Zondag 19/01/2020

Bladeren door het boekjaar

Het boekjaar 2012 was er eentje in mineur. De crisissfeer in het boekenvak en de dood van een aantal schrijfkanonnen drukten de stemming. Gelukkig zorgden de literaire prijzen voor blije gezichten en bracht 'Vijftig tinten grijs' weer deining in de Vlaamse slaapkamers.

Boekenbranche onder druk

Crisis in het boekenvak? Er viel niet naast te kijken in 2012: fikse omzetdalingen bij de boekhandel, fusieberichten bij uitgevers die noodgedwongen de tering naar de nering zetten, het faillissement van boekenverdeler Libridis, een gekelderde poëzieverkoop, verontruste vertalers én geruisloze ontslagen in allerlei boekensegmenten.

Maandenlang werd het boekennieuws in Nederland beheerst door de troebelen bij boekhandelketen Selexyz die samenging met tweedehandswinkel De Slegte en via een nieuwe investeerder een nakend faillissement kon afwentelen, wat hoe dan ook in banenverlies resulteerde. De Slegte en Selexyz mikken nu onder een nieuwe vlag op 'belevingswinkels'.

In Vlaanderen kwam bij WPG Uitgevers een televisieduo aan het roer: Peter Quaghebeur en Erwin Provoost, die de mond vol hadden van "cross-over" en "multimediaal werken": "We zijn uitgevers, maar willen een mediabedrijf worden dat bezig is met alle platformen: boeken, online, radio, televisie, kranten." De vrees ontstond dat boeken slechts levensvatbaar worden geacht als ze een mediastaartje krijgen. Het viel op hoe - vooral bij het populaire kook- en vrijetijdsboek maar ook bij docu's - boekenvak en televisie zich meer en meer tegen elkaar aanschurken. Ligt daar de schat van Scharlaken Rakham? Het valt te bezien. Er was nog één uitspraak van Quaghebeur en Provoost die bleef hangen: dat ze veel minder boeken willen uitgeven. Veel uitgevers waren daar overigens in stilte al mee bezig. Linkeroever Uitgevers bijvoorbeeld, dat na een zware afslankingsronde nog vier personeelsleden overhield. En in Nederland fuseerden vanaf 1 januari 2012 respectievelijk de uitgeverijen De Arbeiderspers en A.W. Bruna, evenals De Bezige Bij en Balans. Dat niet meteen rendabele kwaliteitsboeken en debutanten vaker het onderspit moeten delven, was voer voor verhit debat.

Op mondiaal vlak keek iedereen met een mengeling van verbazing én ontzag op naar de fusie van Penguin en Random House, dochtermaatschappijen van respectievelijk Pearson en Bertelsmann. In Vlaanderen maakten de onafhankelijke boekhandels een vuist tegen het doemdenken en verenigden ze zich opnieuw, een opvallende zet na het ter ziele gaan van Co-Libro. Confituur is de naam van een organisatie die de 33 resterende onafhankelijke boekhandels weer op de kaart wil zetten, via gezamenlijke campagnes én een Staten-Generaal.

Bed in beroering

Wie de bestsellerlijsten met het vergrootglas doorneemt, moet haast denken dat Vlamingen oversekste veelvraten zijn. Ook in onze contreien brengt de erotica-trilogie Vijftig tinten grijs van E.L. James menig bed in beroering. Het niemendalletje over de liaison tussen een literatuurstudente en een mysterieuze miljonair baadt in een artificieel sm-sfeertje en spoorde menige lezeres aan tot een seksuele inhaalslag. Opiniemakers, literaire critici, psychologen én zelfs filosoof Etienne Vermeersch braken er zich het hoofd over hoe een hoogst middelmatig geschreven boek van een onbekende huisvrouw toch de fantasie op hol kan doen slaan.

Nog steeds voelt elke Vlaming die fatsoenlijk een smakelijk hapje kan bereiden, zich geroepen om er een boek over te schrijven. Het culinaire boek blijft floreren. Jeroen Meus, Sofie Dumont en SOS Piet Huysentruyt zijn de vaste vaandeldragers, maar in hun kielzog is er ook ruimte voor een aantal klonen én kookboeken met 'brains'. Zelfs chique uitgeverijen als De Bezige Bij Antwerpen ontdekten de lucratieve culinaire uitgaves. Afkicken van al dat hedonisme doet de Vlaming dan weer het liefst met het her en der omstreden dieetboek De voedselzandloper van Kris Verburgh.

Het is lang spieden naar literatuur in de top-100. AKO-prijswinnaar Peter Terrin (Post Mortem) en Stefan Brijs (Post voor mevrouw Bromley) redden de eer. En ook Bart van Loo (met zijn Chanson-boek en Frankrijktrilogie) kan stilaan - dankzij televisieoptredens en veel tamtam - het BV-legertje vervoegen.

Even opvallend is de opmars van boeken die het geestelijke wel en wee onderzoeken. De Vlaming wroet meer dan ooit in zijn binnenwereld én relationele huishouding. Zo scoort Rika Ponnets relatieboek over macht en intimiteit (Blijf bij mij) wonderlijk goed, net als Paul Verhaeghes cultuurpessimistische verklaring van ons onbehagen (Identiteit) en Dirk De Wachters Borderline Times.

Polemiek met waterpistool

Het wapengekletter binnen de letteren bleef dit jaar binnen de perken. Zelfs Arnon Grunberg hield zich gedeisd. Alsof de dood van Gerrit Komrij, Nederlands befaamdste polemist, iedereen tot nederigheid aanzette. Want hoe komt het dat er slechts polemiekjes met de spuitkracht van een waterpistool opborrelden? De strapatsen van coming man A.H.J. Dautzenberg zijn die naam immers niet waardig: hij nam onder meer in een "hekelrede" de maat van de zoon van A.F.Th. van der Heijden, hoofdpersonage van het gelijknamige Tonio: "Tonio, overal kom ik je tronie tegen." Plaatsvervangende schaamte was Dautzenbergs deel.

Al even gênant was de aanhoudende juridische vendetta van Joop Schafthuizen, partner van Gerard Reve, tegen het intussen toch verschenen derde deel van de Revebiografie door Nop Maas, aan wie hij nochtans eerst zelf alle correspondentie had laten inkijken. Het ziet ernaar uit dat Schafthuizen in het zand bijt.

Kun je het verbale steekspel tussen Luc Coorevits (Behoud de Begeerte) en Bart De Wever over het voorstel tot Herman de Coninckplein een polemiek noemen? Amper. Al zette de hele Antwerpse culturele wereld zich schrap tegen de botheid van De Wever (die het voorstel "idioot" noemde). Als voorbode van wat komen gaat, beloofde het niet veel goeds. Herman de Coninck draaide zich intussen om in zijn tombe op het Schoonselhof. Geef die man - die al een tegel in Lissabon heeft én een gedichtengedenkplaats op de Berchemse Draakplaats - eindelijk zijn straat of plein. Maar misschien toch beter niet het morsige Pieter De Coninckplein. Of wordt het dan toch een standbeeld? Dat is kennelijk waar de N-VA op aanstuurt in het districtsakkoord voor Antwerpen. Ook Hugo Claus krijgt er eentje.

Eventjes grote heisa ook over de slinkse en onoordeelkundige besparingstruc van de regering om de auteursrechten te verhogen van 15 naar 25 procent. Via een vooral op Facebook en in de opiniepagina's gevoerd tegenoffensief kon het verrassend solidaire schrijversgild zijn slag thuis halen en de maatregel werd snel teruggeschroefd. Overigens: op Facebook worden tegenwoordig de literaire polemiekjes uitgebikkeld, al laten ze dan weinig papieren sporen na.

Internationaal was het de stokoude Günter Grass die begin april alweer het middelpunt van een fiks relletje werd. Een gedicht in de Süddeutsche Zeitung waarin de Duitse Nobelprijswinnaar Israël op de slof nam, veroorzaakte stennis bij de Joodse gemeenschap. Publicisten noemden het gedicht "een toonbeeld van het gevestigde antisemitisme". Wie beweerde weer dat poëzie geen politieke impact meer had?

Schrijvers sterven staande

"Schrijvers gaan niet dood", zo luidde ooit een gevleugelde bezwering van Margot Vanderstraeten, als titel van haar bundel schrijversinterviews. Maar de praktijk is helaas anders. De man met de zeis hield dit jaar lelijk huis onder de pennenvoerders. Bovendien sneuvelden er nogal wat coryfeeën. Het begon al op 30 januari, toen Doeschka Meijsing (64) onverwacht overleed na complicaties bij een operatie. Weerspannig en ironisch, zo werd haar oeuvre vaak getypeerd. Meijsing, oudste zus van Geerten Meijsing, maakte eind jaren zeventig een opgemerkte entree met De hanen en andere verhalen (1974), maar kende haar grootste triomf pas in 2008 met Over de liefde. De Grachtengordel was amper bekomen of daar pleegde op 16 februari de Surinaams-Nederlandse essayist en programmamaker Anil Ramdas (54) zelfmoord, bij leven zowel verguisd als omarmd om zijn scherpe analyses over India en de Nederlandse multiculturele samenleving.

Intussen vielen ook aan de andere kant van de taalgrens stervende schrijvers te betreuren. Dit voorjaar overleden onder meer psychoanalytica en schrijfster Jacqueline Harpman (82, bekend van Het strand van Oostende), de magisch-realistische Franstalige Antwerpenaar Guy Vaes (85) en de omstreden Belgische roman- en toneelschrijver Félicien Marceau (98).

De grootste klap kreeg de Nederlandse literatuur in de zomermaanden. Het leidde tot een moment van collectieve rouw. Op 5 juli overleed in Amsterdam Gerrit Komrij (68), dichter, vlijmscherp polemist, bloemlezer, bibliofiel, romancier en alomtegenwoordig intellectueel. Insiders wisten al een poos dat het bergaf ging met Komrijs gezondheid, maar voor het grote publiek kwam zijn dood onverwacht. In zijn laatste interview zei de "misantroop die van mensen houdt": "Accepteer dat op een dag de dood hevig in je opstaat. Leg het vermoeide hoofd zachtjes in zijn schoot en na een laatste zucht ben je vertrokken. Het hoort er nu eenmaal bij." Komrij kreeg een op tv uitgezonden herdenkingsplechtigheid in Amsterdam, maar werd begraven in zijn Portugese woonplaats.

Amper zes dagen later was het de beurt aan Rutger Kopland (77), een van Nederlands meest gelezen dichters. Hij werd gekoesterd vanwege zijn herkenbare en toegankelijke poëzie waarin alle levensvragen subtiel aan bod kwamen. Van zijn bundels - waaronder Een lege plek om te blijven (1975) en Geluk is gevaarlijk (1999) - gingen meer dan 200.000 exemplaren over de toonbank, een ongekend hoog aantal voor poëzie. De kaalslag bleef voortduren: na een korte ziekte overleed J. Bernlef (75), auteur van het dementieboek Hersenschimmen (1984), maar ook vertaler, dichter, jazzkenner met een immens oeuvre. Elke keer weer boog hij zich in zijn romans en verhalen over geheugen, taal en waarneming en zag hij finaal alle literaire prijzen van formaat in zijn schoot vallen, van AKO tot P.C. Hooftprijs.

Begin oktober verloor de Vlaamse literatuur Ivo Michiels (89), godfather van de Vlaamse experimentele roman. De cyclusbouwer en auteur van onder meer Het afscheid (1957) en Het boek Alfa (1963) overleed in zijn Zuid-Franse woonplaats aan een hartaanval, nadat hij in 2005 al eens door het oog van de naald was gekropen. Ook hij kreeg op latere leeftijd erkenning als vormvernieuwer: het ingenieuze schrijven van Michiels was een zelfonderzoek, een frenetiek gevecht met de taal.

In de Amerikaanse literatuur werd het aanzienlijk stiller: met Gore Vidal (86) verdween eind juli een legendarische lawaai- en ruziemaker. Vidal groeide uit tot een ware schrijverscelebrity, met als vaste thema's homoseksualiteit en macht. Twee andere vooraanstaande auteurs legden in 2012 ook voorgoed de schrijfpen neer: de Poolse Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska (88), schrijfster van laconieke poëzie die het zwaarwichtige licht maakte, en Carlos Fuentes (83), de eeuwige Mexicaanse Nobelprijskandidaat.

Het literaire prijzencircus

In het grote klavertjedrie van commerciële literaire prijzen viel vooral de geherlanceerde Gouden Boekenuil uit de toon. Heerste er verdeeldheid binnen de jury en bood David Pefko een exit? In ieder geval ging complete outsider Pefko en zijn roman Het voorseizoen aan de haal met de 25.000 euro. Zelf schatte de 29-jarige Grieks-Nederlandse auteur zijn kansen op de Gouden Boekenuil vooraf op "nul" en "zero" in (wij ook, overigens). Pefko scheepte zo onverwacht Jeroen Brouwers (met Bittere bloemen) en Stephan Enter (met Grip) af. Nog wel met een roman over de deprimerende belevenissen van een kale Britse politierechercheur, gezegend met een dijk van een midlifecrisis.

Logischer was de keuze van de Libris Literatuurprijs voor het monumentale Tonio van A.F.Th. van der Heijden. Oké, in de strikte zin geen roman, maar wél een boek met een ongeëvenaarde veelstemmigheid. "Alle registers die bij dood en rouw horen worden op superieure wijze bespeeld: van aankondiging en verzoening tot ontkenning; van woede en verzet tot aanvaarding", zo klonk het in het juryverslag. Van der Heijden luisterde liever thuis naar het nieuws en stuurde van daaruit met vrouw Mirjam Rotenstreich een dankwoord de wereld in: "En jij daar, Tonio, ik had liever geen requiem voor je gemaakt. Maar het moest nou eenmaal." Het werd helemaal een prijzenjaar voor de heilig verklaarde A.F.Th. met vervolgens nog de NS Publieksprijs en deze week de P.C. Hooftprijs, terecht eerbetoon voor zijn gehele oeuvre, goed voor 60.000 euro.

Ban gebroken

Emoties ook bij de AKO Literatuurprijs, waar andermaal een Vlaming aan het feest was. Peter Terrin brak - na ettelijke shortlistnominaties - eindelijk de ban met Post Mortem, een behoorlijk complexe roman over de finesses van het schrijverschap, via zijn alter ego Emiel Steegman en een bemoeizuchtige biograaf. Tegelijk verwerkte Terrin een persoonlijke problematiek: het herseninfarct van zijn dochtertje, de coma en het moeizame revalidatieproces. Vandaar dat de ontlading zo groot was. Terrin droeg de prijs op aan "zijn grote voorbeeld": "Niet Hermans, Elsschot of Camus, maar een meisje van acht, Renée, die de voorbije vier jaar dag na dag haar vader geleerd heeft nooit op te geven." Met het prijzengeld van 50.000 euro mikte Terrin op een vintage Porsche.

Ook dichter Leonard Nolens mocht hoge honneurs waarnemen. Hem werd in april de Prijs der Nederlandse Letteren toegekend, die hij begin december uit handen van koningin Beatrix ontving, ter waarde van 40.000 euro. "Aan zijn poëtica ligt het geloof ten grondslag dat werkelijkheid en schrijven een eenheid vormen. Onmodieus verwerpt hij de tegenstelling tussen het woord en het leven", zo motiveerde juryvoorzitter Herman Pleij de bekroning. Dichter Jan Lauwereyns palmde met zijn bundel Hemelsblauwin januari al de VSB Poëzie- prijs in, de belangrijkste en best gehonoreerde poëzieonderscheiding van de Lage Landen.

David Van Reybrouck oogstte dan weer internationale lauweren met de vertalingen van zijn Congo-geschiedenis. Vooral Duitsland ging voor de bijl - zo kreeg hij in november de Noord-Duitse radioprijs - en Frankrijk, waar hij de bijzonder prestigieuze Prix Médicis de l'Essai mocht ophalen, een eer die nooit eerder aan een Vlaamse auteur te beurt viel. Bovendien riep het vooraanstaande tijdschrift Lire Van Reybroucks Congo. Une histoire uit tot een van de twintig beste boeken van 2012.

Op het internationale prijzenfront zorgde Hilary Mantel voor een zelden vertoonde dubbelslag. Nadat ze in 2009 de Booker Prize had opgestreken voor de historische roman Wolf Hall, deed ze dat dit jaar nog eens droogjes over met Bring Up the Bodies, vertaald als Het boek Henry. Ze was daarmee de eerste Britse en eerste vrouw die de prijs tweemaal incasseerde. "Dan wacht je twintig jaar op een Booker Prize, krijg je er ineens twee...", meesmuilde ze in haar dankwoord.

En de Nobelprijs? Die ging wéér niet naar Philip Roth (die aankondigde met schrijven te stoppen), Haruki Murakami, Adonis of Cees Nooteboom, wél naar de Chinese auteur Mo Yan, een keuze die weinig enthousiasme losmaakte. Integendeel, want Mo Yan loopt be- hoorlijk aan de leiband van het Chinese regime en pleitte zelfs voor censuur, wat hem felle kritiek opleverde van collega-Nobelprijswinnares Herta Müller, die de toekenning een "catastrofe" noemde. Ook Salman Rushdie vond Mo Yan een "sul van het regime".

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234