Zaterdag 16/01/2021

Blogs als bommen. Feitenoorlog in het Midden-Oosten

Er woedt een oorlog tussen Israël en Hezbollah. Een open oorlog. Meer dan ooit tevoren kan de hele wereld meekijken en -lezen wat er aan het front gebeurt. Bloggers in de vuurlinie brengen 24 uur per dag verslag uit. Zijn ze objectief? Meestal niet, maar ze ontmaskeren wel de machteloosheid van de traditionele media en veranderen de spelregels waaraan journalisten zich moeten houden. Door Astrid Wittebolle

De 'blogosfeer' (jargon voor de wereld van de blogs) draait op volle toeren. Sinds de start van het conflict is het aantal artikels (posts) dat wereldwijd op blogs gepubliceerd is spectaculair gestegen. Op 30 juni waren er gemiddeld zo'n 1,6 miljoen per dag. In juli is dat gestegen tot 2,4 miljoen. Volgens David Sifry, de stichter van de website Technorati, die de blogtrafiek nauwlettend in de gaten houdt, is die stijging alleen te verklaren door het conflict tussen Israël en Hezbollah.

Toen de Amerikanen met hun bondgenoten in 2003 Irak binnenvielen, was het voor lezers, luisteraars en kijkers in de hele wereld bijna onmogelijk om de krijgsverrichtingen op de voet te volgen. De journalisten waren er of vertrokken of 'embedded' in het bezettingsleger. Enkel een eenzame blogger, Salam Pax, bleef een tijdlang dapper elektronische berichten vanuit Bagdad sturen. Hij werd een beroemdheid; niet omdat zijn blog zo goed geschreven was, maar omdat hij bijna de enige was die ongecensureerd een ooggetuigenverslag kon brengen van aan het front.

Drie jaar later is de situatie helemaal anders. Overal in Israël en Libanon zitten burgers, maar ook militairen en Hezbollahstrijders, verslag uit te brengen van achter hun laptop. Zo lang er elektriciteit is, blijft de stroom aan tekst, geluid en beeld voortduren. Wie waar ook ter wereld een internetaansluiting heeft, kan rechtstreeks in contact treden met de Israëli die bang zit te wachten tot de rakettenregen op Haifa stopt of de strijdlustige Libanese die trouw zweert aan Hezbollah. Iedereen doet 'het': huisvrouwen, intellectuelen, studenten, soldaten, propagandisten en journalisten.

Wie het conflict via deze blogs wil volgen ziet al gauw door het bos de bomen niet meer. De meeste sites zijn openlijk partijdig en worden schakels in een propagandaoorlog met planetaire proporties.

Dat het menens is zie je aan uitgekiende sites zoals bijvoorbeeld 'Give Israel Your United Support' (blog.giyus.org). Die werd opgericht door een aantal pro-Israëlische organisaties en wordt gesteund door de regering. Hier kun je een klein programma downloaden, Magaphone genaamd, dat het internet afschuimt op zoek naar anti-Israëlische uitlatingen. Het verwittigt je daarvan en vraagt je om te reageren op de sites in kwestie. Als CNN een poll doet waarin de vraag gesteld wordt of Israël zich moet terugtrekken, krijgen zo'n 15.000 mensen à la minute een bericht met de vraag om hun stem uit te brengen. Voor Israël natuurlijk. Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Amir Gissin, steunt de website. "We hebben 100.000 gebruikers van Megaphone nodig om het verschil te maken." De oorlogen van vandaag worden gewonnen door de publieke opinie, zo staat er op de homepage. "Het is nu het moment om de stem van Israël te laten horen in de wereld."

Stoorzenders als Al-Jazeera lijken al lang monddood gemaakt. De bureauchef van het tv-station aan de Libanese grens werd opgepakt omdat hij informatie aan Hezbollah zou doorspelen. De radio- en tv-zenders van de terreurorganisatie werden op de eerste dag al gebombardeerd.

Hezbollah pakt het dan ook anders aan en probeert zijn gekleurde versie van de feiten via andere kanalen wereldkundig te maken. Ze organiseert 'geleide bezoeken' aan doelwitten die door het Israëlische leger getroffen zijn. Journalisten die op eigen houtje poolshoogte willen gaan nemen, worden geïntimideerd of bedreigd en kunnen niet anders dan meegaan met Hezbollah-'gidsen'.

Ike Seamans, een NBC-veteraan, beklaagde er zich vorige week over dat het haast onmogelijk is om in Libanon zijn job als journalist te doen. "Wie echt wil weten wat er gaande is, moet zoveel mogelijk bronnen raadplegen: op televisie, in kranten en weekbladen en op het internet."

De bloggers lijken de strijd om de geloofwaardigheid voorlopig te winnen. Zo onthulde de - allesbehalve objectieve want zeer pro-Israëlische - website LittleGreenFootballs dat Reutersfotograaf Adnan Hajj zijn foto's met Photoshop bewerkte om de beschietingen van Beiroet erger te laten lijken dan in de realiteit (DM 9/8). Reuters werd gedwongen de man te ontslaan, al duurde het een tijdje voor het eerbiedwaardige persbureau, met een geschiedenis van 150 jaar, toegaf dat Hajj de kluit had belazerd.

Ook Associated Press kwam onder vuur toen er plots opschudding ontstond over foto's van reddingswerken. Pro-Israëlische websites beweerden dat die in scène waren gezet en dat telkens dezelfde slachtoffers en reddingswerkers werden getoond. Dat bleek uiteindelijk vals alarm, maar toch zal dit Israëlisch-Libanees conflict de geschiedenis ingaan als de 'Photoshop War'.

Bloggers hebben de afgelopen weken ook al voor 'breaking news' gezorgd. Zo toonde LebaneseBloggers al op 21 juli een foto van de met olie vervuilde kust van Libanon. Dat nieuws werd pas zes dagen later door Reuters overgenomen, nadat een milieuorganisatie het nieuws wereldkundig had gemaakt.

De meeste traditionele media zijn niet meer zo terughoudend. Ze hebben hun koudwatervrees over de nieuwe concurrent overwonnen. Tijdens de bomaanslagen in de Londense metro, amper een jaar geleden, weigerde de BBC informatie en beelden te gebruiken van bloggers, ook al waren die vaak ooggetuigen. Vandaag publiceert de Britse openbare omroep voortdurend uittreksels uit blogs en roept hij bloggers op om hun artikels op de BBC-site te posten.

The Independent vulde vorige donderdag drie bladzijden met uittreksels uit persoonlijke blogposts. Gratis kopij. 'If you can't beat them, join them' is de houding die de vermaarde The New York Times ook al een tijdje aanneemt. Zo geeft Gail Collins, verantwoordelijke voor de opiniepagina's van de Amerikaanse krant, toe dat ze voor de komst van de bloggers eigenlijk maar een luizenleventje had. Haar opiniepagina had geen concurrentie. 's Werelds scherpste pennen stonden te drummen om voor haar te schrijven. Nu moet ze op haar tellen passen.

Publicisten onderhouden hun eigen weblogs die vaak ook economisch rendabel zijn dankzij het grote leesbereik. Bovendien is de interactiviteit van het internet dodelijk voor dilettanten. "Ik kan een hele dag mails beantwoorden," zegt Collins collega Ron Dzwonkowski van de Detroit Free Press. Fouten in artikels of opiniestukken worden genadeloos afgestraft door een mondiaal lezerspubliek. Blogs en alternatieve websites vechten een 'fact war', een feitenoorlog, uit. Elke bewering wordt kritisch tegen het licht gehouden en lezers zijn goed geïnformeerd.

Ondertussen hunkert de lezer naar een scheidsrechter. "Het kost ons enorm veel energie en moeite om onze commentaarstukken frisser, doordachter en representatiever te maken", zegt Keven Ann Willey van de Dallas Morning News. Sommige kranten, zoals de hare, laten hun commentatoren zelf bloggen. Dat is niet zonder risico. Ron Dzwonkowski: "Al die bijkomende activiteiten vragen tijd die je normaal gebruikt om research te doen. Het wordt veel moeilijker om de journalistieke diepgang te bereiken die je nodig hebt voor een doordacht artikel."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234