Zaterdag 19/10/2019

Boekhouders zonder theaterhart

Paul Schyvens (Thassos): 'Door onze typisch Vlaamse bangigheid gaan we de provincialistische toer op'

De lokale overheden zouden een negatieve invloed hebben op de manier van programmeren. Van het terugschroeven van het traditionele theateraanbod binnen het programma-aanbod dreigen vooral jonge kunstenaars het kind van de rekening te worden. Maar hoe groot is het probleem eigenlijk? En is de creatiesector zelf niet mee verantwoordelijk door de markt te overstelpen met producties? Voor een realistische inschatting en aanpak van het probleem is concreet cijfermateriaal nodig, maar dat laat voorlopig op zich wachten.

Gent, Brussel, Antwerpen

Van onze medewerker

Jan De Smet

Voor de invoering van het decreet haalde een succesvolle theatertournee zo'n 60 à 70 voorstellingen, Nederland niet meegerekend. Nu is dat nog ongeveer de helft en is Nederland als afzetgebied zo goed als weggevallen. In de praktijk komt dat erop neer dat de artiesten die bij zo'n bureau aangesloten zijn veel minder aan de bak komen. Voor zover ze dan niet structureel gesubsidieerd zijn, dreigt een economische catastrofe. Het zijn vooral de jonge makers zonder naambekendheid die uit de boot dreigen te vallen.

Christian Lapinne van XL-Productions citeert Joost Nuissl, directeur van De Kleine Komedie in Amsterdam, die vond dat de programmatoren steeds meer lijken op boekhouders zonder theaterhart. Lapinne: "Steeds meer worden voorstellingen afgerekend op hun rendement, d.w.z. de bezettingsgraad van de zaal. Dat principe van de kijkcijfers van televisie hanteren als graadmeter voor de kwaliteit van een voorstelling is een verontrustend fenomeen. Als je jong talent beoordeelt op de publieksopkomst bij een eerste voorstelling, dan krijgt dat geen kans om te groeien en iets op te bouwen. Het gevaar is ook zeer reëel dat de makers, om geen speelplekken te verliezen, zich steeds meer richten naar de heersende smaak van het publiek en dat is funest."

De lokale overheden zouden op zijn minst medeverantwoordelijk zijn voor de eenzijdige, risicoloze manier van programmeren: bij voorkeur grote namen en gevestigde waarden. Paul Schyvens van theaterbureau Thassos: "Die bemoeienis vanuit de lokale politiek is een slechte zaak. Het komt erop neer dat een programmator gebonden is aan een soort van democratische vergadering waarin een hoop mensen hun zeg mogen doen. In de praktijk betekent dat dat ze boeken wat ze op televisie gezien hebben. Aan de andere kant merk je een scheeftrekking van de aandacht naar lokaal talent. De verenging die dat meebrengt! Door onze typisch Vlaamse bangigheid gaan we de provincialistische toer op."

Vanuit de wetenschap dat de Vlaamse regering de cc's met maximaal een vijfde doteert voor hun werkingssubsidies, is het niet verwonderlijk dat de invloed van de lokale context soms vrij dominant is. De omzet van het cc moet namelijk vijfmaal groter zijn dan zijn basissubsidie. Maar dat die lokale overheden een funeste schoonmoederrol spelen, betwijfelt Miek De Kepper: "Ik denk dat de gevallen van bemoeizucht met de programmering echt marginaal zijn. Wel is er een toegenomen zakelijke reflex. Dat uit zich in een stuk nuchterheid als het aankomt op investeren in mensen en middelen en wat de publieksrespons op een voorstelling is. Een verstandig programmator brengt vraag en aanbod op een logische manier met elkaar in verband. Hij zorgt dat hij op jaarbasis een aantal grote en kleine successen heeft. Je kunt het niet maken dat je telkens weer drie man en een paardenkop in je zaal hebt. Overigens houdt het plaatselijke publiek ervan grote namen in het cc op de affiche te hebben. Dat geeft de mensen het gevoel dat ze meetellen. Dan vis je natuurlijk niet in de vijver van het segment met jonge namen."

Het tekort aan speelplekken wordt nog in de hand gewerkt door het overaanbod waarvoor de creatiesector zelf verantwoordelijk is. Het stijgende aantal aanvragen voor projectsubsidie is een indicator van het nog toenemend Vlaams theatergeweld: een vijftigtal in 2002 en in 2003 al meer dan zestig. Moeten alle makers zich niet de vraag stellen of ze niet te veel van hetzelfde produceren voor een kleine markt? Zijn de prijzen die in de commerciële sector gangbaar zijn niet een indicatie dat er een unserved audience is dat snakt naar een vorm van entertainment waar veel theatermakers de neus voor ophalen? Het is een realistische inschatting dat er op een bepaald moment een einde komt aan de rek van de elastiek. Op den duur bevraagt en stimuleert men hetzelfde publiek, dat keuzes maakt. Blijkbaar gebeurt dat momenteel ten nadele van het traditionele theateraanbod.

Je zult natuurlijk maar die jonge maker zijn en nergens je ei kwijt kunnen. Zo te zien is de tijd voorbij dat iemand a priori mag verwachten dat zijn individuele creatie getoond zal worden. Aan de andere kant is het een anomalie dat gezelschappen die projectmatig gesubsidieerd worden, de grootste moeite hebben om hun werk aan het publiek te tonen in door diezelfde overheid betoelaagde instellingen. Om te voorkomen dat de hele zaak verder polariseert is goed cijfermateriaal nodig. Meten is weten, maar dat zal nog een tijdje op zich laten wachten.

Het is pas het tweede jaar dat de bureaus verplicht zijn hun gegevens over het aantal bemiddelingen voor groepen en individuele artiesten en bij welke organisatoren dat gebeurt, door te sturen aan het ministerie van Werkgelegenheid. In opdracht van het VTI zou een stagiaire statistisch onderzoek begonnen zijn naar de spreidingsproblematiek bij de dansgezelschappen. Het is uitkijken wat er uit de bus komt op het Salon spreiding, dat het VTI samen met het Steunpunt Cultuurbeleid vandaag opzet. Het verslag met de resultaten zal na te lezen zijn op www.vti.be.

Met dank aan Bis Produkties, XL-Productions, Garifuna, Thassos, Cultuur Lokaal, Vital Schraenen, Joris Janssens (VTI), Raf Walschaerts en Patrick Allegaert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234