Vrijdag 27/05/2022

Bont als het leven

Pierre Platteau is opgegroeid in Molenbeek, een kleurrijke volksbuurt van Brussel die in de jaren veertig en vijftig nog bruiste dankzij het caféleven, de kleine handelszaken en de buurtcinema's. Molenbeek is altijd een van de authentiekste Brusselse gemeenten geweest, waar je op straat onvervalst Brussels hoorde spreken, waar de echte 'Brusselse ket' woonde. Nu is de buurt nog altijd heel kleurrijk, maar op een andere manier. Het straatbeeld wordt vooral gekleurd door de allochtonen.

Daniël Thielemans

Platteau heeft over het oorspronkelijke Molenbeek met veel warmte geschreven in zijn autobiografische roman School Nummer 1, het eerste deel van een geplande vierdelige cyclus. Dat boek zegt heel veel over zijn schrijverschap. De voorliefde die hij blijkt te hebben voor gewone volksmensen, marginalen, onaangepasten, sociale outcasts, mislukkelingen, de fascinatie die hij zijn hele leven meedraagt voor het buurtleven en vooral de buurtbioscopen zijn ontegensprekelijk terug te voeren tot die jeugdjaren in de Brusselse volkswijk. Daar ligt zijn creatieve voedingsbodem, daar werd zijn visie bepaald, dat heeft hij verwerkt in scenario's, verhalen, columns.

Het is dus helemaal niet verwonderlijk dat zijn nieuwe verhalenbundel Het geheugen van de stenen uitpuilt van stadsverhalen die zich afspelen in buurtcafés, horecazaken, op straten en pleinen. Het zijn er in totaal zeventien, een vrij hoog aantal, geen langer dan tien bladzijden, veelal zelfs korter. Vlugge schetsen zijn het, momentopnamen, die, als je ze allemaal naast elkaar legt, een stadsbeeld geven: zo ziet een stad eruit, zo wordt er geleefd, zo zijn de mensen er.

Later is Platteau in Antwerpen aangespoeld, en daardoor hebben zijn verhalen nu eens Antwerpen, dan weer Brussel als decor. Veel maakt dat niet uit, want het is niet zozeer een specifieke stad, als wel het stadsgevoel en de mensen die er rondzwerven die hem boeien.

De verhalen zijn blijkbaar ontstaan na de dood van zijn moeder. "Het geheugen van de stenen was wat ik dacht toen ik een uur na het overlijden van mijn moeder door de straten dwaalde waar zij geleefd had. Haar lichaam, dat in die ziekenhuiskamer nog niet helemaal koud was, hield ook de muren van de stad even warm", zo staat er in de flaptekst.

Het café, de bar, het restaurant, de kapperszaak, de cinema op de hoek: daar speelt het stadsleven zich af. Elk verhaal bevat een klein menselijk drama, dat in een paar bladzijden beslecht wordt: Aurélie, een dienster in de Màlaga, wil hogerop, gaat in een respectabeler taverne aan de slag, maar eindigt finaal als prostituee. Marc, kelner in een brasserie, is verliefd op Rachida, een Marokkaanse die in een kapperszaak werkt. De liefde brandt intens maar haar ouders vinden het een verkeerde keuze. Gedaan met de liefde. Vic is kok-eigenaar van De Blauwvoet, heeft grootse plannen, investeert zwaar, maar raakt zijn vrouw kwijt. Zijn zaak boert achteruit en hij geeft zich dan maar over aan louche praktijken. De gevangenis wenkt.

Telkens eindigt het verhaal met een neergang. Nee, dit is geen vrolijke bundel, het is een litanie van miserie en kleinmenselijk leed.

Ook al omdat er geen tegenwicht is in de vorm van humor is het zeker niet aan te raden de verhalen in één ruk na elkaar te lezen. Op den duur treedt een effect van oververzadiging op, want een lezer heeft een emotionele pijngrens, er is een limiet aan het incasseringsvermogen.

Het summum van die zwartkijkerij is wel 'Het Verdriet van Stan W'. Stan verliest zijn vrouw, vervreemdt van de wereld, wordt zelf ziek, eerst een bronchitis, dan een liesbreuk, krijgt daarbovenop nog last met de prostaat, en alsof dat allemaal nog niet genoeg was, sterft de kat. Dat hij uiteindelijk toch nog wat vreugde vindt in het tuinieren, weegt niet op tegen de miserabele sfeer.

Indien Platteau in de vorige eeuw had geleefd, dan was hij zeker een van de taaiste naturalisten geweest, een volbloed Zola-acoliet. Dat neemt niet weg dat deze verhalen indringend zijn. Platteau dwingt zich in de rol van de afstandelijke waarnemer. Hij legt feiten en toestanden vast, en probeert zo weinig mogelijk invloed uit te oefenen of enige moraliserende commentaar te geven. Dat lukt soms wonderwel, zoals in 'Halte', naar mijn smaak het beste verhaal uit de bundel. Albert is jarenlang socialistisch partijmilitant geweest. Hij is nu met pensioen, en hoort bijna elke dag verhalen over de onveiligheid in de stad. Dat drijft hem verder en verder weg van zijn vroegere partijvrienden, zodat hij zich zelfs aansluit bij de partij "die hij tot voor kort tot de zwartste der zwarte erfgenamen der zwarthemden beschouwde". Hij wordt er met open armen ontvangen, maar Albert voelt dat hij er eigenlijk niet thuishoort, dat de nestwarmte ontbreekt.

In een paar bladzijden weet Platteau hier een heel psychologisch en emotioneel mechanisme bloot te leggen dat veel meer zegt dan ellenlange politieke analyses of diepgravende sociale betogen. Het is een verhaal dat voor zichzelf spreekt, dat in zijn soberheid erg suggestief en efficiënt is.

Een aantal verhalen zijn dan weer ik-verhalen, waarin de auteur tegelijkertijd verteller en personage is. Ze hebben soms een sterk autobiografische inslag, leunen thematisch aan bij School Nummer 1, en zouden dus heel goed deel kunnen uitmaken van zijn autobiografische romancyclus.

Hoewel Platteau raak en scherp kan typeren, is er soms wat mis met de stijl, zijn er zinnen die moeilijk lopen en behoorlijk verwrongen zijn. Twee voorbeelden: "Het hart klopt hem in de keel, het is alsof hij zich voelt desintegreren in de continuïteit van niet ter zake doende gebaren en tochten."

"Maar net op dat moment zette Leila twee minuscule likeurtjes voor hen neer, en ze keken ernaar met dezelfde afwerende herinnering aan vreugdevolle katers, met dezelfde schampere roes aan niet-gedronken alcohol."

De verhalen van Platteau hebben die pseudo-literaire stijl niet nodig, zijn personages, zijn verhaalsituaties vragen daar niet om. Afgezien van die occasionele uitschuivers schijnt hij zich daar gelukkig meestal van bewust te zijn.

Pierre Platteau, Het geheugen van de stenen, Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 160 p., 740 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234