Woensdag 28/09/2022

Bombarderen tot we erbij neervallen

'Laten we zeggen dat Milosevic iedereen Kosovo uit jaagt. We gaan gewoon door met bombarderen. Als hij na een week of tien dagen nog altijdniet wil buigen, dan bekijken we de zaak opnieuw.' Deze uitspraak werd door The New York Times opgetekend uit de mond van een hoog-geplaatste Amerikaanse functionaris die aanwezig is bij de Kosovo-briefings in de Oval Office. Het is in een notendop het punt waaropde strategie van de militaire actie tegen Joegoslavië is beland als blijkt dat Milosevic niet buigt voor een paar Navo-bommen.

Het is vrijdag 2 april en de Amerikaanse president Bill Clinton moet de moeilijke beslissing nemen om de luchtaanvallen uit te breiden naar doelwitten in het centrum van de Servische hoofdstad Belgrado. Van het zelfvertrouwen waarmee Clinton op 24 maart het begin van de Navo-luchtaanvallen aankondigde, is weinig meer over. Clinton, zo zeggen mensen uit zijn omgeving, is veranderd. De relaxte leider die vol zelfvertrouwen aan zijn volk uitlegt waarom het noodzakelijk is dat Amerikaanse militaire middelen worden ingezet in Kosovo, en zich vervolgens klaarmaakt om te gaan golfen, is uitgeput en zichtbaar overrompeld door de enormiteit van de steeds verder escalerende crisis.

De verandering is ook merkbaar in het taalgebruik van Clinton. Terwijl hij op 24 maart nog met trotse stem verkondigt dat "Amerikaanse troepen, samen met onze bondgenoten" tot de aanval zijn overgegaan, zegt hij een paar dagen later dat de Verenigde Staten "volledig achter Navo-secretaris-generaal Javier Solana staan". Ook het woordgebruik over de doelstelling van de operatie verandert zienderogen. Op zaterdag 3 april zegt Clinton in zijn wekelijkse radiotoespraak tot de natie: "Ons doel is om Milosevic een zeer hoge prijs te doen betalen voor zijn repressieve beleid en om zijn militaire vermogen om dat beleid voort te zetten serieus te verminderen."

Het is een uitspraak waarmee men alle kanten op kan. Want Washington of de Navo kunnen op elk moment zelf beslissen wanneer de prijs 'hoog' genoeg is geweest of wanneer Milosevic' militair vermogen om dood en terreur te zaaien in Kosovo voldoende 'verminderd' is. Het oorspronkelijke doel lijkt al uit het vizier verdwenen: Milosevic te dwingen om de Rambouillet-akkoord te aanvaarden en "een nog bloediger offensief tegen de onschuldige burgerbevolking af te wenden". Er is een semantische opening gecreëerd waarmee men indien nodig kan besluiten om te stoppen met de luchtaanvallen, ook al is het oorspronkelijke doel niet bereikt.

De reden voor de ommezwaai is duidelijk. Het worst case scenario, namelijk dat Milosevic op de luchtaanvallen zou reageren door de etnische zuivering in Kosovo op te voeren tot een niveau waarmee niemand echt rekening had gehouden, is uitgekomen. Het bewind-Milosevic toont geen enkel teken van verzwakking onder de Navo-bommen, wel integendeel, en de Navo krijgt het steeds moeilijker om zich te verweren tegen het verwijt dat de bombardementen de etnische zuivering juist in de hand werken.

"De vlucht van de Kosovaren is niet het gevolg van de Navo-bombardementen. Geen enkele vluchteling beweert dit, integendeel, het geluid van Navo-vliegtuigen was als het 'geluid van engelen'", probeert Navo-woordvoerder Jamie Shea nog op woensdag 7 april. Maar het is te laat. De plaatjes van precisiebombardementen zijn naar de achtergronden verdrongen door de hartverscheurende beelden van de tienduizenden vluchtelingen die over de grenzen naar Albanië en Macedonië stromen. "Jullie wilden de Navo? Ga nu maar bij de Navo kijken", krijgen de vluchtelingen bij wijze van afscheid toegeslingerd door de Servische politiemannen en gewapende burgers die de straten van Pristina hebben ingepalmd.

Shea verdedigt zich: "Ik denk niet dat iemand kon anticiperen dat het zo erg werd als nu. Beweren dat onze doelen niet zijn bereikt, is als tegen Elliot Ness zeggen dat hij op pensioen moet gaan omdat hij na een week actie Al Capone nog niet kon arresteren." Maar op 5 april kan hij het nog moeilijk ontkennen. "Meer dan 350.000 Kosovaren hebben de provincie verlaten sinds het begin van de oorlog. Tegen dit ritme zal Kosovo binnen tien tot twintig dagen helemaal leeg zijn."

Dat kon nooit de bedoeling geweest zijn van de Navo-luchtaanvallen. Hoe is het zover kunnen komen? Is het mogelijk dat de Navo-planners geen rekening gehouden hebben met de mogelijkheid van Servische wraaknemingen op de Albanese burgerbevolking en met de enorme vluchtelingenstromen naar de buurlanden als gevolg daarvan? Of nog erger: hebben ze daar wel rekening mee gehouden maar besloten ze dat dit onder de noemer viel van aanvaardbare collateral damage (Navo-speak voor burgerslachtoffers)? Het zijn vragen die de voorbije weken een oneindig aantal keren gesteld zijn door legers van deskundigen en opiniemakers.

Het antwoord kwam van de militaire planners zelf. Ja, zij hadden gewaarschuwd dat bommen zonder grondtroepen de etnische zuiveringen in Kosovo niet zouden stoppen, zeggen militaire bronnen sinds een goede week, eerst off en dan ook on the record. In de New York Times onthulden functionarissen van het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van Defensie, eind vorige week dat ze de Clinton-administratie lang op voorhand hadden gewaarschuwd dat Milosevic de Albanezen zou aanvallen als hij enkel vanuit de lucht werd gebombardeerd. De duur van de vredesonderhandelingen in het kasteel van Rambouillet, verklaarden ze, zou hij enkel gebruiken om zijn campagne voor te bereiden.

"In het Pentagon, in dit gebouw, waren we niet verrast over wat Milosevic heeft aangericht", zei daags daarop ook Kenneth Bacon, de gevlinderdaste woordvoerder van het Pentagon. "Ik denk dat er sprake is van historisch geheugenverlies als iemand zegt verrast te zijn door deze campagne."

De eerste indruk is natuurlijk dat de militaire planners zichzelf aan het indekken zijn tegen verwijten over de nefaste gevolgen van hun acties voor de mensen die ze verondersteld werden te beschermen. Ware het niet dat er al eerder dissonante geluiden te horen waren uit militaire kringen, waar men zich gefrustreerd voelt omdat de politiek hen opzadelde met een onmogelijke opdracht. "Een luchtcampagne kan bruikbaar zijn om de Serviërs te overtuigen hun strategie in Kosovo te herzien, maar als je een onmiddellijke reductie wil van hun mogelijkheden om met militaire middelen de bevolking onder druk te zetten zullen luchtaanvallen niet helpen", zei voormalig VS-luitenant-generaal Terry Scott op 1 oktober 1998 op de radiozender Voice of America. "De Servische strijdkrachten hebben weinig grote troepenconcentraties, tankformaties of grote communicatiefaciliteiten die beschadigd kunnen worden bij luchtaanvallen", aldus nog Scott, een gepokte en gemazelde Golfoorlog-veteraan die nu doceert aan de Kennedy School of Governement in Harvard.

Een hoge officier, die voor het sturen van grondtroepen was, beklaagde zich vorige week dat de geallieerden alleen voor luchtaanvallen kozen omdat niemand van de lidstaten het risico wou nemen om de honderd- tot tweehonderdduizend troepen te sturen die nodig zouden zijn om de Serviërs ervan te weerhouden wraak te nemen op de 1,8 miljoen etnische Albanezen in de provincie. "We hebben van bij het begin gezegd dat we gruweldaden en misdaden tegen de mensheid met luchtbombardementen niet konden voorkomen", zei hij, maar gaf toe dat "om de alliantie van negentien naties samen te houden, we met de vraag om grondtroepen te sturen het onmogelijke zouden vragen".

Militair historicus Martin van Krefeldt sluit niet uit dat de informatiestroom over de activiteiten van Milosevic precies daarom gefilterd werd. "Een typisch probleem voor inlichtingendiensten bij een organisatie als de Navo", zegt hij, "is dat ze altijd slecht nieuws brengen voor minstens één van de lidstaten. En dus pakken ze op de duur niet meer uit met het worst case scenario maar sturen ze een afgezwakte versie van hun informatie naar de top, waardoor het makkelijker wordt om een consensus te bereiken."

En consensus is waar het allemaal om draait. Washington mag dan de enige overgebleven supermacht zijn, het beseft dat het niet kan langer kan opereren zonder een of ander mandaat, als het niet van de Verenigde Naties is, dan van de Navo. Maar de Navo kan enkel optreden als alle leden het eens zijn. In theorie kan elk van de negentien Navo-leden, zelfs IJsland, dat niet eens een leger heeft, op elk moment beslissen om de luchtcampagne stil te leggen. Dat dat niet gebeurt, is te danken aan het niet aflatende lobbywerk vanuit Washington in de negentien hoofdsteden van de Navo-lidstaten, vooral in Italië en Griekenland, de zwakste schakels van de alliantie.

Van Krefeldt vindt het geen excuus. "Het is toch geweten dat sommige dingen, zoals etnische zuiveringen, pas vervolmaakt kunnen worden als het oorlog is. Milosevic heeft van de Navo gewoon de gelegenheid gekregen. Hij heeft ook geen zware wapens nodig om mensen op de vlucht te jagen. In de lucht schieten met een kalasjnikov is genoeg. Hiertegen zijn luchtbombardementen voor 95 procent inefficiënt. In Kosovo komt het grootste gevaar van paramilitairen, losse gewapende individuen die zich kunnen verplaatsen in burgerauto's en zo nodig gijzelaars nemen. Die doelwitten raak je niet vanuit de lucht, maar enkel met grondtroepen."

Deze week ging de kritiek op het westerse optreden nog een stap verder. Niet alleen de manier waarop de aanvallen worden gevoerd, maar de aanleiding om tot de aanval over te gaan wordt nu openlijk in vraag gesteld. Ideologisch uiteenlopende bladen in de VS als The Nation en US News&World Report nemen het Rambouillet-akkoord op de korrel. De weigering van Servië om dat akkoord te ondertekenen was de directe aanleiding voor het Navo-offensief, Milosevic verplichten om het te ondertekenen de eerste doelstelling ervan. Newsweek schrijft dat Rambouillet door de Serviërs gezien werd als een plan dat de weg bereidde voor de feitelijke afscheuring van Kosovo. Het blad citeert een anonieme topambtenaar die stelt dat de VS voor het overleg in Rambouillet betrouwbare rapporten had dat Servië bereid was om Navo-troepen in Kosovo te accepteren. Maar Rambouillet deed die bereidheid verdwijnen.

Reeds in oktober vorig jaar zou Servië volgens Newsweek laten verstaan hebben dat het Navo-troepen kon aanvaarden om te waken over een wapenstilstand in Kosovo. Clinton zou het idee echter verworpen hebben. De congresverkiezingen waren vlakbij en de afloop daarvan was van groot belang voor Clinton, aangezien afzetting dreigde. Hij wou geen risico's nemen door grondtroepen toe te zeggen voor een oorlog in een land waar de meeste Amerikanen toen nog niet van gehoord hadden.

In plaats van Navo-troepen werden ongewapende waarnemers van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) naar Kosovo gestuurd, die steeds machtelozer moesten toekijken terwijl de etnische zuiveringen werden opgevoerd. Zowel Newsweek als de Washington Post schrijven dat minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright de drijvende kracht was achter het huidige Navo-offensief. Op basis van de ervaring in Bosnië, waar Milosevic eind 1995 het Dayton-akkoord aanvaardde na Navo-luchtaanvallen, en zijn instemming met een wapenstilstand in Kosovo in oktober, zou Albright zich zeker hebben gevoeld dat de Servische leider snel door de knieën zou gaan.

Misschien hebben de VS zich al te veel laten leiden door de misplaatste euforie rond het veel bejubelde Dayton-vredesakkoord. Vele experts hebben sindsdien geopperd dat de vrede in Bosnië er niet gekomen is dankzij de Navo-luchtaanvallen op de Bosnisch-Servische stellingen rond Sarajevo, maar omwille van de veranderde militaire situatie op het terrein.

Kroatië had in de zomer van 1995 de Krajina (de enclave in Kroatië die sinds 1991 door de Serviërs werd bezet) 'etnisch gezuiverd' en de tienduizenden Serviërs die daar woonden richting Bosnië en Servië gedreven. Dit werd opgevolgd door een offensief van Kroaten en moslims in Bosnië, die (met de steun van Kroatië zelf) de Serviërs uit grote delen van het westen van het land verdreven. De Servische verovering van Srebrenica (die gepaard ging met de massamoord op duizenden moslimmannen) en Zepa had het probleem opgelost van de moslimenclaves in Servisch gebied, die een permanent obstakel vormden voor een vredesakkoord.

Ten slotte was het al enige tijd duidelijk geworden dat Milosevic de zaak van de Bosnische Serviërs, onder leiding van de als oorlogsmisdadigers gezochte Radovan Karadzic en zijn generaal Ratko Mladic, als verloren beschouwde. Het is niet onwaarschijnlijk, en meer dan eens gesteld, dat de van afkomst Montenegrijnse Milosevic ten onrechte wordt omschreven als een Servische nationalist, en dat hij zich vooral bediend heeft van het Servisch nationalisme voor zijn eigen overleven. Zo was het eind 1995 opportuun voor Milosevic om de Bosnische Serviërs te laten vallen, te verraden zelfs, door in hun plaats het Dayton-vredesakkoord te ondertekenen. Het transformeerde hem van de 'slager van de Balkan' in de 'vredesmaker van de Balkan'. Het maakte hem opnieuw salonfähig, getuige de foto's van de officiële ondertekening van het Dayton-akkoord in Parijs, waarop de nu zo gedemoniseerde Milosevic te zien is in het gezelschap van Helmut Kohl, Jacques Chirac, John Major en Bill Clinton, terug opgenomen tussen respectabele wereldleiders.

In Dayton kon men al vermoeden dat het met Kosovo niet zo gemakkelijk zou verlopen. Kosovo en de Servische claim erop waren de instrumenten waarmee Milosevic zijn macht binnen Joegoslavië had uitgebouwd. Kosovo had Milosevic groot gemaakt, Kosovo opgeven zou de kleren van de keizer onzichtbaar hebben gemaakt. VS-afgezant en 'brandweerman voor de Balkan' Richard Holbrooke wist dat. In zijn biografie schrijft hij dat Milosevic prikkelbaar werd telkens als Kosovo ter sprake werd gebracht. Zodat Kosovo uiteindelijk uit het Dayton-akkoord werd gehouden, en geofferd op het altaar van de vrede in Bosnië, die op dat moment veel meer prioriteit had. Het Westen had, niet voor het eerst, één probleem opgelost door een ander te creëren.

Een probleem dat vanaf januari 1998 steeds acuter werd toen de Kosovaren zich met geweld begonnen te verzetten tegen de Servische repressie, en dat vanaf 24 maart 1999 heeft geleid tot een historische aanval op een soevereine staat door de Navo. De vragen kwamen pas daarna.

"Kan onze luchtovermacht Milosevic wel tot vrede aanzetten?" Het is vrijdag 2 april in de Oval Office, en president Bill Clinton heeft zijn adviseurs de million dollar question gesteld. Het komt neer op het in vraag stellen van de campagne tot dusver.

"We hebben dat antwoord nog niet. Dat kan nog wel een week duren", zegt een van zijn adviseurs.

"Laten we toch maar doorzetten", zegt Clinton, en hij geeft de militairen de toelating om doelwitten in het centrum van Belgrado te gaan bombarderen.

Dit was al lang niet meer het vooropgezette plan. Het driefasenplan dat de Navo had uitgewerkt legde zowel de nadruk op het sturen van diplomatieke signalen als het vernietigen van de tegenstander. De eerste fase was gebaseerd op de berekening dat enkele bomaanvallen wel eens net genoeg zouden kunnen zijn om Milosevic te overtuigen van de noodzaak zijn oorlog in Kosovo stop te zetten en akkoord te gaan met Rambouillet. De eerste fase concentreerde zich op luchtafweersites en liet Belgrado ongemoeid.

"Het plan van de Navo had nooit als doel de luchtcampagne te beginnen met massieve bombardementen", verklaarde Air Marshal Sir John Day, de vice-voorzitter van de Britse generale staf. "Dit was niet het begin van een oorlog waarin we vastberaden waren om zo snel en ruw mogelijk zijn militaire macht te overklassen."

Volgens het oorspronkelijke concept moest de eerste fase, de speldenprik, gevolgd worden door een pauze in de bombardementen, om te zien of Milosevic al aan het buigen of barsten was. Zo niet zouden de vliegtuigen de commandocentrales en troepen aanvallen die betrokken waren bij de etnische zuiveringen in Kosovo.

Hoe beperkt deze aanpak ook klinkt, het originele plan was nog restrictiever. Maar toen Richard Holbrooke in maart een laatste poging ondernam om Milosevic op de knieën te dwingen, ontmoetten de Navo-ambassadeurs elkaar in de conferentiezaal van hun hoofdkwartier in Evere om een Amerikaans voorstel te overwegen waarin voor een klein beetje meer 'punch' werd gepleit. Holbrooke wou het nieuws van deze beslissing met zich meenemen naar Belgrado. De geallieerde diplomaten gingen akkoord, op voorwaarde dat ze geconsulteerd zouden worden als de beslissing over militair ingrijpen zou vallen. "Holbrooke heeft alles wat hij nodig heeft van de Navo", verklaarde Navo-secretaris-generaal Javier Solana net voor de missie van de laatste kans.

De Navo-leiders hoopten dat een raid of twee zou volstaan. "We hoopten dat hij snel de boodschap begrepen zou hebben en zijn plannen niet voortzetten", zegt Air Marshal Day. "We hoopten op een snelle politieke oplossing en dat het niet nodig zou geweest zijn om van fase één over te gaan naar de volgende stappen".

Maar Milosevic buigt niet. En naarmate de oorlog escaleert, wordt steeds meer het verschil in vastberadenheid duidelijk. Clinton zegt in het openbaar dat er geen sprake kan zijn van het inzetten van Amerikaanse grondtroepen, een duidelijk teken van zwakte tegenover een vijand als Milosevic. De Navo moet oppassen voor burgerslachtoffers, terwijl voor Milosevic de burgerbevolking in Kosovo juist een belangrijk oorlogswapen is. Men kan burgers met tienduizenden tegelijk in de richting van de vijand drijven, men kan hen gebruiken als menselijk schild. De Navo heeft het presidentieel paleis in Belgrado van de lijst van doelwitten geschrapt omdat het gebouw tot het culturele erfgoed behoort. In de Kroatische en Bosnische oorlogen waren aanvallen op het culturele erfgoed van de tegenstander juist een essentieel onderdeel van de strategie. Denk aan de beschieting van Dubrovnik, de brug van Mostar, de bibliotheek van Sarajevo...

De paradox van deze zelf opgelegde beperkingen houdt een groot risico in. De bombardementen zullen niet alleen veel langer duren, er gaat ook tijd verloren waarin er barsten kunnen komen in de Navo-coalitie. De recente ervaringen in Irak leverden weinig bewijzen dat slimme bommen en kruisraketten alleen de koers kunnen veranderen van een vastberaden dictator. In Irak slaagden raketaanvallen op de hoofdkwartieren van het leger en de inlichtingendiensten er niet in om de positie van president Saddam Hoessein te ondermijnen. Een verder verleden toont aan dat een Servisch volk dat gebombardeerd wordt niet op de knieën gaat maar juist gesterkt wordt in zijn verzet.

"De fouten die we hebben gemaakt zullen ons zwaar worden aangerekend", zegt Robert Norris van het Natural Resources Defense Council (NRDC) vanuit Washington. De niet-gouvernementele defensiewatcher vreest dat de toekomst van de Navo op het spel staat. "En niet alleen van de militairen", zegt hij, "maar alle regeringsleiders van de lidstaten, die zich in deze crisis te zwak opstellen".

"Er is gehandeld zonder te weten waar aan werd begonnen", zegt hij. "Zelfs Clinton heeft zich misrekend door de Powell-doctrine, die de VS sinds de Golfoorlog hanteert, met voeten te treden. Deze regels, genoemd naar de gewezen zwarte stafchef van het Amerikaanse leger Colin Powell, werden nochtans als bepalend gezien voor onze toekomstige militaire interventies. Ze stelden dat de VS enkel een conflict mag aangaan als de nationale belangen op het spel staan, dat je zeker moet zijn van een overweldigend machtsoverwicht en vooral dat je duidelijk afgebakende militaire doelen nodig hebt."

Waar het ontbreken van een doctrine en een doortimmerde strategie toe kan leiden voor het Albanees-Kosovaarse volk, waar de Navo het zogezegd allemaal voor doet; schreef IWPR-correspondente Gjeraqina Tuhina op 1 april 1999 in haar Bericht vanuit Pristina: "Er wonen nu vier families in ons kleine appartementje. De hele nacht lang stonden ze bij het raam te kijken in de richting van hun huizen, wachtend op de vlammen. Maar het was een tamelijk rustige nacht: een Navo-luchtaanval in de vroege ochtend en een paar explosies. Er waren de gebruikelijke geweerschoten in de straten, maar daar slaat al lang niemand meer acht op. (...) Niemand had gedacht dat het zo erg zou worden. We wisten natuurlijk dat er vergeldingsacties zouden zijn eens de oorlog begon, we dachten dat dit vooral in de afgelegen dorpen zou gebeuren. Niemand had gedroomd dat Pristina zich ooit in deze situatie zou bevinden. De televisie toont beelden van vluchtelingen die vertrokken zijn. Zij hebben het tenminste overleefd; zij kunnen misschien op een dag terugkeren. Maar hoe moet het verder met ons, zij die achtergebleven zijn?."

Maarten Rabaey, Gert Van Langendonck, Tom Ronse; Bart Willems

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234