Woensdag 23/06/2021

Blijven zoeken naar het wondermiddel

Het Ondersteuningscentrum Jeugdzorg (OCJ) is één jaar oud. Dat onderzoekt wanneer de overheid moet tussenkomen bij verontrustende gezinssituaties. Zo zouden jongeren zo snel mogelijk de juiste hulp moeten krijgen en zouden gezinsdrama's kunnen worden voorkomen. Hoe gaan de consulenten in Brussel te werk?

De stok achter de deur. Zo noemen ze zichzelf. Ze, dat zijn de consulenten van het OCJ. Die van de regio Brussel hebben hun uitvalsbasis vlak bij de Wetstraat. In een oude bank buigen ze zich dagelijks over dossiers van jongeren in de problemen. Het zijn dossiers waarop andere hulpverleners hun tanden hebben stukgebeten.

Dat komt omdat het decreet integrale jeugdhulp, dat nu ruim een jaar in voege is, sterk inzet op de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp, zoals Kind en Gezin (K&G), Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB) en Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW). Pas als de jeugdhulpverleners in deze organisaties niet tot een oplossing komen, omdat de kinderen of de ouders niet willen meewerken, dan wordt een beroep gedaan op het OCJ. Dat centrum kan beslissen om de hulpverlening zelf in handen te nemen, of, als zijn ingreep geen soelaas biedt, een jeugdrechter in te schakelen.

Maar voor het zover komt, proberen consulenten van het OCJ zo goed mogelijk de hulpverleners uit de eerste lijn bij te staan. Krachten verenigen, heet dat in het decreet-Vandeurzen. Een van de kerntaken van het OCJ is telefonisch advies verstrekken. In Brussel zijn het Joke en Linda die daarvoor worden ingeschakeld: zij steunen de mensen die het eerst en het dichtst bij de jongeren en hun gezinnen staan. "Dat kan een CLB-medewerker zijn, maar evengoed een huisarts. Zij hebben door het nieuwe decreet een veel grotere verantwoordelijkheid gekregen. Er wordt van hen verwacht dat ze initiatief nemen. Dat is goed, maar niet iedereen weet hoe daarmee om te gaan."

Het eerste voorbeeld daarvan loopt binnen op maandagochtend. Een CLB-medewerkster zit vast: een veertienjarig meisje dat ze begeleidt voor een drugsprobleem blijkt door haar agressieve vader uit het huis gezet. Ze heeft elders onderdak gevonden maar daarmee is het probleem niet opgelost. Haar kleren, haar schoenen, haar schoolboeken: de vader wil ze niet teruggeven. Zelfs niet aan de politie.

"Is een aangetekend schrijven een oplossing?", vraagt de vrouw. Joke en Linda schudden van nee. "Dat zal de contacten bemoeilijken." Ze stellen voor dat de CLB-medewerkster zelf in gesprek gaat met de vader, met de betrokken politieagenten erbij. "Pas als dat tot niets leidt, kan er een volgende stap worden gezet."

Het afgelopen jaar werden er door consultgevers als Joke en Linda in Vlaanderen zo'n 1.252 telefonische vragen van hulpverleners behandeld. "We merken dat het voor de hulpverleners moeilijk is om in onveilige of bedreigende gevallen alleen beslissingen te nemen", zegt Joke. Ze haalt een voorbeeld aan van een K&G-verpleegster die thuisconsultaties doet. Tijdens een daarvan merkt ze op dat een jongen van vijf zegt: "Ik mag geen kusjes op de mond van mama geven. Maar bij papa mag ik dat wel." De verpleegster weet dat de papa gekend is voor feiten van grensoverschrijdend gedrag. "Ze weet niet of en hoe ze dat moet aankaarten." Hetzelfde verhaal bij een maatschappelijk werkster, die hoort dat een vader zijn kinderen niet meer bij hun paranoïde moeder wil achterlaten, of bij een schoolarts die hoort van een jongetje dat hijzelf en zijn broertje met een riem worden geslagen.

Volgens het decreet moeten deze mensen het hun maatschappelijke plicht vinden om in dergelijke gevallen zelf op te treden. Ze moeten het gesprek aangaan met de jongeren en de ouders en kijken welk hulptraject ze samen kunnen opstarten. "Als de jongere of de ouders dat niet zien zitten, of als het traject tot niets leidt, dan kunnen jeugdhulpverleners het dossier volledig overmaken aan het OCJ, zodat wij onderzoeken welke gespecialiseerde hulp kan worden georganiseerd", legt consulente Lucie uit. "Als het spaak loopt, dan kunnen wij de jeugdrechter inschakelen, die bijvoorbeeld een kind plaatst. Maar dat is in uiterste gevallen: we proberen zo veel mogelijk uit gerechtelijk vaarwater te blijven."

Schimmel in de keuken

Zodra ze een aanmelding krijgen, zoeken OCJ-consulenten zelf contact met de gezinnen en de jeugdhulpverleners, zodat ze een eigen dossier kunnen aanmaken. Die dossiers worden regelmatig met alle regionale consulenten besproken.

Lucie steekt van wal. Een roze map belandt bij haar nadat duidelijk wordt dat noch het CLB, noch het CAW in contact kan komen met de ouders van een gezin van vijf kinderen. In dat gezin zijn er al langer geldproblemen, legt ze uit. Recent dienen de buren ook klacht in bij de politie: de erbarmelijke staat van het huis van het gezin bezorgt hen ongedierte.

Lucie gaat daarop op huisbezoek. "De klachten blijken te kloppen: bergen met afval, uitwerpselen op de vloer, schimmels in de keuken en de badkamer." Geen plek dus om een kind, laat staan vijf kinderen, op te voeden. Dat opvoeden blijkt ook een probleem: de vader heeft een verslavingsprobleem, de moeder kampt met een psychisch probleem. "Ze hebben geen aandacht voor de hygiëne van de kinderen. Tanden worden niet gepoetst, kleren niet gewassen. Ze houden alle hulp af: familie en vrienden hebben ze niet meer, zowat alle andere mensen wantrouwen ze. Deze mensen hebben een tussenkomst nodig, geven ze nu ook zelf toe."

Omdat de kinderen een goede band lijken te hebben met hun ouders, lijkt een plaatsing niet de beste oplossing, stelt Lucie. "Eerst proberen we een intensieve thuisbegeleiding. Dat is het minst ingrijpend voor hen." Alleen blijkt die begeleiding een oplossing in theorie. "Hoe lang zijn de wachtlijsten voor dit soort begeleiding?", vraagt een collega. Dat blijkt niet duidelijk.In het beste geval een aantal weken, in het slechtste geval een half jaar. In tussentijd zal Lucie zelf het gezin zo goed mogelijk opvolgen en proberen het contact tussen hen en het CLB en CAW te herstellen, zegt ze. "Zo kunnen ook zij een oogje in het zeil houden."

Utopie

Dat van die wachtlijsten is niet bepaald nieuw. Ten tijde van het Comité Bijzondere Jeugdzorg werd die plaat al grijsgedraaid, en ook nu dat comité het OCJ is geworden, draait die weer. "De werkwijze die het decreet vereist, zal op termijn wel tot een betere doorstroming leiden, omdat de gespecialiseerde hulp nu alleen gaat naar degenen die die het meest nodig hebben", gelooft consulent Bruno. "Maar dé oplossing is het niet. Dat is ook nooit de bedoeling geweest."

In tussentijd betekent dat: zo creatief mogelijk zijn om een plaats bij een begeleiding of voorziening te versieren, vult Lieven aan. "Als dat niet lukt, dan is het kiezen voor de minst nefaste oplossing. Soms kan het minder ingrijpend zijn voor een vijfjarige om een weekend met duidelijke afspraken bij zijn verslaafde ouders te blijven dan om tig keer per maand naar een andere instelling te verhuizen. Zo heeft zo'n kind toch het idee ergens gewenst te zijn."

Lieven had naar eigen zeggen niet verwacht dat de komst van het decreet alles zou goedmaken. "Dat is een utopie. Zo'n volledig nieuwe manier van werken vergt tijd. Die werpt niet meteen vruchten af. En er zijn mijns inziens toch al veel vruchten afgeworpen. Vooral het wegvallen van de schotten tussen de verschillende jeugdhulpaanbieders is een goede zaak. Vroeger werden gezinnen van het kastje naar de muur gestuurd, van het Comité naar het CLB bijvoorbeeld. Nu lukt het niet meer om de hete aardappel door te schuiven, nu moeten alle betrokken partijen samen tot de beste oplossing komen. Nu zit bij een probleemgezin bijvoorbeeld én pleegzorg én het CLB aan tafel."

Dat op die manier gezinsdrama's zoals als enkele maanden geleden in Lennik (zie kader) volledig zullen worden voorkomen, dat wil niemand van de consulenten gezegd hebben. Bruno: "Dit blijft een mensenverhaal, en mensen zullen altijd onvoorspelbare zaken blijven doen. Je kunt niet iedereen dag en nacht monitoren." Wat het decreet wel heeft veranderd, is dat er nu ook meer van de eerste lijn wordt verwacht. "Ze kunnen niet meer zomaar iets signaleren. Als ze dat doen, dan verbinden ze zich er ook toe om zelf mee op te volgen. Dat maakt mensen alerter, en dat maakt ook dat er sneller kan worden ingegrepen. Maar een garantie zal er nooit zijn."

Alle voorbeelden zijn aangepast, opdat de anonimiteit van jongeren en gezinnen wordt gegarandeerd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234