Woensdag 23/06/2021

Bloed, sperma en wijn

Johan de Boose zet hoog in met de filosofische roman 'Gaius'. Een toneelmeester wordt door Nero naar Rome geroepen. Zijn liefde voor een prostituee die voor Jezus koos, brengt hem in levensgevaar.

Gaius speelt zich af in het jaar 66 in een Romeinse villa in Aginahamma (Ename nabij Oudenaarde). Vlaamse romans gesitueerd in de Romeinse tijd zijn schaars. Bejegening van Christus van Gerard Walschap komt nog het dichtst in de buurt. Net als in Gaius komen fictieve personages er in contact met Jezus.

Gaius groeide op in Sepphoris, waar hij met Jezus (Jesjoea) dezelfde prostituee (Maria Ana) deelt in het plaatselijke bordeel. Gaius heeft niet veel op met de ideeën van 'de koning van de vissenaanbidders'. "Er liepen veel beunhazen rond in die dagen, maar zijn pedante, meisjesachtige stem, die ik geregeld hoorde in het bordeel, klonk boven alle andere uit." Toch neemt hij na de dood van Jesjoea een stuk van het kruis mee als een soort talisman.

Gaius wordt door keizer Nero naar Rome gesommeerd. Hij wordt benoemd tot toneelmeester aan het decadente keizerlijke hof. Zijn mentor is Seneca en ook Petronius (van Satyricon) is een van zijn collega's. Hij is bedreven in het bouwen van deus ex machina's maar komt vlak voor de brand van Rome oog in oog met 'zijn' Maria Ana te staan. Dat wordt hem bijna fataal.

Efeben en lolita's

Gaius vlucht naar Gallia Belgica, waar zijn vriend Crapularius hem onderdak verleent. Hij doet zijn verhaal in wat veel weg heeft van een klassieke Platonische dialoog. De setting is wel erg informeel. De aan chronische flatulentie lijdende Crapularius omringt zich door gewillige efeben en lolita's, die hij voortdurend sodomiseert en kastijdt. Bloed, sperma en wijn spatten haast van elke pagina. De lezer wordt er al even apathisch van als de gedegenereerde personages. En dat lijkt de bedoeling.

Johan de Boose is een intellectueel. Hij etaleert gretig zijn kennis van de klassieke oudheid en strooit kwistig met Latijnse citaten. Het boek is bruikbaar als reisgids door het oude Romeinse rijk: Thebe, Pergamon, Delphi, Athene, Rome, Pompeji. De taal van Crapularius en Gaius is gedragen, pathetisch en gekunsteld. Een voorbeeld: "Crapularius lacht. 'Nietwaar? Ik ben een purus putus, een vakidioot, een taainagel en een steiloor. Leve de synoniemen. (...) Synoniemen vergemakkelijken het bestaan." Door te kiezen voor dit taalregister speelt De Boose hoog spel, maar door twee uiterst pedante hoofdpersonages op te voeren, creëert hij een geloofwaardig kader om zijn eruditie te etaleren.

Gaius is vooral interessant op het filosofische niveau. Het behandelt vragen die nog even actueel zijn als in de tijd van de hedonisten of de vroege christenen. Gaius worstelt met de vraag of kunst immoreel mag zijn? Mag je dan mensen doden op het podium? En wat is het verschil tussen Nero en Jezus? De decadente keizer beslist met een duimgebaar over leven en dood terwijl Jezus zijn volgelingen naar de slachtbank leidt door hen in te prenten dat enkel het leven na de apocalyps ertoe doet. Het kruis is ook een mors ex machina (doodsmachine) en Jezus is, zoals Gaius, een regisseur die een verbluffend staaltje theater opvoert door te herrijzen uit het graf.

De Boose beweert dat hij zich grondig gedocumenteerd heeft over de Romeinse tijd, toch bevat Gaius een aantal fouten. Soms zijn die te wijten aan de taal zelf. Personages uit de eerste eeuw laten praten in het Nederlands van vandaag, zorgt onvermijdelijk voor anachronismen. Zo bestond Vlaanderen nog niet in 66 na Christus en waren er dus ook geen Vlaamse gaaien. Dinsdag was een tijdsaanduiding die de Romeinen toen nog niet kenden. Elders gebruikt De Boose wel de Romeinse tijdrekening. Het citaat "triste est omne animal post coitum" dateert uit de tweede eeuw (Galenus) en komt dus minstens een eeuw te vroeg. Een storende tijdsfout is dat De Boose keizer Nero niet in 68 maar in 66 laat sterven. Op het moment dat Gaius zijn verhaal aan Crapularius vertelt, is Nero dus nog niet dood, wat de ommezwaai van Crapularius tot historische nonsens maakt.

Maar passons. De meeste lezers zullen zich hier niet aan storen. Misschien knappen ze wel af op de pedanterie van dit boek. Wie de welwillendheid kan opbrengen om in het antieke theater van De Boose plaats te nemen, zal ongetwijfeld genieten van zijn gulheid.

Gaius is het eerste deel van een trilogie die Het vloekhout heet. Eén vraag is in deze context erg toepasselijk: "Quo vadis, Johan de Boose?"

Het boek wordt op 22 april om 20 uur voorgesteld in NTGent Arca. www.johandeboose.be

Johan de Boose, Gaius,De Bezige Bij Antwerpen, 319 p., 19,95 euro.

Lees ook

Johan de Boose, Bloedgetuigen, De Bezige Bij (2011).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234