Vrijdag 03/12/2021

Bob de bouwer, de drinker, de ziener, de kunstenaar

Met hem optrekken was een beetje als een extatische drug gebruiken

David Byrne bij de dood van kunstenaar Bob Rauschenberg

@5 INFO Opinie:David Byrne is muzikant en beeldend kunstenaar.

In het midden van de jaren tachtig zocht ik contact met Bob Rauschenberg om hem te vragen een cover te ontwerpen voor Speaking in Tongues, een plaat van de Talking Heads. In de galerie van Leo Castelli op West Broadway had ik enkele van zijn zwart-witcollages gezien en ik was benieuwd wat hij met een lp-hoes zou doen.

In die tijd was het niet ongebruikelijk dat een popmuzikant een kunstenaar benaderde. Andere hedendaagse kunstenaars hadden op het einde van de jaren zestig en in de vroege jaren zeventig samengewerkt met popbands. Toch was ik aangenaam verrast toen Bob, die deze week overleed, niet zomaar een kunstwerk voor de hoes maakte, maar heel de verpakking van de lp opnieuw uitvond.

Hij maakte een conceptuele collage waarin de kleurenscheidingen, de beelden in cyaan, magenta en geel die samen een driekleurenbeeld vormen, gedeconstrueerd waren. Alleen als je de lp en een afzonderlijke plastic schijf liet draaien, kon je (af en toe) de driekleurenbeelden van de collage zien. Het was een transparante uitleg van de manier waarop het driekleurenprocedé werkt. Maar in dit geval kon je alle driekleurenbeelden nooit tegelijk zien, omdat Bob de scheidingen op een perverse manier door elkaar had gehutseld.

De productie van zijn ontwerp stelde Warner Bros. Records uiteraard voor de nodige problemen. Het bleef dan ook bij een beperkte, maar toch grote oplage van 50.000 exemplaren, die parallel met de normale, in massa geproduceerde versie uitkwam. Gelukkig ging iedereen mee met het waanzinnige idee dat radicale kunst ook populair kon zijn. Vandaag zou men zich afvragen of de investering wel zou lonen, maar in die tijd trok het label zich daar niets van aan.

Later geraakte ik bevriend met Bob en zijn medewerkers en ontdekte ik een ongelooflijke wereld. Ik voelde meteen dat Bob nooit cynisch was geworden over zijn werk. Zelfs nadat hij het succes had gevonden, bleef hij de wereld zien als een kunstwerk dat wachtte om ingelijst te worden. Veel mensen hadden moeite met Bobs manier van praten. Hij sprak altijd in woordspelingen en metaforen, als een volop associërende dichter. Je moest normale gespreksvormen, begrip en redenering vergeten en meegaan met de stroom. Als dat je lukte, was het bevrijdend en zeker nooit saai.

Zijn gesprekken waren als zijn kunstwerken: een wilde mengelmoes van beelden, lagen en verwijzingen, een golf van zinspelingen die dwaas, diepzinnig en mooi tegelijk waren, hij was de Neal Cassaday van de kunstwereld. Zijn leven en zijn verhouding tot de mensen om hem heen waren net als zijn werk, er was geen scheiding en hij viel nooit uit zijn rol. De liefde voor de wereld die je in het werk zag, vond je ook in de mens.

Bob was een zware drinker. In de jaren tachtig vond ik hem op een middag in zijn atelier in Lafayette Street met een glas Jack Daniels in zijn hand. Voor mij, de rocker, was het verrassend om te zien hoe een gevestigde kunstenaar een aspect van het rock-'n-rollleven veel intenser ervaarde dan ik ooit had gedurfd. Ik vroeg me wel eens af of sommige van de mooie sprongen in zijn gesprekken met de alcohol te maken hadden, maar zijn productie bleef transcendent en ik nam aan dat hij de drank wel aankon.

Met Bob optrekken was vaak een beetje als een extatische drug gebruiken: hij inspireerde de mensen om hem heen niet alleen om buiten de lijntjes te kleuren, maar ook de lijntjes zelf in vraag te stellen. Hij daagde zichzelf voortdurend uit. Voor zijn mondiale project, de Rauschenberg Overseas Cultural Interchange, werkte hij jarenlang samen met ambachtslieden en fabriekjes in Chili, China, Cuba, Duitsland, Japan, Maleisië, Mexico, de Sovjet-Unie, Tibet en Venezuela.

In het toen nog niet op rijkdom beluste China werkte Bob met de oudste papierfabrikant ter wereld, terwijl hij in India leem van modder en mest gebruikte. Sommige landen vertrouwden zijn motieven niet en plaagden hem met administratieve formaliteiten, terwijl zijn open houding tegenover materialen en creativiteit zijn traditionele ambachtelijke medewerkers af en toe verbijsterde. Maar de resultaten waren soms prachtig, vooral wanneer hij erin slaagde zijn eigen patronen te doorbreken.

Bob was buitengewoon royaal. Ik bedoel niet dat hij kunstwerken uitdeelde, hoewel hij dat ook deed, maar dat hij gul was met zijn tijd, zijn ideeën en zijn humor. Hij was de initiatiefnemer van Change Inc., een stichting die geld geeft aan jonge kunstenaars die hun huur, gas en elektriciteit of doktersrekeningen niet kunnen betalen. Zonder vragen.

Hij was natuurlijk beroemd omdat hij kunst maakte van alledaagse rommel die hij op straat vond. Op een zomer bezocht ik hem op Captiva Island in Florida, waar hij zijn belangrijkste atelier had. Ik logeerde aan de overkant van de straat, in een van de huizen die hij 'gered' had. Ik bleef er ongeveer een week en schreef een handvol songs. Toen ik terugkeerde naar New York, vergat ik een paar versleten tennisschoenen. Niet veel later verschenen ze als geesten in een schilderij.

De vrijgevigheid van Bobs visie was dieper dan zijn financiële gulheid. Zijn openheid en zijn manier van zien waren aanstekelijk en inspireerden andere mensen in hun eigen werk. Niet om namaak-Rauschenbergs te maken, maar om heel de wereld als een kunstwerk te zien. Het kan melig klinken, maar dat was wat hij soms deed.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234