Vrijdag 14/05/2021

Bloedige zomer op Corsica Lijfwachten kunnen dodelijke afrekening met separatist François Santoni niet verhinderen

De rivaliteit tussen nationalistische fracties op het tot nader order Franse eiland Corsica heeft een nieuw slachtoffer geëist: bijna een jaar nadat zijn strijdmakker Jean-Michel Rossi werd vermoord, is donderdagnacht de roemruchte separatist François Santoni doodgeschoten. Santoni haalde zich de woede van een deel van radicaal-nationalistisch Corsica op de hals toen hij in een samen met Rossi gepleegd boek de banden tussen nationalisme en groot banditisme verduidelijkte. In Parijs wordt de moord op Santoni intussen als het failliet van premier Jospins omstreden Corsica-politiek beschouwd.

Brussel / Ajaccio

Eigen berichtgeving

Lode Delputte

Journalist Guy Benhamou, de man die een jaar geleden samen met Santoni en Rossi het boek Pour solde de tout compte schreef, had de bui zien hangen. "Santoni wist", zo vertelde Benhamou giste ren op France 2, "dat hij geëli mineerd zou worden. Hij voelde zich de jongste tijd extreem bedreigd en liep er erg nerveus bij. Hij had me gezegd dat 'de zomer heet zou worden'."

Santoni had in de loop van zijn wispelturige carrière als Corsicaanse ultranationalist flink wat vijanden gemaakt. Veel stof deed zijn vorig jaar gepubliceerde werk opwaaien. Daarin toonde Santoni het verband aan tussen delen van het Corsicaanse nationalisme en de maffia. Toen kort na de publicatie medeauteur Jean-Michel Rossi gedood werd, sterkte Santoni noodgedwongen zijn persoonlijke lijfwachtenbestand aan, en eiste hij dat het Franse gerecht werk zou maken van een gedegen onderzoek. Ook in de zaak van de in 1998 vermoorde Corsicaanse prefect Claude Erignac - mogelijk door de ultranationalistische 'herder' Ivan Colonna, die sindsdien spoorloos is - klungelde het gerecht volgens Santoni al te zeer.

Een Corsicaans nationalist die opheldering eist vanwege de Franse justitie, het was maar een van de talrijke rare bokkensprongen die François Santoni maakte. Als daardoor echter rivaliserende nationalisten op een zijspoor konden worden gezet, waarom niet? Zozeer was Santoni de jongste tijd met de oplossing van de mysteries-Rossi en -Erignac behept dat Franse waarnemers hem onwillekeurig als het brein achter Armata Corsa gingen zien, een obscure terreurgroep die begin dit jaar met acties dreigde als beide affaires niet snel hun beslag kregen. Een recente bombrievencampagne tegen François Santoni's respectievelijke aartsrivaal en ex-vriendin, de nationalisten Jean-Guy Talamoni en Marie-Hélène Mattei (DM 3/8), wees zo nadrukkelijk richting Santoni dat tenslotte niemand hem nog als verdachte ging beschouwen. Veeleer dacht Corsica aan een door 'de Franse kolonisator' georkestreerde zet die de bedoeling had het Corsicaanse wespennest nog meer politieke geloofwaardigheid te ontnemen.

Santoni's recente (vermoedelijke) leiderschap van Armata Corsa betekende zijn hervatting van de gewapende strijd nadat hij het gewelddadige nationalisme enkele jaren lang de rug had toegekeerd. Dat was sinds 1996, toen hij brak met A Cuncolta Naziunalista, de politieke arm van die andere terreurbeweging, het Corsicaans Nationaal Bevrijdingsfront (FNLC-Canal Historique). De breuk was het gevolg van Santoni's arrestatie en 23 maanden durende gevangenschap voor zijn betrokkenheid bij een bomaanslag en een zaak van afpersing. Ook in de jaren tachtig was Santoni al in de cel aanbeland, en in 1995 overleefde hij een aanslag.

Dat alles om te zeggen dat Frankrijk lang niet klaar is met Corsica, en Corsica niet met zichzelf. Een van de prominenten die er als de kippen bij was om premier Jospins politiek van de dialoog gisteren als mislukt af te doen, was voormalig minister van Binnenlandse Zaken Jean-Pierre Chevènement. Voormalig, want Chevènement verliet het linkse kabinet-Jospin uit onvrede over diens aanpak van Corsica. Via de zogenoemde Gesprekken van Matignon (naar het Hôtel Matignon, de ambtswoning van de premier) probeerde Jospin de aanzet te geven tot een beperkte Corsicaanse autonomie. Eiste de premier aanvankelijk het einde van het nationalistische (en intra-nationalistische) geweld vóór er gepraat kon worden, dan verruilde hij dat standpunt gaandeweg voor een pragmatischer aanpak. Chevènement schreeuwde toen moord en brand, en vreesde dat ook andere nationalistische regio's (Baskenland, Bretagne) met een eisenpakket voor de dag zouden komen. Dat zou, vreesde Chevènement, de constitutioneel verankerde "eenheid en ondeelbaarheid" van de Republiek op de helling zetten.

"Door met een gewelddadige minderheid te praten", zei de ex-minister, "heeft het proces van Matignon de weg bereid voor dit soort moorden. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat het geweld zal stoppen." Ook de rechtse oppositie in Parijs eist dat de dialoog wordt stopgezet. Eerst moeten de nationalisten maar eens ontwapend worden en moeten de moordzaken opgelost worden, luidt de redenering.

Premier Jospins dialoog met ultra's scherp op de korrel genomen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234