Maandag 27/06/2022

Bobby Fischer, een koning op de dool

'Als ik met wit tegen God mag spelen, moet ik toch wel een gelijkspel uit de brand kunnen slepen'

Vervolg van pagina 29

Toen men Fischer ooit vroeg of hij tegen God een kans zou maken, ging hij daar bloedserieus op in. "Als ik met de zwarte stukken zou spelen zou ik geen schijn van kans tegen Hem maken. Maar met wit moet ik toch wel een remise uit de brand kunnen slepen." Slaande waanzin, toch? En meende hij niet dat hij werd afgeluisterd via de vullingen in zijn kiezen?

"Ach, toen hij overal rondbazuimde dat hij werd afgeluisterd, stuurde men hem wandelen. Maar uit onlangs vrijgegeven FBI-archieven blijkt dat hij gedurende enkele jaren écht wel werd afgeluisterd. Nadat hij als 17-jarige naar Rusland was afgereisd, voor een schaaktrainingskamp, vertrouwde de Amerikaanse overheid hem niet meer. Ze openden stiekem zijn post, luisterden zijn telefoongesprekken af en maakten het zijn moeder knap lastig", stelt Böhm.

In 1992 duikt Fischer, ondertussen 49, weer op. Anatoli Karpov en Gari Kasparov, die na hem wereldkampioen zijn geworden, negeert hij feestelijk, slechts tegen één tegenstander wil hij een revanchematch spelen: de goede oude Boris Spassy.

En voor de kust van Montenegro verslaat hij Spassky opnieuw. Deze keer met 10-5. Dat het prijzengeld ter beschikking werd gesteld door een vriend van de Servische president Slobodan Milosevic stoort hem geenzins. De sancties tegen Joeslavië steunt hij - Bobby Fischer - ook niet. En het schriftelijke VS-bevel om niet te spelen zal hem worst wezen. Prompt krijgt Fischer een Amerikaanse banvloek over zich heen.

"Op dat moment veroordeelt hij zich tot de status van dolende ridder", zucht Böhm. "De terugweg naar zijn vaderland, zijn huis en bezittingen wordt afgeblokt. Hoe verschrikkelijk treurig moet dat niet zijn. Wie het nog niet was, zou alleen al daardoor psychisch labiel worden."

Ook de aanslagen van 11 september 2001 inspireren het verwarde genie: iedereen mocht weten dat hij het prachtig vond dat de vliegtuigen in de torens waren gevlogen. Eigen schuld, dikke bult, Amerika!

Na dit pijnlijke intermezzo moet 'de koning' zijn dooltocht hervat hebben. Volgens de jongste berichten zit hij klem in Japan en moet iemand als Kasparov zijn verdediging opnemen.

"Kasparov en al die andere topschakers moeten Fischer vooral respecteren", vindt Böhm. "Fischer heeft - als wonderkind - de schaaksport op de agenda gezet. Dankzij Fischers eigenzinnige eisen verdienen de topschakers tegenwoordig prachtige bedragen. De man professionaliseerde de sport zeer."

Nu Kasparov enigszins paternalistisch Fischers verdediging opneemt, moet de onmogelijke vraag worden gesteld: "Wie van hen beiden was nu eigenlijk de beste aller tijden? Böhm: "Ik hanteerde in mijn boek een aantal criteria om deze vraag te beantwoorden . Met hoeveel voorsprong werd een schaker wereldkampioen, hoe lang bleef iemand wereldkampioen, en ga zo maar door. En uiteindelijk hou ik drie schakers over die als de besten aller tijden kunnen gelden: Kasparov, Fischer en de Duitser Emanuel Lasker (1868-1941) die zeer lang, van 1894 tot 1941, wereldkampioen bleef. Een top-3, da's toch al mooi, niet. Verder wil ik niet gaan."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234