Zondag 13/06/2021

Blogging in the free world

Zowel links als rechts zijn er belangrijke blogs te vinden - Bush had een blog, maar ook Kerry had er een

aar schatting meer dan vijftig miljoen blogs zullen tegen eind 2005 het internet nog breder maken dan het al was. Al in 2004 riepen de woordenboekenmakers van Merriam-Webster de afkorting 'blog' (van 'weblog') uit tot woord van het jaar. Ondertussen meldt de krant dat Belgische senioren zich massaal op de on-line dagboeken werpen, "zeker als het slecht weer is". In een geheel andere context moest de directeur informatie van CNN eerder dit jaar ontslag nemen na een onvoorzichtige uitspraak over de moeilijke persrelaties met het Amerikaanse leger in Irak. De aanwezige journalisten-oude-stijl gingen discreet met die uitlating om, maar een uitgeslapen blogger verspreidde het nieuws toch. Uit andere delen van de globe kon men zowel over de invasie in Irak als over de vernietigingen van de tsoenami hartverscheurende verslagen ('uit de eerste hand') lezen. Overal ter wereld, ten slotte, beginnen mensen die uit het leven stappen elektronische afscheidbriefjes na te laten, op een weblog met paarse bloemetjes en te weinig hits.

Geen wonder dat de Amerikaanse philosopher of mind Daniel C. Dennett zich ernstig zorgen begint te maken over de groeiende afhankelijkheid van het internet - een zoveelste Frankenstein die los is gebroken om nooit meer naar het labo terug te keren. Dennett vreest vooral dat het onderscheid tussen echt en onecht zal vervagen. Ook al komt hij met die boodschap nogal laat (de Franse filosoof Jean Baudrillard beweert al tientallen jaren lang ongeveer hetzelfde - en 'hetzelfde' mag u op twee manieren begrijpen), het blijft een belangwekkend symptoom. In de NRC drukte Dennett zijn bezorgdheid zo uit: "Waar haal je je nieuws vandaan? Van blogs? Van kranten, van netwerken? Het verschil tussen betrouwbaar en onbetrouwbaar nieuws wordt steeds vager. Censuur is er niet, maar er is wel een vloedgolf van verkeerde informatie."

De ironie is dat het net daar allemaal om begonnen was. Bloggers en andere media-activisten drukken al jaren hun ontevredenheid uit over de ontzuilde en (dus?) commerciële media, die aan de leiband van grote concerns moeten lopen en als radertje in het kapitalistische systeem enkel de kloof tussen arm en rijk in stand houden. Men heeft het over desinformatie en de zachte tirannie van het infotainment, om van directe plugging van bevriende producten en het smoren van échte kritische stemmen maar te zwijgen. Al snel ontstond de slogan: 'Don't hate the media. Be the media!!', een aansporing die ook vandaag nog, compleet met drammerige uitroeptekens, de homepage van het linkse, alternatieve informatiekanaal Indymedia aanvoert.

In een zeer nuttig en zeer academisch artikel over de mediatisering van de politiek legt de Britse politicoloog Jon Simons uit hoe het zover is kunnen komen. Zowel onder marxistische als onder rechtse cultuurpessimisten bestaat al meer dan vijftig jaar het idee dat de huidige 'culturele context' (zeg maar: de beeldcultuur) een zeer slechte zaak is voor de democratie. In die traditie wordt de Duitse filosoof Theodor Adorno nog steeds als voorloper geëerd, onder meer omdat hij genadeloos de vermarkting van de cultuur aanklaagde, aangezien die de ontwikkeling van onafhankelijke individuen in de weg zou staan. Jürgen Habermas, een andere Duitse filosoof, had het later over een "pseudo-publieke sfeer" waarin opinies op geavanceerde wijze voorgekauwd en verkocht worden en waarin propaganda en reclame in elkaar overvloeien. De agressiefste veroordeling kwam van de Amerikaan Neil Postman, die zichzelf van veel media-aandacht wist te verzekeren met zijn bestseller Amusing Ourselves to Death - ook alweer twintig jaar geleden. Wie beweringen vervangt door beelden, aldus Postman, mikt op de emotie, en niet op een 'test of truth', zodat er veel meer ruimte voor manipulatie overblijft. Adorno, Habermas en Postman hebben allemaal op hun manier gepleit voor een extreem kritische houding tegenover de gevestigde media, en die scepsis heeft uiteindelijk onder meer vorm gekregen in kleinere, meer onafhankelijke media zoals de duizenden politieke blogs.

De genoemde denkers zijn enkele van de belangrijkste stemmen in een verhaal dat u zeer goed kent, een verhaal dat u wellicht een beetje begint te vervelen - en misschien wel omdat u vermoedt dat het niet het héle verhaal is. Simons is scherp voor zijn eigen kaste wanneer hij uitvaart tegen de retoriek van beeldenstormers die de teloorgang van het schrift betreuren. Hij wijst erop dat men in een beeldcultuur ook vaardigheden en talenten nodig heeft, die weliswaar verschillen van die van de boekenwereld, maar daarom nog niet 'minderwaardig' zijn. Echt venijnig wordt zijn stuk wanneer hij een en ander sociologisch gaat bekijken: het zou weleens kunnen, zo schrijft hij niet geheel zonder masochisme, dat de intellectuele elite zo nijdig is omdat ze hun geld op de verkeerde media hebben gezet. Meer bepaald zouden de schriftgeleerden al hun energie in lezen en schrijven gestoken hebben, terwijl de invloed van het geschreven woord steeds marginaler is geworden: "Academische intellectuelen die het culturele kapitaal (de telegenieke smoel, de krachtige oneliner) missen om in de gedemocratiseerde mediasfeer overeind te blijven geven de mediacultuur en -politiek de schuld voor de tekortkomingen van de democratie." Samen met het algemeen stemrecht zijn ook de massamedia opgekomen. Wie a zegt, moet b zeggen: wie de fundamenten van de massamedia aanvecht, moet het ook aandurven om de massademocratie ter discussie te stellen - en dan duurt het niet lang voor iemand het woord 'elitair' laat vallen.

Dat zijn Simons' woorden en die zijn welhaast zeker te scherp. Het is in alle geval niet zo dat kritiek uit eigenbelang per definitie onwaar is en ook ondergetekende vindt filmkijken al bij al een stuk makkelijker dan een roman lezen, maar de opmerkingen van Simons geven wel te denken, als een pittige kanttekening bij het narcistische discours waarin sommige intellectuelen maar al te makkelijk vervallen.

En de bloggers? Ze blogden voort. Zoals gezegd zijn er zowel links als rechts belangrijke blogs te vinden - Bush had een blog, maar ook Kerry had er een; in Nederland heeft SP-politicus Jan Marijnissen een internetdagboek, maar ook VVD'er Gerrit Zalm. Zowel Hugh Hewitt als Dan Gillmore, allebei Amerikaanse journalisten, hebben dit jaar een eerste geschiedenis van de 'blogosfeer' geschreven. Opvallend is dat zowel Hewitt (rechts) en Gillmore (links) zeer veel geloof hebben in het nieuwe medium - blogs passen perfect in Hewitts vrijemarktlogica (onbetrouwbare blogs worden gemeden en verdwijnen als het ware 'automatisch'), maar ook in Gillmores 'grassroots journalism', waarbij iedereen opnieuw in staat is om nieuws te maken, ook de Kleine Man. Bij blogs en andere nieuwe infokanalen is het, met andere woorden, steeds minder de vraag of ze rechts of links zijn. Het wordt vooral een kwestie van selectie en overzicht, als het volk nog over iets wil praten dat de absolute banaliteit overstijgt. En misschien is precies daar nog een rol weggelegd voor de steeds veranderende traditionele media.

Bert Bultinck

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234