Zondag 25/10/2020

'Boksen is als een drug voor mij'

'Wat is het antwoord op de schreeuw van jonge, Brusselse boksers anno 2012?' Die vraag beheerst 'Sleeping Elephants', een explosieve muziektheatervoorstelling van Koen Monserez en dertien boksende jongeren. Muhammad Ali is draaischijf, dromen ontketenen de ambitie. 'Boksen brengt regelmaat in mijn leven.'

Tout le monde est là?" Koen Monserez, publiekswerker bij de Koninklijke Vlaamse Schouw-burg (KVS) in Brussel kijkt de zaal in, en telt dertien gezichten. Jong, gemotiveerd, en lachend. Tussen 16 en 23 jaar oud. Allemaal 'nieuwe Belgen', ook. Zoals het heet. Acht jongens, vijf meisjes.

Maar vooral: stuk voor stuk protagonisten in Sleeping Elephants. Niet de nieuwste KVS-voorstelling is dat, wel een eerste coming out van een reeds twee jaar durend publiekswerkingsproject waarbij Monserez de brug tussen stad en theater slaat (zie kader, LDW). Aangekondigd als 'een verhaal over moed, schoonheid, emancipatie, ijdelheid, religie en engagement', en vanavond in première. Met boksicoon Muhammad Ali als inspirerend oerbeeld, en dertien Brusselse jongeren als enthousiaste volgelingen.

Twee ervan schuiven, net voor een van de laatste repetities, aan een tafeltje in het café van de KVS aan: Jalal El Achkar en Yasmine El Ghazi, respectievelijk achttien en zestien jaar oud en allebei lid van boks-club Brussels Boxing Academy (BBA). De ene robuust en praatgraag, de andere fragiel en verlegen. Maar beiden opvallend kalm en beheerst. In niets de richtlijnen van Monserez ("ik wil de typische razernij van het boksen in sommige scènes nog meer voelen", zal die tijdens de briefing zeggen) weerspiegelend.

Niettemin priemt tijdens het gesprek al snel een vurige passie voor boksen door. Voor spelplezier, ook. Voor rechtvaardigheid, vooral. Niet zomaar luidt de titel van de voorstelling voluit: You can do whatever you want around a sleeping elephant, but when he wakes up he tramples everything.

Met dat citaat werd in de documentaire When We Were Kings Muhammad Ali omschreven. De docu, over de legendarische 'rumble in the jungle' russen Ali en grote rivaal George Foreman, en die uitspraak inspireerden Monserez bij het maken van deze voorstelling.

Yasmine: "Ik had eigenlijk nog nooit van die Muhammad Ali gehoord."

Jalal: "Ik wel, want mijn trainer in de boksclub is ook een grote fan. De stijl van Ali vind ik ongelooflijk mooi. Hij slaat niet zomaar iemand tegen de grond, zoals bijvoorbeeld Mike Tyson. Ali was veel geduldiger, en daardoor ontving hij zeer weinig stoten. Als ik ooit een echte kamp zou mogen boksen, zou ik het net als hij proberen, en zo de mensen waar te geven voor hun geld."

Jalals fascinatie voor de figuur van Ali zal ook in Sleeping Elephants duidelijk doorschijnen. "Ik geef op twee verschillende momenten in de voorstelling leiding over de hele groep", vertelt hij, "en daarna draag ik een tekst van Muhammad Ali voor die eigenlijk ook op mijn leven van toepassing is. Ali beschrijft hoe ooit zijn fiets werd gestolen, waarna een politieagent hem zei dat hij zich moest leren verdedigen. Vervolgens is Ali beginnen te boksen, dus eigenlijk heeft de politie hem een dienst bewezen."

Niet bepaald het gevoel dat Jalal aan een gelijkaardige ontmoeting met de arm der wet overhoudt. "Een paar maanden geleden was ik naar huis aan het fietsen, rond vier uur 's ochtends, en zag ik hoe op straat een gevecht ontstond. Uiteindelijk mondde die in een steekpartij uit. De politie kwam snel ter plaatse, maar deed gewoonweg niets. Ze stonden er gewoon naar te kijken! Achteraf kwam er zelfs geen dagvaarding. Dat vond ik echt niet kunnen. In tegenstelling tot bij Ali heeft de politie in Brussel dus niets goeds gedaan, zeker niet voor die jongeren."

Yasmine knikt instemmend. Monstert haar schoenpunten. En prevelt: "Ik speel in de voorstelling de rol van De Dood. Telkens als er tijdens een gevecht iemand knock-out wordt geklopt, moet ik ze gaan halen en op hun plek leggen tot ze weer bij bewustzijn komen. Een zeer leuke rol."

Levensecht ook. Eén die dicht aansluit bij Yasmines eigen ervaringen, immers. "In september vorig jaar ben ik met boksen gestopt", zegt ze. "Ik was nochtans nog maar net begonnen en ik deed het heel graag. Voordien had ik al zowat alle sporten uitgeprobeerd, maar van boksen werd ik pas echt gelukkig. Maar toen is mijn broer gestorven, en ben ik mijn motivatie een beetje kwijtgespeeld. Een paar maanden ben ik niet naar de boksclub geweest, maar 's zondags kwam ik wel meestal naar de KVS. En elke keer opnieuw zei Jalal dat ik moest gaan boksen, omdat het mij zou veranderen. Na nieuwjaar ben ik dan opnieuw begonnen, en nu ga ik weer minstens drie keer in de week trainen. Voor mijn moeder was dat in het begin een beetje veel, want ik zag haar bijna nooit. Maar intussen heeft ze ook begrepen hoe graag ik dit doe, en nu komt ze zelfs kijken."

Ietwat onwennig prutst Jalal aan zijn halflege flesje sportdrank. Halfvol, zeg maar, gezien zijn hoopvolle aanmoedigingen. "En als ik terugdenk aan wie ik twee jaar geleden was, dan ben ik ook echt veranderd", zegt Yasmine. "Ik kan beter met mijn stress om en ik ben minder verlegen. En ik kan me ook beter verdedigen tegen andere mensen. Met woorden natuurlijk. Slaan doe ik niet." Jalal lacht niet. Integendeel: hij treedt Yasmine bij. "Toen ik haar leerde kennen durfde ze bijna niets te zeggen. Nu heeft Yasmine duidelijk veel meer zelfvertrouwen."

Bij Muhammad Ali, toen nog Cassius Clay, betekende een gestolen fiets het begin van de bokspassie. Bij Jalal, echter, speelden andere motieven. "Ik heb mij twee jaar geleden in de boksclub ingeschreven omdat ik dringend wou afvallen", zegt hij. "Maar toen ik mijn streefgewicht had bereikt, was boksen al een echte passie geworden. Als ik een paar dagen niet ga trainen, voel ik mij vreemd. Ik zit dan precies raar in mijn vel. Boksen is voor mij eigenlijk een beetje een drug geworden, ik heb er elke dag opnieuw nood aan om mij goed te voelen. Als ik niet ga boksen, voel ik mij helemaal in de war. Boksen geeft regelmaat aan mijn leven."

Ook de olympische gedachte van de Brussels Boxing Academy kleeft aan Jalals ribben. "Bij ons is iedereen gelijk. Je hoeft je helemaal niet te bewijzen tegenover de anderen. Dat is een heel speciaal gevoel. In andere clubs kom je binnen en moet je gewoon tegen een bokszak beginnen te slaan, bij ons legt de trainer alles met respect uit tot je het begrijpt. Voor mij is de boksclub tegelijk ook een soort jeugdhuis. Soms doen we samen een uitstap, dan gaan we bijvoorbeeld een dag met het Belgische leger op stap. En vorig jaar zijn ze ook de Mont Blanc gaan beklimmen."

'Ze', zegt hij. Niet 'we'. "Ik ben op het laatste nippertje niet kunnen meegaan. Er was een probleem in de familie, waardoor ik thuis moest blijven. Maar dit jaar gaan we opnieuw, en zal ik hopelijk wel kunnen vertrekken. En normaal gezien mogen dit jaar ook enkele jongens naar Cuba om daar met de nationale ploeg te gaan trainen. Dat zou een hele eer zijn."

En toch. Van een professionele bokscarrière dromen deze tieners met testosteron niet. "Ik wil later grote evenementen organiseren", zegt Yasmine. "Dat lijkt mij echt spannend." Ook Jalals dromen situeren zich buiten de boksring af. "Ooit heb ik ervan gedroomd om wereldkampioen boksen te worden", zegt hij. "Maar intussen weet ik dat het zeer moeilijk zal worden. Het liefst zou ik later boekhouder worden, dat lijkt mij een fijn leven."

Klaarstomen

Flashback naar voorjaar 2010. Acteur Koen Monserez (Ensemble Leporello, fABULEUS, Kinderen van Dewindt en Thuis), nieuwbakken publiekswerker bij KVS, krijgt de vraag "een artistiek project met en voor de stad" uit te werken. Zijn fascinatie voor de documentaire When We Were Kings en de bloei van de bokscultuur onder Brusselse jongeren vormen de kiem van wat uiteindelijk tot Sleeping Elephants zal uitgroeien.

"Drie Brusselse boksclubs waren meteen enthousiast", zegt Monserez. "De Bario Boxing Club 1000, de Brussels Boxing Academy en Kaiser Street Club, een meisjesclub uit Sint-Gillis. Het eerste jaar hebben we met een groep van 23 jongeren gewerkt, in nauwe samenspraak met de bokstrainers. Het tweede jaar zijn er helaas een tiental afgevallen: de een wegens studieverplichtingen, de ander omdat hij geen goesting meer had of niet meer mocht van thuis..."

Twee jaar lang wordt elke zondag verzamelen geblazen. Boks- en theaterbeginselen ineengevlochten, sociale cohesie bevorderd. Twee groepsweekenden, één in de Ardennen en één in de Kempen, kneedt de bonte bende tot een solide vriendengroep. "En ondertussen is dit eigenlijk een beetje een chirogroep geworden", lacht Monserez. "De onderlinge band bij de jongeren is echt schitterend."

Toch moet het niet simpel geweest zijn om al die jonge geesten een beetje in het theatergareel te houden?

"Klopt. In het begin had ik nog grote scenario's in mijn hoofd, maar gaandeweg bleek dat de choreografieën op scène beter op een heel intuïtieve manier ontstonden. En er is bijvoorbeeld een jongen die maandenlang gerepeteerd heeft om een heel mooie tekst van Ali voor te lezen, die ook flink wat raakpunten met zijn eigen levensverhaal in le quartier heeft. Maar sinds zondag ziet hij het plots niet meer zitten om die voor een publiek op te dragen. Blijkbaar is het verhaal te confronterend, en ligt het te gevoelig om de tekst voor te dragen terwijl zijn ouders en zijn vrienden in de zaal zitten. Heel jammer, maar nu moet ik dus op het laatste moment een ander meisje klaarstomen om die tekst te brengen. Met professionele acteurs kom je zoiets natuurlijk bijna niet tegen. Anderzijds zouden professionele acteurs misschien niet zo goed de ziel van Muhammad Ali kunnen vertolken."

Wat zal er op scène te zien zijn?

"De liefde voor het boksen verbindt ons en de voorstelling bestaat dan ook voor het grootste deel uit boksbewegingen. De figuur van Muhammad Ali speelt daarbij een grote rol. Niet dat we zijn levensverhaal willen vertellen, het is eerder de bedoeling om vanuit Ali's leven parallellen te trekken met de persoonlijke situaties van de Brusselse jongeren. Zij vertellen de verhalen uit het Amerika van de jaren vijftig en zestig alsof ze hier gebeurd zijn. Muziek is ook sterk aanwezig, omdat deze jongeren sowieso zeer muzikaal zijn. Zij kwamen met een soort tribale ritmes tijdens de eerste werkfase. In de tweede fase van het werkproces hebben we dat dan geconfronteerd met de componist-alt-violist Stefan Wellens. Noem het dus gerust een muziektheatervoorstelling."

Hoe heb jij de jongeren zien evolueren de voorbije twee jaar?

"Als je het vergelijkt met het prille begin dan zijn ze een beetje thuis gekomen op scène. Hun zelfvertrouwen is duidelijk fors gestegen, en bij sommigen zie je dat ze de discipline van het boksen en het theater zich begint te vertalen naar het dagelijkse leven: op tijd komen, altijd respect tonen, kritisch staan tegenover zichzelf en het werkproces.

Het is echt bewonderenswaardig hoe deze jongeren het clichébeeld van de 'allochtone hangjongeren' doorbreken. De jonge mensen uit deze productie gaan vijf keer per week trainen in de club, maken hun huiswerk, moeten thuis inspringen en repeteren bijna elk weekend in de KVS. Als sociaal project is dit nu dus al geslaagd.

"Hopelijk kunnen we tijdens de voorstellingen ook de beoogde artistieke limieten behalen. Het mag namelijk niet zomaar een 'energiek en leuk jongerenproject' zijn. Bovenal is dit een artistiek project. Als de eerste voorstellingen positief uitvallen, denken we er aan om op tournee te gaan. Sommige jongeren zouden volgens mij zelfs een grote kans maken bij een eventueel ingangsexamen op een toneelschool. Al blijft het natuurlijk afwachten of de toneelmicrobe verder blijft leven."

Zelf heb je ook iets opgestoken?

"Zeker. De manier waarop die jongeren met religie omgaan, heeft mij bijvoorbeeld echt verwonderd. Aanvankelijk hadden ze veel schrik: 'Kunnen wij hier op scène wel iets zeggen over religie? Of over de man-vrouw-verhouding?' Maar door de afgelopen twee jaar veel andere theatervoorstellingen bij te wonen, hebben ze de functie van theater beter leren begrijpen. Dat heeft mij bovendien ook getoond hoe kwetsbaar je als regisseur eigenlijk wel bent. Je moet eigenlijk altijd samen met de acteurs naar het eindresultaat groeien.

"En ik heb ook ongelooflijk veel goesting gekregen om zelf te gaan boksen. Ik heb jaren judo gevolgd, maar boksen mocht niet van mijn ouders. Misschien moet ik me nu echt eens inschrijven. En dan kom ik deze gasten hopelijk opnieuw tegen."

Sleeping Elephants, vanavond tot en met zaterdagavond, en ook op 11 en 12 april in de Brusselse KVS. www.kvs.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234