Zaterdag 29/01/2022

'Blond als de hysterie, blond als de hemel'

Olifanten op spinnenpoten, naakte vrouwen in verlaten stations... zelden is een kunststroming zo snel een karikatuur van zichzelf geworden. Dat het surrealisme echt wel meer was dan wat de clichés uit de kunstboekjes laten vermoeden, bewijst de vertaling van een van de klassieke teksten die de beweging heeft nagelaten. Dankzij het onschatbare bergingswerk van de Historische Uitgeverij kunnen we Le paysan de Paris van Louis Aragon op een comfortabele manier tot ons nemen: vlot vertaald, fraai vormgegeven en van een briljant nawoord voorzien.

Eric Min

Le paysan de Paris is een lastig boek. Toen hij het schreef, zat de zesentwintigjarige Louis Aragon (1897-1982) klem tussen zijn verlangen naar een roman en de afkeer van verhalen die zijn surrealistische broeders hoog in het vaandel voerden. In november 1926 zouden de verzamelde surrealisten hun medestander Philippe Soupault zelfs buiten de deur zetten: de onverlaat was bezweken voor de literaire verleiding en had een roman gepleegd. Ook Aragon moest zich verantwoorden voor het project La défense de l'infini, waaraan hij al vier jaar werkte. Zijn verdediging klonk nogal hulpeloos: het boek was een tijdverdrijf en dus wél een surrealistisch verantwoorde, revolutionaire onderneming. In 1927 sloot hij zich aan bij de Parti Communiste; later zou hij het surrealisme de rug toekeren en het socialistisch realisme belijden.

Zo ver zijn we nog niet. Eerst moet Aragon het manuscript van Le paysan de Paris tot een goed einde brengen. Verhalen vertellen mag niet; hij gaat dus de roman vernieuwen, vernietigen met zijn eigen middelen. Dramatische ontwikkelingen en karakterstudies zijn uit den boze, maar poëzie ("een toegangspoort tot het onbewuste") moet kunnen. Hij zal een lyrische tekst schrijven "die door de critici met lege handen tegemoet zou worden getreden, zonder ook maar een van de wapens waarmee ze doorgaans hun stupide wreedheid bedrijven". Le paysan de Paris wordt een collage van genres en niveaus, prozagedicht én essay én reportage, een vergaarbak van kale beschrijvingen, dialogen, autobiografische passages en verbale objets trouvés, zoals opschriften die hij aantreft in etalages of trappenhuizen. Hij gebruikt spreektaal en ingewikkelde versvormen, parodieert het 'automatische schrijven' van zijn vrienden. En het gaat snel, erg snel - zinnelijk en trefzeker ook. Meteen na het moeilijke, filosofisch-abstracte voorwoord worden we ondergedompeld in de Parijse Passage de l'Opéra. Het lange loflied voor de glazen straat is een emblematisch stadsverhaal geworden, dat de beslissende aanzet gaf voor het Passagen-Werk van Walter Benjamin.

Aragon wilde een mythologie van het moderne ontwerpen en gebruikte alles wat in zijn kraam paste, ook "datgene wat niet anders dan onverdraaglijk kan hebben geleken in de ogen van mijn intimi, die ook mijn beoordelaars en mijn rechters waren". De jonge schrijver las zijn manuscript voor aan André Breton en diens medestanders. "Er viel een stilte onderbroken door gekuch, het geluid van verschuivende stoelen, er werden blikken uitgewisseld, wenkbrauwen gefronst..." Toch zijn enkele passages duidelijk geschreven als captatio benevolentiae voor de surrealistenkliek: het verplichte nummertje schelden tegen de journalisten bijvoorbeeld, of een bordeelscène.

In zijn nawoord heeft vertaler Rokus Hofstede een moorddadig zinnetje uit Aragons Traité du style (1928) gelicht: "Het surrealisme is geen schuilplaats tegen de stijl (...) Als u treurige onnozelheden opschrijft volgens een surrealistische methode, dan blijven het treurige onnozelheden." Le paysan de Paris is een evenwichtsoefening waarin het virtuoze schrijven het wint van vrijblijvend experiment naar surrealistisch recept. Een poging om de grenzen van de taal te verleggen, een vrij hermetische maar meeslepende tekst. Waarom zou iemand zich vandaag nog verdiepen in dit boek van zeventig jaar geleden? Welnu, ik ken minstens drie goede redenen.

Eén. Aragon rekent, zoals het een leerling-tovenaar uit de school van Breton betaamt, af met de erfvijand van dada en het surrealisme, de rede. Wilde de jonge schrijver immers ook niet de Exposition des Arts Décoratifs van 1925 in Parijs, die triomf van het rationalisme, in de lucht laten vliegen en met de rest van de springstof het standbeeld van de positivist Auguste Comte opblazen? Het arrogante weten van de Verlichting liet overal zijn licht schijnen, maar gelukkig bestond er nog "een rijk van de duisternis dat door de ogen van de mens gemeden wordt". Als iemand die zich losrukt uit de slaap, tracht Aragon te ontsnappen aan de terreur van de analyse en het nutsprincipe. Zijn ogen en vingers laten het echte leven naar binnen stromen. "Met elke zintuiglijke dwaling gaan vreemdsoortige bloemen van de rede gepaard. Prachtige tuinen vol absurde geloofsovertuigingen, voorgevoelens, obsessies en waanvoorstellingen, waar onbekende en onbestendige godheden gestalte aannemen." Bij elke stap die hij in de stad zet, bloeien er nieuwe, moderne mythen open. In de etalages van de passages en 's nachts in het park van de Buttes-Chaumont zoekt hij de wanorde en de betovering waarvoor de brave burger met al zijn wetenschap op de loop gaat, "dit decor dat wemelt van geestelijke schanddaden en imaginaire extases".

Twee. Zoals een eenvoudige verspreking iemands diepste gedachten verraadt, zijn het banale plekken in de stad die af en toe hun mysterieuze lading prijsgeven - "kierende kluisdeuren naar het oneindige". Aragon laat zich meeslepen door de vreemde sfeer in de winkelgalerijen "die verwarrend genoeg passages worden genoemd, alsof het in die van daglicht verstoken gangen niemand was toegestaan langer dan een ogenblik te verwijlen. Hun blauwgroene schijnsel als in een diepzee heeft iets van het oplichten van een zich ontblotend been onder een rok die wordt opgetrokken."

De hele galerij trekt voorbij: het gore hotelletje, de boekhandel, het badhuis, de handelaars in wandelstokken en postzegels, de klanten van de schoenenpoetser, het café Certà waar de kunstenaars elkaar ontmoeten, het massagesalon. In zijn beschrijving van deze microkosmos toont Aragon zich een rechtstreekse voorloper van Georges Perec en zijn Espèces d'espaces (1974), een boekje dat ook al door Hofstede werd vertaald (Ruimten rondom). Een zinnelijke Perec, dat wel: "in alles wat laag is, steekt iets wonderbaarlijks dat mijn zinnen prikkelt". Le paysan de Paris is ook een onderzoek naar de huivering en het subversieve van de liefde. In Aragons cafés is alles berekend op het uitlokken van blikken en maken vrouwen zich op in het toilet, "die overgangsruimte waar de geest van de wellust zich vrijelijk ontplooide". Zelfs in het park volgt hij slechts het spoor van het parfum van een vrouw. De rest is eigenlijk een uitvlucht om met taal in de weer te zijn.

Drie. De schrijver laat ons over zijn schouder meekijken; we mogen ervaren hoe het boek geschreven wordt. Dat is vriendelijk en vooral eerlijk: Aragon krast en schrapt maar en hij weet zelf niet goed waar hij zal uitkomen. In het hoofdstuk over de passage lijkt alles nog op zijn pootjes te vallen: zelfbewust laat de auteur af en toe zijn microscoop even los, hij is als "een camera voor tijdopnamen (...) waarmee de gracieuze groei van planten wordt gefotografeerd", of een kleine kodak die flarden van de onbekende verhalen van de passanten registreert. "Je zou zeggen dat voor God de wereld niet meer is dan een goede gelegenheid om eens wat stillevens uit te proberen. Hij heeft een paar trucjes waar hij steeds op terugvalt: het nonsensicale, het chaotische, het banale... Onmogelijk hem daarvan af te brengen."

Zelf speelt Aragon met woorden als spiegels of optische meren. Hij laat ze stuiteren en stotteren in een vrolijke gedachtestroom: zeg nooit zomaar "blond als stro" maar "blond als de hysterie, blond als de hemel, blond als de vermoeidheid, blond als een kus. Tot het palet van de blondheden reken ik ook de sierlijkheid van automobielen, de geur van mannaklaver, de stilte van de ochtend, de verwarring van het wachten, de ravages van langs elkaar strijkende lichamen. Hoe blond is niet het geluid van de regen, hoe blond niet het gezang van de spiegels!" Sneeuw neer, beelden, het is Kerstmis.

Later beseft hij dat zijn geschrijf een potsierlijke poging is om de verveling een stap voor te blijven. Trekken de surrealistische spitsbroeders niet naar de Buttes-Chaumont "met een gevoel van verovering en de ware roes van een ontvankelijke geest", maar eigenlijk op zoek naar wat wanhoop en begoocheling? "En leest u deze vervloekte tekst nou maar niet verder." De grens tussen creatieve onrust en geraaskal wordt flinterdun. "Nooit krijg ik het af, dat boek waar jullie behagen in beginnen te scheppen." De schrijver blijft alleen achter. Zijn eerste persoon enkelvoud is alles wat hem rest. "Alle metafysica is in de eerste persoon enkelvoud. Alle poëzie ook."

Aragons eigen zoektocht naar de mythe van het moderne was niet meer dan een noodzakelijke omweg van de geest, een transportband voor het denken en een fraai voorwendsel om aan kunst te doen. Een mens haakt nu eenmaal naar goden en mythen, "als een in de hemel gedrenkte spons". Gelukkig voor de avant-garde uit het interbellum voldeden de oude Mariabeeldjes niet meer. De tijd ging te snel, en dat was een godsgeschenk voor de inspiratie. In de eeuw van Aragon zijn benzinepompen en bonte Engelse woorden de nieuwe afgodsbeelden geworden. "O Texaco motor oil, Esso, Shell, grote opschriften van het menselijk kunnen! Spoedig zullen wij voor uw fonteinen een kruis slaan, en de jongsten van ons zullen omkomen doordat zij in nafta hun nimfen aanschouwden."

Le paysan de Paris is een warrig boek, ja. Maar het is een eerlijk geschrift van een man die het ook niet goed wist en dat dan maar op virtuoze wijze heeft opgeschreven.

Louis Aragon (uit het Frans vertaald en van een nawoord voorzien door Rokus Hofstede), De boer van Parijs, Historische Uitgeverij, Groningen, 209 p., 900 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234