een dode schrijver promoten is niet makkelijker. Maar zeker bij studenten bestaat nog veel belangstelling voor Boon. Wat Humbeeck verontrust, is dat de schrijver in de media meer en meer vereenzelvigd wordt met de Fenomenale Feminateek. "Ik zou dat nog niet zo erg vinden als men weet wat die Fenomenale Feminateek echt is. De Feminateek verdient een plaats in Boons oeuvre, anders hadden we nooit een deel van het Verzameld werk gewijd aan Boons erotische en pornografische werk, met inbegrip van de Feminateek. Eigenlijk wil Boon laten zien hoe de moderne mens zelfs in zijn driftleven te hoge eisen stelt. Als je afgaat op de reclame en de representatie van vrouwen in de media, is de mens volgens Boon op zoek naar een aards paradijs. Hij wil niet zomaar een beetje bevrediging uit zijn leven halen, hij wil integrale gelukzaligheid, perfect bliss. Volgens Boon is dat een onmogelijk streven en het is dat fenomeen dat hij documenteert. Hij laat zien hoe in een geseculariseerde maatschappij nog een in essentie soort religieus verlangen bestaat, ook als het gaat over seksualiteit. Mannen zoeken perfecte gelukzaligheid, die nooit heeft bestaan en ook nooit zal bestaan. Het gevolg is volgens Boon dat de vrouw van haar eigen lichaam vervreemdt omdat ze perfect moet zijn.

"Boon presenteert het als een soort ironisch, wetenschappelijk project. Hij documenteert ook allerlei seksuele afwijkingen, waaronder pedofilie. Daardoor ontstaat de misvatting dat het ook over zijn eigen seksuele voorkeuren gaat. Dat is dus niet het geval. Maar Boon neemt inderdaad geen wetenschappelijke distantie in acht: het is duidelijk dat zijn Fenomenale Feminateek ook een manier is om eigen seksuele driften te sublimeren. Hij doet er niet flauw over dat hij genoegen beleeft aan zijn verzameling blote plaatjes. Hij beschrijft het in De paradijsvogel (1958), waarbij de fictionele figuur van Eerwaarde Heer Ramadhoe tegelijk een van de meest trefzekere zelfportretten van Boon is. Dat dubbele maakt het interessant, zeker omdat hij daar zelf ook over schrijft."

Humbeeck noemt Boon "een averechtse moralist" die op zoek gaat naar nieuwe waarden voor een moderne wereld. "Er zijn maar weinig schrijvers in de Vlaamse literatuur die zo openstaan voor de snel veranderende wereld en die daarbij morele problemen aan de orde stellen. Als ik de interviews met Joost Vandecasteele lees, denk ik wel eens: dit is de Boon van de late moderniteit, dezelfde drive en benadering. Ik vind de geest van Boon ook bij Tom Lanoye en Jeroen Olyslaegers, maar het is toch een kleine minderheid onder de Vlaamse schrijvers. Het is niet door universele thema's aan te snijden en de kosmopoliet uit te hangen dat je universeel bent. Boon heeft bewezen, net als Willem Frederik Hermans, dat je pas universeel bent als je bezig bent met de wereld waar je deel van uitmaakt en die je dus het beste kent."

Rebellen, van 17 maart tot 23 september in het Stedelijk Museum Aalst

Villa Isengrimus, van 18 maart tot 4 november in Letterenhuis, Antwerpen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden