Woensdag 17/07/2019

Interview

Bo Coolsaet (79), uroloog en liefdesexpert: ‘Liefde is geen werkwoord’

Bo Coolsaet: ‘De media bellen nu liever iemand die zegt dat het oké is om vreemd te gaan. Dan is iedereen gerustgesteld.’

‘Niet schrikken,’ zegt Bo Coolsaet (79) terwijl hij uit zijn stoel opstaat, ‘ik heb een harnas aan.’ De wereldvermaarde uroloog, die jarenlang de hoop van mannen met penisproblemen was en zich ook heeft gespecialiseerd in De Liefde, revalideert al een halfjaar van een zwaar auto-ongeluk. Maar nu staat hij er weer.

Dat zijn relatie negen jaar geleden op de klippen liep, was voor een stuk omdat het in hun leven te veel over hem ging, zei hij toen. Zijn nieuwe vrouw Christa bestiert het huishouden met stevige hand, merken we, maar als de koffie en chocolade op tafel staat, wordt ze toch vriendelijk verzocht de kamer te verlaten. We mogen vervolgens even kloppen op het harnas dat de dokter insnoert en merken dat hij ondanks zijn gebroken lichaam zijn joie de vivre nog niet heeft verloren.

Wat is er zes maanden geleden eigenlijk gebeurd?

“Christa en ik zouden die dag naar Tanzania vliegen, samen met vrienden die daar in de Arusha-vallei een school hebben gerenoveerd. Het is nu de beste school van het land, met meer dan tweeduizend leerlingen, en wij helpen benefietavonden te organiseren om dat project te steunen. Wij hadden hier een taxi genomen en toen we stilstonden voor een rood licht, is er een auto met 90 km per uur achteraan op ons ingereden – de bestuurder was van vermoeidheid achter het stuur in slaap gevallen. Ik was de enige zwaargewonde. De rugleuning is in mijn lichaam gedrongen en heeft onder andere mijn bekken gebroken, waardoor het schaambeen en het heiligbeen volledig loszitten. De breuk was te gecompliceerd om met schroeven te repareren. De enige manier om te genezen was platte rust met minimale kinesitherapie. Het bot moest vanzelf weer aan elkaar groeien, maar om onbekende redenen verloopt dat proces veel langzamer dan verwacht. Ondertussen kreeg ik last van hevige pijn aan mijn rug.

“Ik heb mezelf toen een voorschrift geschreven voor een CT-scan van mijn wervels. De negende wervel bleek zo kapot te zijn dat ze er geen cement in konden spuiten. Ook die moet vanzelf weer aangroeien. Het zal dus nog wel even duren voor ik weer een normaal leven kan leiden.

“Mijn orthopeed zei: ‘Met zo’n zware breuk en de pech dat je maanden plat moet liggen en revalideren, moet je er rekening mee houden dat je depressief kunt worden. Dat is niet gebeurd. Ik vind dat een heel positieve vaststelling, dat mijn persoonlijkheid ondanks mijn leeftijd nog steeds zeer stabiel is.”

U sprak in het verleden veel over de kwetsbaarheid van de man en het belang die onder ogen te zien. Nu bent u natuurlijk...

“...ongelofelijk kwetsbaar en afhankelijk. Ik heb een halfjaar in het revalidatiecentrum doorgebracht. Voor al die jonge mannen die daar aan het herstellen waren van een skiongeval, is zes maanden niks: zij hebben nog jaren te gaan. Maar op mijn leeftijd is zes maanden verliezen héél veel. Elk dag telt als je levensverwachting beperkt is. Dat soort gedachten gaat dan door je heen. Je hebt veel tijd om na te denken als je opeens niet meer in de maalstroom van werk en het maatschappelijk gebeuren zit.”

Waar hebt u allemaal over liggen nadenken?

“Ik heb veel aan mijn prille jeugd gedacht. Ik heb een zeer mooie jeugd gehad, met zeer liefdevolle ouders. De liefde die ik toen heb ervaren, is een heel belangrijk geschenk geweest.”

Waarom?

“Je weet toch hoe bepalend de eerste levensjaren zijn voor de rest van je leven? Bij veel van mijn patiënten blijken de lichamelijke of psychische problemen terug te voeren op ervaringen die ze als kind met hun ouders hebben gehad.”

Daarom bent u op een gegeven moment opnieuw gaan studeren en hebt u cursussen psychologie en psychoanalyse gevolgd. Als liefdesdokter gelooft u in een bijna absolute liefde, waarin je met je geliefde versmelt. Is dat terug te voeren op uw ervaringen als kind? De liefde van uw moeder voor u zou ik claimend en dominant durven te noemen.

“Daarin heb je absoluut gelijk. Het had daarom ook fout kunnen lopen met mij. Het risico dat ik daar een moederfixatie aan kon overhouden, was reëel. Zij zou in dat geval op de achtergrond aanwezig gebleven zijn, waardoor ik me moeilijk aan andere vrouwen had kunnen binden. Maar dat is niet gebeurd. Ten eerste omdat ik een vaderskind ben. Ik had een weliswaar woordeloze, maar zeer warme en intense liefdesrelatie met mijn vader. Ik voelde dat hij me echt onvoorwaardelijk graag zag. Het woord onvoorwaardelijk gebruik ik doorgaans niet, omdat het vaak wordt verward met grenzeloos – dat je alles mag doen, dat iemand van jou blijft houden, wat je ook doet. Zo is het nooit. Een mens kan niet grenzeloos geven. Hij kan alleen geven wat hij kan. Dat deed mijn vader, geven zoveel hij kon.

“De liefde van mijn moeder was ook heel intens, maar die was van een andere aard. Zij was een enorme persoonlijkheid, een vrouw met veel charisma. Een heel mooie, warme vrouw – warm op alle vlakken, ze had ook minnaars. Als kleine jongen heb ik dat gezien. Ik heb er nooit iets over gezegd, hoe pijnlijk het ook was, maar dat is waarschijnlijk de reden waarom ik niet gefixeerd ben geraakt. De aanwezigheid van die minnaars relativeerde haar liefdesrelatie met mij natuurlijk zeer. Wat niet wegneemt dat ik haar altijd erg heb liefgehad. Zolang ze leefde, belde ik haar elke dag, waar ter wereld ik ook was.”

Dat eiste ze ook.

“Inderdaad. Een paar weken voor ze is gestorven, heeft ze me gezegd dat ik de enige liefde in haar leven was, ondanks al die minnaars.”

'Ik kan niet goed om met tegenslagen. Ik ben door mijn ouders en ook door mijn leraren altijd op handen gedragen.’

Is er door die minnaars wantrouwen bij u ontstaan tegenover vrouwen? Is dat de reden waarom u helemaal één wilt worden met uw geliefde, uit angst voor wat er anders kan gebeuren?

“Neen.”

Weet u het zeker?

“Ja. Ik zie het fundament van een liefdesrelatie ook niet als een totale fusie, maar een gedeeltelijke. Je moet allebei je identiteit bewaren in een relatie. De relatie is als het ware een derde entiteit. Alleen daarin fusioneer je. Die relatie is ook niet star. Er ontstaan conflicten, er is verwijdering en toenadering, maar breken doet de echte liefdesrelatie niet, omdat die sterk en rekbaar is.

“Ik ben blij dat steeds meer psychologen en psychiaters het met mij eens zijn, in die zin dat liefde geen werkwoord is. Mijn collega, de psychiater van de KU Leuven die nu meestal over de liefde wordt bevraagd, zegt dat ook.”

Bedoelt u Dirk De Wachter?

“Ja. Als het intense liefdesgevoel er niet is, kun je werken zoveel je wilt, het zal er niet komen. Het is ook zeldzaam, hè. Je bereikt die liefde niet zomaar. Je moet jezelf goed kennen, je angsten en je issues. Er is een groot bewustzijn voor nodig. Er zijn ook andere, best mooie manieren om samen te leven. De meesten zijn zo druk bezig met hoe ze eruitzien en wat ze bezitten, en ze werken daarvoor keihard, dat ze niet beseffen dat er iets schort. Vrienden zeiden me: ‘Maar Bo, waar ben je toch mee bezig? Al dat gepraat over de grote liefde. Pak een mooie vrouw en doe met haar wat je graag doet.’ Maar dat is het niet voor mij.”

Gewoon een vrouw pakken is misschien ook een manier om de touwtjes in handen te houden. U vertelde al vaak dat vrouwen sterker en intelligenter zijn dan mannen, die vaak kwetsbaar en bang zijn.

“Ja. De man is per definitie bang. Dat heeft te maken met de relatie met de moeder. Als klein kind is zij zijn grote liefde, maar zij moet hem rond zijn derde min of meer verstoten en hem dwingen haar los te laten, zodat hij man kan worden. Dat is al heel beangstigend. Bovendien moet hij zich dan vormen naar het beeld van zijn vader, naar wie hij enorm opkijkt. De fundamentele angst die dan ontstaat, raakt hij nooit helemaal kwijt. Ik ben ook angstig, maar ik ben niet bang om met een mooie, sterke vrouw samen te leven.”

Wat vond uw vader ervan dat zijn vrouw ontrouw was?

“Hij heeft daar zeer onder geleden, maar hij heeft nooit een woord gezegd. Hij heeft er wel maagzweren aan overgehouden, die na een tijd onbehandelbaar waren. Hij heeft uiteindelijk maagkanker gekregen, volgens mij als gevolg van de ingehouden stress.”

Ik kan me voorstellen dat u zich hebt voorgenomen om het anders aan te pakken.

“Dat voornemen zal zeker onbewust in mij hebben postgevat, maar je hebt het natuurlijk niet helemaal onder controle. Mijn genoom (het geheel van de genen, die erfelijke informatie bevatten, red.) is ook voor een stuk door mijn moeder bepaald. Ik heb gelukkig veel van mijn vader, maar ik lijk ook veel op mijn moeder.

“Ze kleedde zich graag mooi en ging graag op restaurant. Zij was gevoelig voor het perfecte uiterlijk vertoon. Dat zat bij haar in de familie. Ik bracht eens een nieuwe vriendin mee naar huis en mijn grootvader ondervroeg haar in zijn kantoor in het Latijn om te zien of ze genoeg bagage had om deel te mogen uitmaken van de familie. Ik draag er ook iets van in mij. Ik heb er geen moeite mee om in de spotlights te treden. De familie van mijn moeder was ook intelligent en creatief. Ik ben blij dat ik een deel van haar eigenschappen heb geërfd, maar haar warmbloedigheid heb ik ook meegekregen, vrees ik.”

Hoe ging u er zelf mee om?

“Dat is een fundamentele vraag: hoe ga je om met je genetische aanleg? In hoeverre ben je verantwoordelijk voor je gedrag dat mee door je genen wordt aangestuurd? Toen ik nog lesgaf aan de universiteit, zei ik altijd dat ik een zeer zachte rechter zou zijn voor iemand die, bijvoorbeeld, een passionele moord had gepleegd, omdat ik me kan voorstellen dat iemand genen heeft die sterker zijn dan hij rationeel kan beheersen. Ik kan daar begrip voor opbrengen, net als ik dat kan voor de neurochirurge die twee jaar geleden haar doodzieke dochter heeft vermoord.”

‘Mijn moeder was een heel mooie, warme vrouw - warm op alle vlakken, ze had ook minnaars. Als kleine jongen heb ik dat gezien. Ik heb er nooit iets over gezegd, hoe pijnlijk het ook was.’

U zei net dat het tegenwoordig Dirk De Wachter is die over De Liefde wordt bevraagd. Vindt u het jammer dat ze u niet meer naar uw mening vragen over, bijvoorbeeld, een programma als Blind getrouwd?

“Daar moet je aan wennen. Ik observeer alles nu vooral. Soms is het niet eenvoudig en denk ik bij mezelf: ‘Hoe kun je nu zoiets zeggen?’

“Gisteren hoorde ik in het nieuws dat er tegenwoordig penisprothesen worden geïmplanteerd bij mannen met ernstige erectiestoornissen. Toen dacht ik: ik implanteer die protheses al sinds 1981, ik heb tientallen urologen de techniek aangeleerd. Dat is toch geen nieuws? Toen heb ik even op het punt gestaan om naar de zender te bellen en te vragen: ‘Zijn jullie nu echt niet meer op de hoogte van wat er in de wereld gebeurt?’ Maar uiteindelijk heb ik het niet gedaan, want ik ben heel blij dat mijn collega’s nu die operaties uitvoeren.”

Over Blind getrouwd had u vast en zeker ook graag uw licht laten schijnen.

“Ik denk in alle bescheidenheid dat ik dat goed had gekund, ja. Blind getrouwd is geen programma over De Liefde. Het gaat over relaties maken. Ze raden iedereen aan: ‘Eis niet te veel, doe niet moeilijk, leef gewoon met elkaar in vriendschap, dat is al mooi genoeg.’ Dat is ook zo. Ze kunnen zelfs kinderen verwekken. Maar waar het in dat programma vooral over gaat, is dat ze het leuk hebben met elkaar, en zich samen kunnen ontspannen. Je moet er eens op letten hoe vaak je de koppels in dat programma ziet lachen. Het komt vreselijk leeg over. Constant lachen met elkaar is helemaal niet noodzakelijk als je elkaar echt graag ziet.

“Misschien bellen ze mij ook niet meer omdat ze mijn idealistische kijk op de liefde kennen en weten dat al die polyamorietoestanden niet mijn ding zijn. Ze bellen nu liever iemand die dat gedrag verdedigt en zegt dat het oké is om vreemd te gaan. Dan voelt iedereen zich gerustgesteld, want ze zijn allemaal weleens ontrouw geweest.”

Verdiept u zich in wat de Dirk De Wachters van deze tijd schrijven? In wie van de nieuwe denkers over seks en liefde ziet u een waardige opvolger?

“Paul Verhaeghe is een schitterende psychoanalist en deskundige op het vlak van liefde en intimiteit. Mijn grote leermeester is de Amerikaanse psychoanalist Otto Kernberg. Esther Perel vind ik een fantastische vrouw. Ze is wereldberoemd, en ze is een van de beste relatiedeskundigen die er zijn.”

‘Liefde is geen werkwoord. Als het intense liefdesgevoel er niet is, kun je werken zoveel je wilt, het zal er niet komen.’

Haar visie is een stuk minder romantisch dan de uwe. In haar laatste boek legt ze uit waarom ontrouw vaak onvermijdelijk is, en soms zelfs noodzakelijk.

“Ik denk juist dat zij wél romantisch is. Ze zegt dat vooral opdat we ontrouw minder zouden veroordelen en mensen zo de kans geven bij elkaar terug te keren. Ik denk niet dat ze ontrouw ziet als een onderdeel van een ideaalmodel. Ik geloof ook niet dat zij ontrouw is in haar relatie. Wat doet haar man ook alweer? Hij is ook psycholoog, maar niet iemand die op de voorgrond treedt. Dat moet wel een sterke man zijn.”

Zou u dat kunnen, uw vrouw de eerste viool laten spelen?

“Ik zou er geen probleem mee hebben. Een rol zoals die van prins Bernhard (de man van wijlen koningin Juliana der Nederlanden, red.) spelen is toch niet slecht? U weet toch dat ik zijn lijfarts was? (droomt weg) Er hebben hier zo veel mooie mensen aan deze lange tafel gezeten: Jan Hoet, Hugo Claus, Jef Geeraerts, Karel Geirlandt... Die mannen zijn allemaal al verdwenen. Hugo Camps is er nog. De tafel zit af en toe nog steeds vol, hoor.”

Hebt u die mannen allemaal leren kennen omdat ze bij u patiënt waren?

“Velen wel. Ik was vroeger geobsedeerd door mijn vak. Ik heb urologie gestudeerd in Nederland en ik werkte tijdens mijn stageopleiding keihard, soms 48 uur aan een stuk. Ik heb aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam zeven jaar aan het hoofd van de afdeling wetenschappelijk onderzoek gestaan en ben daarna hoogleraar geworden in Utrecht. Mijn vrienden in België vroegen me later weleens: ‘En hoe was het in 1968 in Nederland? Veel gefeest, zeker?’ Ik heb daar niets van meegemaakt. Ik was een vakidioot. Maar omdat ik zo bezeten met mijn vak bezig was, kwamen al die bijzondere mensen met hun problemen naar mij. En daarna bleven ze hangen. Zij hebben mij met de wereld buiten mijn vakgebied in aanraking gebracht. Vóór ik Jan Hoet leerde kennen, wist ik niets van kunst. Hij en zijn voorganger Karel Geirlandt belden mij op om te zeggen welke tentoonstellingen ik moest gaan bekijken, en Jef Geeraerts vertelde me welke boeken ik zeker moest lezen. Ik ben op cultureel vlak opgeleid door mijn vrienden en ik heb geprobeerd hun zo veel mogelijk terug te geven. In het revalidatiecentrum heb ik vaak aan die mooie tijd teruggedacht.”

Waaraan nog meer?

“Op een gegeven moment was ik daar klaar mee en heb ik besloten verder te werken aan mijn nieuwe boek. Ik heb zo veel onderzoek gedaan naar de blaas, maar ik heb daar nog nooit over geschreven. Ik ben er meteen aan begonnen en kijk (wijst op de lay-out van een boekcover), het is praktisch klaar. De titel luidt: De mysteries van het blaasensemble. Mijn collega van de Universiteit van Amsterdam vond ook dat het hoog tijd was om uitleg te geven over alles wat de blaas aangaat: ‘In een artikel in The New York Times stond dat 50 procent van de vrouwen in Amerika denkt dat zij óók een prostaat hebben.’ Bovendien hebben veel vrouwen problemen met hun blaas, en hebben ze last van incontinentie. Ik wijd natuurlijk ook een hoofdstuk aan de penis en aan impotentie.

“Ik hoop zo snel mogelijk weer aan de slag te kunnen. Ik denk dat ik mag zeggen dat mijn patiënten mij missen. En ik mis hen. En ik had nu normaal gesproken bij de Papoea’s in Nieuw-Guinea moeten zijn.”

Waarom?

“Ik ben daar 35 jaar geleden al eens geweest om met hen over seksualiteit te praten. Nu wil ik teruggaan om te zien hoe ze op dat gebied zijn geëvolueerd. Destijds ging het er uiterst primitief aan toe. De mannen sliepen samen in een ronde hut, met de voeten naar elkaar toe. Als ze seks wilden, dan gaven ze overdag signalen aan een vrouw, zonder veel woorden. Zij wachtte ’s nachts buiten op hem en dan gingen ze samen naar het bos. De machtsverhoudingen speelden ook een grote rol in het seksleven. Al naargelang hun plaats in de hiërarchie kon de ene man het met één vrouw doen en de andere met wel drie. De hoofdman voelde zich boven iedereen verheven en kroop op iedere vrouw die hij wilde.”

Wat hebt u daaruit geleerd?

“Dat het begrip liefde daar totaal onbekend is. De man-vrouwdynamiek is er helemaal anders en ik vroeg me dus af of er daar nu iets aan het ontstaan is dat op liefde lijkt. Ik denk het niet. Zonder emancipatie blijven seksrelaties vaak over macht gaan.

“Ik ben ook in Koeweit geweest als gasthoogleraar. Daar kunnen mannen ook meerdere vrouwen hebben, alleen mogen ze er pas een tweede vrouw nemen als ze haar dezelfde praktische voordelen kunnen bieden als de eerste. Ik zou graag nog een boek schrijven over hoe een samenleving de aard van de relatie tussen man en vrouw bepaalt, maar ik weet niet of ik daar nog de tijd of de kracht voor zal hebben. Ik zal niet alles kunnen doen wat ik nog wil. En ik zou ook graag terug naar Venetië gaan.”

Wat hebt u toch een mooi leven.

“Ik hád een mooi leven, ja. Maar nu ben ik gehandicapt. Beperkt. In Venetië wandelde ik altijd drie, vier uur per dag – trappen op, trappen af. Zal ik dat ooit weer kunnen? Weet u, ik kan niet goed om met tegenslagen. Ik ben door mijn ouders en ook door mijn leraren altijd op handen gedragen. Vandaar, denk ik. Ik ben wat dat betreft niet sterk geworden, ik ben niet iemand die makkelijk zegt: ‘Ik los het wel op.’”

Wat doet u dan als het tegenzit?

“Ik lijd er meer onder dan je ziet. Ik zie er sterker uit dan ik ben. Ik ben ook altijd van de kaart als iemand mij ontgoochelt, bedriegt of verraadt.”

Zoals uw vorige geliefde heeft gedaan.

“Ja. Zoiets onderga ik veel te lang. Ik kom dan niet genoeg voor mezelf op, net zoals mijn vader.”

Uw huidige vrouw zorgt zeer goed voor u, heb ik gemerkt. Anderhalf uur praten leek haar voldoende. U moest zich niet te veel vermoeien.

“Christa kan dat inderdaad veel beter dan ik bewaken. Ze benoemt de dingen ook. Ze is Nederlandse. Heel solide. Ik vind dat goed.”

Meer dan alleen maar goed, hoop ik.

“Absoluut. Fijn dat u me corrigeert, dank u.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden