Maandag 20/01/2020

Bloed, sperma en tranen

'Seul contre tous' van scenarist-regisseur Gaspar Noé

Ludo Wijnen

Slagers hebben de laatste jaren te kampen met een imagoprobleem dat zijn oorsprong niet enkel vindt in varkenspest, dioxinekippen of gekke koeien, maar ook in films als The Butcher Boy van Neil Jordan en Seul contre tous van Gaspar Noé. Hun hoofdpersonages hebben niet toevallig ervaring met het uitbenen van kadavers. Daarin laten ze het recht van de sterkste gelden, terwijl ze zelf uit de maatschappelijke boot zijn gevallen. Over Francie Brady, de slagersjongen van Jordan, zegt een bijpersoon: "Die jongen heeft nooit een kans gehad." Hij vlucht in een fantasiewereld, die van de film een grimmige kruising maakt tussen Heavenly Creatures van Peter Jackson en het Engels sociaal-realisme.

De naamloze slager van Gaspar Noé, schitterend vertolkt door Philippe Nahon, heeft alle illusies achter zich gelaten. Hij confronteert ons met de realiteit nadat hij er al het draaglijke uit heeft gezift. Zijn gitzwarte gedachten doen een beetje denken aan de innerlijke monologen van Travis Bickle in Taxi Driver, alleen gaat Noé nog een stapje verder in het ontmantelen van de menselijke waardigheid - wat niet wil zeggen dat dit indrukwekkende debuut een betere film is dan het meesterwerk van Scorsese. Zo bezoekt de paardenslachter, net als de taxichauffeur destijds, een pornobioscoop. Noé laat weinig aan de verbeelding over als hij inzoomt op het doek en de erg expliciete scène integreert in zijn film. Met platgeperste lippen komt de slager ondertussen tot conclusies als: "Dit is de waarheid, hier wordt niets verbloemd. Ik ben een pik, dus ik moet hard zijn."

Ook de kijker kan maar beter gehard zijn tegen enig visueel geweld, want behalve deze 'functionele porno' (een begrip dat zich het laatste jaar in de bioscoop naast het functioneel naakt heeft genesteld) trekt Noé nog verscheidene andere registers open om zijn publiek te choqueren. Het creatief proces wortelt naar eigen zeggen in bloed, sperma en tranen. In tegenstelling tot de films van Tarantino gebruikt Noé eerder psychisch dan fysisch geweld. Vooral de paranoïde, afstandelijke kijk op de wereld die ons voortdurend door een voice-over wordt ingeprent, slaat alle hoop en harmonie tot spaanders. Racistische en homofobe scheldpartijen worden door de slager moeiteloos gecombineerd met antinazistische uitspraken. Frankrijk, het land van kaas en collaborateurs, gaat in ieder geval met een rotvaart naar de knoppen. De regisseur met de hamer is zich volkomen bewust van het spel dat hij met ons op het randje van het fatsoen speelt. Drumslagen als geweerschoten begeleiden de zwiepende camerabewegingen bij elk onheilspellend voorval.

Meer dan een uur lang vult Noé een kruitvat vol frustraties, zich er wel van bewust dat het publiek, als het de grens van de walging eenmaal heeft overschreden, niet meer kan wachten op de uitbarsting. Als een malefide professor in een ziek experiment besluit hij op dat moment een tussentitel op het scherm te laten verschijnen: 'Attentie. U hebt 30 seconden om deze vertoning te verlaten.' De seconden tikken weg en 'Attentie' wordt vervangen door 'Gevaar'. Dat soort volksopvoeding door ons medeplichtig te maken kenden we al van Michael Haneke in Funny Games. Misschien ligt daarin de zelfoverschatting van Noé, die ervoor zorgt dat deze ontstellende kijkervaring toch geen meesterwerk te noemen is. Hij strijdt op iets te veel fronten om overal even succesvol te zijn, een charmerend zwak waaronder wel meer langspeelfilmdebuten lijden. Anderzijds is de regisseur niet over één nacht ijs gegaan. Philippe Nahon gaf de slager al acht jaar geleden gestalte in de korte film Carne. Die voorgeschiedenis wordt kort herhaald in een documentair ogend voorfilmpje, dat de slager toont in zijn uitzichtloze positie. Hij heeft Parijs ontvlucht, zijn gehandicapte dochter, rol van Blandine Lenoir, zit in een tehuis en zijn minnares waar hij niet meer van houdt, gespeeld door Frankye Pain, is zwanger. De lange periode daartussen kan voor een stuk verklaard worden door Noé's zoektocht naar fondsen, want producenten en distributeurs (The Butcher Boy werd in ons land volkomen onterecht onmiddellijk naar de videotheek verbannen) staan nogal weigerachtig tegen films die ons eraan herinneren dat de mens een beest is, opgespoten met een laagje cultuur. Noé nam zijn lot uiteindelijk in eigen handen en hoopte dat hij na zijn lijdensweg bij de geldschieters ook door de censuur onder vuur zou worden genomen. Zijn boodschap is immers geen pretje: "Leven is een daad van egoïsme, overleven is een genetische noodzaak." Als nachtwaker in een bejaardentehuis, een baantje dat hem door zijn schoonmoeder is opgedrongen, ziet de slager een oude vrouw sterven. Haar laatste woorden zijn: "Papa, laat me niet alleen." Het personage van de slager zelf is een oefening in existentiële eenzaamheid. Moraal, rechtvaardigheid en liefde zijn illusies. Eén tegen allen, maar dan zonder de romantiek van de drie musketiers.

TITEL: Seul contre tous. REGIE en SCENARIO: Gaspar Noé. FOTOGRAFIE: Dominique Colin. MUZIEK: Eric Neveux. PRODUCTIE: Gaspar Noé en Lucille Hadzihalilovic. VERTOLKING: Philippe Nahon, Blandine Lenoir, Frankye Pain, Martine Aurdrain, e.a. Frankrijk, 1998, kleur, 92 min. Gedistribueerd door Cinélibre.

'Leven is een daad van egoïsme, overleven is een genetische noodzaak'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234