Maandag 23/05/2022

Boeiende Belgen in de Big Apple

De vele versies van deze Fabiola met rode hoofddoek waren een bron van inspiratie voor Francis Alÿs

Kunstenaars van eigen bodem vinden stek in New York

Jan De Cock is niet de enige jonge Belgische kunstenaar wiens werk momenteel te bewonderen is in New York. Tijdens een wandeling door de stad kom je nog ander merkwaardig werk van landgenoten tegen.

Door Tom Ronse

NEW YORK l Onze tocht begint in het museumcomplex Audubon Terrace aan de rand van Harlem. Hier bevindt zich de Hispanic Society of America, een museum dat vanwege zijn ligging relatief weinig bezoekers trekt, ondanks zijn uitgebreide collectie van Goya, Velazquez en El Greco.

Dit museum sloot een samenwerkingsakkoord met de Dia Art Foundation, een stuwende kracht voor de promotie van hedendaagse kunst in New York. De eerste vrucht van dat akkoord is een expo, getiteld Francis Alÿs: Fabiola. Ze omvat zo'n driehonderd schilderijen waarvan geen enkele gemaakt is door Alÿs, de Belgische kunstenaar wiens installatie dit is. Alle schilderijen tonen hetzelfde portret van Fabiola, in profiel en met een rode hoofddoek aan.

Die Fabiola is niet de koningin van België, maar een katholieke heilige die in 399 in Rome stierf. Ze was zo'n beetje de Moeder Teresa van haar tijd maar raakte later in de vergetelheid, tot in de negentiende eeuw een roman over haar leven een bestseller werd. In 1885 schilderde de Franse kunstenaar Jean-Jacques Henner een portret van haar. Dat schilderij bestaat niet meer, maar werd gekopieerd door artiesten uit verschillende landen en van verschillende kwaliteiten. Wat dit ogenschijnlijk banale beeld zo iconisch maakte, is moeilijk te duiden maar zoals Alÿs zegt: "Dat het tot de verbeelding van zoveel mensen sprak, wijst op een ander criterium voor wat een meesterwerk kan zijn."

Een individueel meesterwerk is er niet bij, maar zoals ze daar samen in het museum hangen, het rood van de hoofddoek in diverse tinten tegen een donkere achtergrond, vormen ze een indrukwekkend geheel. De bekendste werken van de 48-jarige Alÿs zijn conceptueel, collectief, egalitair en plaatsgebonden. Zo verzette hij in 2002 samen met vijfhonderd vrijwilligers een berg in Lima. In dit werk zijn de Fabiolaschilders zijn onvrijwillige medewerkers. Alÿs begon vijftien jaar geleden de Fabiola's te verzamelen. Hij kocht ze op rommelmarkten en in tweedehands- en antiekwinkels. De pose is steevast dezelfde, maar toch verandert Fabiola van schilder tot schilder, van land tot land, van de ene periode tot de andere. In de Andes wordt ze indiaans, in de VS lijkt ze een filmster. Het zijn niet zozeer de schilderijen op zich, maar hun verschillen die fascineren.

In Chelsea, de belangrijkste kunstbuurt van New York, bezoeken we Foley Gallery. Daar hangen grote en gedetailleerde landschapsfoto's van Bart Michiels. Ze ademen stilte. Maar die stilte begint te schreeuwen als je beseft dat het plaatsen zijn waar honderdduizenden mensen elkaar vermoord hebben. De show heet The Mediterranean Theatre en is het vervolg op eerdere tentoonstellingen onder dezelfde noemer, The Course of History. Voor dit project wil Michiels alle plaatsen in Europa fotograferen waar beslissende veldslagen gestreden zijn. De verwijzingen naar wat er gebeurd is zijn subtiel: Gallipoli (1915) in de mist, de zee bij Lepanto (1571) in een bloedrode zonsondergang en schimmels op Monte Cassino (1944) die eruitzien als verre explosies. De doden spreken in Michiels' werk, ze verwijten ons hoe snel we vergeten.

Onze tocht eindigt aan de overkant van de East River in Brooklyn. De trendy wijk Williamsburg heeft intussen ook al meer dan negentig galerieën, waaronder Jack the Pelican Presents, waar nieuw werk van Tom Bogaert te zien is. Bogaert, afkomstig uit Jabbeke, werkte veertien jaar met vluchtelingen voor onder meer de VN en Amnesty International. Vijf jaar geleden besloot hij zich voltijds aan zijn kunst te wijden. Dat dit geen breukpunt betekende met zijn humanitair werk blijkt uit deze show. Die is Amahoro getiteld, wat vrede betekent in het Rwandees, en is een reflectie op het bloedbad van 1994, toen meer dan een half miljoen Rwandezen werd vermoord.

De aandacht wordt meteen getrokken door een berg in het midden van de galerie, die bedekt is met wriemelende zwarte muizen. De sculptuur, Colline aux mille souris, is gemaakt met tientallen kilo's muisjes van suikerbakkerij Joris en hekelt de darwinistische verklaring van de Rwandese tragedie, als zou overbevolking oude stammenveten tot een kookpunt hebben gebracht. Bogaert benadrukt dat het bloedbad goed voorbereid was en voorafgegaan werd door intense propaganda via media zoals Radio Mille Collines, die de Hutu's opriep om "de kakkerlakken te verdelgen".

Die mediatisering illustreert hij met een gameboy waarop echte beelden van de afslachting te zien zijn. Telkens als iemand met een machete neergehouwen wordt, verschijnt er een banaantje in de rechterbovenhoek. Wat verder hangt een enorme constructie aan het plafond, bewoond door een koppel kanaries. De vogels lijken het er naar hun zin te hebben. De sculptuur is een model voor een ruimtestation voor kanaries die van onze aarde willen ontsnappen. Zo vrolijk is dit dus niet. Bogaert wijst erop dat kanaries in de koolmijnen werden gebruikt als waarschuwingssysteem voor naderende rampen. Dat zij hier weg willen, voorspelt niet veel goeds.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234