Zaterdag 16/11/2019

‘Blij dat ik uit dat wereldje ben’

Hij vreest dat de interviewer uit is op een getuigenis over het zwarte gat, en dus wacht Wouter Vrancken niet op de eerste vraag. “Het gaat goed, hoor. Ik ben financieel adviseur voor de firma Ergo - wil je dat erbij zetten - en ik leid een nieuw leven. Geen tijd voor het zwart gat hier.” Vrancken moest stoppen, na inspectie van het heupgewricht, met onmiddellijke ingang. Het scharnier schuurde. “Soms mankte ik een kwartier, soms twee dagen. De heup moest haar plaats vinden. Doorgaan had geen zin meer: specialisten hebben me verzekerd dat ik binnen een paar jaar een kunstheup nodig zou hebben. Die gaat vijftien, twintig jaar mee en kun je maar één keer vervangen. Dat betekent dat ik op mijn zestigste geen opties meer heb. Dat wilde ik niet.” Stoppen, dus.

Litteken

Het verplichte pensioen blijkt een openbaring. “In veel opzichten is mijn leven nu aangenamer. Mijn dochtertjes gaan naar een Freinetschool. Ouderparticipatie is daar heel belangrijk. Nu heb ik daar tijd voor: iets gaan drinken met de papa’s en dan uitgebreid niet over voetbal praten. (lacht)”

Met het voetbal heeft hij het dus gehad, ondanks de carrière. Het begon bij STVV, daarna kwamen AA Gent en Genk. Met die club eindigde Vrancken in 2006-2007 nog als tweede in de hoogste klasse. “Schitteren- de prestatie, met negen Belgen in de ploeg.” Het was het hoogtepunt, nadien volgde de neergang. Ronny Van Geneugden werd trainer van Genk en die had het niet begrepen op de controlerende middenvelder. Bij KV Mechelen, de volgende halte, gold voor Peter Maes hetzelfde. De magere jaren hebben een litteken nagelaten. “Ik heb geen behoefte om in het voetbal te blijven. Integendeel: ik ben blij dat ik eruit ben. Ik mis het spel, niet het wereldje.” Hij pauzeert even, maar enkel voor een slokje cola.

“Kijk, ik ben iemand die rechtuit is, eerlijk zijn idee zegt. Zonder te schofferen. Maar in het voetbal mag dat niet. Tegen mensen die macht hebben, die echt beslissen binnen een club, mag je enkel nog zeggen wat zij willen dat je zegt. Sorry, zo zit ik niet in elkaar. Ik kan het echt niet, fysiek onmogelijk. (lacht) Maar wie spreekt, wordt gepakt. Het is een trend van de laatste jaren, vroeger was dat minder zo. Heel concreet: in een discussie met Peter Maes heb ik gewoon mijn mening gezegd. Niks meer. En daar ben ik helemaal op afgerekend. Onbegrijpelijk. Spelers, supporters en entourage in Mechelen hebben het voor mij opgenomen. Ook zij begrepen het niet. Voordien had ik ook een moeilijke relatie met Van Geneugden. Toeval, want tot dan toe had het net altijd goed geklikt met mijn trainers.”

Dat het met Maes en Van Geneugden niet klikte heeft zijn redenen. “Kijk, sommige mensen komen in het voetbal met het idee dat ze het warm water hebben uitgevonden. ‘Het moet zo en zo en jij moet luisteren.’ Dat werkt contraproductief: als iemand alleen instructies geeft, dan krijg je op het eind geen spelersgroep die op één lijn zit. Niemand heeft zijn mening kunnen ventileren, dus iedereen neemt die mee naar het veld. Je krijgt een ploeg met elf meningen, plus die van de trainer.”

Vrancken kan vandaag vergelijken: de voetbalwereld met de echte wereld. Veel is verschillend, maar veel is ook hetzelfde. “Ik stel vast: de wereld is niet gemaakt voor dictators. Je ziet het nu ook in Tunesië en Ivoorkust. Wel, in het voetbal is het niet anders. Trainers die niet praten met hun spelers, die moeten er ook uit. Mensen communiceren niet meer. Door Facebook, Twitter en sms verdwijnt de empathie. Je zendt iemand een bericht, maar ziet de reactie niet. Je leert niet wat een boodschap teweegbrengt. Het onderwijs zou daar beter op fo- cussen. Veel belangrijk dan aardrijkskunde.”

Pauze, weer wat cola. “Alles draait om geld in het voetbal. Heeft een club je nodig, dan ben je god. Heeft een club je niet nodig, dan ben je minder dan het vuil van de straat. En dat geen enkele club mij komt zeggen dat het bij hen niet zo is. Als puntje bij paaltje komt is iedereen zo. Blij dat ik daar uit ben.”

Hij is er uit, en wil er niet meer in. “Iedereen suggereerde mij na mijn gedwongen pensioen om een trainerscursus te volgen, maar daar pas ik voor. Jacky Mathijssen heeft zo lang zonder club gezeten, dat begrijp ik niet. Terwijl veel minder capabele mensen de ene aanbieding na de andere krijgen. Waarom moet ik dan investeren in een trainerscarrière? Mijn succes zou afhangen van geluk en mooipraterij.”

Matennaaier

Vrancken houdt niet van de voetbalwereld, maar omgekeerd hield de voetbalwereld ook niet altijd van hem. Hij is wel eens ‘een matennaaier’ genoemd, iemand die nadrukkelijk bij de scheids ging solliciteren naar kaarten voor de opponent. Vrancken pleit schuldig. “Ik deed het bewust: de tegenstander moest met mij bezig zijn, niet met het voetbal. Zonder te ver te gaan. Ik heb nooit iemand de tribune ingetrapt, nooit iemand verwijten gemaakt. Klootzak heb ik nooit gezegd. Racisme kan gewoon niet.”

Veertien seizoenen speelde hij in de hoogste klasse. En ondanks het voorgaande kijkt hij daar niet ontevreden op terug. “Prof-voetballer, het is toch een jeugddroom. Ik heb bij vijf mooie clubs gespeeld. En ik heb er vrienden aan overgehouden. Niet veel, maar toch een paar. Fréderic Herpoel hoor ik nog, Tom Soetaers, Wim De Decker, Dominic Foley. Peter Delorge is een vriend. Het contact met de ploegmaats, dat was het beste aspect. Zet dat er bij, anders is het alleen maar negatief.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234