Zondag 19/09/2021

Blinde vlekken en black-outs van onze energiepolitiek

Ingenieur en economist Derrick Gosselin is buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent en verbonden aan de Oxford Martin School. Hij was van 2009 tot 2011 kabinetschef van Kris Peeters waar hij het Nieuw Industrieel Beleid voor Vlaanderen uittekende. Voordien verantwoordelijk voor de internationale uitbouw van Suez, en met Bruno Tindemans auteur van Toekomstmakers.

De impact van energie op onze levenswijze en cultuur valt niet te overschatten. Je moet teruggaan tot de periode voor 1914 om een samenlevingsmodel te vinden dat in staat was te overleven zonder elektriciteit.

Mocht zich ooit het schrikscenario voordoen van een langdurige black-out (DM 10/5), dan kunnen we vele dodelijke slachtoffers verwachten. Het zou beginnen met het wegvallen van telefonie, tv en internet samen met de ijskast en de verwarming. Omdat wagens geen brandstof kunnen tanken zonder elektrische benzinepompen en het openbaar vervoer voor een groot deel elektrisch is, stopt ook alle verkeer en bijvoorbeeld de bevoorrading van de groothandel met zijn vele diepvriesinstallaties die zelf ook uitvallen. Bedrijven kunnen niet meer produceren en ziekenhuizen kunnen niet verderwerken. Kortom, onze samenleving komt tot stilstand. We zijn dermate afhankelijk geworden van elektriciteit dat we niet langer dan enkele dagen kunnen overleven. Een zeer betrouwbare elektriciteitsbeschikbaarheid (99.999 procent) vinden we normaal maar we staan er niet meer bij stil hoe belangrijk dit is voor onze welvaart en ons welzijn noch hoe complex en moeilijk het is om dit elke dag opnieuw te realiseren.

Energiesystemen zijn energieomzetters (bijvoorbeeld van gas/steenkool/wind naar elektriciteit) en worden over een lange tijd opgebouwd. Zo kan de uitbouw van een elektrische energieopwekkingscapaciteit gemakkelijk tussen de 40 tot 100 jaar bedragen. Neem nu kernenergie: gemiddeld duurde het in Europa meer dan 10 jaar vooraleer vergunningen werden toegekend, de levensduur van een kerncentrale kan gemakkelijk 40 tot 60 jaar bedragen en het ontmantelen ervan duurt nog eens 20 tot 30 jaar. Voor steenkool en gascentrales situeert de levensduur zich rond de 50, respectievelijk 30 jaar. Bovendien is zowel de vraag als het aanbod nagenoeg onvoorspelbaar. Dit betekent dat een langetermijnvisie cruciaal is in het energiedebat. Gezien het belang voor de samenleving zal dit debat bovendien altijd politiek gekleurd zijn, waarbij de politiek de laatste jaren gekenmerkt wordt door steeds meer reactiviteit en minder proactiviteit.

Fundamentele keuzes
Het aantal factoren dat het energiedebat beïnvloedt, is de voorbije 20 jaar spectaculair toegenomen (vrijmaking energiemarkt, globalisering, klimaatverandering, groeiende en meer welvarende wereldbevolking). Daar waar het energiedebat tot in de jaren 90 vooral een technische discussie was, is dit vandaag helemaal anders: een optimaal energiebeleid is een dermate complex probleem geworden dat we het "een probleem met veel problemen" noemen. Het ganse energiedebat is nu immers onderhevig aan tal van fundamentele tegenstellingen die moeten verzoend worden. Enkele voorbeelden: (1) innovaties in hernieuwbare en niet hernieuwbare technologie (vb. smart grids, CO2 stockage of CCS, geothermie, windenergie, CSP, zonnecellen, opslagcapaciteit, EPR, WKK...), (2) liberalisering, de- of reregulering van de energiemarkt, (3) geopolitieke implicaties op bevoorrading, (4) milieu en klimaatuitdagingen, (5) maatschappelijke en sociale gevolgen voor welvaart door koopkracht en competitiviteit. Bovendien komt hierbij het NIMBY-syndroom - elke burger vindt een oplossing fijn zolang zij maar niet interfereert met zijn leefwereld (vb. windmolens en hoogspanningslijnen). NIMBY of het 'niet in mijn achtertuin'-denken, maar ook NIMTO (Not In My Term of Office, of de volgende regering pakt het probleem wel aan) leiden tot een steekvlampolitiek. Fundamentele keuzes dringen zich dan ook op.

De complexiteit wordt enorm. In elk van deze vijf domeinen worden de limieten opgezocht van het kunnen én (veel vaker) van het vooralsnog niet kunnen. Op zulke complexe uitdagingen zijn we niet goed voorbereid. Onze klassieke methoden van besluitvorming schieten tekort. Populisten van links of rechts draven aan met simpele oplossingen die helaas niet betrouwbaar zijn. Onderzoek leert dat er voor elk (hyper)complex probleem er altijd een zeer eenvoudige oplossing bestaat. Bruikbaar voor een minderheid, maar totaal onaanvaardbaar voor een meerderheid.

De liberalisering en de deregulering van de energiemarkt beoogden twee doelstellingen: door meer concurrentie de prijzen laten dalen en door een goede marktwerking zorgen voor voldoende investeringen in productietransmissie en distributiecapaciteit. Een onafhankelijke regulator zou de werking van de vrije markt waarborgen en de rol van de overheid zou minimaal worden. De onafhankelijkheid en het professionalisme van de regulator is hierbij cruciaal.

De overheid kan niet zonder gevolgen de marktwerking verstoren door bijvoorbeeld eenzijdig een prijsblokkering door te voeren. Zolang er bij piekmomenten een capaciteitsoverschot voorhanden is, bestaat de illusie dat dit wel ongestraft kan. Vanaf 2015 zal dit capaciteitsoverschot bij ons wellicht onbestaande zijn. Internationale ervaring en economisch inzicht in energiemarkten leert dat dit catastrofaal is voor de prijs die men dan betaalt op de internationale markt om de energiebevoorrading op peil te houden. Het is belangrijk zich te realiseren dat de overheid door dergelijke wellicht goed bedoelde kortetermijnacties de noodzakelijke langetermijninvesteringen in gevaar brengt. Indien het doel is concurrentie te stimuleren, dan bestaat er een veel betere methode: het verbinden van de verschillende nationale energiemarkten via zwaardere transmissielijnen. Dit gebeurt nog veel te weinig, onder andere door het uitblijven van vergunningen. Of zeg maar NIMBY, NUMBY, NOMBY, NIMTO: Not In, Under or Over My Backyard; Not In My Term of Office.

Capaciteit
De tweede uitdaging is het voorkomen van tekorten aan capaciteit. De marktwerking zou er moeten voor zorgen dat er voldoende capaciteit wordt toegevoegd op het moment dat men die nodig heeft. Dit betekent het investeren van miljarden euro's die worden ingezet over verschillende decennia. Voor zulke risico's wenst elke investeerder dat er voldoende garanties bestaan om tijdens deze periode de spelregels grosso modo ongewijzigd te laten. Het is onder meer op dit laatste punt dat de complexiteit en het gebrek aan inzicht in deze complexiteit ons politiek debat parten speelt. Zolang er namelijk voldoende opwekkingscapaciteit beschikbaar was, kon men een energiebeleid op korte termijn uitdenken, ongehinderd door de praktische bezwaren of economische en technologische wetmatigheden.

Echter, op de langere termijn moet men er zich bewust van zijn dat opwekkingscapaciteit uitbouwen in een vrije markt gebeurt door ondernemers die het risico willen nemen. Hoe frequenter men de spelregels wijzigt, erover spreekt ze te wijzigen of hoe minder men de regels van de vrije markt toepast (bijvoorbeeld door een prijsblokkering), hoe minder een investeerder geneigd zal zijn te investeren op termijnen van 20 jaar en meer. Indien de onzekerheid te hoog wordt, wordt het risico te groot. Bijgevolg moeten de winstmarges verhogen en dus ook de energieprijzen.

Vandaag zijn de energieprijzen te laag om te investeren zonder overheidsgarantie of subsidiëring. Bovendien is er ook een proactief energiebeleid nodig want men heeft minstens vier jaar nodig, indien voor gascentrales wordt gekozen, voor het wegwerken van de huidige tekorten. Men kan dus niet wachten om de problemen op te lossen tot ze zich stellen. Wil men black-outs voorkomen, dan is het dus nodig om minstens één (normale) legislatuur voorop te lopen op de problemen. Hierbij is dan nog geen visie ontwikkeld waardoor enkel gebruik kan gemaakt worden van bepaalde technische oplossingen (zo vallen nucleair, offshorewind, waterkracht, biomassa en steenkool allen buiten dit tijdvenster).

Spijtig genoeg heeft België een slechte reputatie als het gaat over langetermijndebatten. We zijn zowaar het enige land van de OESO dat niet over een echt toekomstinstituut beschikt. Waar landen zoals China, Duitsland, Frankrijk, Nederland en vele andere substantiële bedragen uittrekken om gestructureerd na te denken over de toekomst opdat beleidsmakers de nodige beleidsoriënterende informatie zouden krijgen, gaan wij ieder fundamenteel energiedebat uit de weg zeker wat betreft de daaraan gekoppelde keuzes voor onze toekomstige energiemix. Het minste dat je kunt zeggen is dat er een enorme verantwoordelijkheid rust op de beleidsmakers. Wie het energiedebat niet ernstig neemt en een opportunistisch en demagogisch discours verkiest, brengt de toekomst van velen in gevaar.

Wat zijn de mogelijke gevolgen? Door het ontbreken van een onderbouwd energiedebat staan we op het punt een werkende infrastructuur van tientallen miljarden euro's midden in een van de grootste economische crisissen ooit af te schrijven en te vervangen door een duurder aanbod met verhoogde CO2-uitstoot, met duurdere energieprijzen tot gevolg en met kans op energieonderbrekingen op een moment dat er nog geen vervangingsalternatief is en de klimaatonderhandelingen in het slop zitten. Dergelijke complexe problemen met problemen hebben eerder slordige oplossingen al dan niet met of zonder kernenergie, steenkool of gas maar ze moeten wel coherent en doordacht zijn en hierbij rekening houden met alle aspecten en met alle gevolgen voor de maatschappij.

Graag kop uit het zand.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234