Dinsdag 16/08/2022

Bloedwraak aan een keukentafel in Apulië

Dankzij onthullingen van Italiaanse vrouw strikte de politie tijdens nachtelijke razzia's negentig gangstersDe hoofdmisdaad, die de toon zette voor alles wat volgde, was de slachting van een volledige familie in hun huis. De lijken werden nooit gevonden. Vermoed wordt dat ze vermalen werden en aan de varkens gevoederd

reportage jonge vrouw van 25 maakt einde aan dertigjarige clanoorlog in de hiel van italie

Het begon met een paardendiefstal en een bittere twist over weiland. In de dertig jaar die daarop volgden, vielen 35 doden. Tot een vrouw besloot een einde te maken aan een dodelijke bloedwraak.

Foggia

The Independent

Peter Popham

We kennen haar naam niet, en er zijn goede redenen om haar foto niet vrij te geven. Maar dankzij de politiebeschrijving hebben we een goed beeld van haar: een brunette, klein, mager, 25, ongetwijfeld knap en aantrekkelijk, aangezien ze in de smaak viel van de machtige man die ze zou verraden.

Ze haastte zich alleen naar het perron in het station van Foggia en nam de trein naar Bari, hoofdstad van Apulië, in het verre zuiden van Italië. Ze stapte alleen naar de Tribunale, het gerechtsgebouw in het stadscentrum, nam de lift naar de tweede verdieping en stelde zichzelf voor aan de Direzione Investigativa Anti-Mafia, de regionale misdaadsectie die de georganiseerde misdaad aanpakt.

"Agent", zei ze, "ik ben de moorden, de overvallen en de bloedwraak die rond mijn keukentafel geregeld worden terwijl ik het avondeten maak, hartgrondig beu." En haar lange verhaal van afslachting en wraak ontvouwde zich. Als gevolg van dat verhaal, strikte de politie in Gargano tijdens nachtelijke razzia's negentig vermoedelijke gangsters die betrokken zijn bij een bloedwraak die 35 levens kostte.

De jonge vrouw, die naar een geheime locatie verhuisde en een nieuwe identiteit kreeg, was de "vennoot", zoals ze zelf zegt, van een bendeleider in de stad Sannicandro Garganico in Apulië. De misdaden die het mansvolk van de familie bedisselde terwijl zij basilicum hakte, in de ragout roerde of pasta in een pot gooide, behoren tot een dertigjarige bloedwraak tussen rivaliserende clans, voornamelijk de Ciaravella's en de Tarantino's. Naast 35 moorden, is er ook sprake van 50 moordpogingen.

Het begon in de jaren zeventig met een paardendiefstal en een bittere twist tussen herders over graasland. Naar zuiderse traditie bracht de ene misdaad de andere mee. Zonen en broers werden door vrouwen en moeders aangespoord tot wraak en bescherming van de omerta, of de eer van de familie. De hoofdmisdaad, die de toon zette voor alles wat volgde, werd gepleegd in maart 1981. Een volledige familie werd afgeslacht in hun huis. De lijken van Matteo Ciaravella en zijn vrouw en drie kinderen tussen vijf en zeventien werden nooit gevonden. Er wordt vermoed dat ze vermalen werden tot puree die aan de varkens gevoederd werd.

De man die wellicht verantwoordelijk is voor het bloedbad, was lid van de familie Tarantino, waarmee de Ciaravella's al jaren in onenigheid leefden. En toen was het de beurt aan de Tarantino's om de klappen te ondergaan. Het recentste slachtoffer was Antonio Tarantino, 41. Hij werd aan een bar in Sannicandro Garganico weggeblazen met drie pistoolschoten. Van de acht Tarantino-broers was Antonio de zesde die een gewelddadige dood stierf. Ze betaalden met zijn allen de bloedprijs voor de afslachting van Matteo Ciaravella en zijn familie. Giuseppe Tarantino, Antonio's broer, zit sinds 1981 een levenslange gevangenisstraf uit voor de moord op de familie Ciaravella.

Maar dat maakt niet uit voor de vijanden van de familie, zoals Clare Longrigg schrijft in haar boek Maffiavrouwen, "omdat de wet van de bloedwraak geen enkele andere vorm van justitie erkent". Als de vete, faihida in het plaatselijke dialect, voortduurt, en de eerste regel van de bloedwraak is dat ze niet stopt voor iedereen dood is, mag Giuseppe Tarantino verwachten dat hij een van deze dagen wordt neergeknald, binnen of buiten de gevangenis.

Sannicandro Garganico ligt op de grens van het natuurpark van Gargano, nabij de hak van de Italiaanse laars. Tot voor enkele decennia werd Gargano, op een occasionele pelgrim na, bijna nooit bezocht door buitenstaanders. Het is een bergachtig kaap die uit de vlakten van Tavoliere oprijst als een mysterieus eiland, afgesloten door dichte beuken- en eikenbossen. Vanuit noordelijk standpunt is Zuid-Italië een wetteloze, feodale, in zichzelf gekeerde regio die op een ander ritme leeft. Zuid-Italië is tegen het noorden, Gargano is tegen de rest van het zuiden.

Hoewel de Gargano-zaak nu in handen is van de Direzione Investigativa Anti-Mafia, valt voor het eerst sinds de betrokkenheid van de ordediensten bij de clanoorlog, het woord 'maffia'. Deze oorlogvoerende families waren oorspronkelijk geen maffiabendes, zoals de Siciliaanse clans en de Corleone's. Het waren gewone landbouwfamilies die fataal met elkaar in aanvaring kwamen, in een regio waar de Italiaanse autoriteiten amper aanwezig zijn, en waar rechtspraak van de overheid afwezig blijft of te laat komt.

Misdaden als paardendiefstal en stroperij, waarvan de details in het collectief geheugen al lang vervaagd zijn, moesten lang geleden met bloedmisdrijven bestraft worden. In een streek waar "bloed om bloed roept", was dat voldoende om de vendetta-bal aan het rollen te brengen.

De betoverende, ongrijpbare omerta stond op het spel, en daarom was het niet voldoende dat enkel de dader of zijn familie uit de weg geruimd werd. De misdaad moest gewroken worden in felle kleuren, op het grote scherm, met alle effecten van een horrordrama dat de theatraal mooie steden van Zuid-Italië verschaffen: het slachtoffer komt na de eucharistieviering tevoorschijn uit een immense barokke kerk, omringd door honderden kerkgangers, of wordt thuis neergeschoten, onherkenbaar gemaakt door zoveel kogels dat zijn identiteit verdwijnt.

Pogingen om de bloedwraak via de politie te bestrijden, monden uit in exemplarisch geweld. Antonio Miucci, lid van een van de clans in deze faihida, stapte naar de politie toen zijn broer vermoord werd door twee huurmoordenaars die carnavalsmaskers droegen. Hij gaf de politie de namen die hij kende en zes mannen werden gearresteerd. Ze werden echter allen vrijgelaten bij gebrek aan bewijzen. Een jaar later, op 14 augustus 1993, werd Miucci zelf doodgeschoten op de piazza van Monte Sant'Angelo door een man met een carnavalsmasker.

De plaatselijke bevolking zegt cynisch: "Veel processen, veel vrijspraken." "Veel vijanden", zeggen ze met een mengeling van respect en angst, "veel eer." Veel bloed en weinig getuigen. Antonio Tarantino werd vermoord bij een drukke bar in San Nicardo Garganico op 1 november vorig jaar, een officiële feestdag, op een moment dat de straten krioelden van het volk. "Veel mensen", schreef een misdaadjournalist op een plaatselijke nieuwssite, "maar weinig getuigen." Was de moordenaar te voet, met de auto of op een scooter, was hij ver of dichtbij? Niemand merkte iets op. Het is de klassieke mise-en-scène van de Zuid-Italiaanse bloedwraak. Zo gebeurde het altijd, enkele technische details daargelaten, in de voorbije 500 jaar of meer. Maar net als de rest van Italië evolueert ook Gargano snel. Zo moest een groot deel van het prachtige bosgebied eraan geloven en deze ooit verre uithoek van het land is ontdekt door buitenlandse toeristen.

Ook de oorlogvoerende families Ciavarella en Tarantino veranderen. Ze zijn professioneler gaan werken. Weiland- en paardendiefstallen waren grootvaders bezigheid. Nu moorden ze elkaar uit met de gebruikelijke motieven van de georganiseerde misdaad: import en distributie van drugs, afpersing, smeergeld uit openbare werken.

En dat is wellicht de reden waarom een huisvrouw besloot om de hele boel te stoppen. Dertig jaar geleden, toen ze voor het eerst ingingen op de roep van de omerta, waren dit plattelandsfamilies als alle andere, vooral bezig met het telen van hun gewassen en hun dieren, met buren en feestdagen. Dertig jaar van bescherming van de 'familie-eer' maakte hen tot onmenselijke en meedogenloze misdadigers. Misschien zag ze de flagrante tegenstelling ervan in.

Want wat ze deed is volledig tegen de natuur van een vrouw die gevangen zit in een bloedvete. Net als Lady Macbeth moest ze volgens de klassieke vrouwelijke rol haar mansvolk ophitsen. "Het klassieke beeld van maffiavrouwen", zegt Clare Longrigg, "is dat van zwartgesluierde wraakengelen, die oproepen tot bloedwraak voor de moord op hun geliefden."

Dat beeld werd bevestigd door de reisschrijver Norman Lewis, die ooit getrouwd was met de dochter van een maffiabaas. Hij beschrijft een bloedvete tussen twee families in de voorsteden van Palermo in de late 19de eeuw.

"Een man kon benaderd worden", schrijft hij in The Honoured Society, "door een gesluierd, droevig oud vrouwtje dat hij nooit eerder had gezien - het vrouwelijke hoofd van een van de clans - die hem meldde dat hij het overlevende hoofd van de familie was, en dat hij zich in een rituele bloedwraak bevond van een of andere neef van wie hij nooit gehoord had."

Hij beschreef een van de vaste elementen van het ritueel: "Het kussen, zelfs geveinsd uitzuigen, van de wonden van de dode man, door nauwe verwanten als de moeder, vrouw of broer, gevolgd door de gesproken formule 'Hiermee drink ik het bloed van de man die je doodde'."

De uitzondering op die regel, enkel om het volledig duidelijk te maken: een vrouw in Palermo in de jaren zestig, Serafina Battaglia, ging naar de rechtbank om een klacht in te dienen tegen de mannen die haar echtgenoot en zoon hadden vermoord - enkel en alleen omdat er geen enkele man overbleef die voor haar wraak kon nemen. Wanneer haar zoon nog had geleefd, zou ze hem geen moment rust hebben gegund.

"Na de moord op haar man", schreef Nino Calderone in Gli uomini del disonore, "schreeuwde ze elke ochtend, zonder uitzondering, haar zoon toe: 'Opstaaaan! Ze hebben je vader vermoord! Opstaaaan! Je moet ze gaan vermoorden!'"

Achteraf beschouwd was het vertrouwen van Signora Battaglia in de bloedwraak misschien gerechtvaardigd want, zoals zo dikwijls gebeurde in maffiazaken voor het tijdperk van de verklikkers, werden alle mannen die ze beschuldigd had, vrijgesproken.

Dankzij de onthullingen van een vrouw zitten sinds deze week negentig mannen in de gevangenis van Foggia. Maar dertig anderen, onder wie de vermoedelijke leiders van de oorlogvoerende clans, zijn nog op vrije voeten - voldoende, zo vreest de politie, om de bloedwraak weer te laten herleven.

"Deze organisatie wordt gekenmerkt door extreme omerta", vertelde openbaar aanklager en maffiajager Pier Luigi Vigna aan de pers na de arrestaties. "Ik ben ontzettend dankbaar voor de daad van deze vrouw."

Als gevolg van haar verhaal aan de politie zijn er naar verluidt genoeg bewijzen om 18 van de 35 clanmoorden als "opgelost" te beschouwen. Er moet nog jacht worden gemaakt op de andere gezochte mannen om ze voor de rechtbank te brengen. Voorts moeten voldoende getuigen overgehaald worden zodat de rechter hen schuldig kan verklaren. Met andere woorden, recht moet nog geschieden.

Dan moet het idee dat "eer" betekent dat mensen vermoord worden op de meest afschuwelijke manier, uitgeroeid worden in de regio. En een dappere jonge vrouw moet ook nog de kans krijgen om een nieuw leven op te bouwen.

Het wordt een zware opdracht.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234