Zaterdag 27/11/2021

Bloemen in de tuin

Even leek het erop dat de lente echt begonnen was, maar deze week trok een nieuw regenfront over ons land. Omdat het in vele tuinen nog altijd veel te nat is om echt aan de slag te gaan, kan u uw tuinhonger misschien stillen met een paar tuinboeken.

Laten we beginnen met een werk van eigen bodem, 'Japanese Flowering Cherries', over de Japanse sierkerselaars die nu nog volop bloeien. Het werd geschreven door Wybe Kuitert, de nieuwe directeur/conservator van het Arboretum van Kalmthout en het verscheen zopas bij de gespecialiseerde Amerikaanse uitgever Timber Press. Volgens de Britse specialist Roy Lancaster die het voorwoord schreef, zal dit "het standaardwerk worden over deze belangrijke en uiterst populaire boom".

Voor zover ik als geïnteresseerde leek kan oordelen is het inderdaad een standaardwerk. Het grootste deel van het boek bestaat uit een zeer gedetailleerde en systematische beschrijving van alle bekende Japanse kerselaars. Ik heb ze niet geteld, maar het zijn er zeker enkele honderden. Dat is op zich al een enorme verdienste, omdat zo'n overzicht tot nu toe niet bestond. Maar bovendien introduceert Kuitert, samen met co-auteur Arie Peterse, een gespecialiseerd Nederlands kweker, ook meteen een nieuwe classificatiemethode aan de hand waarvan op rationele wijze heel wat discussies kunnen worden beslecht over welke soort of variëteit nu precies waar thuishoort.

Maar dat is uiteindelijk voer voor specialisten en dendrologen. Toch heeft het boek ook heel wat te bieden aan de gewone liefhebber van al dat moois. Het kan bijvoorbeeld een hulp zijn bij het kiezen van een of meerdere sierkerselaars voor de eigen tuin. Het bevat ook heel wat praktische informatie over de verzorging, de ideale groeiomstandigheden, het snoeien en het vermeerderen van sierkerselaars.

Bovenal is er het bijzonder interessante en goed gedocumenteerde historisch-culturele hoofdstuk over de geschiedenis van de sierkerselaar en zijn belangrijke plaats in het religieuze, politieke en culturele leven in Japan vanaf het jaar 1000 tot nu. Met als triest hoogtepunt de nationalistische ontsporing vlak voor de Tweede Wereldoorlog toen de sierkerselaar hét symbool werd van het Japanse expansionisme.

De eerste Europeanen die deze 'valse kerselaars' in de 18de en 19de eeuw zagen, haalden aanvankelijk de neus op voor die bomen, ondermeer omdat ze geen vruchten dragen... Maar dat veranderde vrij snel. Vanaf de tweede helft van de 19de eeuw raakt ook het Westen in de ban van de spectaculaire charmes van de Japanse sierkerselaars. 'Trees (...) so long domesticated and caressed by man in this land of gods, that they acquired souls, and strive to show their gratitude, like women loved, by making themselves more beautiful for man's sake', zo schrijft een 19de-eeuws reiziger.

Vooral Amerika raakte in het begin van deze eeuw in de ban van de Japanse sierkerselaars, met als hoogtepunt wellicht het Potomac Park in Washington waar duizenden sierkerselaars werden aangeplant. Ook in Europa konden de sierkerselaars rekenen op een groeiende belangstelling, getuige ondermeer de collectie in het Arboretum van Kalmthout. Maar spijtig genoeg vind je hier nergens 'kersentuinen' op een schaal zoals in Japan of Amerika. Wie echt het adembenemende schouwspel van de bloeiende kerselaars wil meemaken, zal dus in het voorjaar naar Japan moeten reizen, zo raadt ook Kuitert zijn lezers aan.

'Japanse sierkerselaars zijn zonder twijfel de meest spectaculaire bloemplanten die we hebben', schrijft hij. 'Ten eerste, kent u een boom die geheel schuil gaat onder een bloesemdeken, zonder dat er ook maar één blad te zien is, en dat terwijl zo'n boom wel twintig meter hoog kan worden? Kent u ten tweede een bloeiende boom die met een zuchtje wind de bloemblaadjes als een vlaag van bloesemsneeuw kan laten vallen, en dat zo dramatisch doet dat de boom binnen een paar dagen eruit ziet alsof hij nooit gebloeid heeft, behalve dan het tapijt van kleine bloemblaadjes dat zich rond de stam uitspreidt? De bloei van een plant moet een vreugde zijn, moet plezierige herinneringen met zich meebrengen aan voorjaar en de zomer die gaat komen. Een heftig, dramatisch kort bloeiseizoen, juist dat is het wat de Japanse kerselaars zo spectaculair maakt.'

Een andere plant die aanspraak kan maken op de titel van 'spectaculairste bloemplant die we hebben' is de azalea. Over deze plant die ooit de trots uitmaakte van de Gentse bloemenkwekers en die - in pot dan - nog steeds een van onze belangrijkste florale exportproducten is, verscheen zopas een gedegen monografie van ir. Jozef Heursel. Als directeur van het voormalige Rijksstation voor Sierplantenteelt in Melle houdt hij zich al meer dan dertig jaar intensief bezig met azalea's.

Meer nog dan het vorige richt dit boek zich op de eerste plaats tot de specialist die er een volledig overzicht in vindt van alle mogelijke cultivars en zeer gedetailleerde informatie over het kweken en veredelen van azalea's. Maar ook voor de geïnteresseerde liefhebber bevat het toch heel wat nuttige informatie over verzorging en onderhoud van potazalea's. Wie op zoek gaat naar informatie over de 'harde Gentse', de winterharde azalea's voor de tuin, moet ik echter teleurstellen. Daarvoor is het wachten op een boek dat normaal eind van dit jaar zal verschijnen en dat geschreven wordt door drie gepassioneerde liefhebbers uit de streek van Gent, die sinds enkele jaren een ware kruistocht voeren om deze tuinazalea's uit het verdomhoekje te halen en opnieuw een ereplaats in de tuin te geven.

In het gespecialiseerde fonds Groenboekerij van de Nederlandse Kosmos-Z&K Uitgevers verschenen zopas twee boeken die u moeten helpen bij de keuze van boeiende bloeiende planten in de bloementuin.

'Welke Vaste Plant Waar?' van de hoger reeds geciteerde Britse tuinauteur Roy Lancaster, een vervolg op een vorig jaar verschenen boek over 'Welke Plant waar?', is een interessante en goed geïllustreerde vasteplantengids. De planten worden besproken volgens bepaalde karakteristieken: de grondsoort, de standplaats (zon, schaduw, vochtig, droog...), de kleur en de hoogte, of ze vooral om de bloem dan wel om het blad waardevol zijn, enz. Het 'vaste planten' in de titel moet wel ruim worden geïnterpreteerd: ook heel wat bolgewassen vallen volgens dit boek onder die noemer.

De structuur van het boek, waarbij telkens twee pagina's zijn gereserveerd per groep van planten, is soms wel een beetje geforceerd, maar al bij al is het toch een bruikbaar naslagwerk zodra je een beetje thuis bent geraakt in die structuur.

'Bloemrijk tuinieren', eveneens een vertaling uit het Engels, moet het vooral hebben van de illustraties. Die zijn dan ook voorbeeldig. De praatjes bij de plaatjes zijn echter uiterst summier.

Tuinliefhebbers die genoten hebben van de extra bijlagen over de wereldgodsdiensten, die een tijdje geleden bij deze krant verschenen, zullen dit boek misschien wel appreciëren. Het is opgebouwd volgens hetzelfde stramien, met prachtig beeldmateriaal, zeer aantrekkelijk gepresenteerd, maar daar houdt het ongeveer mee op. Kon men nog zeggen dat het boek over de wereldgodsdiensten bedoeld was als een eerste kennismaking voor mensen die niet geloven of die 'zoekend' zijn, dan lijkt zoiets mij weinig zin te hebben voor de tuin. Een plantengids voor mensen die nog niet goed weten of ze nu al dan niet zullen tuinieren?...

Bovendien zijn heel wat van de besproken of gefotografeerde planten in ons land helemaal niet verkrijgbaar en ook nauwelijks te telen indien men ze toch zou vinden. Wegens de illustraties zijn ze echter wel in het boek opgenomen. Maar wat kan de tuinliefhebber in godsnaam met deze informatie aanvangen? Neen, op dit soort boeken zitten we echt niet te wachten. Maar wedden dat het binnenkort in een of andere krant als feuilleton zal verschijnen wegens de perfect aan de 'beeldcultuur' aangepaste opmaak? Het boek is van de hand van Pippa Greenwood die meewerkte aan het totnogtoe onovertroffen BBC-tuiniersprogamma 'Gardener's World' van de betreurde en onvolprezen Geoff Hamilton.

Ook het boek 'Droomtuinen' van de Britse auteur Nigel Colborn is een miskleun, maar dan om een andere reden. Daar waar Greenwood wat al te karig omspringt met het woord en alleen het beeld laat spreken, verliest Colborn zich in eindeloos geleuter. Na een paar pagina's heb je het wel gehad. En als je dan toch de moeite doet en nog een beetje verder bladert kom je bij een 'beplantingsrecept voor droge, schrale tuinen' met ondermeer een subtropische tuin vol cactussen. 'Tuinen die niet te lijden hebben van vorst zijn eigenlijk ideaal', zo weet de auteur. Vandaar wellicht de titel: droomtuinen. Al moet dat dromen dan wat mij betreft niet al te letterlijk worden opgevat, maar eerder in de zin van 'dromen zijn bedrog'.

Ook over droomtuinen, maar dan met iets meer echt droomgehalte, gaat het boek 'Combineer op kleur' van Nori en Sandra Pope. Dit Canadees koppel heeft sinds het begin van de jaren negentig van de tuinen bij Hadspen House in Engeland een bedevaartsoord voor tuinliefhebbers gemaakt. En dat heeft vooral te maken met hun inventief en vernieuwend gebruik van kleuren in de tuin, in combinatie met een gedegen plantenkennis.

Daarover juist gaat dit boek. Elke kleur krijgt een hoofdstukje apart, met telkens hetzelfde stramien: de sfeer en het gevoel die door die kleur worden opgeroepen, hoe je die kleur in de tuin kan brengen en met welke, vooral vaste planten en bollen, zodat er toch voldoende variatie in tinten en vormen is, en tenslotte hoe die kleur in de loop der seizoenen evolueert. Een ding wordt alvast op overtuigende wijze in dit boek getoond: niet alleen een witte tuin is stijlvol, ook met gele, rode en zelfs oranje bloemen kunnen schitterende effecten worden bereikt.

Het is geen receptenboek met pasklare oplossingen om toe te passen in de eigen tuin. Die zijn trouwens meestal gedoemd om te mislukken. Neen, het is veeleer een ideeënboek waaruit u inspiratie kan putten om zelf naar eigen godsvrucht en vermogen nieuwe dingen uit te proberen. De perfectie die in dit boek wordt getoond zal u wellicht nooit bereiken - in die zin is het een 'droomboek' . Niet het minst wegens de ronduit schitterende fotografie. Dit is geen boek om in één ruk uit te lezen, maar wel om bij tijd en wijlen van te genieten en er af en toe iets in op te zoeken.

- Wybe Kuitert, 'Japanese Flowering Cherries', Timber Press, Portland Oregon (ISBN 0-88192-468-7). Te koop in het Arboretum van Kalmthout.

- Jozef Heursel, 'Azalea's', Uitg. Lannoo 1999, ISBN 90-209-3479-1

- Roy Lancaster, 'Welke Vaste Plant Waar?', Kosmos-Z&K Uitgevers Utrecht (Voor België: Veen Uitgeversgroep Antwerpen), 1999, 995 fr., ISBN 90 215 3396 0

- Pippa Greenwood, 'Bloemrijk tuinieren', Kosmos-Z&K Uitgevers Utrecht (Voor België: Veen Uitgeversgroep Antwerpen), 1999, 995 fr., ISBN 90 215 3167 4.

- Nigel Colborn, 'Droomtuinen. Creatief omgaan met beplanting', Uitg. Schuyt & Co Haarlem (voor België: Standaard Uitgeverij Antwerpen), 1998, ISBN 90 6097 497 2

- Nori en Sandra Pope, 'Combineer op kleur. Planten voor de eigentijdse tuin', Uitg. Terra Warnsveld (voor België: Denis, Mortsel), 1999, ISBN 90 6255 846 1

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234