Maandag 19/04/2021

Boekhouding van de dood

Tijdens de voorbije honderd jaar is alvast geen enkele Nederlandse schrijver gestorven op 6 december.

De dood moet je niet tarten; daarom durfde ik vorige week dit stukje niet te publiceren. Misschien kan het nu wel, al blijft het wel bang uitkijken tot het gedrukt is. Tijdens de voorbije honderd jaar is alvast geen enkele Nederlandse schrijver gestorven op 6 december. Het was overigens heel de eeuw een rustige week, van 4 tot 10 december vielen er opvallend weinig doden te betreuren in de Nederlandstalige letterkunde. Slechts vier, en niet meteen de meest imponerende namen: Frans Erens op 5 december 1935, J.L. de Belder op 7 december 1981, Gery Helderenberg op 9 december1979 en Gustaaf Vermeersch op 10 december 1924. (Laatstgenoemde was een Aalsterse romancier die na zijn dood door Louis Paul Boon werd geroemd en over wie Stefan Brijs in 1998 nog een piëteitsvol herdenkingsstuk schreef in zijn essaybundel Kruistochten.)

Een week eerder daarentegen sloeg de dood ongemeen hard toe. Van 27 november tot 3 december telde ik in de literaire dodenkalender van de twintigste eeuw maar liefst 17 overleden schrijvers, onder wie Simon Carmiggelt en Etty Hillesum (allebei op 30 november 1987), Hein Donner (27 november 1988) en Lode Zielens (28 november 1944). Vooral de eerste en de tweede december waren donkere dagen voor de Nederlandse literatuur, telkens vier doden, onder wie Virginie Loveling op 1 december 1923 en Ed Popelier precies zeventig jaar later. Er is in heel de almanak geen sterfzuchtiger week te vinden. Alleen de dood is tussen u en mij (Uitgeverij Bas Lubberhuizen, de titel komt uit een vers van Gerrit Achterberg) nodigt uit tot dat soort vergelijkingen en tellingen. Het is een 'eeuwigdurende' dodenkalender: per dag staan de schrijvers opgesomd die overleden tussen 31 december 1899 en 1 januari 2000. In totaal kwamen de samenstellers aan 477 auteurs. (Daarbij nogal wat Vlamingen, al kan in zo'n publicatie altijd wel worden aangestipt wie niet is opgenomen: Jan Emiel Daele bijvoorbeeld of Paul Lebeau, die op dezelfde 18de oktober 1982 stierf als de wel vermelde Maurice Gilliams.) Een originele vormgeving, met ringen en een perforatie, moet het mogelijk maken wekelijks een blad om te slaan, zoals bij een echte reclamekalender. Elk kalenderblad bevat, naast de namen van de overleden auteurs, een foto van de laatste rustplaats van één schrijver en een citaat over de dood van die "schrijver van de week" (dixit de samenstellers).

Soms was het een moeilijke keuze, ofwel "vanwege het geringe aanbod" (deze week bijvoorbeeld Frans Erens, 1857-1935, volgens het Winkler Prins Lexicon van de Nederlandse letterkunde een rooms-katholiek auteur en een fijnzinnig stilist die ook stichtelijke lectuur vertaalde), of "juist vanwege de grote kwaliteiten" van de overleden schrijvers in die week. Eind april moest bijvoorbeeld gekozen worden tussen F. Bordewijk (28 april 1965) en Willem Frederik Hermans (27 april 1995), waarbij geopteerd werd voor Bordewijk. De vijf samenstellers - Dirk Baartse, Chantal van Dam, Dirk van Delft, Bob Polak en Dick Welsink - erkennen dat persoonlijke voorkeuren "uiteindelijk" de doorslag gaven. Die zijn nogal Nederlands gericht - Gerard den Brabander, gestorven op 4 februari 1968, bijvoorbeeld in plaats van Herman Teirlinck, die precies een jaar eerder doodging. Strikt particulier is de keuze voor de in 1984 jong gestorven Laurie Langenbach - een generatiegenote en waarschijnlijk een kennis van de samenstellers - boven de vijf jaar later tevens op 25 oktober overleden Gerard Walschap. Elders werd dan wel voor de Vlaming gekozen, als het ging tussen de op 10 mei gestorven giganten Louis Paul Boon (1979) en Lucebert (1994).

De boekhouding van de dode schrijvers leert verder dat er enkele te duchten onheilsdagen zijn voor de Nederlandstalige letteren. Op 4 maart, bijvoorbeeld, vonden vijf schrijvers, onder wie Karel van het Reve in 1999, de dood. Dit was ook het geval op 9 juni, een datum die vooral voor de Vijftigers nare herinneringen moet oproepen; achtereenvolgens de sterfdag van Paul Rodenko (1976), Hans Andreus (1977) en Bert Schierbeek (1996). In het gedicht 'Het graf van Pernath' verwees Hugo Claus expliciet naar Hans Andreus, wiens dood twee jaar en vijf dagen na die van Hugues C. Pernath in 1975 kwam: "Klerken zullen het einde van je consulaat / vergelijken met de dood van een andere dichter."

Schrijvers dienen vooral omzichtig te zijn in mei. Het is, met voorsprong, de vruchtbaarste maand voor de literaire dodenakker. Maar liefst 54 auteursnamen staan in het register genoteerd. Misschien werd de statistiek scheefgetrokken door de gebeurtenissen in mei 1940, toen een paar schrijvers, zoals Menno ter Braak, na de inval van de nazi's zelfmoord pleegden? Maar zelfs zonder de vijf in 1940 overleden auteurs (ook Du Perron bijvoorbeeld, die een natuurlijke dood stierf), blijft mei de dodelijkste maand. 21 mei was, bijvoorbeeld, de sterfdag van de dichteressen Alice Nahon (1933) en Annie M.G. Schmidt (1995). Een dag later stierf Herman de Coninck (1997), op 27 mei maakte Daniël Robberechts in 1992 een einde aan zijn leven, en als om de maand met stijl te beëindigen overleed Willem Elsschot op 31 mei. Zijn echtgenote volgde hem een dag later, 1 juni, ook de dag waarop Richard Minne vijf jaar later overleed. Na mei delen augustus en november met 47 doden de tweede plaats in de rangschikking van morbide literaire maanden, december is vierde met 44. De dood houdt helemaal geen rekening met de seizoenen. September is bijvoorbeeld dan weer veruit de maand met het minste literaire doden, slechts 18 in honderd jaar.

In Alleen de dood is tussen u en mij staan ook 53 foto's van laatste rustplaatsen. Voor enkele schrijvers was dat de zee, voor andere het crematorium, voor de meeste het graf. De literaire kalender stelt echter vast dat talrijke graven ronduit slecht onderhouden zijn: met vaak slecht leesbare of niet meer complete belettering. In Kruistochten beschreef Stefan Brijs verontwaardigd de slechte toestand van enkele Vlaamse schrijversgrafzerken, maar in Nederland is het niet veel beter. Het graf van Theo Thijssen (bekend van Kees de jongen) werd al in 1953 opgeruimd terwijl dat van Anna Blaman in 1990 werd verwijderd. Blaman en het onrecht na haar dood, het doet denken aan de manier waarop ze in 1960 door J.B. Vaandrager werd herdacht met: "Maar laten we eerlijk zijn / schrijven kon ze niet". Vaandrager overleed dan weer in 1992 op 18 maart, dezelfde dag als Paul van Ostaijen in 1928.

Ook rond het graf van Van Ostaijen, zoals gefotografeerd in de literaire dodenkalender, is het onkruid hoog opgeschoten, zeker vergeleken met een foto uit 1993 op het voorplat van Schoonselhof, een hommage, een uitgave van Deus ex Machina, met tekst van Jean Emile Driessens ("dichter en necroloog", volgens de achterflap) en foto's van Renaud. In de interessante rondgang door de ereparken van het Antwerpse kerkhof komen ook tal van letterkundigen ter sprake. Naast nog enigszins recente auteurs - zoals Nic van Bruggen en Roger van de Velde - vooral illustere onbekenden uit vroegere tijden: Pieter Frans van Kerckhoven, Theodoor van Rijswijck, Jan van Beers, Domien Sleeckx, Constant de Kinder (die in 1910 het jeugdboek De wonderlijke lotgevallen van Jan zonder Vrees schreef), Lode Baekelmans, August van Cauwelaert, zijn slechts enkele namen. Toen Stefan Brijs op zoek was naar het graf van Maurice Gilliams liep hij bijna verloren tussen de "buitensporige beeldhouwwerken", zoals de praalgraven van de dichter Julius de Geyter en de toneelacteur Victor Driessens. Brijs schreef: "Van De Geyter kan ik niet één regel opzeggen, van Driessens heb ik nooit gehoord."

Misschien moet iemand eens de boekhouding van de dood op het Schoonselhof optekenen, al was het maar om na te gaan of het toeval daar even vreemd speelt. Hoewel, de haast compleet vergeten dichter Pol de Mont (1857-1931) schreef het al: "Zij rusten daar zo genoeglik, dat men 't ook zelf zou willen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234