Donderdag 30/06/2022

'Blij dat

'Als het goed gaat, zeggen ze 'gas geven, overuren maken'. Maar als het slecht gaat, krijg je een trap onder je kont en vlieg je buiten'

ik er

van af

ben'

Dinsdag ging in Genk Arbeid/Afscheid in première bij De Queeste, een theatervoorstelling gebaseerd op getuigenissen van (ex-)werknemers bij Ford Genk, ten tijde van de grote herstructurering, nu anderhalf jaar geleden. Het ontslag van 3.000 mensen tot kunst verheven. Wat doet dat met een mens, ontslagen worden of ontslagen begeleiden? Een terugblik, en een vooruitblik in vier perspectieven.

Kris kuppens / foto's stephan vanfleteren

'Het is naïef om te geloven dat overheidssubsidies een rol spelen in het beslissingsproces van multinationals'

Paul De Grauwe (professor KU Leuven, 2 oktober 2003, De Morgen)

Rohnny Champagne

Provinciaal secretaris, ABVV Industriebond Metaal. Betrokken bij de herstructurering van de toeleveringsbedrijven van Ford Genk. Ex-arbeider.

'Over een herstructurering kun je nooit echt tevreden zijn. Als vakbondsvertegenwoordiger vecht je je dood om mensen zoveel mogelijk steun te geven. Je probeert zo weinig mogelijk mensen te laten gaan met zoveel mogelijk geld. Bij Ford en de toeleveranciers zijn we tot een goed akkoord gekomen. Maar het verzacht de pil niet. Op basis van hun vast contract hadden ze geleend en gebouwd. Plots vallen de zekerheden weg. Dat zijn duizenden persoonlijke drama's. Mensen gaan eronderdoor. Ondanks de maatregelen die we genomen hebben, zoals het starten van de tewerkstellingscel, zit nog altijd een hoop mensen thuis. Gelukkig zie ik stilaan mensen van Ford in andere bedrijven opduiken. Maar de werkloosheidscijfers van Limburg zeggen genoeg. Je kunt je daar druk in maken, of triest van worden. Het helpt niet. De economie hebben we nu eenmaal niet in de hand. Ik probeer te helpen. Meer kan ik niet doen.

"De ene dag is het gemakkelijker om los te laten dan de andere. Soms kom je mensen tegen bij wie je voelt dat ze je het verwijten. Ze zeggen het niet expliciet. Je voelt het. Ik heb het opgegeven om te zeggen dat ik hen niet aangenomen heb en hen zeker niet zal ontslaan.

"In de twaalf jaar zijn er twee mensen 'merci' komen zeggen. Al de anderen vinden het of normaal, wat best mag want ik er word ervoor betaald, of maken scherpe opmerkingen. Dat doet pijn. Punt. Je sleept zo'n gevoel de hele tijd mee. Ik heb geen af- en aanknop. Ik heb moeten leren om ze niet als mijn kinderen te zien. Anders vreet het aan je zoals aan een vader die zijn kinderen recht in het ongeluk ziet lopen. De mensen hebben niets aan een secretaris die met zijn handen in het haar zit. Ik probeer mijn emoties zoveel mogelijk uit te schakelen. Rationeel te blijven. Want als ik niet oplet, ben ik straks degene zonder job. Zolang je blijft denken, blijf je schaken. Je denkt een zet vooruit. Soms moet ik mij inhouden. Als men mensen onheus behandelt, word ik kwaad. Tijdens de besprekingen met Ford heb ik het meegemaakt. Dan moet ik tegen mezelf zeggen: 'Rohnny, ga naar buiten, want dit is alles behalve constructief'.

"Ik heb een jaar als arbeider bij Ford gewerkt. Het speelt mee. Je kent het bedrijf van binnenuit. Je ziet veel sneller de angst in de mensen hun ogen. Mensen die je uit je verleden kent, klampen je aan en vragen hoe het verder moet. Ze hebben een vrouw, kinderen, een huis. Het maakt het extra moeilijk. Eigenlijk heb ik op de vloer, als arbeider, de stiel geleerd. Het was een verrijkende periode. Je leert mensen kennen en in te schatten. Je leert met problemen om te gaan en op een groep terug te vallen. Je leert je ook te verstoppen achter een groep. Dat kan nu niet meer.

"Ik probeer mijn verantwoordelijkheid te nemen. Ik verwacht van ondernemers hetzelfde. Als het goed gaat, zeggen ze 'gas geven, overuren maken'. Maar als het slecht gaat, krijg je een trap onder je kont en vlieg je buiten. Het is niet eerlijk tegenover de sukkelaar die er werkt. Ondernemers gaan vaak voorbij aan de drama's die zich thuis afspelen. Vooral bij multinationals is dat het geval. Bij Ford telden ze koppen. Headcounting heet dat op zijn Amerikaans. Het is een andere cultuur. Ze gaan anders met mensen om en zijn duidelijk niet gewoon om met vakbonden te overleggen. Als het minder gaat, dan liquideert men mensen alsof ze kostenposten afboeken. En als het dan beter gaat, zie ik zo'n bedrijfsleider dingen doen waarvan ik denk: als mijn bomma haar bollenwinkel zo had gerund, dan was ze allang failliet. Ford overweegt weer een nachtploeg in dienst te nemen, terwijl ze een jaar geleden de nachtarbeiders als de eerste de beste vuilniszak aan de deur hebben gezet. Dat gaat er bij mij niet in.

"Gelukkig hebben we voor de mensen van Ford en de toeleveranciers een goed akkoord afgesloten. Het geeft me adrenaline. Ik kan daar niet blij om zijn. Mensen zijn hun job kwijt. Als dat je blij zou maken, dan klopt het cynisme wel hard op de deur. Ik heb in het verleden akkoorden afgesloten waar ik niet tevreden over was. Ik kan me er nog altijd schuldig over voelen. De mensen vertrouwen erop dat hun secretaris, om het in het dialect te zeggen, 'twee frank en en half verstand heeft'. Mensen leggen hun lot in mijn handen. Als je een kruispunt oprijdt, weet je nooit wat er rechts ligt als je links bent ingedraaid. Soms stel ik me de vraag of het toch niet beter was om rechts af te slaan. Je praat met directies, je neemt een beslissing en later probeer je te evalueren en bij te leren. Je kunt ook niet iedereen plezieren.

"We hebben geprobeerd het aantal ontslagen naar beneden te halen. Het is zoals op de markt: handjeklap. Zij weten dat wij zullen proberen het aantal naar beneden te halen. Wij weten dat zij het aantal aangekondigde ontslagen in eerste instantie overschatten. Onderhandelingen zijn een machtsspel. Als twee hanen tegenover elkaar staan, vallen er klappen. Niet fysiek natuurlijk. Mijn pa zei altijd: 'Ge kunt mensen feller pijn doen met uw tong dan met uw vuist'. Hij heeft gelijk.

"Dit is mijn leven. Ik ben ontzettend dankbaar dat ik de gelegenheid krijg om mensen te helpen. Je moet het niet voor de merci doen. Het is een overtuiging. Vanaf het moment dat de miserie van de mensen me niet meer aangrijpt, stop ik. Ik heb nog een vrachtwagenrijbewijs. Dan ga ik met de camion rijden. Evenveel uren kloppen, even lang van huis weg. Nee, dit is wat ik graag doe. Ik ben er waarschijnlijk emotioneel te afhankelijk van, maar ik kan niet anders."

'Sluit u niet op in fatalisme. Laat u niet verlammen door pessimisme. Een betere toekomst dwing je voor een stuk zelf af. Deze regering gelooft in de toekomst.'

(Guy Verhofstadt, VLD, regeringsverklaring, 14 juli 2003)

Ingrid Mandelings

Arbeidster bij Ford gedurende achttien jaar, waarvan vijftien jaar in het ploegensysteem en drie jaar nachtpost. Laatste werkdag op 19 december 2003.

'Ford. Ik heb nooit iets anders gekend. Mijn vader werkte bij Ford. We reden met een Ford. We droomden van Ford. Dat was zo. Wij dachten daar niet over na. Op mijn achttiende nam mijn vader mij mee naar de fabriek. Achttien jaar later ben ik pas weggegaan. Met strafpunten. Patat.

"Ik heb geen spijt van mijn vertrek, nu toch niet meer. Ik heb medelijden met de mensen die er zijn moeten blijven. Zij voelen zich waarschijnlijk de gelukkigen. Ik zie het anders. Ik ben op tijd weggegaan. Ik wil zelfs niet meer weten hoe het daar gaat. Onlangs had ik een probleem met mijn hospitalisatieverzekering. Ze wilden dat ik langskwam op de fabriek om het te regelen. Ik heb geweigerd. Ik kon het niet aan. Dat kunnen ze echt niet van mij verlangen. Achttien jaar. Het grootste deel van mijn leven tot nu toe. Er zal altijd iets naar boven komen als ik terug naar Ford zou moeten gaan. Geen pijn meer; wel een medeleven met wat er nog staat.

"Voor zij die er nog zijn, is het uitstel van executie. De manier waarop we zijn moeten vertrekken is gewoon belachelijk. Ze hebben ons geliquideerd. We zullen dat nooit begrijpen. Ik doe ook geen moeite meer om het te snappen. Daar word je alleen maar ziek en depressief van. Ik gun Ford mijn depressie niet.

"De slag was heel groot. De laatste weken nam ik een tasje make-up mee naar het werk. Ik was bang dat ik mijn tranen niet zou kunnen bedwingen. Ik heb de eer aan mezelf gehouden. Ik ben gaan tekenen voordat ze me eruit konden gooien. Ik ben voor de spiegel gaan staan en heb mezelf moed ingesproken. Ik durfde eerst die verantwoordelijkheid niet aan. Anderen zeiden dat ik moest wachten. Dat ze misschien nog terug zouden komen op het puntensysteem als basis voor ontslag. Ik geloofde er niet meer in. Eén keer ziek te veel en dus moest ik gaan. Acht keer ziek in vijf jaar. Nochtans was ik van het principe 'ziek zijn, kan niet'. Ik ben zo opgevoed. Je voelt je niet goed? Probeer de volgende dag gewoon opnieuw. Anders ben je een profiteur en dat staat niet in mijn woordenboek. Pillen slikken en er de volgende dag weer volop voor gaan. Soms lukte het gewoon niet en werd ik terug naar huis gestuurd. Als je op die manier ontslagen wordt, dan is er geen sprake meer van menselijkheid. Ik hoorde daar niet meer thuis. Sommigen probeerden ziekteperiodes ongedaan te maken of het syndicaal aan te vechten. Voor mij hoefde het niet meer. Niet op die manier, oneerlijk. Na achttien jaar werk, op die basis op straat gezet worden als een hond.

"Ik heb mooie centen verdiend. Ik heb een huis kunnen zetten. Ik heb er voor gewerkt en er het beste van gemaakt. Ik kan me nu niet meer voorstellen dat ik daar tot mijn pensioen gebleven zou zijn. Vergrijzen aan de band, nee dank u. Ik hoopte altijd op iets anders. Maar ik durfde niet te dromen. Ik heb niet de nodige diploma's en daar trok ik mezelf keer op keer weer mee naar beneden. Blijf jij maar hier meiske, je kunt toch niets anders.

"Nu zie ik het nut van mijn ontslag in. Je maakt nooit zomaar iets mee. Toeval bestaat niet. Alleen een deur valt toe. Al de rest heeft zijn reden. Mijn leven is rijker geworden. Vroeger had ik enkel een leven op Ford, nu heb ik mijn eigen leven. Ik ga bewuster met dingen om. Ik heb meer tijd voor mijn kinderen. Dat is allemaal positief, toch? Ik heb alle tijd van de wereld. Let op, mijn dagen zijn goed gevuld en ik wil zeker nog werken. Ik hoop dat ze me nog een beetje tijd gunnen en dan ga ik weer aan de slag. Ik wil werken, vooral voor de sociale contacten. Bandwerk wil ik niet meer. Ik heb geen zin meer om elke dag mijn verstand op nul te zetten. Ik wil niet meer in de industrie werken. Ik heb genoeg van bazen die onder druk staan omdat ze hun cijfers moeten halen

"In het begin was het een tweestrijd. Je wilt het positief bekijken, maar het lukt niet. Je vecht nog. Logisch, want je wereld is net in elkaar gestort. Voor de eerste keer gaan stempelen was ook geen lachertje. Ik voelde mij bekeken, alsof heel Limburg mij zag staan. Tot ik wakker geworden ben en besefte dat ik ervoor gewerkt had, dat ik het niet zomaar pikte van iemand. En dan ben ik eindelijk de tijd gaan nemen voor mezelf, mijn kinderen en computerlessen.

"Ik heb twee kinderen en ben gezinshoofd. De nachtpost was voor mij ideaal. Vroeger, toen ik nog overdag werkte, was het moeilijk om mijn gezin met het werk te combineren. Als mama moest je 's ochtends al 'tot morgen' zeggen tegen je kinderen. Nu hoorde ik dat er opnieuw een nachtpost zou komen. Dat is toch echt om zielig mee te lachen.

"En zeggen dat wij ons the untouchables voelden. Er kon ons niets gebeuren. We hoorden dan wel van ontslagen in andere bedrijven, maar dat leek zo ver van ons bed. Wij dachten dat het op Ford nooit zo ver zou komen. Dat egoïsme. We hadden dat allemaal. Het was andere mensen hun probleem, niet het onze. Tot vorig jaar dan wel te verstaan. Toen werd het ook ons probleem.

"Ik wist niet beter. Ik besefte toen niet dat er nog een ander leven bestond. Verstand op nul zetten. Je staat daar. Dat is je nummer. Jij moet niet denken, de bazen zullen het wel voor jou doen.

"Ik heb er geen verklaring voor. Ik was zo beperkt, alsof er niets anders bestond dan Ford. Die bezetenheid. Alleen Ford. Iedereen kocht Ford. Iedereen dacht Ford. De dag dat mijn vader zei dat hij de laatste tien jaar met een Mercedes wou rijden, was een slag voor mij. Is hij nu helemaal zot geworden? Zijn plicht tegenover Ford zat er op, voor hem was het hoofdstuk afgesloten. In mijn ogen was hij rijp voor het gesticht. Ik kon het niet begrijpen. Toen hij stierf, zat ik natuurlijk met die Mercedes. Ik moest daarmee naar Ford rijden. Dat doe je niet. Ik heb die wagen snel verkocht en een Fiesta gekocht. Zo moest het zijn.

"Ik kan moeilijk praten met mensen die er wel nog werken. Als ze dan beginnen over dat het geen leven meer is en dat je zelfs de tijd niet hebt om water te drinken of naar het toilet te gaan heb ik het gevoel dat ze nog altijd slapen. Wat zij zeggen, is al jaren aan de hand. Ze doen het zichzelf aan, maar dat durf ik niet tegen hen te zeggen. Ik heb gemakkelijk praten; ik doe mijn ding. Zij doen nog altijd hetzelfde.

"Weet je, tijdens mijn laatste ziekteperiode, die mij uiteindelijk de das omgedaan heeft, was ik zelfs niet eens ziek. Nee, ik had een schoonheidsoperatie achter de rug. Eindelijk had ik iets voor mezelf gedaan. Ik was zo fier als een gieter. Dat gevoel pakken ze me niet meer af."'Is de situatie zo slecht als men mij laat uitschijnen, dan is er sprake van hypocrisie van bijbelse proporties'.

Jef Gabriëls (VLD, 1 oktober 2003, De Morgen)

Jef GabriEls

Burgemeester van Genk sinds 1987, CD&V.

'Als prille burgemeester maakte ik de sluiting van de mijn in Waterschei mee. Winterslag, onze laatste resterende mijn, volgde een jaar later. Limburg en de mijnen waren tot die tijd één geweest. Heel onze samenleving was er van doordrongen: de casino's, het verenigingsleven. De schok was voor iedereen gigantisch. Het was voor mij de drijfveer om snel in actie te schieten, om heel de samenleving op te tillen en een toekomst te geven. Handelen was de boodschap. Anders gleed je af naar een zwart gat. Dat gevoel had ik opnieuw bij het Ford-drama, ook al treft Ford ons vooral economisch en minder maatschappelijk. Als je op zo'n moment berust, ben je verloren. Er is niemand die echt inzit met een probleem dat zich op één plek voordoet. Zo ver gaat de solidariteit niet in dit land. Daar maak ik mij geen illusies over. Je moet vooral zelf weerbaar zijn. Als burgemeester geeft je dat adrenaline, waardoor je, bij wijze van spreken, de ene marathon na de andere zou kunnen lopen.

"Ik geloof er weer in. Ford rukt weer op. Men treft voorbereidingen voor de nieuwe modellen en mensen bij Ford zijn opnieuw enthousiast voor de zaak. Dat is het belangrijkste. De automobielnijverheid in Genk is zeker niet afgeschreven. Ik heb dus alle redenen om optimistisch te zijn. Ik geloof dat Ford nog lang in Genk zal blijven, alleen is de vraag met welke omvang en welke productiviteit.

"De nieuwe modellen zijn goed voor vijf, zes jaar en dan staan we waarschijnlijk weer voor hetzelfde probleem. Het enthousiasme van vandaag is goed, maar iedereen moet realistisch blijven en weten dat er moeilijke tijden zullen komen. Iedereen die op dat moment slaapt, zal uit de boot vallen. Het is de harde economische realiteit in het Europa van vandaag. Vroeger bracht een nieuw model op zijn minst tien jaar zekerheid. Vandaag niet meer. We moeten waakzaam blijven, zodat we klaar zijn als er opnieuw aan de boom geschud wordt. Onze federale overheid zal wellicht weer niet in staat zijn om het slechte nieuws te keren, al zal men er even grootsprakerig over doen.

"Mensen konden niet terecht bij onze regering. Zij waren te veel bezig met het grote spel der communicatie en te weinig met de mensen zelf. En dan steekt het pessimisme de kop op. De mensen hebben zo weinig houvast gekregen, zoveel onzekerheid gekend. Iedereen voelde zich bedreigd. Mensen durfden niet te zeggen wat ze dachten of voelden. Ik heb het van dichtbij meegemaakt en het raakte mij enorm. Temeer omdat ik ondertussen afscheid van mijn vader moest nemen. Het schepte een gevoel van verbondenheid. Ik verloor een geliefd familielid, anderen dreigden hun geliefde job te verliezen. Ze waren behoorlijk trots op hun werk bij Ford. En als je dan die zekerheid, dat vertrouwde ziet wegvallen..., dat komt hard aan.

"Mijn eerste bekommernis was het handhaven van de openbare orde. Het is mijn wettelijke plicht om ervoor te zorgen dat er niet meer schade dan echt nodig aangericht wordt. Toen bekend werd dat Belgische topmannen allang van de plannen van Ford af wisten, of dat nu werkelijk zo is of niet laat ik liever in het midden, dreigde het uit de hand te lopen. Ik ben toen zelf meegegaan in de emotionaliteit: het moest even kunnen overlopen. Mensen moesten hun woede en ongeloof kwijt. Maar niemand heeft baat bij vernielingen, in de eerste plaats de mensen zelf niet. Het zijn uiteindelijk hun verkeerslichten, hun winkels, hun auto's en enkele dagen later zouden ze er spijt van hebben. Uiteindelijk komen dergelijke uitspattingen het bedrijf en het werkklimaat ook niet ten goede. De basisgedachte was nog altijd dat Ford moest blijven. Als het helemaal uit de hand gelopen zou zijn, was dat misschien een reden voor Ford om weg te trekken.

"Men mag de zaken niet in handen laten van mensen die vreemd zijn aan de situatie. Dat heb ik geleerd uit de sluitingen van de mijnen. Het zijn niet de arbeiders die hun fabriek afbreken. Het zijn niet de politieagenten uit Genk die wild op de stakers in slaan. Maar laat de federale politie van Brussel de orde handhaven en je hebt problemen. Gelukkig zijn er geen onnoemelijke dingen gebeurd. Materieel heeft de Genkse samenleving geen wonden te likken.

"En dan zijn er de mensen. Zij verliezen hun inkomen. Net zoals bij een tsoenami is het een kwestie van snel reageren. Onmiddellijk erna is iedereen bereid om middelen vrij te maken. Je tracht de mensen ook weer een perspectief te geven. Wat na vandaag? Wat na morgen?

"Als ik de balans opmaak, ben ik matig tevreden. De helft heeft nieuw werk. Sommigen van de andere helft ontmoet ik soms nog op mijn zitdag. Het zwarte gat is voor hen nog altijd een realiteit. Zij die op Ford werken, stellen het behoorlijk goed. Die moeten alleen alert blijven, zodat ze niet al hun eieren in de 'Ford-boom' leggen, zoals vroeger het geval was. Toen had je een job voor het leven. Die tijd is voorbij.

"De weg is nog lang. Er is een aantal nieuwe initiatieven, maar België is niet langer het land waar men spontaan heen trekt als het om machinale investeringen gaat. Het is niet enkel een probleem van Genk. De manier waarop bijvoorbeeld DHL behandeld is, kan niet uitnodigend zijn voor andere investeerders.

"Als we maar slagkracht ontwikkelen en creatief omgaan met de dingen die we kunnen. En dat met de nodige bescheidenheid. Daar wil ik voor pleiten. Het is nu eenmaal de bedoeling dat er meer wagens geproduceerd worden met minder mensen. Dat is gewoon een feit. We moeten niet blind zijn voor evoluties in de samenleving en de overheid moet zeker geen uitspraken doen die ze niet waar kan maken. Als de regering zegt dat men Ford ter verantwoording zal roepen, dan noem ik dat blaffen tegen de maan. Wij moeten vooral geen grote uitspraken poneren, maar nadenken over realistische, zinvolle ontwikkelingen. Er zijn zaken waar we geen impact op hebben en daar moeten we ook afblijven.

"Ik ben geen kandidaat-burgemeester meer in 2012, maar ik geloof dat we die datum wel kunnen halen zonder al te grote drama's. Misschien niet in volle glorie, maar we halen het wel. Raymond van het Groenewoud zingt over de liefde voor muziek. Zonder liefde is er niets. De liefde voor je job, voor de dingen die je doet. Je kunt alles hebben wat je wilt, maar als je de 'drive' verloren laat gaan of als die overschaduwd wordt door het al of niet hebben van een grote auto... Mensen hebben die drive nodig. Dat maakt de samenleving zo mooi. Mensen met perspectieven, met idealen, die ervoor gaan. Daar haal je levensvreugde uit. Maar je moet ook leren zelfredzaam en mondig te zijn. Je moet niet achter de eerste de beste wortel lopen als die je wordt voorgehouden.

"Dat streven maakt mijn job als burgemeester boeiend. Ik geef het toe, ik ben getrouwd met mijn werk. Het is misschien niet meer van deze tijd, maar ik zie mezelf dan ook binnen tien jaar geen marathons meer lopen."'Een woord is een woord'

Jo Vandeurzen (CD&V, 2 oktober 2003, Het Belang van Limburg)

Gaby Colebunders

Vakbondsafgevaardigde ABVV. Dertien jaar Ford, waarvan twaalf jaar nachtpost. Niet getekend, gebleven.

'Ik ben moe. De onzekerheid blijft, zowel voor de mensen op Ford, als voor zij die buiten staan. Ik word dagelijks geconfronteerd met ex-collega's, kameraden die geen werk vinden. Ik voel me nog altijd verantwoordelijk voor hen. Als ik ergens hoor dat ze mensen zoeken, bel ik. Ik probeer ze aan werk te helpen. Eigenlijk voel ik me meestal machteloos.

"Ik moet er ook nog zijn voor de mensen die op Ford werken. En die hopen nog altijd op een terugkeer van de nachtpost. Zeker als Ford aankondigt dat het goed gaat en dat ze weer aan de invoering van een korte nachtshift denken. Dan is het hek helemaal van de dam. Natuurlijk word je dan overstelpt door telefoontjes en vragen.

"Ik was de nachtdienst gewoon. Overdag werken valt mij zwaar. Slapen blijft een probleem. Stilaan gaat het beter. Ik begin de mensen op de vloer te kennen en zij mij en dat helpt. Als afgevaardigde is dat belangrijk. Je moet contact krijgen. Ze moeten weten waar je voor staat. Door de afschaffing van de nachtdienst zijn er heel wat bekenden weggevallen. De meesten zijn opgestapt, of beter, moeten opstappen. Dat doet pijn. Ik had echt vrienden voor het leven gemaakt en je ziet die dan vertrekken. De nachtpost is altijd een categorie apart geweest. De saamhorigheid en de solidariteit waren er groot.

"Ik heb met die jongens twaalf schone jaren gekend. We trokken aan één koord. Dat maakte ons sterk. Als ik hen nu nog tegenkom, dan blijven dat voor mij Ford-werknemers. We gaan voor elkaar door dik en dun. Als ik hen morgen om hulp vraag, ben ik zeker dat ze er zullen staan. Vandaar misschien dat ik mij zo verantwoordelijk voel. Ik heb hen niet hier kunnen houden. Het blijft me achtervolgen. Het is natuurlijk mijn taak als afgevaardigde om mensen sociaal bij te staan. Daar komt veel bij kijken. Vaak nemen ze familiale problemen mee naar het werk en zoeken ze iemand om mee te praten. Ik heb me al dikwijls al lachend een sociale werker genoemd.

"Op de nachtpost was ik de grootste stemmentrekker. Maar als je naar de C4's kijkt, blijft er niet veel over van de mensen die op mij stemden. Ik was bang dat ik niet herverkozen ging worden. En als er ook nog eens een directeur is die zegt dat het prettig samenwerken met je was, dan vrees je het ergste. Gelukkig is het anders uitgedraaid.

"Eigenlijk is het werk als afgevaardigde in de shifts niet anders dan tijdens de nacht. Ik doe mijn ronde en probeer te helpen waar ik kan. Alleen zijn de mensen niet meer strijdvaardig. Ze hebben het zwaar. Je ziet mensen verdrinken omdat ze te veel werk hebben, maar er is niemand die nog aan de noodrem durft te trekken. Bang voor de strafpunten. Hetzelfde met de ziektes: mensen met 40 graden koorts gaan in discussie met de arbeidsgeneesheer om toch maar te kunnen blijven werken. Ik praat dan op hen in. Maar wat kan ik antwoorden als ze mij vragen of ik hen bij de volgende ontslagen ga beschermen? Vroeger kwamen ze je smeken om aangepast werk. Vandaag wil niemand in zijn dossier een medische beperking zien opduiken. Ik kan toch moeilijk zelf tegen de mensen gaan zeggen dat ze te veel werken? Het zal jaren duren voor alles weer zijn normale gangetje gaat.

"Ik heb mezelf niets te verwijten. Ik heb mijn mensen geïnformeerd, hoe hard het soms ook was. Het is nog altijd erg te beseffen dat er bij de stakingen zo weinig steun van de mensen zelf gekomen is. De meesten hadden zich er al bij neergelegd. Er zijn er ook altijd die denken dat ze onschendbaar zijn en die de acties van op een afstand volgden. Maar in de criteria was er geen plaats voor uitzonderingen. Sommige managers hebben geprobeerd vriendjes binnen te houden. Zonder resultaat. Dat was het enige positieve aan heel dat strafpuntensysteem. Ze zeggen wel dat het de meest objectieve manier was, maar schriftelijke vermaningen blijven nu eenmaal een subjectieve aangelegenheid. De ene voorman gaf je er een voor foutparkeren, de andere niet.

"Wij, als vakbond, hebben onze handen ervan afgehouden. Die van Ford hadden maar al te graag de beslissing over wie er moest gaan aan ons overgelaten. Dat is niet onze taak. We hebben erop toegezien dat het zo eerlijk mogelijk verliep. Ik sta achter het puntensysteem omdat de vakbond het goed heeft gekeurd. Meer applaus moet je van mij niet verwachten. Hetzelfde met het tekenen op 'vrijwillige' basis. Behalve dat iedereen ondertussen weet dat het er allesbehalve vrijwillig toeging, kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat ze bepaalde mensen extra zware jobs hebben aangeboden. Zo waren ze zeker dat die het niet lang gingen uithouden.

"Je ziet kinderen met hun ouders op de markt lopen. Vroeger zouden ze een ijsje gekregen hebben. Nu niet meer. Het geld, de gouden handdruk, is op. Het zit diep. Vrouwen van ex-werknemers bellen mij op. Hun man is het leven moe. Of je krijgt iemand aan de lijn die effectief een paar dagen later zelfmoord pleegt. Na een jaar merken we pas hoe erg het is. De vakbond heeft een stressbeleid opgericht. We hebben al een zevental zelfmoorden moeten meemaken. Tachtig procent van de ziektes is te wijten aan stress. Meer en meer mensen stappen naar het OCMW.

"Ik ben nog altijd strijdvaardig. Ik heb geen spijt van de acties die ik gevoerd heb. Ik ben radicaal. Ze hadden nog harder mogen zijn en misschien nog langer mogen duren. Uiteindelijk hebben we een mooi sociaal plan kunnen voorleggen. We hebben nog een aantal mensen kunnen redden door arbeidsduurvermindering. De strijd is nog niet gestreden. Alleen sterft een soldaat als de oorlog hem onmogelijk wordt gemaakt. Ik voel me de laatste der Mohikanen. Vandaag moet er over elke kruimel gepraat worden. Het slorpt energie op en er verandert weinig.

"Door de komst van de nieuwe modellen en nieuwe aanwervingen zal het beter gaan. Als mensen het gevoel krijgen dat er voor hen een toekomst ligt op Ford zullen ze weer strijdvaardig worden. Maar de wonden blijven. Kom niet af met vergeten en vergeven. Vroeger kon ik de knop omdraaien. Nu niet meer.

"Ik heb ook zelf gedacht aan tekenen. Een paar jongens van de nachtpost smeekten mij het niet te doen. Natuurlijk is iedereen vervangbaar, maar ik ben gebleven om die mensen niet in de steek te laten. Heb ik daar spijt van? Ik weet het niet. Mijn wonden zijn er. Als ik alleen naar het front gestuurd word, zal ik nog altijd vechten."

Arbeid/Afscheid van De Queeste speelt nog op 12, 13, 17, 18, 19 februari in de oude Ford-garage, Hasseltseweg Genk, telkens om 20.15 uur.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234