Donderdag 22/08/2019

Bon appétit

Moet het deze zomer altijd een roman van 300 pagina's zijn? Acht weken lang trakteert een schrijver uit Vlaanderen of Nederland u op een kort verhaal.

Nooit had Thomas Feyner over zichzelf nagedacht als sekstoerist en het trof hem dan ook onaangenaam toen tijdens een etentje in de Keulse binnenstad de tweelingzus van zijn ex spottend tegen hem had gezegd: "Maar, Thomas, jij bent toch gewoon een sekstoerist." Eerst meende hij dat Zenya met hem flirtte - het zou niet de eerste keer zijn geweest - maar toen het tot hem doordrong wat ze eigenlijk zei, wie er allemaal verder aan tafel zaten, en welke associaties het woord 'sekstoerist' bij de meeste mensen opriep, besefte hij dat ze erop uit was hem belachelijk te maken voor zijn vrienden en zakenrelaties, misschien zelfs te vernederen. Wat is erger dan sekstoerisme? Antisemitisme vermoedelijk, racisme. Maar zelfs dat niet in alle kringen.

Ondanks haar glimlach, haar liefkozende blik, de hand waarmee ze even zijn bovenarm had aangeraakt, verdacht hij haar voor het eerst van kwaadaardige bedoelingen. Had ze hem nooit vergeven dat hij op haar zus Aliona, die door iedereen Aliochka werd genoemd, was gevallen? Had ze hem gewild, helemaal voor zichzelf? Maar ze was toch bezet geweest toen hij de tweeling ontmoette, niet alleen bezet, verliefd, en ze had eens tegen hem gezegd: "Jij zou nooit de juiste man voor mij zijn geweest. Jij mag dan twintig jaar ouder zijn dan ik, maar van binnen ben je een jongetje van twaalf. Ik heb een sterke man nodig."

Of was hij weer eens naïef geweest, had ze hem geprobeerd te verleiden met wat een afwijzing leek? Had ze gepoogd, tegen beter weten in allicht, de sterke man in hem naar buiten te lokken?

Hij keek haar indringend maar zwijgend aan, terwijl het gesprek aan de andere kant van de tafel voortkabbelde.

Thomas besloot dat hij Zenya iets had misdaan, iets waarvan hij zichzelf nooit bewust was geweest, dat was de enige verklaring voor haar ongepaste opmerking. De kwetsuren die je anderen toebrengt, voel je niet en zolang de anderen er niets van zeggen weet je dikwijls niet eens dat er een kwetsuur is toegebracht. Hij was ongevoelig geweest terwijl hij zichzelf altijd voor een uiterst gevoelig mens had gehouden.

Gelukkig hadden de andere gasten de opmerking van Zenya niet gehoord of hadden ze besloten die te negeren, ze spraken nu op nogal heftige, ja bijna ruzieachtige toon over globalisering.

"Ik ben geen sekstoerist", zei Thomas zacht, "ik ben van alles, maar dat ben ik toevallig net niet." Aan haar ogen zag hij dat ze schrok van de ernst waarmee hij haar toesprak. Het was toch geen bewuste provocatie van Zenya geweest, geen straf, ze had zich iets laten ontvallen, dat was misschien nog erger, dit was hoe ze echt over hem dacht. De waarheid, die ze altijd zorgvuldig had weten te onderdrukken, of die ze alleen had gedeeld met haar tweelingzus, kwam naar nu naar boven, ongewild, op deze prachtige zomeravond in de Keulse binnenstad. Had ze ooit ook zo met haar zus gesproken? Had Zenya tegen haar gezegd: "Maar Aliochka, Thomas is een sekstoerist, wat kun je van zo iemand verwachten?"

Ze boog zich naar hem toe terwijl het gesprek aan de andere van de tafel verder ging, hij hoorde de vicepresident van een lokale bierbrouwerij in vrijwel accentvrij Engels zeggen: "Donald Trump is ook een product van de globalisering." En terwijl zijn gedachten afgleden naar Donald Trump, fluisterde Zenya in zijn oor: "Je bent een liefhebber van schoonheid, Thomas. Dat is wat ik bedoelde, wij hier zijn allemaal liefhebbers van schoonheid." Ze wees discreet naar de mensen aan de andere kant van de tafel, verwikkeld in een gesprek over Donald Trump.

Hij ging met een stukje brood over zijn bord waarop gebakken zalm had gelegen omdat hij niet wist wat hij moest antwoorden. 'You are a sucker for beauty', zo had Zenya het gezegd, en opnieuw werd Thomas gedwongen anders naar zichzelf te kijken. Geen sekstoerist, althans niet zomaar een, maar een liefhebber van schoonheid, iemand die oog in oog in met die schoonheid weerloos was, een verslaafde kortom. Ontoerekeningsvatbaar.

"Schrijf Trump niet af", zei de vicepresident, "de massa walgt van ons soort mensen, al beseffen ze niet hoezeer ze op ons lijken en hoezeer ze hun best doen nog veel meer op ons te lijken dan ze nu al doen."

Zenya keerde zich van Thomas af. Er zat nog een andere ex van hem aan tafel, Brigitte, ze was zwanger en Zenya begon een gesprek met Brigitte over kinderen, zodat Thomas zich noodgedwongen in de discussie over globalisering moest mengen terwijl juist op dat moment globalisering hem totaal niet interesseerde.

Thomas had zijn uiterste best gedaan met al zijn exen goed contact te onderhouden - alleen al dat maakte hem in zijn ogen geen sekstoerist - en hij was in Keulen voor een commercial voor de lokale bierbrouwerij die hij de komende dagen zou opnemen. Een van zijn laatste commerciële opdrachten, daarna zou hij aan het echte werk beginnen. Hij had een script geschreven voor een korte film over de vluchtelingenproblematiek, Bon appétit geheten. Een gruwelijke film, maar de vluchtelingenproblematiek was ook gruwelijk. Hij zou de film zelf gaan regisseren.

Thomas Feyner had genoeg tijd verspild met commerciële opdrachten, daarvan was hij al een paar jaar overtuigd, soms had hij het gevoel dat hij zijn leven had verdaan met commercials - hij was nu bijna veertig - maar aan de andere kant was hij zonder die commercials de tweeling nooit tegengekomen. Hij was in Oekraïne geweest voor een commercial voor Coca-Cola, nu alweer een jaar of vijf geleden. Men nam graag commercials op in Oekraïne, het was daar goedkoop en eigenlijk ook redelijk rustig. Hij was locaties aan het scouten toen hij de tweeling op straat zag, ergens in een buitenwijk van Kiev. Hij vroeg hun de weg en meteen daarna vroeg hij hoe ze heetten. Ze spraken redelijk Engels. Ze waren nooit meer uit zijn leven verdwenen. Hij had de weg gevraagd en zij hadden hem de weg gewezen.

Twintig jaar jonger dan hij, maar ze wisten waar Thomas heen wilde, ze wisten ook waar ze zelf heen wilden: weg uit Kiev. Terwijl hij zo van die stad hield, terwijl hij geleidelijk aan zo van hun land was gaan houden.

Thomas luisterde naar het gesprek en wachtte op het moment dat hij iets intelligents kon zeggen over Trump maar het hoefde al niet meer, de vicepresident verklaarde dat hij moe was en naar bed wilde en opeens was iedereen moe. Iedereen wilde naar bed. Binnen vijf minuten stonden ze buiten.

In de hete Keulse nacht nam Thomas afscheid van zijn vrienden, zijn exen, zijn zakenrelaties. Zenya gaf hem als laatste een kus. "Waarom wil je toch zo graag dood?" fluisterde ze in zijn oor.

Hij meende haar verkeerd te hebben begrepen, vroeg of ze het nog een keer kon zeggen en toen hij haar woorden voor de tweede keer hoorde, staarde hij haar vol onbegrip aan, net als toen ze hem ervan had beschuldigd een sekstoerist te zijn. Als hij iets niet wilde, was het dood.

"Je bent een sucker for beauty", zei ze. "En suckers for beauty willen uiteindelijk allemaal sterven."

Even streelde ze zijn wang en toen wist hij het zeker, ze was hem aan het verleiden, ze had hem gewild en ze wilde hem nog steeds, al vanaf die dag in Kiev toen hij op zoek naar geschikte locaties verdwaald was in de buitenwijken. Ze kon het niet uitstaan dat hij voor haar zus had gekozen. Ze had het hem nooit vergeven. Maar hij had niet gekozen, hij was gekozen.

Thomas keek haar aan, zwijgend, wanhopig, zonder te weten waarom en uiteindelijk vroeg ze: "Wanneer beginnen de opnames voor Bon appétit eigenlijk?"

"Over een maand. Op Malta."

Hij liep naar zijn hotel. Hij dacht niet meer na over Zenya's oordelen en uitspraken, hij dacht na over Bon appétit. Snel zou zijn leven radicaal veranderen, hij zou geen mooie dingen meer maken voor grote bedrijven die met die mooie dingen hoopten hun omzet te vergroten, hij zou iets wezenlijks creëren.

Omdat hijzelf de belangrijkste financier van Bon appétit was, hoefde het script niet te worden gelezen door een eindeloze reeks van producenten, tussenpersonen, agenten, investeerders en andere mensen die de filmkunst misbruikten om hun behoefte aan macht en invloed te doen gelden. Natuurlijk had hij een producent, die had meegelezen, en een paar intimi ook, maar daarbij was het gebleven.

De plot van Bon appétit was betrekkelijk simpel en stak volgens iedereen die het had gelezen goed in elkaar. Een Duits stel op leeftijd maar nog zeer vitaal, varend in een eigen jacht over de Middellandse Zee, met een kleine bemanning, pikt op open zee een enorme hoeveelheid vluchtelingen op uit een sloep. Het jacht is echter te klein om iedereen een plaats te geven. Het Duitse stel moet kiezen. Aanvankelijk willen de vluchtelingen het jacht enteren maar de bemanning, die gewapend is, weet de vluchtelingen daarvan te weerhouden en de vrouw (Rosalinde) roept door een megafoon: "Wij kunnen niet meer dan twintig man redden. Wij zullen geen loterij organiseren. Wij willen kansen bieden aan mensen die de beste kansen hebben. Daarom zullen we een auditie organiseren voor diegenen van jullie die door ons gered willen worden. Die vluchtelingen die niet door ons uitverkozen zijn, zullen met wat eten en drinken terug op de sloep worden gezet. Ongetwijfeld zullen anderen zich om hen bekommeren."

Uiteraard wilden alle vluchtelingen door het Duitse stel worden gered.

Thomas Feyner gaf toe dat de mensen, zijn vertrouwelingen vooral, zich aanvankelijk hadden verbaasd over zijn script. Hij was beroemd, in zijn vakgebied, met gewaagde commercials voor onder andere Coca-Cola, maar dit vonden veel mensen toch extreem. "We wisten niet dat je zo betrokken en hard was", had een van zijn vertrouwelingen gezegd.

"Ik ben altijd betrokken en hard geweest, ook in mijn commercials voor Coca-Cola, juist in mijn commercials voor Coca-Cola", antwoordde hij. "En ik vind dit script helemaal niet zo hard, ik vind het eerder ontroerend, het zegt iets over mijn esthetische opvattingen, het zegt daar feitelijk alles over."

Op advies van een goede vriendin (geen ex) had hij het kannibalisme uit de film gegooid. "Dat is niet nodig", had ze gezegd. "Het is erg genoeg zonder."

Thomas Feyner had moeten toegeven, het was erg genoeg zonder.

Met de cameraman, een Turk, had hij eerder samengewerkt en de rest van de crew bestond eveneens uit bekenden van Thomas.

Het echtpaar had hij gecast in Duitsland. Twee betrekkelijk onbekende maar bijzonder goede acteurs die gecharmeerd waren door het script en bereid waren een deel van hun zomer op te offeren om mee te spelen in deze korte film. "Het doet me denken aan Mes in het water van Polanski", had de actrice die Rosalinde zou spelen gezegd. Om daaraan toe te voegen: "Dat bedoel ik uiteraard als compliment."

Het casten van de vluchtelingen was het moeilijkst geweest. Thomas wilde met echte vluchtelingen werken, maar er waren bijna geen vluchtelingen op Malta. Die zaten allemaal op Italiaanse eilanden, want ze wilden naar het noorden. Naar Merkel. In haar eigen land was de populariteit van Merkel tanende, onder vluchtelingen had ze de status van een wereldberoemde voetballer. Iedereen kende haar, iedereen wilde naar haar toe. Dergelijk realisme had Feyner niet in zijn film verwerkt, het ging hem om een ander soort schoonheid.

Noodgedwongen nam Thomas qua vluchtelingen uiteindelijk genoegen met vrijwel een voltallig amateurgezelschap uit Valletta, maar hij was nog niet tevreden, hij had nog een jonge Syriër nodig met een glazen oog en daarom ging hij terug naar Sicilië, waar hij al een keer eerder tevergeefs naar geschikte vluchtelingen had gezocht. Ingewijden hadden hem verteld dat hij daar wel jonge Syriërs zou vinden, ze werkten veelal illegaal en voor een hongerloon in de bouw maar ze waren vast ook bereid voor iets meer geld in Feyners film mee te spelen. De eerste keer dat hij Sicilië bezocht, had hij wel enkele Syriërs gevonden, ze werkten echter geen van allen in de bouw, en ze waren ook geen van allen geschikt voor Bon appétit. Er waren twee kandidaten over wie Feyner twijfelde - een twijfelgeval was beter dan niets - maar die hadden geweigerd met hem mee te gaan. "We willen naar het noorden, niet naar het zuiden", had het ene twijfelgeval gezegd dat optrad als woordvoerder omdat hij een mondje Engels sprak. Ook de belofte van zakgeld, prijzen op internationale festivals en zelfs roem hadden hen niet kunnen vermurwen.

Misschien kwam het omdat Thomas toch niet over de juiste connecties beschikte, maar ook tijdens zijn tweede bezoek aan Sicilië vond hij geen geschikte Syriërs. Hij vond wel veel Sicilianen, die hem omringden alsof hij de honing was en zij de bijen, maar hij wilde geen Sicilianen, hij had al genoeg amateurs uit Valletta, hij wilde een paar echte vluchtelingen.

Wat hij wilde maken, moest het midden houden tussen documentaire en korte speelfilm, het moest het beste van die twee werelden met elkaar verenigen.

Toen hij eigenlijk de hoop had opgegeven, iets wat hem zwaar viel want hij was een optimist, stuitte hij op het station van Syracuse op een groepje jongemannen dat Arabisch praatte. Een van hen trok meteen zijn aandacht.

Hij ging op het groepje af met zijn vertaler, een Egyptenaar die met een Siciliaanse getrouwd was en die blij was zijn kennis van het Arabisch zo nu en dan te gelde te kunnen maken. (Hij was al gepensioneerd en had laten doorschemeren dat zijn huwelijk een verstandshuwelijk was.)

De jongen met het glazen oog, een kind van een jaar of twaalf, was eigenlijk de spil van de film. De man (Egon) wil het kind niet redden, hij zegt: "Die jongen heeft een glazen oog en hij is duidelijk een beetje achterlijk. Laten we iemand meenemen die wel kansen heeft op een zonnige toekomst."

Rosalinde is echter getroffen door de jongen met het glazen oog. Die jongen laat haar om redenen die de kijker niet meteen moet begrijpen maar toch moet kunnen navoelen niet los. Ze wil hem koste wat het kost redden. Iets in de kansloze treft Rosalinde zoals je getroffen kunt worden door liefde, door schoonheid.

En precies dat zag Thomas in een jongen die daar in een afgeknipte spijkerbroek tussen vrienden op het station van Syracuse stond.

"Je hebt geluk", zei de Egyptische vertaler. "Dit zijn Syriërs. Ik hoor het meteen. Je hebt beet."

Ze benaderden het groepje jongens zoals Thomas in het verleden, toen hij zich nog had ingezet voor multinationals, wel vaker modellen op straat had benaderd, vriendelijk, charmant en toch doortastend.

De jongen die Thomas op het oog had, had geen glazen oog maar hij loensde wel een beetje en hij zei dat hij Elyas heette. Verder vertelde hij dat hij alleen op Sicilië was, met een oudere broer, zijn ouders waren ergens anders. Hij beweerde vijftien te zijn, bijna zestien maar hij zag er overduidelijk uit als een jongen van twaalf of elf. Misschien hoeft het geen glazen oog te zijn, dacht Thomas, misschien is loensen genoeg.

"Waar zijn je ouders precies?" vroeg Thomas.

De Egyptenaar stelde de vraag in het Arabisch. Er volgde een lang verhaal, dat de Egyptenaar vrij kort vertaalde met: "Hij weet niet precies waar, hij zegt ergens in het oosten." De Egyptenaar wees naar het oosten.

"Vraag hem of hij met ons mee wil naar Malta om een film op te nemen over vluchtelingen, over zijn mensen", zei Thomas, "zodat de wereld weet wat er hier gebeurt. Hij krijgt er ook voor betaald."

De vertaler vertaalde en er volgde weer een vrij lang antwoord, dat werd samengevat met: "Hij wil wel met ons mee maar hij wil weten wat hij te eten krijgt."

"Wat hij wil", zei Thomas. "Hij mag zelf kiezen wat hij wil eten."

Er werd weer naar het Arabisch vertaald en er volgde een discussie, waar ook de andere jongens aan deelnamen en uiteindelijk zei de Egyptenaar: "Hij wil pizza met salami."

"Hij kan zoveel pizza met salami krijgen als hij wil", riep Feyner. "Hij kan elke dag pizza met salami krijgen, voor mijn part de rest van zijn leven. Als hij maar met ons meekomt."

De jongen zei iets en de Egyptenaar vertaalde. "Hij wil weten wat hij moet doen."

"Hij moet zichzelf spelen, meer niet, dat is alles", antwoordde Thomas.

Maar kennelijk wist de jongen niet wat dat was, zichzelf spelen, want hij vroeg om toelichting.

Het moet gezegd, Thomas had het goed gezien, de jongen Elyas werd de spil van de film. Hij symboliseerde niet alleen het leed, hij wérd het leed en hij leefde zoals hijzelf al had aangekondigd op pizza met salami.

"Je ziet de wereld door zijn ogen", zei Feyner op de laatste draaidag tegen de Egyptenaar die was meegegaan als vertaler, "en daardoor wordt de wereld mooi. Want wat er ook gebeurt, wat er ook met Elyas gebeurt, hij vindt alles mooi. Hij vindt alles goed omdat hij zelf zo mooi en goed is."

Toen de opnames afgelopen waren, vroeg Thomas aan Elyas of hij weer terug wilde naar Sicilië. "Nee", zei de jongen via de vertaler, "ik wil naar mijn ouders."

Hij wees naar het oosten.

En Thomas Feyner besefte dat hij deze jongen, die alle schoonheid en goedheid in de wereld symboliseerde, weinig kon weigeren, en zeker dit niet.

Als PC ben ik sinds vier maanden verantwoordelijk voor het ziekenhuis dat MSF in het district Aleppo runt. Een week of drie geleden verscheen hier een westerling met een kind. Hij kwam aangereden op een motor die hij beweerde geleend te hebben van een vriend. Hij sprak uitstekend Engels en Duits, wat niet verwonderlijk is want hij bleek een Duitser te zijn. Hij noemde alleen zijn voornaam.

Tegen de regels van MSF heb ik hem twee nachten op de compound laten slapen, hij at met ons mee. De man maakte een stabiele indruk. Toen ik hem vroeg wat hij in Syrië deed, of hij zich bewust was van de risico's die hij nam, zei hij dat hij zich daar zeer bewust van was, maar dat hij het oorlogsgebied in Oekraïne kende en dat hij neutraal was en altijd neutraal zou blijven ("Net als jullie", voegde hij eraan toe) en dat hij Elyas, de jongen die bij hem was, naar zijn ouders moest brengen.

De jongen leek zeer op de westerling gesteld. Via een vertaler kwamen we erachter dat hij uit Aleppo kwam, maar dat zijn ouders daar niet meer woonden.

De westerling vertelde dat de jongen met zijn oudere broer was gevlucht maar dat hij spijt had. Wij konden dat moeilijk geloven, velen van ons vonden het immoreel om niet te zeggen krankzinnig om de jongen terug te brengen naar Syrië. Maar het was gebeurd, er was niets meer aan te doen.

Een Spaanse chirurg die al heel wat missies met MSF achter de rug had zei: "Dit land trekt allerlei soorten avonturiers aan."

Na twee dagen vertrok de westerling op de motor, met de jongen. Hij zei dat hij wist waar hij heenging. We gaven hem proviand.

Nu kom ik aan de reden van dit schrijven.

Op de nacht van zondag of maandag, oftewel drie dagen geleden, werd ik gewekt door iemand van de lokale staf. Hij zei dat er een lijk voor de compound was gedumpt.

We namen poolshoogte.

Het was geen lijk, het was het verminkte lichaam van de westerling, maar hij leefde nog.

We hebben hem voor zover mogelijk gestabiliseerd. Of en wanneer hij vervoerd zal kunnen worden, is ons vooralsnog niet duidelijk. Mocht hij dit overleven, zal hij volgens onze chirurgen ingrijpende plastische chirurgie nodig hebben.

De lokale staf ziet het dumpen van dit lichaam als een waarschuwing. Ze zijn sinds de terugkeer van de westerling als verminkte erg onzeker en angstig.

Omdat ik de regels van MSF heb overtreden, wend ik mij rechtstreeks tot u, dames en heren van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Weet u wie deze man is? Is er een vermiste die op hem lijkt? (Ik sluit foto's bij.)

Ik zeg dit à titre personnel, maar ik vind dat de ziekenhuizen van MSF in Syrië er niet zijn om westerlingen te verzorgen.

Kunt u mij zeggen wat ik met deze westerling moet doen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden