Woensdag 29/01/2020

Bloemlezing 'Hotel New Flandres' ambieert correctie op de canon te zijn

Een boksbal van de Vlaamse poëzie

De Vlaamse poëzie van na de Tweede Wereldoorlog, hoe ziet die er eigenlijk uit? Die vraag wordt voor het eerst grondig beantwoord in de nieuwe, door het Poëziecentrum uitgegeven bloemlezing Hotel New Flandres. 60 jaar Vlaamse poëzie 1945-2005 van Dirk van Bastelaere, Erwin Jans en Patrick Peeters.

Bijzonder aan deze bloemlezing is dat ze niet de "mooiste" gedichten uit de Vlaamse poëzie verzamelt, of poëzie over liefde of dood. Neen, Hotel New Flandres, naar een gelijknamig hotel in Sint-Niklaas, is een bloemlezing die literair-historisch verantwoord en representatief wil zijn. Zij wil dus een zo beredeneerd en zo accuraat mogelijk beeld geven van de Vlaamse poëzieproductie in de laatste zestig jaar. Wat het beredeneerde betreft, zit het alvast snor: het boek bevat een lijvige inleiding waarin de samenstellers - verstandige en ook wel militante critici onder aanvoering van de Führer van de postmoderne Vlaamse poëzie Dirk van Bastelaere - hun keuze verantwoorden.

Van Bastelaere, Jans en Peeters hebben met deze bloemlezing een duidelijk doel voor ogen: een correctie bieden op het "ergerlijk simplistische" beeld van poëzie dat vandaag in de media wordt uitgedragen, op "de poëzie van Gedichtendag, van Canvas en de De Coninckprijs, van de boekenbijlagen, de fietsroutes, de stadsdichters en De laatste show". Tegenover de toegenomen populariteit van poëzie in al die verschijningsvormen, zeggen de samenstellers, staat een afgenomen kennis, vooral dan met betrekking tot de diversiteit, de geschiedenis en de ontwikkeling van het genre: "De massa accepteert probleemloos een particulier, beperkt, historisch bepaald, simplistisch beeld als algemeen geldig." Op die vlakken wil Hotel New Flandres dan ook het dominante beeld corrigeren, met meer aandacht voor de heterogeniteit van de Vlaamse poëzie en een beter bewustzijn van de literair-historische ontwikkeling ervan.

Vernieuwing

De samenstellers hebben het criterium van de 'vernieuwing' gebruikt als maatstaf voor de ontwikkeling van de Vlaamse poëzie. Ze onderscheiden vijfsterrendichters, die "een nieuw paradigma in de poëzie hebben geïnstalleerd", viersterrendichters (oeuvredichters wier constant kwaliteitsvolle werk zich grotendeels los van modes of stijlen ontwikkelt), driesterrendichters (die zorgen voor de verspreiding en uitdieping van nieuwe tendensen, maar die zelf geen nieuwigheden invoeren), tweesterrendichters (jongeren, dichters wier oeuvre zich grotendeels voor 1945 voltrok, einzelgängers, epigonen) en, ten slotte, eensterdichters. Die laatste zorgen voor de verscheidenheid van het poëzielandschap en hebben een oeuvre uitgebouwd van wat de samenstellers "(soms) lokaal belang" noemen. Van de vijfsterrendichters zijn negen of tien gedichten opgenomen; de eensterdichters zijn vertegenwoordigd met één of twee verzen. Alle sterren bij elkaar genomen bevat Hotel New Flandres 672 gedichten van 266 verschillende poëten. De gedichten zijn chronologisch gerangschikt volgens jaar van publicatie.

Dat de samenstellers de "vernieuwing" als bepalend literair-historisch criterium gebruikt hebben, lijkt niet zo verwonderlijk. Zoals ze zelf aangeven, is innovatie sinds de moderniteit het criterium bij uitstek om literair-historische perioden af te bakenen. Maar net daarom verbaast die keuze juist wél. Van Bastelaere, Jans en Peeters zijn er altijd als de kippen bij om vaststaande ideeën te ontmaskeren en te deconstrueren. In dit geval lijken ze daar echter niet de minste aandrang toe te voelen: "Het is het nieuwe, het vreemde, het anderssoortige en onbekende in de kunsten dat onze goedkeuring wegdraagt", stellen ze apodictisch. Goed, dat mag en dat kan. Maar dat levert dan wel een bloemlezing op die een vrij traditionele opvatting van literatuurgeschiedenis huldigt. En die, wat de ontwikkeling van die literatuurgeschiedenis betreft, eigenlijk géén correctie biedt op de 'bestaande' canon.

De zeven vijfsterrendichters, en dus de zeven belangrijkste dichters uit de naoorlogse Vlaamse poëzie, zijn volgens deze bloemlezing: Hugo Claus, Leonard Nolens, Hugues C. Pernath, Willy Roggeman, Dirk van Bastelaere, Herman de Coninck en Jotie T'Hooft. Vertegenwoordigers dus van de dichtersgroep rond het tijdschrift Tijd en Mens en de (post)experimentele traditie uit de jaren vijftig en zestig (Roggeman, ook wel Claus en Nolens), van het neorealisme (De Coninck) en de neoromantiek (T'Hooft), van de pink poets uit de jaren zeventig (Pernath) en van de postmoderne generatie (Van Bastelaere zelf). Deze indeling volgt in feite redelijk getrouw de conventionele literair-historische periodisering van de naoorlogse Vlaamse poëzie. Bij de zestien viersterrendichters - de tweede categorie van "grote dichters" - komen de voorkeuren van de samenstellers het duidelijkst naar voren. Je vindt er verrassende namen. Zo worden, naast Luuk Gruwez en Roland Jooris, ook Paul Claes, Christine D'haen en Aleidis Dierick tot deze categorie gerekend. En naast Stefan Hertmans ook Albert Bontridder, Mark Insingel, Claude van de Berge en de relatief onbekende pink poet Jan de Roek. Zelfs doorgaans als tweederangsdichters beschouwde poëten als Roger M.J. de Neef, Hendrik Carette en Herwig Hensen vinden onderdak bij de viersterrendichters. Ook de andere categorieën zijn bevolkt met enkele verrassende en vele verder totaal onbekende namen - of had u al gehoord van Piet Brak, Phil Cailliau, Hugues Catharin of Roni Ranke?

Winst?

Als Hotel New Flandres een correctie is op de canon, dan is dat vooral omdat er veel meer verschillende dichters in opgenomen zijn dan in enige andere bloemlezing van de Vlaamse poëzie. Of dat altijd winst is, is een andere vraag. Van veel geselecteerde gedichten krijg je niet bepaald zin om méér poëzie te gaan lezen. Zo bekeken hebben "particuliere, beperkte, historisch bepaalde, simplistische" bloemlezingen toch ook hun verdiensten.

Niettemin is de publicatie van Hotel New Flanders een literair-historische gebeurtenis waarvan het belang moeilijk overschat kan worden. Het boek vervult een pioniersrol en zal vanaf nu als een canon van de Vlaamse poëzie gaan fungeren, een broodnodige boksbal die anderen uitdaagt en die altijd weer terugveert in het centrum van het debat. De kans dat het boek, naar de wens van de samenstellers, "gebruikt wordt door een zo groot mogelijk publiek", wordt echter niet groter als je dat publiek hooghartig beschouwt als een hersenloze "massa" die alleen maar doorslikt wat haar voorgekauwd wordt. Hopelijk is het publiek kritischer dan Van Bastelaere, Jans en Peeters denken en blijken de samenstellers toch geen objectieve bondgenoten te zijn van de "kannibalen uit Entertenia", die zij vol overtuiging menen te bestrijden.

Bart Van der Straeten

Hotel New Flandres. 60 jaar Vlaamse poëzie 1945-2005, sam. door Dirk van Bastelaere, Erwin Jans en Patrick Peeters, Poëziecentrum vzw, Gent, 2008, 752 blz., 24,95 euro.

De publicatie van 'Hotel New Flanders' is een literair-historische gebeurtenis waarvan het belang moeilijk overschat kan worden

n Zes van de zeven vijfsterrendichters volgens deze bloemlezing: Hugo Claus, Hugues C. Pernath, Willy Roggeman, Dirk van Bastelaere, Herman de Coninck en Jotie T'Hooft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234